Betoging

Deze week heeft het college een einde gemaakt aan de betoging bij de IND. Dat roept bijna automatisch de vraag op, of het op deze manier moest. Daarvan getuigen ook de mondelinge vragen van de PvdA en het interpellatieverzoek van GroenLinks.
Ik heb daarom de onderliggende wetten nog maar eens geraadpleegd. Niet om te kijken wie gelijk heeft, maar om te verkennen welke speelruimte de overheid heeft.

In de Grondwet wordt het recht tot betogen erkend, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet (artikel 9).
In de wet openbare manifestaties is in de aanhef te lezen dat het nodig is, gelet op o.a. artikel 9, wettelijke bepalingen vast te stellen betreffende de uitoefening van het recht tot o.a. betoging.
Er wordt dus een verband gelegd tussen de grondwet en de wet openbare manifestaties. Je kunt dat dus niet los van elkaar zien, maar altijd in samenhang.

De wet openbare manifestaties kent een aantal bepalingen die gaan over het verbod op dan wel het beëindigen van een betoging.
In de eerste plaats wordt gesteld dat de gemeente regels vaststelt per verordening waar zaken rond betogingen worden geregeld. De APV. Onze APV verplicht tot het 96 uur van te voren aanmelden van de te houden betoging. Daarnaast kan de burgemeester deze termijn bekorten.
De artikelen 5 en 7 uit de wet openbare manifestaties laten zien dat er naast de redenen genoemd in artikel 2 (bescherming gezondheid, het belang van het verkeer, bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden) nog meer redenen kunnen zijn om een verbod te geven:
– wanneer de kennisgeving niet tijdig is gedaan,
– wanneer de vereiste gegevens niet tijdig zijn verstrekt en
– wanneer in strijd wordt gehandeld met een voorschrift, beperking of aanwijzing.
Dit betekent volgens mij dat een oordeel over de rechtmatigheid van het handelen van het college niet alleen gedaan kan worden op grond van artikel 2. De gronden in de artikelen 5 en 7 moeten worden meegenomen.

verkenning.
Het optreden van het college vindt zijn grond, aldus het persbericht, in het niet tijdig aanvragen van de betoging.
Gelet op de omstandigheden vind ik dat argument te beperkt. Bovendien hadden de betogers, toen nog op het eigen terrein van de IND, geattendeerd kunnen worden op het risico verwezen te worden naar de openbare ruimte, met als direct gevolg dat een melding van betoging noodzakelijk is. Dan had het college gebruik kunnen maken van haar recht om de meldingstermijn te bekorten.

Ik denk tegelijkertijd dat de praktijk weerbarstiger is, dan overwegingen na afloop op basis van wettelijke bepalingen. Ik ken de situatie niet. Ik weet ook niet in hoeverre de betogers aan het goede adres waren, gelet op rechtbankuitspraken.
Ik kan me wel voorstellen, dat ze een statement wilden maken. Maar dan is het geen betoging meer en gelden dus de specifieke wettelijke bepalingen niet. Achteraf had het college wellicht een andere route kunnen kiezen. Maar dat is achteraf.

Om de zaken goed duidelijk te krijgen lijkt het mij verstandig om het door GroenLinks aangevraagde interpellatiedebat te houden. Alleen dan kan klaarheid geschonken worden en blijft er niets hangen. Daar doen tegengestelde standpunten niets aan af.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zwolse politiek

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s