Maandelijks archief: februari 2011

Terreur van de colporteur

Mijn grootste ergernis in de stad is, dat ik om de zoveel meter ongevraagd wordt aangesproken door iemand, die wat aan te bieden heeft of wat van mij wil weten.
Ik vraag me af of dat niet anders kan.

foto bij artikel weblog Zwolle van 27 april 2006

We maken ons – zeer terecht trouwens – druk over de kwaliteit van de binnenstad. We denken na over de bereikbaarheid. We maken ons zorgen over het fiets parkeren. We zijn druk bezig met het vraagstuk waar-laat-ik-mijn-auto. Honden mogen in de binnenstad niet.

En dit allemaal om het winkelen zo aantrekkelijk mogelijk te maken en te houden.
En dan komen we al die lieden tegen, die wat van ons willen hebben. Ik vergeleek dat deze week met een boek dat ik heb gekocht. Ik verheug me op het lezen. En als ik ga lezen kom ik steeds niet verwachte advertenties tegen.
Met andere woorden, ik kies er niet voor en toch krijg ik er mee te maken.

Het instrument om er wat aan te doen, is de APV. In de APV (algemene plaatselijke verordening) worden zaken geregeld die moeten helpen het samenleven in Zwolle aantrekkelijk te houden (te maken).

Ik heb niet de indruk, dat het onder een bestaand artikel is te ‘vangen’. Of het zouden de artikelen 2.4.6 (hinderlijk gedrag op of aan de weg) en 2.4.8 (hinderlijk gedrag bij of in gebouwen) moeten zijn. Ik vind ze niet specifiek genoeg.

Zou artikel 426bis van het wetboek van Strafrecht soelaas bieden?
Citaat: “ Hij die wederrechtelijk op de openbare weg een ander in zijn vrijheid van bewegen belemmert of met een of meer anderen zich aan een ander tegen diens uitdrukkelijk verklaarde wil blijft opdringen of hem op hinderlijke wijze blijft volgen, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie”.
Ik denk dat dit artikel ook onvoldoende uitkomst biedt. Blijkbaar mag je je wel opdringen, maar mag je dat niet blijven doen.

In Groningen hebben ze een artikel in de APV opgenomen.Het gaat om het volgende artikel:

Artikel 2.1.3.1 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken /afbeeldingen of het uitdelen van goederen om niet.

1  Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen of voor handelsdoeleinden goederen om niet onder het publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden, aan te bevelen of bekend te maken op of aan een beperkt aantal door het college aangewezen wegen of gedeelten daarvan.
2 Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren.
3 Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen.
4 Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

Wat in Groningen kan, moet in Zwolle toch ook mogelijk zijn, zou je denken.

John van Boven

Advertenties

17 reacties

Opgeslagen onder Zwolse politiek

Bibliotheekbezoek

Dinsdag 15 februari waren we als raad op bezoek bij de bibliotheek. Om kennis te maken met de nieuwe directeur Astrid Vrolijk-de Mooij, maar ook om te horen welke plannen de bibliotheek heeft.
Astrid heeft twee plannen toegelicht: Mediawijsheid en Biebsearch.
Beide projecten laten zien, dat de bieb met haar tijd mee wil en liever nog een gids wil zijn op weg naar nieuwe mogelijkheden.

winkelconcept bieb

Bij de toelichting over mediawijsheid had Astrid een in mijn ogen mooie quote: je moet onderscheid maken tussen mediavaardigheid en mediawijsheid. Jongeren zijn doorgaans wel vaardig maar minder wijs, als het om de media gaat. En op dat vlak denkt de bieb veel te kunnen betekenen. De definitie die de bieb hanteert: Mediawijsheid is het vinden, begrijpen en maken van media in een door media gedomineerde samenleving.
Het personeel is geschoold en er wordt een structurele doorgaande leerlijn opgezet en ontwikkeld voor het educatieve en culturele programma. Dan gaat het om voortgezet onderwijs, brede scholen. In alle vestigingen de week van de mediawijsheid.

Biebsearch is van een andere orde. Met de bijbehorende pas kan men in heel Overijssel lenen en reserveren. De leerlingen/studenten hebben via de eigen onderwijsinstelling toegang tot de boeken van de bieb. Maar ook tot de eigen digitale bronnen van de bieb.

De bibliotheek is druk bezig met nieuwe ontwikkelingen. We werden geïnformeerd over de uitbreiding van biebsearch naar de provincie; over het uniforme provinciaal tarief dat er gaat komen; over de verdere invoering van de winkelformule. Ook over de pilot om boeken thuis te brengen bij mensen die om welke reden dan ook niet in staat zijn zelf naar de bieb te komen. Op dit punt is samenwerking met WIJZ en is er financiering door de Rabobank.

De bieb staat midden in de samenleving en heeft oog voor de veranderingen op digitaal vlak. Dat vertaalt zich onder andere in een toegenomen aan tal uitleningen: in 4 jaar 50% gestegen tot 1.500.000. En dat is tegen de landelijke trend in.

De bibliotheek gaat de toekomst in met aandacht voor de eigen positionering: ze is er voor het versterken van individuen en groepen mensen en de bieb zelf (het gebouw) wordt het huis van de samenleving.

Ik ben benieuwd.
Ik bedank de mensen van de bieb voor de ontvangst en voor de informatie.

John van Boven

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zwolse politiek

Structuur en cultuur

Maandag 14 februari hebben we in de raad vragen kunnen stellen over het rapport over de situatie bij de eenheid Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SoZaWe). De schrijver van het rapport, de accountant, de directie en drie wethouders namen de beantwoording voor hun rekening.
In dit stukje probeer ik te komen tot wat ik zie als de essentie van het probleem. Niet om af te rekenen, maar wel om er achter te komen waar we op moeten letten als we naar de toekomst kijken.

In de beantwoording ging het vooral over de balans tussen vertrouwen en controle. Een paar 0pmerkingen daarover.
De besturingsfilosofie Integraal Management legt een grote verantwoordelijkheid bij de eenheid. Het hogere echelon heeft als grondhouding vertrouwen in de kwaliteiten van het managementteam.
De rapportage laat zien dat de administratie niet op orde is en dat de rapporten dus niet een goed beeld geven van de werkelijke situatie. Daarmee raak je als eenheid out of control, zonder dat je dat in de gaten hebt.
Met andere woorden, uitgaan van vertrouwen kent randvoorwaarden. Een belangrijke randvoorwaarde is, dat de informatie op grond waarvan een managementteam beslissingen neemt, betrouwbare informatie is. Een andere voorwaarde is, dat recht wordt gedaan aan de documenten die samen de beleidscyclus bepalen. Ik denk dan vooral aan de documenten die historie vastleggen: de jaarrekening en de berap. Die documenten zijn bepalend voor de begroting en voor de perspectief nota.

We moeten oppassen voor het tegenover elkaar zetten van vertrouwen en controle. Het controleren van medewerkers heeft niets te maken met het al dan niet hebben van vertrouwen. Ik kan me goed vinden in de woorden van de wethouder: vertrouwen is de basis en controle is noodzakelijk.
Bij integraal management treedt de directie op als controller, zo lezen we in het rapport. De grondhouding moet dan toch zijn, dat nagegaan wordt of een eenheid werkt zoals is afgesproken binnen de grenzen van beleid en van budget. Dat zal het prettigst gaan, als dat gebeurt op basis van wederzijds vertrouwen.
Kwaliteitsbeleid kent als instrument de cirkel van Deming: je neemt je iets voor; je voert het uit: je controleert of het gebeurt is; op basis van die controle neem je al dan niet actie.
In jargon: Plan – Do – Check – Act. De PDCA cirkel.
Belangrijk is dat die cirkel voortdurend wordt gevolgd. Ofwel: controle is een belangrijk onderdeel van het werken aan kwaliteit en aan het in control zijn.

Terug naar de verhouding, zo je wilt de balans, tussen structuur en cultuur.
Beide aspecten zijn belangrijk voor een goed functioneren van een afdeling of eenheid. Je moet hard werken aan de structuur door bijvoorbeeld de administratie goed op orde te brengen en door verantwoordelijkheden goed vast te leggen; door de documenten uit de beleidscyclus serieus te nemen. Maar, als controle op de gang van zaken met achterdocht bekeken en men onder de controle probeert uit te komen, dan gaan ook de structurele maatregelen niet werken.
De grondhouding moet zijn dat controle op doen en laten ervaren wordt als een kans om het nog beter te doen. En natuurlijk om te horen, dat je heel veel dingen al goed doet.

Punten die de komende tijd in ieder geval aandacht verdienen:

  1. het verbeteren van de cultuur en de structuur moet hand in hand gaan
  2. controle is een instrument dat gelegenheid geeft je werk nog beter te doen
  3. controle moet onderdeel zijn van een cyclisch proces
  4. expliciteer de budgettaire consequenties van aangenomen beleid

 

John van Boven

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zwolse politiek

Onderwijsdebat

Vanmiddag ben ik aanwezig geweest bij een onderwijsdebat bij Landstede, in het nieuwe sporttheater. Het was georganiseerd door D66. O.a. Alexander Pechtold was er, Aart Karssen, de lijsttrekker Provinciale Staten en Hans de Vries, fractievoorzitter van D66 in de Zwolse raad.

Het was een soort Lagerhuisdebat, maar wel in een andere opstelling. Er waren vier blokken: de politiek, het onderwijsveld, leerlingen/studenten en het werkveld. De tijd was te kort voor diepgravende debatten. Daardoor bleef het oppervlakkig en kreeg ik een wat hapsnap gevoel. Maar het was wel een leuke belevenis.

De eerste (en naar later bleek, de enige) stelling luidde “Het onderwijs komt er bekaaid vanaf”.
Ik vond dat een nogal zwart-wit benadering.

foto Harry Plantinga

Er moet ook aandacht zijn voor de cultuur in het onderwijsveld, dat er goed gekeken wordt naar mogelijkheden, die er zijn. Wat meer out of the box denken. Of, zo je wilt, meer van buiten naar binnen denken. Niet om te rechtvaardigen, dat er minder geld beschikbaar is. Integendeel. Wel om van het onderwijsveld te vragen de bedreigingen om te zetten in kansen.
Al is dat best lastig, dat besef ik ook wel. Veel tijd is nodig om het hoofd boven water te houden. Het management is vooral bezig met antwoorden te formuleren op de vraag hoe te bezuinigen en hoe kan ik mijn personeelsbestand op een nette manier inkrimpen. Dan kom je niet toe aan kwaliteitsverbetering. Al is dat wel de suggestie van de minister van Onderwijs (CDA).

Een tweede punt werd vanuit het onderwijsveld ingebracht (Jan Kroon): de rol van de inspectie. Is meer gericht op het nakomen van afgesproken normen, dan op de kwaliteit van het onderwijs. Ik schreef er al eerder over.
In dit verband wijs ik nog maar eens op het WRR-rapport “Bewijzen van goede dienstverlening”. Een pleidooi voor het ombuigen van verticaal toezicht (inspectie) naar horizontaal toezicht (scholen leggen zelf verantwoording af aan hun maatschappelijke partners). Dat vergroot het kwaliteitsbesef van de scholen zelf. Ze ontwikkelen dan kwaliteitsbeleid omdat ze zelf de waarde inzien van kwaliteit in plaats van dat ze het doen omdat de inspectie komt controleren.

Hier valt – algemeen gesproken – nog een wereld te winnen. Het heeft minder met budget te maken en alles met de eigen verantwoordelijkheid.

Een nuttige bijeenkomst.

John van Boven

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zwolse politiek

Mondelinge vragen

In de raadsvergadering van maandag 7 februari werd weer een groot aantal mondelinge vragen gesteld. Dat deed mij me afvragen of elke onderwerp zich eigenlijk wel leent voor mondelinge vragen en of we daar afspraken over hebben gemaakt. De procedure is dat mondelinge vragen worden beantwoord door de wethouder. De vragensteller mag nog 1 aanvullende vraag stellen en ook de andere fracties kunnen een vraag stellen.
Met andere woorden, het is niet het beste instrument voor politiek gevoelige onderwerpen. Je kunt immers niet in debat, noch met de wethouder, noch met de vragensteller.

De aanleiding lag in de mondelinge vragen over het vertrek van de directeur van de Wezo. Natuurlijk heb je daar als raadslid een mening over. En die mening zal niet door andere raadsleden gedeeld worden. Tot zover is het allemaal heel gewoon.
Maar dan kom ik bij de vragen die gesteld zijn door de SP. De vragen zitten boordevol niet onderbouwde vooronderstellingen en insinuaties. En daarop kun je als raadslid binnen de setting van mondelinge vragen niet ingaan. Nog afgezien van de vraag of het allemaal past binnen de verantwoordelijkheid, die je hebt als raadslid.
De vragen hadden vooral betrekking op de bedrijfsvoering en op de procedure, die geleid heeft tot het vertrek. Als raadslid kun je een oordeel hebben over de bedrijfsvoering, maar dan vooral vanuit de vraag of het bijdraagt aan de bedoeling van de organisatie. In dit geval is dat de zorg voor de mensen die door de Wezo een arbeidsplaats hebben. Maar daarover ging het gisteren niet.
Wel over de code Tabaksblatt. Een code die niet van toepassing is omdat de Wezo geen beursgenoteerd bedrijf is.
Wat te denken van de vraag dat de voorzitter van de RvC aan de directeur gevraagd zou hebben om verhoging van zijn bezoldiging. De SP kan deze informatie maar van 1 persoon gekregen hebben en dat zal niet de voorzitter zijn.
De wethouder legt uit dat dit niet de persoon is aan wie een voorzitter van de RvC een verhoging van bezoldiging zal vragen als er sprake zou kunnen zijn van een verhoging.
Dat weerhoudt Tjitske Siderius er niet van om 20.08 te twitteren dat de raad van commissarissen van de Wezo hoger salaris wil. Om 22.14 corrigeert ze zichzelf met de tweet: ”Krijg net bericht dat alleen de voorzitter van de Raad van Commissarissen salarisverhoging wil”.
De SP heeft het altijd over transparantie. Ik heb, vanwege die transparantie, gevraagd wie de informant(e) is. Tot op heden heb ik daarop geen antwoord gekregen. Dan trek ik mijn eigen conclusie.

De gang van zaken laat de politieke gevoeligheid zien van dit dossier. Mijn conclusie is, dat je dit niet aan de orde stelt met mondelinge vragen.
Bovendien laat de gang van zaken gisteren zien, dat we als raad niet alle vragen hoeven te accepteren. Anders gezegd, ik vind dat wethouders, vanuit een eigen verantwoordelijkheid, het recht hebben om bepaalde vragen niet te beantwoorden.

John van Boven

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zwolse politiek

Brandweer

Gisteren (vrijdag 4 februari) ben ik op werkbezoek geweest bij de brandweerkazerne in Zwolle-Zuid. We werden bijgepraat over het werk van de brandweer, de relatie met de regio en de laatste ontwikkelingen.
In dat kader kwam ook de visie op de eigen verantwoordelijkheid van de burger ter sprake. Niet dat de brandweer verantwoordelijkheid wil overdragen. Wel wil de brandweer dat er een toenemend besef komt bij burgers over veiligheidsaspecten en wat de burger zelf kan doen om gevaarlijke situaties te voorkomen.
Naast dit theoretische deel, was er ook een praktisch deel.
We hebben gezien op welke manier je een vlam in de pan kunt doven. Dat kan door een deksel op de pan te doen (vraagt ook vaardigheid) of door een blusdeken te gebruiken. De vraag daarbij was wel weer hoe je dan zo’n deken moet vasthouden.
Spectaculairder was wanneer je denkt dat blussen met water helpt. Dat is werkelijk dramatisch.
Vet in de pan drijft op water. Als je water op vet gooit, dan gaat het water onder het vet zitten. Water wordt stoom door de hitte. Bedenk dat 1 liter water omgezet wordt in 1700 liter stoom. Als je je dat realiseert, dan kun je ongeveer nagaan, wat het effect is.

Een ander voorbeeld is het ontploffingsgevaar van een gastankje.
Dat wordt in de brand gezet en na nog geen minuut is het echt een bom geworden. Het tankje zat in een kooi, om te voorkomen dat het wegschiet en als projectiel slachtoffers maakt. Er lijkt niet aan de hand, maar het effect is afschrikwekkend.

Een nuttig en vooral leerzaam bezoek.
Een wat uitgebreider filmpje:

John van Boven

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zwolse politiek

Machinemuseum Zwolle

Vanmorgen (dinsdag 1 februari) ben ik op werkbezoek geweest bij het Machinemuseum in Zwolle. Tegenwoordig gehuisvest in een grote hal aan de Boerendanserdijk. Met veel enthousiasme en inzet hebben veel vrijwilligers de hal omgetoverd tot een plek waar de machinehistorie van Nederland zichtbaar wordt gemaakt.
Ik ga het in dit stukje niet hebben over de manier waarop we als gemeente tot nu toe zijn omgegaan met de belangen van dit cultureel erfgoed en nu eigendom van de gemeente Zwolle.
Ik wil het wel hebben over wat mij getroffen heeft tijdens het bezoek. Mijn gesprekspartners waren Tiem van Dalfsen en Jaep van Dijk. Twee mannen die overlopen van enthousiasme en bij elke machine een prachtig verhaal kunnen houden.
En daar zit ook de bron van wat mij getroffen heeft.
Je kunt de machines benaderen als technisch vernuft en als stukje uit een historische keten van de machineontwikkeling.
Maar. Je kunt elke machine ook zien als het plaatje bij een stuk uit de vaderlandse geschiedenis of als het product van vernuft en van goed management.

Ik geef – kort – drie voorbeelden. Voor de volledige verhalen moet je bij het museum zijn.

Voor de Tweede Wereldoorlog was men al zo slim om na te denken over een kunstbunker. Waar de kostbare kunst beschermd kon worden tegen eventueel oorlogsgeweld. Die bunker is gebouw in Paasloo. Voor de nodige voorzieningen werd een machine ontworpen die niet te veel geluid produceerde en die zo min mogelijk “uitlaatstoffen”  afgaf. Die machine is er gekomen. Die machine staat nu in het Machinemuseum in Zwolle.

In Veenendaal stond een textielfabriek die bijvoorbeeld de stoffen weefde, waarvan pakken werden gemaakt die toentertijd gedragen werden door mijnwerkers. Maar ook de Staphorter stoffen. Toen Den Uyl en zijn kabinet besloten de mijnen te sluiten, viel een groot deel van het afzetgebied van de fabriek weg. Gevolg sluiting. Een van de machines van toen staat nu bij het Machinemuseum. Zie de foto.

In de Tweede Wereldoorlog hebben de Duitsers alle motoren uit de Nederlandse treinen gehaald, omdat het dezelfde motoren waren die in hun tanks zaten. Met als gevolg dat we na de oorlog wel treinen hadden, maar dan wel zonder motoren. Het toenmalige kabinet was zo slim om een aantal slimme mensen de opdracht te geven om een nieuwe motor te ontwikkelen. Dat gebeurde aan de Technische Universiteit Delft. Het originele prototype en een “echte” V-motor staan nu in het Machinemuseum.

Dit brengt mij tot een aantal overwegingen (is wat anders dan stellingname)

  1. Het museum heeft een bredere waarde dan alleen die van een verzameling machines en motoren. Het is vaderlandse geschiedenis, met een sterke sociaal economische kant. Het museum zou er goed aan doen om die bredere betekenis van het museum te vermarkten.
  2. Daarnaast heeft het museum een educatieve betekenis. In opleidingen nu is het belangrijk om studenten te laten zien, wat de “voorouders” waren van de machines en motoren van nu.
  3. Ik zie ook een, om het maar zo te noemen, pedagogische kant aan het museum. Techniek is leuk en dat kun je duidelijk maken met behulp van deze historische machines.

Deze aspecten, zou je toch zeggen,  moeten terug kunnen komen in het netwerk dat er rond zo’n museum moet (kunnen) ontstaan. Dan is het mogelijk dat en gemeente, en opleidingsinstituten als Landstede, Deltion en Windesheim, en bedrijven in het algemeen gezamenlijk hun schouders zetten onder deze unieke verzameling.

John van Boven

 

4 reacties

Opgeslagen onder Zwolse politiek