Maandelijks archief: april 2011

Flyeren

Vandaag heb ik het antwoord van het college op onze vragen over flyeren in de binnenstad binnen gekregen.Het belangrijkste antwoord, op vraag 1, heb ik hieronder weergegeven.
De vraag luidde:  Bent u van mening dat het colporteren/flyeren in de binnenstad beter gereguleerd kan worden.

Het college antwoordt op deze vraag als volgt:

Zwolle is een mooie stad, een stad met mogelijkheden, waar iedereen mee moet kunnen doen en waar we ruimte voor initiatieven willen bieden. In zowel het Collegeakkoord als de Perspectiefnota 2011 – 2014 geven we als gemeente aan dat we niet willen dat regels en bureaucratie hieraan in de weg staan.

Het college is zich er van bewust dat er momenten zijn, vooral in de Diezerstraat, dat de bezoeker om de haverklap wordt aangesproken om lid te worden van een goed doel, een abonnement op de krant te nemen of een nieuw product uit te proberen. De prullenbakken puilen op drukke momenten uit en de weg is dan bezaaid met papiertjes en demoproducten. Met name door de optelsom van activiteiten wordt overlast ervaren en irritatie opgewekt.

Je kunt gewoon nee zeggen als je aangesproken wordt, je hoeft niks aan te pakken, je kunt gewoon doorlopen. Waarom moeten wij als overheid regelen dat burgers geen “nee dank je, geen interesse” hoeven te zeggen? Moet de overheid ondernemers de vrijheid ontnemen om hun producten aan te prijzen wanneer zij deze gratis willen uitdelen of middels flyers aan het publiek kenbaar willen maken?

Deregulering draait er in de kern om dat je alleen passende regels hebt. Dat je zaken regelt waar dat nodig is vanuit je publieke taak, dat je dat doet op een manier die past bij Zwolle, dat die regels efficiënt zijn en dat je daar over na blijft denken. En regelen is niet hetzelfde als inperken, afpalen en risico’s uitsluiten. Regelen is ook het creëren van een kader, het stellen van randvoorwaarden en het mogelijk maken van dingen.

In dat licht gezien kiest het college er dan ook niet voor om vrijheid bij de individu in te perken en de mogelijkheid om colporteren en te flyeren anders te reguleren. 

Als ik het antwoord op me in laat werken, dan kan ik me bij de redenering wel wat voorstellen. Toch heb ik nog wel wat punten die een overweging verdienen:
–       de vrijheid van het individu geldt ook voor het winkelend individu; hoe zit het met het evenwicht
–       de vraag was niet om het anders te reguleren, de vraag was of het niet beter gereguleerd kan worden
–       dat brengt me bij mijn belangrijkste overweging. Als de redenering van het college in de volle breedte geldt, waarom is er dan nog wel een vergunning nodig? Blijkbaar is de vrijheid van het individu niet zo groot, dat er toch nog een vergunning nodig is (inclusief de plek op de Diezerpromenade waar je mag gaan staan)
–       Ik heb geen enkel bezwaar om een keer “nee” te zeggen. Dat wordt anders, wanneer je op zaterdag om de haverklap aangesproken wordt. Ik zou me voor kunnen stellen dat het aantal vergunningen per dag(deel) beperkt wordt. Je behoudt zowel de vrijheid van het colporterende individu als van het winkelende individu.

Er is in ieder geval duidelijkheid, het winkelend publiek weet waaraan het nu toe is.

John van Boven

Advertenties

2 reacties

Opgeslagen onder ChristenUnie Zwolle, Zwolse politiek

Vertrouwen op democratie

Dit is de titel van een rapport van de Raad voor het openbaar bestuur (de ROB), verschenen in februari 2010. Iemand heeft mij, als reactie op mijn stuk over society 3.0 gewezen op dit rapport.Nadenken over de betekenis van de principes van society 3.0 voor de democratie kan niet zonder ook dit rapport gelezen te hebben.Hieronder mijn (dus niet: de) samenvatting van het rapport.
Het is te downloaden van de site www.rob-rfv.nl.

John van Boven

Samenvatting
Het rapport begint met het duidelijk maken dat we in de relatie tussen burgers en politiek niet zonder vertrouwen kunnen.
–       het is nodig voor gemeenschapszin en sociale cohesie (11)
–       het is moeilijk te realiseren (12)
–       we moeten onderscheid maken tussen democratie (veel vertrouwen) en overheid (minder vertrouwen) (14)
–       overigens is onvrede van alle tijden (15)

Het gaat ook over legitimiteit. Op pagina 18 zegt het rapport: “de mensen die voor ons besluiten nemen, moeten zich gelegitimeerd weten”.
Aspecten die hierbij een rol spelen:
–       wat is het speelveld (de infrastructuur) en wie zijn de gebruikers er van (16)
–       denk aan de verschillende burgerschapsstijlen: buitenstaanders, plichtsgetrouwen, pragmatici en verantwoordelijken (17)
–       er is een correlatie tussen consumentenvertrouwen en vertrouwen in politiek en bestuur (18).
(Toe ik dit las vroeg ik me af of er ook een relatie bestaat tussen vertrouwen en de mate van je vertegenwoordigd voelen).

Dit alles genoemd hebbend formuleert het rapport als leidende vraag:
Hoe kan de legitimiteit van ons democratisch bestel worden vergroot (18).

In het volgende hoofdstuk heeft het rapport het over “de andere kloof”. Het rapport legt dat uit aan de hand van de ontwikkeling van de samenleving.
–       individualisering – egalisering: verworven vrijheid combineren met behoefte aan houvast en politici worden eerst wantrouwd, totdat ze dat door optreden hebben weten om te buigen (23)
–       ontideologisering – technocratisering: de verzuilde samenleving gaf oriëntatiepunt; wat kan ik betekenen werd: wat kunnen anderen voor mij betekenen (25); democratie wordt technocratie. Standpunten bepaald door onderzoeksresultaten (26)
–       economisering – mediasering: van loyale volgzaamheid naar manifest institutioneel wantrouwen (28);
–       mondialisering – lokalisering: de wereld is kleiner geworden (33); de toename van vreemde invloeden doet behoefte groeien het eigene te definiëren en te beschermen (33).

Conclusie: sterk veranderde samenleving tegenover nauwelijks gewijzigd politiek stelsel (34).
–       meer invloed burgers vraag vertrouwen in mensen en democratie (36)
–       de kiezer kiest personen op vertrouwen, op een vermoeden hoe de politicus, geconfronteerd met het ombekende, zal handelen
–       het gaat om het verbinden van verticaal bestuur met de horizontale samenleving.

Het rapport zoekt de oplossing in wat het rapport de publieksdemocratie noemt.
Dat is verbonden verticaal bestuur (42).
–       beleidsproces en eindproduct zijn evenwaardig (van primaat naar ultimaat (48))
–       de problemen in de ware proporties laten
–       kennis van anderen inschakelen.

Wat vraagt dat (43):
–       politiek van waarden beginselen; uitgangspunten in plaats van doelstellingen
–       meer invloed van burgers op beleid en besluitvorming: iets doen met visie gegeven door anderen. Barrières kunnen zijn: procedures, politieke traditie, aard van de hervorming, zittende elite
–       meer invloed op keuze van politieke bestuurders; vertrouwen uitspreken. Denk aan: gekozen burgemeester (51), lijsttrekkers/kandidatenlijsten (52), stemmen voor volksvertegenwoordigers (52)

CONCLUSIE:
–       Publieksdemocratie heeft gevolgen voor rollen en taken van de overheid.
–       Complexiteit staat centraal
–       Minder bestuurlijke drukte

Het rapport sluit af met een citaat uit het boek van Saramago, Stad der zienden. Uitgesproken door de burgemeester, als repliek op een opmerking van de minister van Binnenlandse Zaken:
“ Dit gemeentebestuur is van de stad en de stad niet van het gemeentebestuur”.
Zie hier de essentie van democratie, aldus het rapport.

3 reacties

Opgeslagen onder algemeen

Bagijneweide en de Aquamarijn

Er is onhelderheid ontstaan over de toekomst van de basisschool Aquamarijn. De school had van de gemeente de toezegging dat ze hun strategische plannen om naast de school ook te gaan doen aan BuitenSchoolse Opvang en kinderopvang konden realiseren in de bestaande school ’t Turfschip. Er was geld beschikbaar voor verbouw en uitbouw, waardoor het ter plekke gerealiseerd kon worden.
Totdat in een erg laat stadium bleek dat deze plannen conflicteerden met de plannen van de Bagijneweide. Op die plek, zo was opgenomen in een plan dat door de Raad was vastgesteld, zijn woningen gesitueerd die over een jaar of 10 (i fase 4 van het plan) gebouwd zullen worden. Met andere woorden de resterende tijd loonde de voorgenomen investering in ’t Turfschip niet.
Het college heeft gekozen voor de plannen van de Bagijneweide en gaat, onder de opmerking dat er nog geen geld is, op zoek naar een oplossing.
Die situatie heeft de ChristenUnie doen besluiten een open brief naar het college te sturen.
Belangrijkste gedachte: de gevolgen van een fout van de gemeente moet de gemeente dragen en niet worden afgewenteld op de school. We vragen het college om zich maximaal in te spannen, ook wanneer er meerdere kosten  mee gemoeid zijn.

Onderstaande brief hebben we gisteren, maandag 18 april, naar het college gestuurd.
We zijn benieuwd naar de reactie van het college.

John van Boven

Geacht College,

 De fractie van de ChristenUnie wil in deze open brief haar zorg uitspreken over de gang van zaken rond de Gereformeerde basisschool Aquamarijn.
De school heeft gezocht naar een geschikte locatie voor een brede school met buitensschoolse opvang en kinderopvang. Men is terecht gekomen bij de locatie van ’t Turfschip in de Bagijneweide. De school kon via een verbouw en aanpassing van het schoolgebouw geschikt gemaakt worden, aldus de gemeente.
In januari 2011 kreeg de school nog te horen dat het allemaal in orde zou komen.
Pas daarna bleek dat deze plannen conflicteerden met de gefaseerde plannen van de Bagijneweide. In fase 4 is ter plekke woningbouw gepland. Over 10 jaar denkt men toe te zijn aan deze fase. Deze termijn rechtvaardigt niet de investering die nodig is voor de noodzakelijke verbouw en aanbouw.

U als college hebt gekozen voor het doorgaan met de ontwikkelingen van de Bagijneweide, waardoor de toezegging aan de Aqaumarijn moest worden ingetrokken.
U erkent daarbij uw fout en u trekt het boetekleed aan.

U hoort ons niet over uw keus voor de Bagijneweide. Die keus kunnen wij volgen en daar staan wij achter.
De reden voor deze brief is gelegen in onze constatering dat u wel het boetekleed aantrekt, maar dat u daaraan geen consequenties verbindt. De gevolgen van de door u gemaakte fout legt u daarmee neer bij de school. U stelt dat er geen geld is om op een andere manier invulling te geven aan de voornemens van de school. U gaat op zoek naar een geschikte plek, maar tegelijkertijd stelt u dat er nu geen geld is.
U stelt in de informatienota onder het kopje Consequenties, dat de Aquamarijn haar gewenste brede school niet kan realiseren. Dat is wat onze fractie betreft te mager geformuleerd.
Onze fractie had als formulering in deze paragraaf verwacht, dat het college alles in het werk zal stellen om de realisering alsnog op een andere wijze mogelijk te maken.
Onze fractie roept u op om inhoud te geven aan het aantrekken van het boetekleed. Een boetekleed zonder aanvaarden van de gevolgen is geen boetekleed.
Wij willen als fractie door u geïnformeerd worden over uw voornemens om te komen tot een voor de school aanvaardbare oplossing. Een oplossing, waarbij de school invulling kan geven aan haar – strategische – voornemen om naast het geven van onderwijs ook invulling te geven aan de plannen op het gebied van BSO en kinderopvang.

1 reactie

Opgeslagen onder Zwolse politiek

Society 3.0

Dit is de titel van een boek van Ronald van den Hoff.
Ik ben nogal onder de indruk van het boek, omdat het poneert dat we onvoldoende gebruik maken van de kracht van de massa. De organisatiesystemen die we kennen, gebruiken de potentie van medewerkers die hoort bij de functie. Is zeg het wat huiselijk.Ik zie allerlei verknopingen met beginspraak en met samen maken we de stad.
Dat zag ik ook al in het boek Easycratie van Martijn Aslander.
Het helpt met mijn zoektocht naar het antwoord op de vraag op welke wijze we burgers en instellingen/organisaties nog beter kunnen betrekken bij het besturen van de stad. Wat precieser: een rol geven bij het ontwikkelen en vaststellen van beleid.

Een paar weken geleden is het initiatief Hanzelab gepresenteerd tijdens een Twiner. Kort gezegd komt het er op neer dat mensen tijd en denkkracht beschikbaar stellen om een door een organisatie aangedragen probleem te helpen oplossen. (voor informatie: info@hanzelab.nl en www.hanzelab.nl).
Ik heb bij Hanzelab de vraag neergelegd of we een keer een sessie kunnen besteden aan de vraag op welke manier we de essentie van society 3.0 kunnen inzetten in het politieke domein.
Of, anders gezegd, of we society 3.0 kunnen gebruiken voor het verder verbeteren van beginspraak. Want we zijn er nog lang niet.

Ik heb mijn verzoek op de volgende manier onderbouwd:
1. Er wordt al langer nagedacht over de switch van representatieve democratie naar deliberatieve democratie. Dus van het 1 keer per 4 jaar mandaat geven door de kiezer aan de politiek in de machtsverhouding als resultaat van de verkiezingen naar het betrekken van burgers en instellingen/ondernemingen bij het ontwikkelen van beleid.
Je zou kunnen zeggen, dat dit de stap is binnen het veld “democratie” van 1.0 naar 2.0
2. Zwolle heeft al iets van 2.0 in haar beleid. Ik denk dan vooral aan Samen maken we de Stad en Beginspraak. Principes die uitgaan van betrokkenheid van anderen (expres ruim geformuleerd) bij ontwikkelen van beleid en (ruimtelijke) plannen.
3. Mijn waarneming is dat het maar ten dele lukt. De gewenste 2.0 werkwijze wordt nog te veel geduwd in een 1.0 organisatie. Met andere woorden, de “anderen” worden in het bestaande systeem geperst, terwijl het ontwikkelen van een nieuwe orde meer voor de hand zou liggen. Daarbij horen dan vragen als
– wat zijn de consequenties voor het functioneren van het ambtelijk apparaat
– wat zijn de gevolgen voor het functioneren van de raad
– wat betekent het voor het evenwicht (vanuit het perspectief van de raad) tussen ontwikkelen en uitvoeren van beleid.
4. In “Society 3.0” wordt de stap naar 3.0 ook beschreven. Dat spreekt mij geweldig aan. Ik besef tegelijkertijd dat de stap van 1.0 naar 2.0 eerst compleet gezet moet worden. Maar ik besef ook dat het ontwikkelen wel een focus vraagt: waar willen we uitkomen, c.q. waar moeten we uitkomen. Die vraag is ook van belang voor het verbeteren van de plek van de politiek in de maatschappelijke context. Dan gaat het over het verbeteren van de relatie tussen politiek en burgers.
5. Tegen deze achtergrond zou ik een verkenning willen organiseren die duidelijkheid moet geven over de volgende onderzoeksvragen:
a. draagt het vergroten van de betrokkenheid van anderen bij ontwikkelen van beleid bij aan het verbeteren van de relatie tussen politiek en burgers
b. als dat zo is, wat betekent dat voor de kwaliteit van het ontwikkelde beleid
c. wat vraagt dat van de inrichting van het ambtelijk apparaat (omvang, verantwoordelijkheidsverhoudingen)
d. wat betekent dat voor het functioneren van de gemeenteraad.
Deze vragen moeten dan wel een uitwerking zijn van de hoofdvraag: hoe gaat over 15 jaar het besturen van een stad als Zwolle.
6. Ik zou het mooi vinden als Ronald van den Hoff een inleiding houdt over democratie 3.0 tegen de algemene achtergrond van Society 3.0. En dan 2 co-referaten. De eerste van iemand die als betrokken burger/instelling/onderneming opvattingen heeft over de betrokkenheid van de “anderen”. De tweede van iemand die binnen de eigen organisatie werkt volgens society 3.0 (of daarheen op weg is).
Van de aanwezigen wordt dan gevraagd om mee te denken over de transitie van de lokale overheid.

Ik ben reuze benieuwd of het lukt.
John van Boven

11 reacties

Opgeslagen onder algemeen, Zwolse politiek

Zondagopenstelling

In april 2011 is onderzoek gedaan naar de wensen van het MKB (midden en kleinbedrijf) en de GWB (groot winkelbedrijven). Het rapport (www.cbw-mitex.nl) laat informatie zien die het doorgeven meer dan waard is. Vooral ter overdenking.
Aan het onderzoek deden 787 ondernemingen mee, die samen 2734 vestigingen vertegenwoordigen. Dan gaat het over 731 MKB, 37 warenhuizen en 19 GWB met 1966 filialen.

Binnen het MKB wil 51% minder koopzondagen, 38% wil het zo houden en 8% wenst meer koopzondagen.
Op basis van het huidige aantal koopzondagen zegt 20% dat het eigenlijk minder open wil zijn, 65% vindt het goed zo en 12% wil meer open dan ze nu doen.
Stel dat er verruiming komt, dan houdt 55% het huidige aantal koopzondagen, 14% zal vaker open gaan en 7% minder vaak.

 

Bij het GWB ligt het anders: 42% van hen geeft aan maximaal gebruik te zullen maken van de koopzondagen. Meer dan 26 zon- en feestdagen open wil 26%; 12-16 zon/feestdagen open vindt 11% prima en 5% vindt 5-8 zon/feestdagen open voldoende. Op zon/feestdagen gesloten blijven wil 16% van de groot winkelbedrijven.

Het MKB is in de grote steden voor 22% vertegenwoordigd, met de GWB voor 33%.
Van het MKB in de grote steden zegt 46% tot maximaal 4 zondagen open te willen zijn, 4% 5-8 zondagen, 16% gaat voor 9-12 zondagen en 31% wil meer dan 12 zondagen open gaan.
De GWB geven aan in de grote steden maximaal open te willen zijn, in ieder geval meer dan 26 zon/feestdagen.

De overwegingen zijn ook belangrijk.
Van het MKB zegt 40% dat ze zouden willen dat anderen niet op zondag open gaan, 26% dat anderen minder vaak open gaan.
Dat ligt anders bij de GWB: 11% heeft liever dat anderen niet open gaan, 17% dat anderen minder vaak open gaan en 39% dat anderen vaker open gaan.

Het rapport trekt een paar conclusies.
Onder andere, dat het MKB een sterke behoefte laat zien om zondag vrij te zijn. Ze zijn terughoudender dat de GWB ten aanzien van verruiming van de zondagopenstelling.
In de grote steden – zoals Zwolle – willen de GWB meer dan 26 zon/feestdagen open zijn.
Er wordt kritisch gekeken naar mogelijke omzetverschuiving en de kans op omzetafvloeiing.

Wat heb ik er van geleerd?
Ik constateer dat verruiming van openstelling op zondag niet een vanzelfsprekendheid is en dat er een belangentegenstelling is tussen MKB en GWB die niet zo maar overbrugd is.
Zorgvuldigheid is hierbij een belangrijke notie.

John van Boven

 

2 reacties

Opgeslagen onder Zwolse politiek

Cultuurnota en collegeakkoord

Afgelopen maandag hebben we in de raad gedebatteerd over de cultuurnota.
De nota is een uitwerkingsnota voor de komende paar jaar met de vorig jaar vastgestelde cultuurvisie als onderlegger. Bij de behandeling van de cultuurvisie hebben we uitgebreid gesproken over de visie op cultuur. De constatering toen was dat er geen echte keuzes werden gemaakt. Wel is toen afgesproken om voorafgaand aan de door het college te schrijven nota met de raad van gedachten te wisselen. Dat is gebeurd en nu lag er dus de nota.

De nota (uitvoering) is geschreven vanuit de bezuinigingsopdracht, zoals die in het collegeakkoord is opgenomen. Het college heeft drie opties voorgelegd: expansie, focus en krimp. De volgorde geeft een toenemend bezuinigingsresultaat.
De finale afweging – als het gaat om bezuiniging – wordt gemaakt bij de PersPectiefNota (PPN).
Onze conclusie is, dat de keus van het college voor focus goed aansluit bij onze insteek bij het debat over de cultuurvisie. Wij vonden dat de visienota te weinig focus liet zien.
Ik herhaal ook hier: als we bezuinigen, dan doen we dat niet om overbodige cultuur overboord te kieperen (of iets dergelijks). We doen dat om het huishoudboekje sluitend te krijgen en dan moeten er keuzes gemaakt worden, ook bij cultuur.

Er ontstond tijdens het debat een ander interessante discussie, dat de volgende dag een vervolg kreeg op Twitter.
D66 pleitte er voor om niet te bezuinigen op cultuur. Daar had ze redenen voor. Waar dan wel op te bezuinigen gaan ze aangeven bij de PPN, omdat dan zoals gezegd, de finale afweging wordt gemaakt. Per interruptie vroeg ik aan D66 waarom er niet werd uitgegaan van de politieke realiteit. Namelijk dat in het collegeakkoord is opgenomen dat er op het programma cultuur substantieel bezuinigd gaat worden. Ik vond en vind dat een reële vraag die niets te maken heeft met het accepteren of onderschrijven van het collegeakkoord. Wel met de vraag, op welke manier je als niet-collegepartij invloed kunt uitoefenen.
Er kwam direct een reactie van de SP, dat elke partij toch zelf mag zeggen hoe er met cultuur moet worden omgegaan en dat je er ook staat om je achterban te laten weten wat je standpunt is. Ik ontzeg vanzelfsprekend niemand het recht om te zeggen wat hij vindt dat hij moet zeggen. Ik redeneer vooral vanuit invloed. Het collegeakkoord is bewust open gebleven over de manier waarop we afspraken gaan invullen. Niet over wat we willen gaan doen en bereiken. Kort gezegd: de doelen zijn vastgelegd, niet de manier waarop.
In dat licht past de beslisnota van het college, die drie opties aan de raad voorlegt. En dan heb ik er geen moeite mee, dat een andere partij gaat voor een andere optie, dan wij doen. Wel zal duidelijk moeten worden of de afgesproken bezuinigingsopdracht gehaald wordt.

Men vond het debat te veel geld gestuurd en er was weinig visie te horen. Dat klopt natuurlijk. De visie is ruim een jaar geleden (dus nog in de vorige collegeperiode) aan de orde geweest. Deze uitvoeringsnota kent daarnaast de koppeling met de in het collegeakkoord afgesproken bezuiniging bij cultuur.

De behandeling van de PPN wordt ook dit jaar weer een spannende aangelegenheid. Het vastleggen van een lange termijn visie gekoppeld aan de bezuinigingskeuzes die gemaakt moeten worden.
Ik ben erg benieuwd.

John van Boven

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zwolse politiek

Schriftelijke vragen over colporteren in de binnenstad

Ik heb eerder op mijn weblog aandacht besteed aan het colporteren en flyeren in de binnenstad.
Ik vraag me werkelijk af of dit bijdraagt aan een positieve beleving van de binnenstad. Een beleving waarvoor we ons met elkaar nogal voor inspannen.
Ik heb dat stuk van toen iets omgebouwd en gebruikt als inleiding op een viertal vragen aan het college.
De tekst luidt:

Inleiding
We maken ons – zeer terecht trouwens – druk over de kwaliteit van de binnenstad. We denken na over de bereikbaarheid. We maken ons zorgen over het fiets parkeren. We zijn druk bezig met het vraagstuk waar-laat-ik-mijn-auto. Honden mogen niet in de binnenstad.
En dit allemaal om het winkelen zo aantrekkelijk mogelijk te maken en te houden.
En dan komen we al die mensen tegen, die wat van ons willen hebben.
De ervaring (vooral van afgelopen week!) leert dat niet alleen winkelend publiek maar ook de winkeliers zelf, last hebben van colporteurs/flyeraars.

Het instrument om colporteren te reguleren, is de APV. In de APV (algemene plaatselijke verordening) worden zaken geregeld die moeten helpen het samenleven in Zwolle aantrekkelijk te houden (te maken).
Onze fractie heeft niet de indruk, dat het onder een bestaand artikel is te ‘vangen’. Of het zouden de artikelen 2.4.6 (hinderlijk gedrag op of aan de weg) en 2.4.8 (hinderlijk gedrag bij of in gebouwen) moeten zijn. Onze indruk is, dat deze artikelen niet specifiek genoeg zijn.

We vragen ons vervolgens af of artikel 426bis van het wetboek van Strafrecht soelaas biedt?
Citaat: “ Hij die wederrechtelijk op de openbare weg een ander in zijn vrijheid van bewegen belemmert of met een of meer anderen zich aan een ander tegen diens uitdrukkelijk verklaarde wil blijft opdringen of hem op hinderlijke wijze blijft volgen, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie”.
Onze fractie denkt dat dit artikel ook onvoldoende uitkomst biedt. Blijkbaar mag je je wel opdringen, maar mag je dat niet blijven doen.

In Groningen hebben ze een artikel in de APV opgenomen.
Het gaat om het volgende artikel:
”Artikel 2.1.3.1 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken /afbeeldingen of het uitdelen van goederen om niet.
1 Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen of voor handelsdoeleinden goederen om niet onder het publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden, aan te bevelen of bekend te maken op of aan een beperkt aantal door het college aangewezen wegen of gedeelten daarvan.
2 Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren.
3 Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen.
4 Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

Onze fractie heeft de volgende vragen:
1. bent u met ons van mening dat het colporteren/flyeren in de binnenstad beter gereguleerd kan worden?
2. Deelt u onze opvatting, dat de bestaande regelgeving in de APV dan niet toereikend is, evenmin als terugvallen op het wetboek van strafrecht?
3. Wat is uw oordeel over de oplossing die de gemeente Groningen gevonden heeft?
4. Bent u bereid deze oplossing over te nemen?

John van Boven

1 reactie

Opgeslagen onder ChristenUnie Zwolle, Zwolse politiek