Maandelijks archief: januari 2013

Scheidslijn tussen info en meningvormend

Op maandag 28 januari stond Cultuureducatie op de agenda als meningvormend debat. Op verzoek van de meerderheid van de raad is er een informatieve ronde van gemaakt: vragen stellen aan wethouder en betrokkenen van buiten de raad.
De gang van zaken heeft mij aan het denken gezet. Dat brengt mij tot twee aandachtspunten.

Het eerste punt is, dat het mij voorkomt dat veel vragen gesteld worden vanuit een eigen beeld van hoe het zou moeten. Waarom dit dan niet geponeerd in een meningvormende ronde. Als de wethouder er anders over denkt, dan horen we dat wel in de beantwoording.
Bovendien kunnen dan ook andere fracties reageren. Dan zijn de raadsfracties daadwerkelijk bezig met het zich vormen van een mening. Het haalt ook de vage lijn tussen informatie en meningvorming weg.
De insprekers hebben de nodige informatie gegeven in hun bijdrage. Dat past best ook in een meningvormende ronde.

Veel vragen haaden voor de vergadering ook aan de betrokken instellingen gevraagd kunnen worden. Het als fractie nemen van je verantwoordelijkheid op dat punt is effectiever dan een hele stoet aan vragen in de raadszaal. Er waren vragen die ik niet gesteld zou hebben. Maar de vragen kwamen wel plenair aan de orde.

Het gaat mij vooral om het zoeken naar de meest effectieve vorm van een raadsplein. Zelf heb ik langzamerhand vragen bij de wat kunstmatige indeling in informatieve ronde en meningvormende ronde.
In dat verband herhaal ik mijn vraag van maandagavond tijdens het ordedebat: welke informatie past in een informatieve ronde en welke info kun je vooraf binnenhalen als fractie. Bij dat laatste kan elke fractie een eigen afweging maken.

Dat past ook goed bij de wens van de raad om te weten wanneer het college komt met beleidsvoorstellen over dossiers, de collegeplanning. Die vraag kwam, omdat er de behoefte was om op tijd na te gaan op welke manier informatie verzameld kan worden: rondetafelgesprek, werkbezoek, schriftelijke vragen, dan wel een informatief raadsplein.

Kortom, herbezinning op de indeling informatie en meningvormend kan geen kwaad.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zwolse politiek

WOZ

Hoe komt de gemeente tot het vaststellen van de waarde van uw en mijn huis? Dat proces is de afgelopen jaren een aantal keren onderwerp van gesprek geweest met de afdeling die dit proces voor zijn rekening neemt. Er zijn de afgelopen jaren behoorlijk wat verbeteringen aangebracht. En dan vooral aan het begin van de procedure: eerst overleggen over bezwaren, voordat formeel een bezwaarschrift wordt ingediend. De praktijk heeft geleerd, dat dit goed werkt.
Een artikel in de Stentor een tijdje geleden over de waardebepaling – met een negatieve teneur – was aanleiding om weer een gesprek te hebben. Ik wil van beide kanten geïnformeerd worden.

In dit gesprek bleek dat er onzorgvuldig was geformuleerd (was het de verkoop- of was het de vraagprijs van een referentiewoning). Hoe dan ook, dat is erkend. Het had bovendien geen invloed op de taxatiewaarde.
Ik heb in het gesprek meer gehoord. En dat heeft alles te maken met het kwalitatief verbeteren van het proces:
– er zijn afspraken gemaakt om meer tijd in te ruimen voor overleg met de taxateur als de eigenaar het niet eens is met de taxatiewaarde. Mijn eigen ervaring maakt dat ik zeg dat dit een verbetering is
– er is een gesprek geweest met een groep eigenaren, die bezwaar gemaakt hebben. Deze groep is aselect tot stand gekomen. Hen is de vraag voorgelegd wat er te verbeteren valt. Ook dat heeft geleid tot aandachtspunten. Goed om te weten dat dit gesprek én de uitnodiging is uitbesteed aan een externe partij.

Hoe goed de procedure ook is ingestoken, er zal altijd bij een deel van de eigenaren ontevredenheid zijn. Dat is niet te voorkomen, dat hangt samen met het feit dat het geen computergestuurde procedure is. Er worden afwegingen gemaakt, die anderen wellicht anders zouden doen.
Het heeft ook te maken met de verwachtingen die eigenaren hebben. In de media is te lezen, dat er sprake is van waardedaling. Bedenk dan dat dit een gemiddelde is. Bovendien gaat het om de waarde van een jaar geleden.
Ik ben erg tevreden over de werkwijze van de WOZambtenaren. Ze zijn zorgvuldig bezig en gaan voortdurend na waar nog kwaliteitsslagen kunnen worden gemaakt.

Dat mag ook wel eens in de krant.

1 reactie

Opgeslagen onder Zwolse politiek

Vastgoed in Zwolle

Er stond gisteren (vrijdag 11 januari 2013) een nogal groot stuk in de Stentor over het vastgoed.
Het informeren van de burger is goed. Sterker nog, noodzakelijk. Zeker een dossier dat politiek gevoelig ligt moet bij de Zwollenaar gebracht worden. Voorwaarde is wel dat dit evenwichtig gebeurt. Die evenwichtigheid mis ik in het artikel.
Dat komt vooral door de nogal expliciete kwalificaties. Een paar voorbeelden:
– Allereerst de kop al: Weinig feiten, veel beweringen. Zoiets suggereert iets anders, dan waarover de rapporten spreken.
– Informatie is achterhaald. Dat suggereert dat nieuwe informatie beschikbaar is maar niet gebruikt. De opmerking zelfis juist: voordat je beslissingen neemt is het verstandig te wachten op de informatie die april 2013 beschikbaar komt. Is toch een andere toonzetting.
– Priemus is keihard over de nota van het Concilium omdat er volgens de emeritus professor af en toe onzin in staat. Maar ik lees ook dat hij de nota een verstandige, praktische nota vindt. Wel een nota die kwantitatieve onderbouwing mist en nauwelijks kwantitatieve uitspraken doet. Is de kwalificatie “keihard” dan gerechtvaardigd?

Ik mis dus een evenwichtige benadering.
Het gaat te ver om beide rapporten uitgebreid samen te vatten.
Ik lees dat Deloitte de herijking en de aanpassing van de planning vindt aansluiten bij hun benadering. Deloitte onderschrijft de visie van de gemeente om meer in te zetten op flexibiliteit, op marktgeoriënteerde aanpak en op het faciliteren van marktinitiatieven.
Maar Deloitte zegt ook dat er meer zicht moet komen op de aannames, de risico’s en de effecten ten aanzien van de nog te realiseren grondprijzen.
In zijn algemeenheid zegt Deloitte dus dat de benadering goed is, de visie prima, maar dat veel zaken beter inzichtelijk gemaakt moeten worden.

De nota van Priemus eindigt met het volgende advies:
“Ik adviseer om besluiten over het te realiseren woningvoorraadbeleid en de te realiseren woningbouwprogramma nu niet te nemen en eerste twee cruciale ontwikkelingen op rijksniveau af te wachten:
a) Meer definitieve beslissingen van het Kabinet over de concretisering en uitwerking van de woningmarktparagraaf van het Kabinet Rutte-Asscher
b) Op 11 april 2013 lanceert de Minister van Wonen en Rijksdienst het Woononderzoek Nederland 2013, waarin actuele en gedetailleerde informatie is opgenomen over de woningvraag in Nederland.”

De handelwijze de afgelopen jaren is steeds geweest, dat beleid wordt geformuleerd op basis van de op dat moment beschikbare informatie. Dat houdt tegelijk in dat we bereid moeten zijn om beleid bij te stellen wanneer de omstandigheden veranderen.
Dat beleid moeten we bepalen aan de hand van zoveel mogelijk informatie. Daarom is het advies van Priemus verstandig: wacht op de laatste informatie, die in april beschikbaar komt.
Ook het advies om zaken meer inzichtelijk te maken en duidelijk te onderbouwen is een advies om ter harte te nemen.
Al wordt direct gezegd dat veel van die informatie gegeven wordt in de antwoorden op de vragen die de raad heeft ingediend. Integreer deze informatie in de nota, zo adviseert Deloitte.

Mijn conclusie: er wordt een verstandige weg ingeslagen. Voor een goede besluitvorming kan er meer inzichtelijk worden gemaakt en gebruik vooral de laatst beschikbare informatie.
Ik herken me niet in de nogal schreeuwerige kop van de Stentor.
“Visie goed, onderbouwing kan beter” benadert de inhoud meer.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zwolse politiek