Maandelijks archief: mei 2011

Passend onderwijs

Het verhaal in de Stentor vandaag over leerling Mike, die met leerproblemen thuis zit, is van een niet te accepteren schrijnendheid. Moeder had maandagvond al indruk gemaakt, toen zij insprak tijdens de raadsvergadering.
Er is blijkbaar geen school in heel Zwolle, die overweg kan met deze specifieke situatie.

– Het bevestigt mijn standpunt dat het onderwijs vandaag nog steeds systeemgericht is en niet leerlinggericht. Hoe zo passend? Wat wordt eigenlijk passend gemaakt?
Het doet me denken aan het Procrustesbed uit de mythologie. Het bed werd passend gemaakt door te kleine mensen uit te rekken en van te lange mensen een passend deel van de benen af te hakken.
Wat hoor je in een geciviliseerde samenleving tot punt van aandacht te maken? Het systeem of het individu?
– Voor ouders is nog steeds onduidelijk welke school welk leer- en begeleidingsaanbod heeft. Toch is 2 jaar geleden afgesproken met het onderwijsveld (vastgelegd in een aangenomen motie) dat het Bloz hiervoor zou zorgen. Niet in een brochure, zoals in eerste instantie in de motie stond, maar digitaal.
– De situatie van Mike is niet alleen de zorg van zijn moeder. Dat is ons aller zorg. Vandaar dat ik maandag gevraagd heb aan de griffie om een gesprek tussen Zwols onderwijs – lees: Bloz – en de gemeenteraad – lees: woordvoerders – te arrangeren.

In dat gesprek kan dan ook de stand van zaken van de ontwikkeling van onderwijs aan hoogbegaafden worden meegenomen. Gaat dat per cluster of wordt dat in gezamenlijkheid ontwikkeld. Maar ook, welke rol spelen ouders hierin.
Mijn ervaring leert, dat de manier waarop er door het onderwijsveld gekeken wordt naar HB-onderwijs nogal gedifferentieerd is.

Werk aan de winkel.

John van Boven

Advertenties

2 reacties

Opgeslagen onder Zwolse politiek

onderwijsmaatregelen slaan plank mis

Ik heb dit weekend het boek de superpromoter van Rijk Vogelaar gelezen. Dat heb ik gedaan als onderdeel van mijn voorbereiding op het Hanzelab, dat komende woensdag voor het eerst wordt gehouden.
Interessant boek.
Je wordt eigenlijk op je andere been gezet.
Belangrijkste boodschap: marketing is effectiever wanneer je mensen die hoge scores geven in hun oordeel over een product een belangrijke rol geeft. De superpromoter. Doe onderzoek naar het waarom van de hoge scores en maak daar gebruik van. Dat is voor de groei van de omzet effectiever dan het werken aan verbetering van de mindere punten.

Met deze verse kennis in mijn hoofd lees ik vandaag 2 berichten over het onderwijs. Kwaliteit kan beter, dus toetsen na derde klas en, tweede bericht, directie en docenten van de ene school gaan oordelen over andere school.

Een paar opmerkingen:
– Met zulke maatregelen blijf je hangen in de oordeelcultuur, die het overgrote deel van de scholen kent.
– Je ontneemt scholen hun eigen verantwoordelijkheid. Zoek superpromoters die hun school prijzen en vent dat uit en maak daar gebruik.
– Wat meet je eigenlijk met de toetsen die ze willen afnemen. Ingepompte kennis, waar leerlingen al dan niet ontvankelijk voor zijn, of moet je meten op welke manier een school met zijn onderwijsopdracht bezig is. Dan gaat het over toevoegen van kennis en werken met die kennis.

De voorstellen van vandaag laten weer zien dat het onderwijs systeemgericht is, en dus nog steeds niet kindgericht.
Gemiste kans, die niet passend is voor goed onderwijs

John van Boven

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder algemeen

Jaarrekening 2010

Afgelopen maandag (16 mei) stad de jaarrekening informatief op de agenda. De raad kan dan vragen stellen aan accountant en aan college. De antwoorden moeten helpen een mening te vormen. En dat komt dan binnenkort in de meningvormende ronde terug.
Wat ons betreft biedt de jaarrekening voldoende om in de meningvormende ronde een inhoudelijk verhaal te kunnen houden.
We hebben ons dan ook geconcentreerd op het accountantsverslag. Wat mij betreft bevat dit verslag die punten, die specifieke aandacht vragen van een raadslid, gelet op zijn controlerende rol.

De reden waarom ik dit stukje schrijf komt voort uit de verbazing die ontstond toen ik het verslag over 2010 vergeleek met het verslag over 2009.
Veel concluderende en oordelende passages waren letterlijk dezelfde. De managementsamenvatting bijvoorbeeld was, wat betreft de bevindingen, geheel dezelfde tekst als vorig jaar. Ik krijg dan een gevoel van confectie en niet van maatwerk. Het boekjaar 2010 is niet hetzelfde als het boekjaar 2009. De organisatie heeft op onderdelen progressie geboekt, zoals het verslag zelf ook beschrijft.
Voor een oordeel vanuit mijn controlerende taak ben ik afhankelijk van de kwaliteit van rapportages.
De accountant was, desgevraagd, van mening dat het toeval was, dat de teksten identiek zijn.
Wel, zeker op dit punt bestaat toeval niet.

John van Boven

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zwolse politiek

Democratie 3.0 op het niveau van Zwolle.

Ik heb het hoofdstuk Democratie 3.0 uit het boek Society 3.0 nog eens gelezen, tegen de achtergrond van de vraag wat er in het lokale politieke domein te doen is aan het vertalen van de boodschap van Ronald van den Hoff.
Het is niet meer dan een aanzet, die – mij in ieder gaval – moet helpen om de materie beter in de vingers te krijgen. En dan bedoel ik het formuleren van een gewenste situatie. Ik onderken, dat dit nadenken vraagt vanuit een nieuwe context. Dat betekent dus loskomen van de huidige manier van werken.

Een paar overwegingen.

– Wat zijn op het niveau van de gemeente de tijd- en geldverslinders. Hebben we daar überhaupt zicht op (dus zonder waardeoordeel). Weten we hoeveel uur er per week wordt vergaderd en is er wel eens nagedacht over een effectievere manier van overleg. Of gebeurt het op de manier, waarop het al 25 jaar gaat (bij wijze van spreken). Hoe is onze vergadercultuur te karakteriseren?

– Is er al wel eens nagedacht over een andere manier van inrichten van de ambtelijke organisatie. En ik bedoel dan ook echt anders. Hoe zou de organisatie er uit zien, als er vanaf nul een organisatie moet worden ingericht. Wat zijn de ijkpunten en de criteria. Denken we vanuit de ambtenaar, of denken we vanuit de burger, als dienstverlenende organisatie. Dat zou een echte takendiscussie opleveren.

– We zijn druk bezig met beginspraak. Het begin is er, maar het einde nog niet in zicht. Het wordt naar mijn waarneming teveel geperst in het bestaande systeem en dat geeft geen lucht aan de rol en verantwoordelijkheid van burgers.
De clou is de bij burgers aanwezige potentie gestructureerd aan te boren. Dat vraagt nadenken over de rol van de gemeente (ambtelijk apparaat, raad en college), maar ook over het verschuiven van een representatieve naar een deliberatieve democratie. En zeg dan niet te snel, dat dit niet kan. Het vraagt denken vanuit de problematiek in plaats van uit het systeem.
Ook moet duidelijk worden welke randvoorwaarden moeten worden waargemaakt. Ik denk aan ondersteuning van betrokken burgers, aan goede beschikbaarheid internet. Amerika kijkt navolgenswaardig aan tegen beschikbaarheid van internet.

– De rol en mogelijkheden van bedrijven en organisaties zijn in Zwolle nog onderbelicht. Ze zijn van belang voor Zwolle en haar economie, vinden we met z’n allen, maar hebben (nog) geen rol bij beleidsvoorbereiding.
Zou het wat zijn, om bedrijven en instellingen te ordenen naar de programma’s die we kennen, om hen in specifieke situaties te bevragen op hun oordeel.

Zo maar wat gedachten ontleend aan en gebaseerd op Democratie 3.0.
Reageren mag altijd. Graag zelfs.

John van Boven

2 reacties

Opgeslagen onder Zwolse politiek

Bestuursakkoord

Overwegingen van een raadslid

De informatiebijeenkomst van het VNG over het bestuursakkoord heeft mij aan het denken gezet. Ik heb het akkoord gelezen en op me in laten werken. Dat betekent niet, dat ik alle ins en outs overzie.
Maar samenvoegend met de informatie van dinsdagavond 10 mei, heb ik de volgende overwegingen. Puntsgewijs en in willekeurige volgorde.

1. Er is weinig verschil in opvatting over de ernst van de bezuinigingen en over de zorg voor de doelgroepen, die het meest worden getroffen. En ook niet over het feit dat ook gemeentes voor een zware bezuinigingsopgave staan.
Het grote verschil zit ‘em in de manier waarop je moet omgaan met het voorliggende akkoord.
Bekijk je het bestuurlijk of louter inhoudelijk.
Als je het bestuurlijk bekijkt dan realiseer je je, dat er een regeerakkoord ligt, dat zegt dat er 18 miljard bezuinigd moet worden. Of je voor of tegen het akkoord bent, dat verandert niet. Dit gegeven is dan het vertrekpunt voor je afweging.
Bekijk je het louter inhoudelijk, dan zeg je dat deze bezuinigingen absoluut niet kunnen. Niet over de rug van de kwetsbaren in onze Zwolse samenleving.

2. Een andere overweging hangt samen met de vraag naar de risico’s van “ja” of “nee”. Kunnen we overzien wat de gevolgen zijn van ons stemgedrag.
Wat gebeurt er eigenlijk als het bestuursakkoord wordt weggestemd? Het is een totaalpakket, een resultaat van onderhandelen. Dat betekent, dat er op dossiers zaken zijn binnengehaald (compensatiekort bij WWB, tegemoetkoming gat tussen lagere vergoeding minimumloon en daadwerkelijk uit te betalen salaris zijn daar voorbeelden van, ook de uitvoeringsvrijheid voor gemeenten) maar ook dat er op onderdelen “verliezen” moeten worden genomen. Verlies je bij “nee” de onderhandelde verbeteringen. Begin je dan opnieuw? Of kan de overheid dan zeggen hoe het gaat gebeuren en wordt het dus slikken of stikken.

Wat kun je nog doen aan de punten waarover je ontevreden bent als je “ja” zegt. De VNG zegt dat het onderhandelen doorgaat, dat nog niet alles volstrekt uitonderhandeld is. De door mij getwitterde taxatie dinsdagavond, dat het eigenlijk een procesakkoord is, werd aan het slot van de vergadering bevestigd door Ralph Pans, die een vergelijkbare opmerking maakte.

3. Voor mij is het antwoord op de vraag waarover je eigenlijk een standpunt inneemt nog erg onduidelijk.
Het akkoord staat bol van de opmerkingen over commissies, die nog nader onderzoek moeten doen naar effecten van de bezuiniging en welke compensatie van het rijk dat vraagt. Hoeveel ruimte heeft de regering eigenlijk om extra compensatie te bieden. Komt het bedrag van 18 miljard niet in gevaar. Of gaan de toezeggingen, die wellicht nog gedaan gaan worden ten koste van andere instanties. Dinsdagavond werd gezegd, dat elke verbetering die het VNG onderhandelde, een extra bezuiniging betekende voor het UWV. Is dat wat we willen, of zijn we niet verantwoordelijk voor deze consequenties.

4. Het niet kunnen overzien van de effecten van het akkoord – er moet nog veel onderzocht worden – wordt ook duidelijk, wanneer het VNG desgevraagd antwoordt dat ze geen berekening kunnen geven van de gevolgen voor een gemiddelde gemeente. Ook dan blijkt weer, dat het een procesakkoord is.

5. Een overweging van een geheel andere orde. Ik heb het boek Society 3.0 van Ronald van den Hoff gelezen. Er wordt een heel hoofdstuk gewijd aan de Quango’s, de quasi autonome non gouvernementele organisaties. Daar gaat verschrikkelijk veel geld in om, zonder dat echt duidelijk is wat al die budgetten opleveren. Er zijn meer dan 3.000 van dergelijke organisaties met 120.000 werknemers, die jaarlijks 140 miljard ophalen en verstoken (pagina 59).
Mijn vraag is dan of er niet elders effectiever bezuinigd kan worden, waardoor de kwetsbaren in onze samenleving ontzien kunnen worden.

6. Op 23 mei debatteert de 2e Kamer over het akkoord. Dezelfde Kamer, die in meerderheid achter het regeerakkoord staat. Het zou mij helpen, wanneer dan meer duidelijkheid gevraagd wordt over de effecten van het akkoord op de financiele huishouding van Zwolle ten aanzien van onze sociale verantwoordelijkheid. Voorwaarde voor mij is duidelijkheid over de consequenties.

7. Hoe zit ik er nu in.
a. Ik ken de effecten niet van tegen zijn, net zo min als ik die ken van voor zijn. Het wordt dus een afweging.
b. Wat weegt zwaarder, laten zien dat je tegen bent met het risico, dat je wat je binnen hebt gehaald weer kwijt bent, of doorgaan op de ingeslagen weg, met het risico, dat pijnpunten pijnpunten blijven en terecht komen op het bord van Zwolle.

Dat brent mij bij de vraag of het mogelijk is een voorwaardelijk standpunt in te nemen. Doorgaan met onderhandelen met de afspraak dat wanneer over, pak ‘em beet, een jaar blijkt dat de te realiseren bezuinigingen op gemeenteniveau niet voor onze verantwoordelijkheid kunnen worden genomen.

Op 30 mei bespreekt de Zwolse Raad het akkoord aan de hand van een motie van de PvdA. We kunnen dan de uitkomsten van het 2e Kamer debat meenemen.

4 reacties

Opgeslagen onder algemeen

Terugblik raadsvergadering van 9 mei

Afgelopen maandag is er het nodige gepasseerd. Een paar zaken zijn blijven hangen in mijn gedachten.
In de eerste plaats is dat het niet goedkeuren van de benoeming van Martin Knol als voorzitter van het bestuur van Openbaar Onderwijs. Ik begrijp dat niet zo goed.
De rol van de raad bij dergelijke benoemingen is vooral procedureel technisch. Zijn er geen belangentegenstellingen of situaties van dubbele petten. Het bestuur draagt voor en heeft dus een inhoudelijke verantwoordelijkheid.
De raad bekrachtigt (of niet) de voordracht.

Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat er vooral geoordeeld is op een politieke manier. De ervaring met Martin Knol als wethouder is voor een meerderheid bepalend geweest bij een oordeel over de voordracht van het bestuur van Openbaar Onderwijs. Dat zijn twee verschillende werelden die nu onterecht aan elkaar geknoopt zijn.

Er lagen ook moties ter tafel over de wijze waarop de gemeente is omgegaan met de vergunningen aan de Venestraat, waardoor er een verbouwing tot studenteneenheden dreigt waarvan een paar jaar geleden is afgesproken dat dit niet de bedoeling is. Daartoe zou het bestemmingsplan worden aangepast. Dat heeft de gemeente verzuimd.
De moties hebben nadrukkelijk uiting gegeven aan het ongenoegen van de raad.

Het verontrustende is, vind ik, dat dit niet op zich staat.
Ik denk aan de gang van zaken bij ZoSaWe, die laat zien dat de interne controle te wensen overlaat, aan de botsing van belangen van de Bagijneweide en de basisschool de Aquamarijn. Nu dus de Venestraat, maar ook de gang van zaken met het Cultuurhuis. Stond maandag ook op de agenda. Ik mis alertheid en het optreden wanneer zaken gaan zoals het niet bedoeld is. Het komt dan in de vertraging en de raad moet dan achteraf besluiten accorderen die het college al genomen heeft vanwege de tijdsdruk. Dat besluit heeft de raad geaccepteerd, maar heeft daarnaast ook stilgestaan bij de achterliggende zaken.
Desgevraagd zei de wethouder dat hij het misschien eerder had kunnen weten, in ieder geval had hij het wel eerder willen weten. Dus college, op zoek naar wat te doen om het willen te wijzigen in het kunnen.

Alles bij elkaar bracht mij er toe om onze bijdrage over de perikelen van het Cultuurhuis af te sluiten met de opmerking dat de gemeente prat gaat op het predicaat investor in people, maar dat het nu tijd wordt te investeren in processen.
We hebben de eerste stappen gezet om dit bespreekbaar te maken.

John van Boven

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zwolse politiek