staatscommissie Remkes

De samenvatting uit de tussenrapportage van de staatscommissie Remkes:

De toekomst bestendigheid van het parlementair stelsel 

Volgens het instellingsbesluit heeft de staatscommissie tot taak de regering te adviseren over de toekomstbestendigheid van het parlementair stelsel, daarbij in overweging nemend dat: 

  • de Nederlandse burger meer betrokkenheid bij beleid en politiek ambieert, zoals onder meer blijkt uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau; 
  • de Europese besluitvorming voor de parlementaire taak en de vormgeving daarvan voor beide Kamers van de Staten-Generaal toenemende betekenis heeft;
  • veel taken de afgelopen jaren zijn gedecentraliseerd naar andere overheden;
  • de electorale volatiliteit sterk is toegenomen;
  • digitalisering en sociale media onmiskenbaar invloed hebben op het karakter van de representatieve democratie en het functioneren van het parlementaire stelsel; 
  • bezinning over verkiezing, taken, positie en functioneren van het parlementaire stelsel en de parlementaire democratie (in het licht van bovenstaande overwegingen) gewenst is.2

1. sterke en zwakke kanten van het parlementair stelsel 

  • Ten eerste is er een inherente onvolkomenheid in de representatieve democratie dat het altijd mogelijk is dat in het parlement ingrijpende besluiten worden genomen waarvoor onder de bevolking geen meerderheid bestaat.
  • Een tweede punt dat de staatscommissie als een belangrijk probleem ziet is de periode van de kabinetsformatie.
  • Een derde problematisch punt betreft het ontbreken van een duidelijke en algemeen aanvaarde rolverdeling tussen beide Kamers.

2. De historische ontwikkeling van het parlementair stelsel in Nederland 

  • Er is sprake van een gestaag proces van afnemende Koninklijke macht 
  • Waar het de machtsverhouding tussen de regering en parlement betreft, is er sprake van een niet-lineair verlopend proces.
  • De gestage democratisering heeft vooral via de uitbreiding van het kiesrecht, maar ook via de representatie van de burgers in volks vertegenwoordigingen, vorm gekregen.
  • De positie van politieke partijen binnen het politieke systeem is onmiskenbaar veranderd. Zo is er een ontwikkeling waarbij politieke partijen zich de laatste decennia steeds meer ontwikkelen tot instrumenten in handen van de politieke leiding.
  • De verkleining van het domein van de nationale overheid heeft geleid tot een vermindering van de invloed van alle instituties op nationaal niveau, dus zowel van regering als van het parlement.
  • Het zwaartepunt van de nationale volksvertegenwoordiging lag en ligt bij de Tweede Kamer.

3. Het parlementair stelsel in een veranderende maatschappelijke omgeving

In de loop van de afgelopen eeuwen hebben parlementarisering en democratisering het parlementair stelsel ontegenzeggelijk versterkt. Anderzijds hebben het functieverlies van politieke partijen, de domein verkleining van de nationale overheid en de sterkere positie van de regering in relatie tot het parlement die positie de afgelopen decennia ook weer verzwakt. 

De domeinverkleining en daarmee verminderde macht van de nationale overheid heeft in verschillende opzichten invloed op de werking van het parlementair stelsel. Op verschillende onderdelen zijn hier belangrijke democratische waarden in het geding  denk aan het gelijkheidsbeginsel bij de decentralisaties en aan het democratisch tekort van Europa.

Er is een inherente onvolkomenheid in de representatieve democratie zodanig dat het altijd mogelijk is dat in het parlement ingrijpende besluiten worden genomen waarvoor onder de bevolking geen meerderheid bestaat. Door coalitievorming kan dit verschijnsel nog worden versterkt. Zo kunnen op specifieke onderwerpen discrepanties ontstaan in de vertegenwoordiging van de bevolking in het parlement. Deze discrepanties worden problematischer naarmate deze thema’s belangrijker en polariserender worden geacht door de burgers. 

De periode van de kabinetsformatie is zowel staatsrechtelijk als vanuit het perspectief van de kiezer gezien een black box. Nadat de stemmen zijn geteld is het afwachten welke coalitie er wordt gevormd en hoe lang de formatie gaat duren. De kiezers hebben geen invloed op dit proces en moeten de uitkomst maar afwachten. Het zegt iets over de stabiliteit van de Nederlandse democratie dat de kiezers deze periode over het algemeen met geduld uitzitten. In dit verband moet ook het belang van een herkenbare coalitie en een herkenbare oppositie genoemd worden. 

Problematisch is het ontbreken van een algemeen aanvaarde rolverdeling tussen beide Kamers. Een procedure van geschilbeslechting ontbreekt.

De democratie kan rekenen op brede steun onder de bevolking. Er zijn geen aanwijzingen voor een legitimiteitscrisis van het parlementair stelsel.  De staatscommissie stelt echter vast dat de maatschappelijke onvrede bij met name achterblijvende groepen waarbij sprake is van een stapeling van achterstanden ook tot uiting komt in politiek wantrouwen. Via het strikt evenredige kiesstelsel heeft deze onvrede sinds het begin van deze eeuw een grotere stem gekregen in het politieke systeem. Maar er zijn ook mensen  die niet (meer) gaan stemmen. De staatscommissie wil nagaan of met aanpassingen en/of aanvullingen van het parlementair stelsel de effecten van de doorwerking van die onvrede in het politieke stelsel tegen zijn te gaan.

Ook de digitalisering heeft grote invloed op de (toekomstige) werking van het parlementair stelsel. Het gebruik van big data en micro targeting in verkiezingscampagnes en de mogelijkheid dat democratische instituties worden gehackt maken dat fundamentele democratische waarden in het geding kunnen komen. Hier gaat het primair om het waarborgen van een gelijk speelveld voor politieke partijen, het belang van een open en eerlijk verkiezingsproces waarbij kiezers worden geïnformeerd, bewust hun eigen keuze kunnen maken en vertrouwen hebben in het proces. 

Tot slot kan de staatscommissie niet om de veranderde relatie tussen kiezers en gekozenen heen. Ledenaantallen van politieke partijen zijn historisch laag en kiezers wisselen vaker van partij. Een substantiële groep kiezers herkent zich niet in de gekozen vertegenwoordigers en voelt zich niet vertegenwoordigd. Hoe staat het met de kwaliteit van de representatie, het funderend beginsel in de parlementaire democratie? In dit verband is de (toekomstige) rol van politieke partijen bij ideeënvorming, rekrutering, selectie en kandidaatstelling essentieel.

4. Zes thema’s voor het vervolg 

  • Volksvertegenwoordigers en representatie
  • Functieverlies politieke partijen
  • Kabinetsformatie en kiesstelsel
  • Weerbare democratie
  • Domeinverkleining nationale overheid: Europese integratie en decentralisaties
  • Tweekamerstelsel, referendum en constitutionele toets

Afsluitende opmerking:

Zoals al opgemerkt zal de staatscommissie de bovengenoemde zes thema’s verder gaan onderzoeken en bespreken. Belangrijk voor de commissie hierbij is de notie dat er een wisselwerking bestaat tussen institutionele vormgeving en politieke cultuur. Institutionele veranderingen alleen zullen niet in alle gevallen het beoogde effect sorteren

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder algemeen

Thorbeckelezing

Gisteren was ik bij de Thorbeckelezing, waarin werd nagedacht over, wat ik dan maar noem, nieuwe democratische verhoudingen. (Na te lezen: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/toespraken/2018/10/10/thorbeckelezing-van-minister-ollongren)

De minister zegt dat ze een een grotere beleidsruimte voorstaat voor gemeente. Weliswaar binnen geheide grenzen, maar toch.

Als ik de lezing hoor krijg ik een dubbel gevoel. Mooi, er is kennelijk beweging. Maar ook, wanneer worden woorden omgezet in daden. Al is het maar een eerste stap. Dat sceptische gevoel wordt gevoed door de hoeveelheid literatuur die op dit vlak verschenen is en die vooralsnog tot geen verandering heeft geleid.

Om maar wat te noemen:

  • Tegen verkiezingen, David van Reybrouck
  • Vertrouwen op democratie, ROB
  • Loslaten in vertrouwen, ROB
  • Vertrouwen in burgers, WRR
  • Een beroep op de burger, SCP
  • Van eerste overheid naar eerst de burger, VNG
  • Smart government, Jaring Hiemstra
  • Montessori democratie, Tonkens.

In 2015 heb ik deze documenten samengevat in een notitie. Voor het gemak verwijs ik daarnaar via een stuk op mijn weblog:

https://johnvanboven.com/2015/08/25/burgerbetrokkenheid-2/

De inleiding sloot ik af met:  

“Ik pleit voor een Zwolse overleggroep, die pro-actief nadenkt over de consequenties van de nieuwe verhoudingen.”

Ik maak uit de woorden van de minister op dat ze pleit voor meer eigen beleidsruimte voor gemeenten. Dat betekent dat er daadwerkelijk ruimte komt voor zo’n overleggroep.

Omdat ik sceptische gevoelens heb omdat het tot nu toe bij woorden is gebleven waar daden nodig zijn, pleitte ik gisteren voor een experiment: ontwikkel een geheel nieuwe democratische structuur alsof we nog geen structuur hebben. Niet om de schakelaar om te zetten, maar om te bezien waar de grootste knelpunten zitten vergeleken met de democratie zoals deze nu functioneert.

Bovendien geeft dat richting aan veranderingen, kijkend naar het geformuleerde punt aan de horizon. 

Tot nu toe hangen de voorstellen als los zand aan elkaar en dat wordt niet anders als je er een nietje door slaat.

Ik herhaal mijn pleidooi voor een Zwolse overleggroep, die recht gaat doen aan de veranderde maatschappelijke constellatie. Die is tot nu toe verticaal gebleven, terwijl de samenleving zich hoe langer hoe meer horizontaal ontwikkelt.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder algemeen, Zwolse politiek

Advies van Raad aan CvdM – 2

Ik heb nog wat nadere informatie, die het er niet beter op maakt.

  • In de statuten, die ik in mijn bezit heb, lees ik dat het PBO uit 8 leden moet bestaan. Er worden ook meer stromingen beschreven, dan nu in het PBO vertegenwoordigd zijn.
  • de stroming onderwijs is vertegenwoordigd door een facilitair manager van Landstede. Lijkt me niet de juiste vertegenwoordiger voor de belangrijkste onderwijsstroming (zie punt c. Uit hoofdstuk 4, in vorige stuk genoemd)

Waar heeft rtv ZwolleFM de info over haar PBO staan? Je zou toch zeggen dat die informatie publiek mag/moet zijn.

En is de vergadering van 12 september wel doorgegaan? Wie is voorzitter en secretaris?

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zwolse politiek

Welk advies gaat Raad geven aan CvdM

Binnenkort, alhoewel, moet de Zwolse gemeenteraad het advies formuleren over de representativiteit van het PBO (Programma Beleidsbepalend Orgaan) van rtv Zwolle FM. Het VNG heeft op dit vlak een helpende brochure laten verschijnen: Beleidsinstrumenten gemeentelijke bekostiging lokalen omroepen. Daar staat interessante informatie in, die kan helpen bij het formuleren van het advies waar het Commissariaat van de Media om gevraagd heeft. Dat advies moet antwoord geven op de vraag of het PBO representatief is gelet op de Zwolse samenleving. Dit aspect is, jammergenoeg, het enige aspect waar de gemeenteraad wat over mag/kan zeggen.

In hoofdstuk 4 van genoemde brochure worden criteria opgesomd waaraan een gesubsidieerde lokale omroep moet voldoen. Onder punt c. staan de voorwaarden voor een representatief PBO.

Hier de tekst van hoofdstuk 4:

4. Criteria voor advies van gemeenteraad aan Commissariaat voor de Media bij keuze lokale omroep of streekomroep

Uitgangspunt

Uitgangspunt is dat het college c.q. de gemeente in elk geval de zorg heeft voor de bekostiging  van een omroep die een lokaal toereikend media-aanbod verzorgt/wil verzorgen zoals bedoeld in artikel 2.170a Mediawet 2008. Ook moet het gaan om een omroep die zich richt op de ‘habitat’ van de burger zoals bedoeld in het ‘Vernieuwingsconvenant gemeenten-lokale omroepen’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Organisatie van Lokale Omroepen in Nederland.  Vaak betreft dat een centrumgemeente of streek. En om een lokale omroep die zich houdt/wil houden aan de overige Mediawettelijke eisen.

Criteria Mediawet 2008 artikel 2.61 lid 2: Voor aanwijzing komen slechts in aanmerking instellingen die:

a. rechtspersoon naar Nederlands recht met volledige rechtsbevoegdheid zijn;

b. zich volgens de statuten uitsluitend of hoofdzakelijk ten doel stellen het op regionaal respectievelijk lokaal niveau uitvoeren van de publieke mediaopdracht door het verzorgen van media-aanbod dat gericht is op de bevrediging van maatschappelijke behoeften die in een provincie, een gemeente of een deel van de provincie waarop de instelling zich richt leven, en het verrichten van alle activiteiten die nodig zijn om daarmee een publieke taak te vervullen; en

c. volgens de statuten een orgaan hebben dat het beleid voor het media-aanbod bepaalt en dat representatief is voor de belangrijkste in de desbetreffende provincie of gemeente voorkomende maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke stromingen.

Aanvullende criteria van OLON/VNG bij ‘beauty contest’/keuze tussen meer omroepen: 

Daarnaast kan de gemeenteraad bij meer gegadigden ook het volgende meewegen:

d.  brede gerichtheid (met name bereik van jongeren); 

e.  samenwerking met lokale partners/organisaties; 

f.  afstemming met andere omroepen en media-initiatieven;

g. aanwezigheid van markt-, luister-/kijk- en klanttevredenheidsonderzoek.

Hoewel niet de verantwoordelijkheid van de gemeenteraad toch ook maar het gedeelte dat gaat over de “content” die verwacht mag worden van de lokale omroep:

Content

Gegeven de missie van de lokale omroep zou de content tenminste aan de volgende criteria moeten voldoen:

  gericht op de natuurlijke habitat van de burger, dus eventueel ook gemeentegrensoverstijgend

  met evenwichtige en volledig dekkende redactionele aandacht voor burgers, straten, buurten, dorpen en steden in het verzorgingsgebied

  dagelijks op alle kanalen multimediaal nieuws en informatie

  met interactie en participatie van burgers en groeperingen

.   waarbij tenminste 50% van de mediaproducties informatief, cultureel en/of educatief van aard is.

Zoals gezegd de representativiteit van het PBO is het aangrijpingspunt voor de gemeenteraad.

Het PBO heeft, volgens eigen opgave, de volgende vertegenwoordigers. Omdat het mij niet gaat om de leden zelf, maar om het gebied dat zij representeren, geef ik alleen de gebieden aan, gekoppeld aan de verschillende stromingen.

  1. Maatschappelijk: VNO-NCW Overijssel
  2. Cultuur: Frion, Schipper mag ik ook eens varen, Kamer van Koophandel
  3. Godsdienstig: kerk, KNSB, ondernemer
  4. Geestelijk: Ulu moskee Zwolle
  5. Onderwijs: Landstede
  6. Algemeen/overheid: wnd. gemeentesecretaris, lid Provinciale staten, Stadkamer, Veilig Verkeer Nederland.

De vraag, die de gemeenteraad moet beantwoorden, is: vindt u dat deze samenstelling “representatief is voor de belangrijkste in de desbetreffende provincie of gemeente voorkomende maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke stromingen.”

Nog een keer, houdt rekening met het woord “belangrijkste”.

Om maar een voorzet te geven in vragende vorm:

  • is VNO NCW de belangrijkste maatschappelijke stroming
  • is Frion of schipper mag ik ook eens varen of KvK de belangrijkste culturele stroming
  • is lid zijn van een kerk of betrokken zijn bij de KNSB of ondernemer zijn de belangrijkste godsdienstige stroming
  • Is betrokken zijn bij een moskee de belangrijkste geestelijke stroming.

Daarnaast, doet de formulering dat het PBO de belangrijkste stromingen in de gemeente moet vertegenwoordigen, ook niet veronderstellen dat de leden in Zwolle wonen?

Wat mij betreft is de gevraagde representativiteit niet vanzelfsprekend.

Het lijkt mij dat de gemeenteraad ook mag meewegen dat het PBO niet voor 24-8 is geïnstalleerd, zoals het CvdM verordonneerd heeft. De installatie was voorzien op 12-9. Dan zou ook een voorzitter gekozen worden.

Ik heb nergens gelezen, ook niet op de eigen site van de omroep, dat de installatie heeft plaatsgevonden en wie voorzitter is geworden.

Het wordt een interessant debat, dat zeker.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zwolse politiek

CvdM en de lokale omroep

Het commissariaat van de media heeft een antwoord gegeven op de vraag van de gemeenteraad om advies naar aanleiding van evaluatierapport.

Maar eerst een historische terugblik.

Op 20 maart 2015 heeft de gemeenteraad gedebatteerd over de vraag, wie wordt de lokale omroep nu de licentie van RTVZOo als “lokale publieke media-instelling” afloopt. Het debat liet zien dat de raad een voorkeur heeft voor RTVZOo boven rtv Focus. De gehanteerde argumentatie in de beslisnota is tweeledig: 

  • RTVZOo is een al langer bestaande lokale omroep, waar rtv Focus nog een organisatie in opbouw is;
  • RTVZOo heeft een groot aantal betrokken vrijwilligers, geniet meer bekendheid en draagvlak in de stad en is  op technisch vlak  beter toegerust voor een komende licentieperiode dan RTV Focus.

In de besluitvormende vergadering is het voorstel aangenomen, waarmee RTVZOo de lokale omroep blijft. Ook is een motie aangenomen waarin de raad het college de volgende zaken vraagt:

  • Een jaarlijkse terugkoppeling van de resultaten
  • Het visitatiesysteem van de OLON in te schakelen ten behoeve van kwaliteitsbewaking
  • Bij onvoldoende kwaliteit zichtbare maatregelen te nemen
  • Het signaal af te geven dat de Mediawet van 2008 aan actualisatie toe.

Dit wordt gevraagd omdat de raad van mening is, 

  • Dat de bestaande licentiehouder niet zichtbaar is geweest
  • De argumentatie om positief te adviseren voldoende is

In 2017 was er  behoefte aan een evaluatie. Dat werd eerst gevraagd aan de lokale omroep zelf. Het resultaat was onvoldoende, zodat alsnog een externe organisatie werd gevraagd de evaluatie uit te voeren.

Een citaat uit de eigen samenvatting in het rapport:

  • Het bestuur en directie heeft plannen en een visie voor de toekomst; dit is nog niet concreet vastgelegd in een beleidsplan, maar wel in een notitie.
  • Een deel van de intern betrokkenen merkt de eerste gevolgen van de koerswijziging, maar er is ook nog een aantal die daar nauwelijks iets van heeft gemerkt.
  • Er ontbreekt continuïteit in de dagelijkse leiding (met name doordat de omroep draait op louter vrijwilligers), dit belemmert een goede organisatie en planning.
  • Er is (te) weinig mankracht en ervaring, waardoor de nieuwe plannen, samenwerkingsverbanden en een stabiele programmering moeilijk van de grond komen.
  • RTV Zwolle FM is tamelijk onbekend en onzichtbaar bij mogelijke samenwerkingspartners.
  • In het addendum wordt het volgende geconstateerd: Kortom, de doelstellingen die beschreven zijn in het beleidsplan ‘Zwolle verdient een professionele omroep! RTVZOo’ zijn op het moment van het evaluatieonderzoek nagenoeg niet gerealiseerd.

Het rapport leidde tot het besluit het Commissariaat van de media advies te vragen.

Dat advies is nu binnen. Daarin is o.a. te lezen:

  • De lokale omroep voldoet niet meer aan de wettelijke eisen vanwege het niet functioneren van een PBO.
  • Per brief van 3 mei is RTVZOo gevraagd om voor 24 augustus 2018 een nieuw PBO te vormen. De gemeenteraad wordt gevraagd om voor 23 januari 2019 een advies te geven over de representativiteit van het PBO.

In de bijlage is een namenlijst opgenomen van mensen die zich op 22 juni 2018 hebben gemeld. RTVZOo meldt tevens dat een voorzitter wordt gekozen op de eerste officiële vergadering op 12 september 2018.

Een paar opmerkingen van mijn kant.

  • De raad zal moeten nagaan of de ontevredenheid die zich openbaarde in de raadsvergadering van 15 januari 2018 kan worden weggenomen.
  • Ik constateer dat de deadline van 24 augustus 2018 duidelijk niet gehaald is. Je zou toch anders verwachten na de constatering van het commissariaat dat RTVZOo niet meer voldoet aan de wettelijke eisen.
  • Naar mijn mening zijn de doelstellingen, beschreven in het beleidsplan, nog steeds niet gerealiseerd.
  • Het evaluatie rapport meldde het aantal twitter-volgers: voor RTVZOo 1602 en voor RTV Focus was dat 648. Dat leidde in 2015 tot de constatering dat RTVZOo meer draagvlak en bekendheid geniet.
    De getallen vandaag, 28 september, zijn als volgt: RTVZOo, nu rtv ZwolleFM: 289 en voor rtv Focus: 2125.
    Een dramatische wijziging, die een ander oordeel vraagt over draagvlak en bekendheid.
  • Het aantal tweets laat vandaag, 28 september 2018, een significant verschil zien: RTV Focus 10.376 tweets tegen RTVZOo 3.110.
  • Op de CV van de voorzitter van RTVZOo, openbaar document, lees ik: “Voorzitter RTVZwolleFM, regionale omroep Zwolle. Verantwoordelijk voor een succesvolle reorganisatie en herpositionering.” Gelet op de huidige situatie is dit meer een opdracht dan een constatering.
  • Er is wat mij betreft het nodige aan te merken op de representativiteit van het PBO.
  • De tweets van rtv Focus laten zien dat rtv Focus veel meer in de Zwolse samenleving is verankerd dan RTVZOo.

Ik ben erg benieuwd naar het advies dat de Raad zal moeten uitbrengen aan het Commissariaat van de media.

1 reactie

Opgeslagen onder Zwolse politiek

CU en regeren

Dit wordt een kritisch stukje over ChristenUnie en regeringsdeelname. 

Hoe lang gaat de kruik te water voordat hij barst, vraag ik me dan af. Er zijn wat mij betreft te veel dossiers die niet ChristenUnie-welgevallig zijn. En die de gedachte voedt dat we nogal onder het juk van de VVD zitten.

Mijn voorlopig besluit zeg ik maar vast: ik blijf lid van de ChristenUnie, maar beschouw me zelf nu als zwevende kiezer.

Een overzicht van zaken die aan dit besluit ten grondslag liggen.

Ik ga dan (voorlopig) voorbij aan de onrust die er momenteel is in de zorg, in het onderwijs, bij de politie. Te weinig menskracht om het werk goed uit te kunnen voeren vanwege niet beschikbaar zijn van voldoende middelen. Ook de hogere rente op studieleningen en de kans om, vanwege de leningen, geen hypotheek te krijgen, noem ik hier maar laat ik rusten.

Het gaat mij vooral om de volgende dossiers.

Het Blokdossier: een minister die als vertegenwoordiger van de regering dingen roept die ons land en de relaties die Nederland onderhoudt schaden. Na veel getouwtrek excuses over de onzorgvuldigheid van zijn woordkeus. Maar dat is wat anders dan zeggen dat zijn opvattingen niet deugen. Hier is geloofwaardigheid en integriteit in het geding.

Arbeidsgehandicapten en minimumloon: gelukkig gaat dit niet door. Maar het voorstel van de regeringspartijen lag er even goed.

Dividenddossier: deze regering wil de dividend belasting schrappen. Het staat in geen enkel verkiezingsprogramma. Experts begrijpen niets van dit voorstel. Buitenlandse ondernemingen zeggen dat het nergens op slaat. En toch volhouden omdat, zo lijkt het, de minister-president dit heeft afgesproken met Shell en Unilever. Ik vraag me werkelijk af hoe de heer Rutte de coalitiepartijen zo ver heeft gekregen om hiermee in te stemmen. De woningbouwcorporaties zijn o.a. het kind van de rekening. Dat zal zijn weerslag hebben op de huren. Tegelijkertijd wordt voorgesteld om te bezuinigen op de huurtoeslag.

Kinderpardon. Er komt geen verruiming van het kinderpardon, was het standpunt van dit kabinet. Voor de ChristenUnie een lastig dossier (meloen). Kennelijk werd er achter de schermen hard gewerkt, maar waaraan en hoe heb ik geen zicht op. We moeten soms hard zijn, was het standpunt van de minister-president. Een onbegrijpelijke benadering. Zie voor meer het artikel van prof. Graafland hieronder. Het uiteindelijke resultaat is, dat de beide kinderen mogen blijven. Maar dat had meer te maken met externe omstandigheden dan met politieke stellingname of politieke druk.

Inlichtingenwet. Het blijkt nu dat de minister een kritisch rapport van de toezichthouder heeft achter gehouden tot na het referendum over de inlichtingenwet. 

Mijn waarneming is dat zowel D66 als de ChristenUnie verwijzen naar dossiers die wel in het regeerakkoord zijn opgenomen die het accepteren van bovengenoemde dossiers moeten rechtvaardigen.

Wat betekent dit alles voor mij.

Ik weet heel goed en uit eigen ervaring dat je in de politiek compromissen moet sluiten. Maar het ene compromis is het andere niet. Er zijn dossiers die zich niet laten compenseren door bereikte resultaten bij andere dossiers. En dan vraagt dat consequenties: tot hiertoe en niet verder.

De ChristenUnie wil geloof een stem geven. Daar vind ik bij de meeste van deze dossiers weinig tot niets van terug.

EenVandaag zegt hier vandaag, 17 september, naar aanleiding van een gehouden enquête, onder andere het volgende over:

Sommige kiezers van het CDA en de ChristenUnie zeggen daarnaast dat hun partij de christelijke, sociale waarden is verloren. “ Als je als christen gaat voor eerlijker delen, kun je nooit met het afschaffen van de dividendbelasting meegaan. Denk eens in hoeveel bijstandsmoeders en ouderen we met die 2 miljard zeer goed hadden kunnen helpen.” Kiezers van D66 zijn nog steeds boos over het afschaffen van het referendum. Zeven op de tien VVD-kiezers (70%) hebben nog wel vertrouwen in het kabinet, al ligt dit ook 20% lager dan bij de start.

En professor Graafland, hoogleraar economie, onderneming en ethiek aan Tilburg University, schrijft op 23 augustus een wat mij betreft zeer behartenswaardig stuk:

Mooie woorden over het bijsturen van de neoliberale agenda, smelten weg nu de ChristenUnie deel uitmaakt van de coalitie.

De ChristenUnie stevent af op een groot debacle. Met de steun voor het afschaffen van de dividendbelasting dreigt ze al haar geloofwaardigheid te verliezen. Om diverse redenen.

Allereerst volgt de ChristenUnie, ondanks alle mooie woorden over herbezinning op het neoliberale economische model, als puntje bij paaltje komt gewoon de neoliberale agenda. De afschaffing van de dividendbelasting komt vooral ten goede aan het internationale bedrijfsleven. Het is een uitvloeisel van de grote macht die bedrijven als Shell, Unilever en in hun kielzog werkgeversorganisatie VNO-NCW uitoefenen op het economische beleid in Nederland.

Hoewel de winst van bedrijven als Shell al heel hoog is, zetten zij hun grote macht in om de overheidsinstituties aan te passen in hun voordeel. Dit draagt bij aan een verdere uitholling van de belasting die het internationale bedrijfsleven betaalt, en versterkt de toenemende ongelijkheid tussen kapitaal en arbeid.

Gert-Jan Segers heeft recent aangegeven dat de ChristenUnie juist deze neoliberale agenda ter discussie wil stellen. Maar de steun aan de afschaffing van de dividendbelasting reduceert dit tot een loos gebaar.

loopje met de waarheid

In de tweede plaats laat de ChristenUnie politiek sjoemelen met de waarheid ongestraft passeren. Dit beleidsvoorstel heeft immers een duistere voorgeschiedenis, waarin diverse bewindslieden een loopje met de waarheid namen, over het al of niet bestaan van geheime nota’s die tijdens de kabinetsformatie op tafel zijn geweest. Toegegeven, het waren vooral VVD-ministers die aan acuut geheugenverlies leken te lijden (Wiebes). Maar door premier Rutte nu de hand boven het hoofd te houden, maakt de CU zich hiervoor medeverantwoordelijk.

Het ontbreekt de ChristenUnie aan politieke moed om het kabinet de voet dwars te zetten. Nu de maatregel veel duurder uitpakt, is er een goede reden om het regeerakkoord op dit punt ter discussie te stellen.

De ChristenUnie neemt deze kans niet waar. Daarmee maakt ze zich dienstbaar aan een politiek bedrijf waarin halve waarheden en hele leugens de regie hebben.

werkgelegenheid

Een derde reden waarom de ChristenUnie mijn vertrouwen verliest, is dat zelfs CU-bewindslieden nu het verhaal dat afschaffing van de dividendbelasting van groot belang is voor de werkgelegenheid in Nederland, gaan verdedigen. Zij hebben blijkbaar geen boodschap aan wetenschappelijk onderzoek. Er is namelijk geen onderzoek dat hier op een wetenschappelijk verantwoorde manier steun aan geeft.

Ambtenaren van Financiën hebben diverse redenen aangedragen waarom een dergelijk effect sterk betwijfeld kan worden. Bas Jacobs, hoogleraar aan de Erasmus Universiteit en een van de beste deskundigen op het gebied van overheidsfinanciën, concludeert dat afschaffing van de dividendbelasting niet economisch te onderbouwen is.

Het kabinet baseert zich alleen op het rapport ‘Wederzijds profijt’, afkomstig van de Rotterdam School of Management. Maar juist dit rapport ademt dezelfde geur van gedraai met de waarheid. Onderzoeksjournalisten hebben achterhaald dat dit rapport, zonder het te vermelden, gefinancierd is door Shell en andere grote bedrijven. Als je verder het rapport zorgvuldig leest, blijkt dat het niet gaat over de dividendbelasting, maar over de economische functie van hoofdkantoren van internationale bedrijven. Of er een verband is tussen beide, wordt niet onderzocht.

wenselijke antwoorden

Het belang van hoofdkantoren wordt geïllustreerd aan de hand van een peiling onder leden van VNO-NCW, onder wie de financiers van het onderzoek, met een grote kans op (voor VNO-NCW) wenselijke antwoorden.

Natuurlijk zijn grote internationale bedrijven van groot belang voor de Nederlands economie en werkgelegenheid. Maar dat de vestiging van hoofdkantoren daarbij cruciaal is, toont dit rapport niet aan. Bewindslieden van de ChristenUnie die de maatregel verdedigen in het belang van de werkgelegenheid, laten zich kennelijk meeslepen door de visie van degenen die daar veel belang bij hebben. Dat geeft weinig vertrouwen in de kritische onafhankelijkheid van deze bewindslieden, die de CU voorheen kenmerkte en die noodzakelijk is om het land verstandig en rechtvaardig te besturen.

Mijn advies aan de ChristenUnie is daarom: bezint eer gij u in een situatie van een onherstelbare vertrouwenscrisis bevindt. Toon politieke moed en respect voor de waarheid en laat u niet op sleeptouw nemen door de neoliberale agenda van het internationale bedrijfsleven en zijn politieke medestanders.

1 reactie

Opgeslagen onder algemeen

Dividendbelasting en Eerste Kamer

Ik heb nog eens geluisterd naar de toespraak van Segers op het partijcongres in november 2017, (https://m.youtube.com/watch?feature=youtu.be&v=LMzNjPSrrQ0) waarin hij o.a. verantwoordt wat bereikt is en wat ‘geslikt’ moest worden.

Zo gaat het in een coalitie: geven en nemen. Ik weet er alles van. Maar wel steeds je afvragen of:

  • de plus dank zij de fractie is opgenomen in het regeerakkoord
  • De minnen voldoende gecompenseerd worden door de plussen.

In de toespraak werd een min duidelijk benoemd: het kinderpardon. Het gesprek met betrokkenen werd in de toespraak het meest intense gesprek genoemd.

Ik miste een verantwoording over het afschaffen van de dividendbelasting. Dat punt krijgt steeds meer klem nu deskundigen en betrokkenen melden dat het geen effect heeft op beslissingen om je al dan niet vestigen in Nederland. En omdat nu ook duidelijk is dat woningbouwcorporaties één van de kinderen van de rekening zijn. Met andere woorden, de huurders van bijvoorbeeld sociale huurwoningen. De corporaties zullen het ergens vandaan moeten halen, immers.

Ik zelf heb grote twijfels of de inbreng van de ChristenUnie opweegt tegen o.a. deze genoemde punten. Ik heb daar grote moeite mee.

Ik hoop dan ook vurig dat de Eerste Kamer tegen de afschaffing van de dividendbelasting is. Dat zal wel moeilijk worden omdat het onderdeel vormt van alle belasting maatregelen.

Het moet maar, denk ik dan. Politieke winst wordt verlies wanneer voorbij gegaan wordt aan inhoudelijke aspecten en concrete consequenties.

Niemand heeft mij tot nu toe duidelijk kunnen maken wat de concrete (!) opbrengsten zijn van het schrappen.

En ja, ik heb minstens tot tien geteld.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder algemeen