Politiek en burgers – vervolg – 4

In deze bijdrage geef ik citaten door uit het WRR-rapport “Vertrouwen in burgers”.

Ook deze citaten zijn bedoeld als bouwstenen voor het nadenken over het vergroten van de burgerbetrokkenheid.
Het rapport relativeert direct haar eigen bevindingen:
“Het WRR-rapport Vertrouwen in burgers onderzoekt dan ook wat beleidsmakers kunnen doen om burgers beter te betrekken. Een definitief antwoord daarop is gezien de complexiteit van onze huidige samenleving niet mogelijk. Wel biedt het rapport een wezenlijke basis voor handelen.”
In een aantal paragrafen wordt deze basis aangereikt.

– De uitdaging
Het belangrijkste begrip is vetrouwen.
“Het trefwoord van een levende democratie die bouwt op burgerbetrokkenheid is vertrouwen.”
Het rapport beschrijft op haar manier de kloof tussen geloof in de democratie en het wantrouwen jegens de politiek (denk aan Van Reybrouck):
“Hoewel Nederlanders in het algemeen tevreden zijn met het functioneren van de democratie, blijkt toch dat in een steeds complexere samenleving grote groepen burgers zich onvoldoende herkennen in ‘hun’ politiek: ze voelen zich overvraagd, ze hebben weinig vertrouwen in hun eigen vermogen om de politiek te beïnvloeden, ze geloven niet dat de politiek opkomt voor hun belangen, of ze denken dat hun maatschappelijke doelen beter zonder beleidsmakers zijn te realiseren.”

Het schiet niet op met het versterken van de burgerbetrokkenheid:
“Ondanks de grote inspanningen en de veelvuldige experimenten worden weinig warme woorden gesproken of geschreven over de voortgang van het overheids-beleid met betrekking tot burgerbetrokkenheid. Nog te vaak gaat het mis en het instrumentarium is sleets.”
Tegelijkertijd zegt het rapport dat burgers inventief blijken te zijn en veel te kunnen.

– De praktijk
Wat zijn voorwaarden voor die burgerbetrokkenheid?
“De meest indringende les die uit dat onderzoek naar voren kwam is: burgerbetrok-kenheid vereist denken vanuit burgers. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar de praktijk blijkt weerbarstig. Burgers zijn namelijk op verschillende manieren betrokken. De WRR maakt een onderscheid tussen beleidsparticipatie, maatschappelijke parti-cipatie en maatschappelijke initiatieven.”
In 2006 schreef ik al (De kloof) dat burgers geen gelijk hoeven te krijgen, ze willen serieus genomen worden.
Het rapport zegt het zelfde, op haar manier.
“Burgers beschouwen hun inbreng als succesvol als deze een gewenste oplossing dichterbij brengt; op zijn minst willen ze serieus worden genomen.”
“Mensen begrijpen meestal wel dat ze hun zin niet kunnen krijgen, als hun argumenten maar wel meegenomen zijn in de besluitvorming.”

Een tweede voorwaarde is dan ook:
“Beleidsmakers kunnen betrokkenheid ondersteunen door burgers serieus te nemen, door zorg te dragen voor een voortdurende informatie-uitwisseling, en door het waarborgen van een scherpe focus: wat kan wel en wat kan niet.”

Dit gaat niet zo maar: “Het past lang niet altijd binnen het wereldbeeld van de beleidsmakers dat burgers ook experts kunnen zijn.”

– De duiding
Op welke manier kan de overheid appelleren aan burgerbetrokkenheid?
“Mensen willen en kunnen betrokken zijn als de uitdaging past bij hun behoeften en ze denken te beschikken over de toerusting die vereist is om passende antwoorden te vinden.”
“Burgerbetrokkenheid in de complexe samenleving vereist daarom vooral een geloof in de veerkracht van de vernetwerkte samenleving, met de bijbehorende ruimte voor burgers die elkaar vinden in steeds effectievere samenwerkingsverbanden.”

Het rapport spreekt heel nadrukkelijk het openbaar bestuur aan (denk aan de overheidsparticipatieladder van de ROB):
“De kunst van het openbaar bestuur is in hoge mate het laten van een gepaste ruimte aan burgers: weet wanneer je nodig bent en blijf weg als dat niet het geval is. Een cultuurverandering binnen het openbaar bestuur is daarvoor essentieel en beleidsmakers moeten grotere stappen zetten dan tot nu toe is gedaan. Meer ruimte voor ambtenaren en nieuwe instrumenten voor burgerparticipatie is niet voldoende. De huidige samenleving vergt het besturen van het onbestuurbare. Dat betekent een grote uitdaging voor beleidsmakers die uithoudingsvermogen vergt.”

– Bouwen aan vertrouwen
Bij het bouwen aan vertrouwen in de burger “gelden twee uitgangspunten: denk vanuit burgers en vergroot de kaders.”

Burgers: “Wie burgers wil betrekken, moet denken vanuit hun perspectief. Burgers hebben uiteenlopende behoeften en kwaliteiten en het is zaak daar in een netwerksamenleving rekening mee te houden.”

Kaders: “De grootste uitdaging is echter gelegen in het verwelkomen van maatschappelijk initiatieven die niet altijd gladjes ‘passen’ in het beleidsperspectief van beleidsmakers.”

Instrumenten voor het bouwen aan vertrouwen: Creëer tegenspel, vergroot alledaagse invloed, stimuleer maatschappelijk verkeer, bouw steunpilaren.

– Aanzetten tot verandering
Het rapport eindigt met een voorwaarde waar ik al jaren aandacht voor vraag, samen-maken-we-de-stad vraagt een geheel nieuwe beslisstructuur.
Het rapport zegt het zo:
“De doorbraak naar een ander betrokkenheidsbeleid vergt een aanzienlijke veran-dering van de overheidscultuur, een verandering op basis van visie, rugdekking en vonk.”

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder algemeen, Zwolse politiek

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s