Maandelijks archief: oktober 2012

regeerakkoord en de gemeente

Hieronder zonder commentaar een droge opsomming van zinnen, waarin in het regeerakkoord de gemeente wordt genoemd. Met paginanummer.

Er is werk aan de winkel. In meerdere opzichten.

– gemeente moet bijstandsuitkering 3 maanden stoppen, wanneer niet voldaan wordt aan sollicitatieplicht p6
– winkeltijden op zondag aan gemeente p10
– 256 miljoen uit gemeentefonds tbv onderwijshuisvesting p18
– zorg: aansluiten bij wat mensen nodig hebben en wat gemeenten kunnen doen p23
– gemeenten worden geheel verantwoordelijk voor de activiteiten op het gebied van ondersteuning, begeleiding en zorg p23
– De combinatie van de introductie van inkomensafhankelijke zorgfinanciering en het organiseren van zorg dicht bij mensen maakt beperking, vereenvoudiging en decentralisatie mogelijk van regelingen als compensatie eigen risico, de aftrek specifieke zorgkosten en de wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten. Hieruit wordt een nieuwe gemeentelijke voorziening gefinancierd met een omvang van ruim 750 miljoen p24
– De gemeenten wordt een zeer ruime beleidsvrijheid gegeven met betrekking tot de concrete invulling van deze gedecentraliseerde voorzieningen p24
– De jeugdzorg wordt in 2015 gedecentraliseerd naar gemeenten. De decentralisatie omvat alle onderdelen: de jeugdzorg die nu een verantwoordelijkheid is van de provincie, de gesloten jeugdzorg onder regie van Volksgezondheid Welzijn en Sport, de jeugd-GGZ die onder de ZVW valt, de zorg voor lichtverstandelijk gehandicapten jongeren op basis van de AWBZ en de jeugdbescherming en jeugdreclassering van Veiligheid en Justitie p25
– Consultatiebureaus worden verplicht kinderen voor wie taalachterstand dreigt, door te verwijzen naar vroeg- en voorschoolse educatie. Sluitende samenwerking tussen gemeenten en scholen moet waarborgen dat achterstanden spoedig mogelijk en in ieder geval voor het eind van de basisschoolperiode zijn weggewerkt p25
– De decentralisatie moet ertoe bijdragen dat de eigen kracht, het sociale netwerk en de voorzieningen in een gemeente beter worden benut. Het accent zal steeds liggen op participatie in de samenleving p25
– De nieuwe Jeugdwet waarborgt de gemeentelijke beleidsvrijheid. Elementaire kwaliteitswaarborgen voor cliënten blijven wettelijk verankerd p25
– We bevorderen samenwerking van gemeenten, bedrijven, scholen en sportverenigingen p25
– Met gemeenten willen we bevorderen dat er bij de aanleg van nieuwe wijken voldoende ruimte voor sport en bewegen is p25
– De wietpas vervalt, maar de toegang tot coffeeshops blijft voorbehouden aan ingezetenen die een identiteitsbewijs of verblijfsvergunning, samen met een uittreksel uit het bevolkingsregister kunnen tonen. De handhaving van dit ingezetenencriterium geschiedt in overleg met betrokken gemeenten en zonodig gefaseerd, waarbij wordt aangesloten bij het lokale coffeeshop- en veiligheidsbeleid zodat er sprake is van lokaal maatwerk p28
– Voor stemmen bij gemeenteraadsverkiezingen, naturalisatie en het niet verliezen van het verblijfsrecht bij het aanvragen van een bijstandsuitkering geldt nu een periode van vijf jaar. Die wordt verlengd tot zeven jaar p32
– Woningbouwcorporaties moeten weer dienstbaar worden aan het publiek belang in hun werkgebied. Hun taak brengen we terug tot het bouwen, verhuren en beheren van sociale huurwoningen en het daaraan ondergeschikte direct verbonden maatschappelijke vastgoed. Corporaties komen onder directe aansturing van gemeenten. Gemeenten met meer dan honderdduizend inwoners krijgen extra bevoegdheden p33
– De instroom in de sociale werkvoorziening in zijn huidige vorm stopt met ingang van 1 januari 2014. Gemeenten krijgen binnen de wettelijke kaders ruimte om zelf beschut werk als een voorziening te organiseren. Er is geld om via deze voorziening structureel uiteindelijk dertigduizend werkplekken te realiseren afgestemd op honderd procent van het wettelijk minimumloon. De verplichting voor gemeenten om één op de drie vrijgevallen plaatsen in de sociale werkvoorziening op te vullen vervalt p35/36
– Op de bij gemeenten en UWV beschikbare re-integratiemiddelen wordt een doelmatigheidskorting doorgevoerd, mede in het licht van grote decentralisaties zoals bij de Participatiewet p36
– Om de onderlinge afstemming van onderwijs, peuterspeelzaalwerk en kinderopvang te optimaliseren wordt de financiering van het peuterspeelzaalwerk onder de Wet Kinderopvang gebracht. Daarbij zal bestaande gemeentelijke financiering worden betrokken. Belemmeringen voor samenwerking zullen op basis van de ervaringen in de nu lopende pilots worden weggenomen. De bestaande minimumeisen aan voor- en vroegschoolse educatie worden onderdeel van de afspraken. Financieringsstromen stemmen we op elkaar af p36
– Het overbrengen van een groot aantal taken van het Rijk naar gemeenten maakt meer maatwerk mogelijk en vergroot de betrokkenheid van burgers. Gemeenten kunnen de uitvoering van de taken beter op elkaar afstemmen en zo meer doen voor minder geld. Hiertoe biedt het Rijk hen ruime beleidsvrijheid p41
– Voor de lange termijn hebben wij het perspectief van vijf landsdelen met een gesloten huishouding en gemeenten van tenminste honderdduizend inwoners voor ogen p41
–  Decentralisaties zullen in principe gericht worden op 100.000+ gemeenten. Gemeenten benutten mogelijkheden om bewoners van wijken, buurten en dorpen te betrekken bij zaken die hen raken p41
– We nodigen provincies uit om met gemeenten initiatieven gericht op vergroting van de gemeentelijke schaal te bespreken p41
– Het wetsvoorstel tot vermindering van politieke ambtsdragers met 25 procent zal worden aangepast. Het aantal gemeenteraadsleden daalt tot het aantal dat bestond voor de dualisering van het gemeentebestuur. We verwelkomen het initiatief op dit punt vanuit de Tweede Kamer. Dat geldt ook voor het initiatief tot deconstitutionalisering van de aanstelling van de burgemeester en de commissaris van de Koningin. De voorgestelde daling van het aantal provinciale politieke ambtsdragers zal wel 25 procent blijven p41

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder algemeen

rtv ZOo

De afgelopen dagen stond de lokale omroep nogal negatief in de belangstelling. Het programma Kerkplein dat op zaterdagmorgen wordt uitgezonden, zal van 1 november niet meer in die vorm terugkomen. Tot grote boosheid van de makers. Op zaterdag horen, dat het de laatste keer is, verdient nou niet de communicatieve schoonheidsprijs. Ongerustheid in een deel van de Zwolse samenleving moet je als raadslid handen en voeten geven. Deze keer in de vorm van mondelinge vragen. Uit het antwoord van de wethouder werd duidelijk dat er geen rol voor het college is weggelegd. Dat kan ik volgen. Ik werd wel blij van de opmerking dat de general manager op korte termijn alle betrokkenen zal uitnodigen voor overleg. Dat vond ik de grote winst.

Tot mijn stomme verbazing lees ik vandaag een tweet van die zelfde general manager: @Stridje65: “@zooweekend: Aanstaande vrijdag gaat de nieuwe programmering @ZOO105FM in !”  Ik reageer met de vraag: “Overleg morgen levert dus niks op, op voorhand?” Dat levert de volgende reactie op van de general manager: “@jvb038 #zooweekend is een ZSP programma dat gaat idd vrijdag van start. Leuk voor ze! Verder geen commentaar.”
Als je deze teksten gebruikt voordat het aangekondigde overleg is geweest, dan vraag ik me af wat de bedoeling van dat overleg is. Mijn aanvankelijke blijdschap is in ieder geval weg.

En dan nog wat.
Artikel 30 van de mediawet zegt: “het programma van de lokale omroepinstelling is in zodanige mate gericht op de bevrediging van de in de gemeente levende maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke behoefte, dat de instelling geacht kan worden van algemeen nut te zijn”
Ik vraag me af hoe deze verplichting zich verhoudt tot de volgende uitspraak van de general manager: “De kerk is een machtig orgaan; ze willen ons in de tang houden”

Mijn conclusie is dat de lokale omroep meer heeft aan een leider dan aan een manager, ook al is ze general.

4 reacties

Opgeslagen onder Zwolse politiek

Happy hour

Als je bezig bent met het alcoholmatigingsbeleid (je weet wel, ten behoeve van de gezondheid van de jeugd) dan komt nut en noodzaak van een happy hour ook langs. Een happy hour past niet bij het matigingsbeleid.
Ik was dan ook verrast door de kop dat Koninklijke Horeca Nederland  (KHN) zijn jarenlange verzet tegen verbod op happy hour staakt.
Maar als je verder leest krijg ik wel een nare smaak in de mond. De Telegraaf: “ In ruil voor dit standpunt hoopt KHN dat het omhoog brengen van de leeftijdsgrens voor verkoop van lichte alcoholische dranken van 16 naar 18 jaar van tafel kan worden geveegd.”
Een uitruil dus, niks geen matigingsbeleid. Eerder, vanuit het perspectief van KHN, kiezen voor het minst kwade voor de omzet.

Overigens, onderzoek heeft aangetoond dat verhogen van de leeftijd een positief effect heeft op het matigen van gebruik. En dat het matigen nodig is, blijkt uit de cijfers. Het aantal comazuipers is de laatste jaren fors gestegen. De jongste was 11 jaar.

Ik kan beter overweg met de opmerking van KHN-directeur Van der Grinten, dat er een bredere aanpak moet komen van het matigingsbeleid.
Dus niet alleen kijken naar de horeca, maar ook naar de supermarkten. Dan heb je het niet alleen over de presentatie van alcohol, maar ook over de prijsstelling.

De politiek moet niet denken dat we er met het verbieden van het happy hour en met het verhogen van de leeftijd naar 18 jaar zijn.
Het gaat mij vooral om de manier waarop we praten over alcohol en dronkenschap. Vinden we dat gewoon of realiseren we ons dat het schadelijk is voor de gezondheid van de jongere.
Ik blijf het maar vergelijken met de manier waarop nu wordt omgegaan met roken.

Ik zou het mooi vinden als we in Zwolle een denktank starten met als opdracht hoe we integraal beleid vorm kunnen geven. Daarbij gebruik makend van de ruimte die we als gemeente nu hebben in het kader van de nieuwe drank- en horecawet.
Dan denk ik aan de horeca, de supermarkten, de kantines. Leidende vraag: wat kan elk van ons bijdragen aan het alcoholmatigingsbeleid.
De gemeente zal op haar beurt strakker beleid moeten formuleren en handhaven.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zwolse politiek

Exodus, nog een terugblik

Ik schrijf deze blog omdat ik werd getriggerd door een opmerking in de Stentor, als zou de stichting Exodus afzien van haar voornemen tot vestiging omdat de veiligheid van de toekomstige bewoners niet gegarandeerd kon worden.
Ik begreep dat niet, omdat deze reden nog niet was genoemd in alle discussies. Sterker nog, het staat ook niet in de brief van de stichting aan het college van B&W.
Voor mij voldoende reden om de directeur van de stichting Exodus te bevragen over de uitspraak.

Dan blijkt het genuanceerder te liggen, dan die ene zin.
Een breed citaat:

Mijn uitspraken zijn wat ongelukkig weergegeven in De Stentor. In het gesprek met journalist Wageman heb ik aangegeven dat de heftigheid en emotionaliteit van de reacties van grote groepen buurtbewoners ons tot de overtuiging heeft gebracht dat het niet gaat lukken om op korte termijn een stabiele en veilige relatie op te bouwen met de buurt. Wij willen een goede buur zijn, maar daar heb je buren voor nodig die daar ontvankelijk voor willen zijn. In die situatie kunnen wij ons werk (re-socialisatie: bij uitstek een activiteit waar ook een ‘ontvangende’ samenleving bij nodig is!) dus niet goed doen.
Op de vraag van dhr. Wageman of ik daarmee bedoel dat we de veiligheid van onze bewoners niet kunnen garanderen heb ik geantwoord dat, gelet op de heftigheid van de reacties, ik me zeker situaties kan voorstellen dat dit een probleem wordt, en dat dit aspect heeft meegespeeld in onze overwegingen.
Dhr. Wageman hoopte overigens duidelijk van mij te vernemen dat er bijv. fysieke dreigementen waren geuit door buurtbewoners tegen toekomstige Exodusbewoners of tegen vrijwilligers/medewerkers van Exodus. Hoe tumultueus de bewonersavond ook is verlopen, daarvan is bij mijn weten geen sprake, en die suggestie heb ik dan ook zeker niet gewekt.
Kortom: de veiligheid van onze toekomstige bewoners heeft in onze afwegingen zeker een rol gespeeld, maar wel op een genuanceerdere wijze en in een breder kader dan door dhr. Wageman weergegeven.
Omgekeerd geldt overigens dat de veiligheid van (buurt)bewoners altijd een aspect in onze afwegingen vormt. Onze ervaring leert dat die veiligheid van buurtbewoners nimmer in het geding is geweest, en dit wordt beaamd door meerdere politierapporten uit bestaande gemeenten waar Exodus is gevestigd. Garanties vallen nooit te geven (al wil men dit graag horen), maar feit is dat wijken waar een Exodushuis gevestigd is niet te maken hebben met meer of andere criminaliteit dan verwacht mocht worden zonder de vestiging van het Exodushuis.

Ook is het goed om kennis te nemen van de volgende informatie, die ik heb gekregen van de directeur. Ik geef de informatie door om evenwicht te scheppen in de informatiestroom.
– Van spanning rond het Exodushuis in Utrecht, zoals genoemd in de discussies, is de directeur niets bekend. Wel van protesten in Rotterdam naar aanleiding van een verhuizing naar nieuw pand. Nu schrijven aanvankelijke tegenstanders in een adhesiebrief aan nieuwe buurtbewoners dat ze Exodus als een goede buur hebben leren kennen.
– Een Exodushuis is geen halfopen inrichting, maar een normale welzijnsvoorziening, inhoudelijk vergelijkbaar met een RIBW (zoals dat aan de Muijdermanstraat zat)
– Exodus hanteert heel algemene vestigingsvoorwaarden voor wat betreft de locatie: in de samenleving, goed bereikbaar (ook met OV). Dan zijn industrieterreinen minder geschikt. Ook kent de keus van een pand voorwaarden: groot genoeg om exploitabel te zijn en klein genoeg om persoonlijke begeleiding te handhaven, indeling, controleerbaarheid. Dat maakt dat de keus niet echt groot is.
– Ten aanzien van de recidive zijn wetenschappelijke studies verricht die aangeven dat bewoners aanzienlijk minder recidiveren dan verwacht mag worden op grond van hun kenmerken én vergeleken met personen met dezelfde kenmerken die niet begeleid zijn.
– Gemeentes die te maken kregen met het verzoek een Exodushuis te mogen vestigen hebben onderzoek gedaan bij gemeentes met een Exodushuis. Uit die onderzoeken is naar voren gekomen dat er op geen enkele manier sprake is van een stijging van criminaliteit in relatie tot het Exodushuis.

Bovenstaande allemaal ter overweging.

9 reacties

Opgeslagen onder Zwolse politiek

Exodus, een terugblik

Vandaag is duidelijk geworden dat de stichting Exodus Zwolle afziet van het voornemen om een Exodushuis te vestigen aan de Muijdermanstraat 2 in Zwolle. Het Zwolse college vindt dit besluit volledig op zijn plaats en kan ook zelf niet tot een ander oordeel komen.
Aldus de informatienota van het college voor de Raad.

In de eerste plaats complimenteer ik de stichting met de wijsheid die zij laat zien in haar besluit. Vooraf is gezegd dat een definitief besluit mee afhangt van het oordeel van de buurt. De buurt heeft onomwonden laten weten wat zij er van vindt en daar heet de stichting haar conclusie uit getrokken.
We zouden over kunnen gaan tot de orde van de dag. Dat vind ik te gemakkelijk. Ik heb behoefte om, terugkijkend, te reflecteren op de gang van zaken. Ik doe dat puntsgewijs.

  1. Er is voortdurend gezegd dat de ChristenUnie het eens was met de plek. Dat werd gezegd op grond van het feit dat we er al sinds een paar jaar aandacht voor vragen.
    Het eens zijn met een instelling die ex-gedetineerden wil helpen bij de terugkeer in de maatschappij om recidive te voorkomen is van een andere orde dan de plek waar dat zou moeten gebeuren.
    We staan nog steeds volledig achter de doelstelling, maar hebben op basis van de slordige communicatie reserves gehad bij de keus van de plek.
  2. Het lijkt er nu een beetje op dat, als je maar hard genoeg roept ergens tegen te zijn, dat je dan ook je zin krijgt. Zo werkt het niet. De gemeente heeft een zekere zorg voor iedereen in Zwolle. De gemeente wil ondersteuning en opvang bieden aan wie dat (tijdelijk) nodig heeft. Vanuit het adagium van het collegeprogramma dat iedereen mee doet. Tegelijk heeft de gemeente ook zorg voor haar inwoners. Dat vraagt om een zorgvuldige afweging tussen de verschillende belangen. Belangen die zelden in elkaars verlengde liggen. Hoe ga je daar mee om.
    Dat vraagt een zorgvuldige communicatie, waaraan het in dit dossier volledig ontbroken heeft. Dat gaf wantrouwen bij de buurt en dan ben je de basis voor een goed gesprek kwijt.
    Mijn adagium in de politiek is dat je elkaar moet vertrouwen, wil je prettig met elkaar van mening kunnen verschillen. Zo werkt het in de raad, waar je ook met meerderheden en minderheden te maken hebt, zo werkt het ook in de stad.
  3. Het college laat weten dat ze de komende tijd het proces gaan evalueren om aan de hand van de evaluatie te bezien hoe de resocialisatie van ex-gedetineerden in Zwolle verder vorm gegeven kan worden.
    Daar ben ik blij mee.
  4. Een belangrijke vraag straks, bij een nieuw proces, is wat er moet gebeuren om het gevoel van veiligheid te vergroten bij vestiging van een Exodushuis. Tegelijkertijd moet de stichting explicieter randvoorwaarden formuleren waarmee gekeken wordt naar een mogelijke vestigingsplaats. Dat zal helpen de discussie zakelijker te houden.

Ik dank iedereen die op het stuk “valse start”  een bijdrage heeft geleverd aan de meningsvorming door te reageren. Dat maakte het mogelijk om kennis te nemen van wat er bij u leeft en om er op te reageren.

15 reacties

Opgeslagen onder Zwolse politiek