Maandelijks archief: mei 2015

Leegstand, en nu?

imageGisteravond bij Club Cele geweest, op hun verzoek.

Het onderwerp was leegstand. Wat kan/moet er gedaan worden om leegstand te verminderen en tegen te gaan. De moderator had drie gasten, Wim Waanders, wethouder René de Heer en de pas benoemde inspirator Rhoda van Eeden.

Terugkijkend heeft het naar mijn indruk weinig opgeleverd.
Ik gebruik dit stukje om wat door te mijmeren.
Er is een aantal spelers op het veld. De winkeliers, de vastgoed-eigenaren, de gemeente. Ieder in een eigen rol, met eigen verantwoordelijkheden en met eigen belang.
En toch, voor een geslaagde aanpak zullen ze elkaar moeten vinden.
Oplossingen zoeken bij één van de spelers leidt tot mislukken.
De winkelier moet inspelen op de veranderde kooptrend. Niets blijft het zelfde, er wordt flexibiliteit gevraagd. Waanders vertelde me gisteren, dat zij nu al weer denken aan restyling. Waanders weet dan het gaat om beleving en handelt er ook naar. De winkelier overleeft wanneer hij zijn omzet op peil houdt en weet om te gaan met het aankopen via internet. Ruimte maken dus voor funshoppen.
De vastgoedeigenaar wil gewoon rendement. Inkomsten uit verhuur. Hoe gaat een vastgoedeigenaar om met het niveau van de huur. Handhaaf je het niveau dan vertrekken er winkels en zijn de inkomsten nul. Met als risico ook nog eens, dat vertrokken winkels aanleiding kunnen zijn voor vertrek van de volgende. Hoe zoek je daarin evenwicht.
Wat is de rol van de gemeente? De gemeente heeft geen directe relatie met winkeliers en vastgoed, zoals deze twee dat onderling wel hebben. Ze kan niet meer dan beïnvloeden. Gisteren zei ik, dat de duiding inspirator geen goede is, de functie van Rhoda van Eeden is meer een katalysator: het beïnvloeden van de reactiesnelheid zonder zelf aan de reactie deel te nemen (scheikundeleraar geweest).
Op een ander vlak heeft de gemeente wel een rol. Het veraangenamen van de omgeving, verbeteren van het verblijfsklimaat. Daar hoort ook een goede bereikbaarheid bij. Aanrij-routes, parkeergelegenheden.

De spelers kunnen niet zonder elkaar. Zoals ik al zei, oplossingen moeten werken bij alle spelers. Dan vraagt samenspel en dat kan alleen als alle spelers tegelijk om de tafel zitten. Dat zal nooit een eenmalig gebeuren zijn.
En er moet een markant begin zijn. Daar kan de gemeente een rol in spelen: aansprekende aankleding van het Broerenkwartier als start van de aanpak.

Wat mij betreft wordt ook het overleg opnieuw opgestart wat er was toen we nadachten over de flaneeravonden, alweer bijna 5 jaar geleden. We zaten om de tafel met City Centrum, met de horeca en met cultuurvertegenwoordigers. Hoe kunnen samen werken aan het versterken van funshoppen.
Naar mijn stellige overtuiging is er nog veel te bereiken, als het maar samen gebeurt.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zwolse politiek

Het nieuwe winkelen

Een paar jaar geleden las ik het boek van Cor Molenaar ‘Het nieuwe winkelen’. Ik kreeg het boek van de toenmalige directeur van de Mediamarkt, Arnold Sporre. Dat was in de tijd dat we de mogelijkheden van een flaneeravond verkenden.

In dit stukje geef ik een aantal voor mij sprekende citaten door uit het boek.
Om over na te denken. Voor bijvoorbeeld a.s. dinsdag bij Club Cele

– het stadscentrum zal steeds meer een entertainmentkarakter krijgen met een winkelfunctie
– Citaat aangehaald van Darwin: “het zijn niet de grootsten of de sterksten die overleven maar degenen die zich het best kunnen aanpassen”
– Flexibiliteit is misschien wel de kernwaarde voor succes
– Het koopgedrag van klanten is echter de laatste jaren behoorlijk veranderd, zonder dat de detailhandel daar effectief op ingespeeld heeft
– Internetwinkelen is functioneel en saai. Bied voordeel aan dat niet saai, voorspelbaar en rationeel is en de klanten blijven komen
– Passief wachten op klanten en concurreren met locatie en assortiment is volstrekt onvoldoende om te overleven
– Het kopen is tegenwoordig veel meer een combinatie van ratio met beleving, misschien wel een stukje entertainment
– Meer dan ooit wordt verkopen luisteren naar de klant en communiceren met de krant
– Het is nu dus de aanbieder die zich aan moet passen aan de vraag, aan de klant en aan het koopproces van klanten
– Retailers moeten andere middelen gebruiken om de klanten te blijven binden. Deze binding kan dan gezocht worden in hedonistische (fun) aspecten om het winkelen leuk te maken.

De citaten zijn zinnen uit het boek die ik bij het lezen toen heb gearceerd.
Het geeft wat mij betreft de essentie aan van waar onze aandacht wordt gevraagd.

1 reactie

Opgeslagen onder Zwolse politiek

Overheid en media

Gisteren (zondag 17 mei) konden we bij De Monitor voor de zoveelste keer zien dat er nogal schrijnende situaties te melden zijn als het gaat om de manier waarop gemeenten omgaan met hun verantwoordelijkheid in zorgdossiers.

Het merkwaardige is, dat wanneer Teun van de Keuken de verantwoordelijke wethouders confronteert met de gevolgen van hun besluiten, de wethouder niet uitlegt waarom hij zo handelt. Nee, hij biedt zijn excuses aan en zegt dat het niet meer zal voorkomen.
Naast dat die situatie nut en noodzaak van een programma als De Monitor aantoont, intrigeert het mij in hoge mate.
Het roept de nodige vragen op.
– is een wethouder wel in staat om zijn verantwoordelijkheid te nemen, ook al spoort dat eventueel niet met landelijk beleid?
– zit een wethouder wel voldoende dicht op het handelen van de ambtenaren?
– waar is wethouder bang voor, dat hij onmiddelijk excuses aanbiedt, wanneer De Monitor hem bevraagt?
– kan de lokale overheid eigenlijk wel de situatie aan, die ontstaat (is ontstaan) door de decentralisaties. Decentralisaties die laten zien dat Den Haag stelt dat het de verantwoordelijkheid is van gemeentes, maar dat ze het wel moeten doen volgens hun voorschriften. En dat zijn dus generieke wetmatigheden. Anders gezegd, dat is confectie waar maatwerk pure noodzaak is.

Kortom, achter zo’n optreden van een wethouder ligt een nog onverkende wereld. Moet er niet meer gebeuren, dan het herinrichten van het zorgbeleid? Het vraagt naar mijn opvatting een herdefinitie van verantwoordelijkheden. Waar gaat het rijk nog over en welke ruimte (lees: eigen verantwoordelijkheid) krijgt de lokale overheid.
Op zijn zachtst gezegd zit daar (nog) een te grote spanning.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder algemeen

BI(E)B discussie, deel 2

Eerder gaf ik aan waarom ik vind dat er een debat moet komen over de vraag of het een haalbare kaart is de bieb toch in de binnenstad te huisvesten.

Belangrijkste overweging was dat er sinds februari 2014 ontwikkelingen zijn geweest in de binnenstad – vooral toenemende leegstand – die een heroverweging rechtvaardigen. En bedenk: een heroverweging is wat anders dan het nemen van een besluit om de bieb toch in het Broerenkwartier te huisvesten.

In dit stukje wil ik een andere kant laten zien, een meer procesmatige.
In het vorige stukje eindigde ik met de opmerking dat een besluit, vandaag genomen, beter geaccepteerd zal worden.
Dat raakt aan de vraag hoe de Zwolse politiek moet omgaan met het gegeven dat er nogal weerstand is gegroeid tegen het niet huisvesten van de bieb in de binnenstad. De handtekeningenactie heeft duizenden handtekeningen opgeleverd.
In een stad die slogans kent als “Samen maken we de stad”, “Interactieve beleidsvorming”, “meedenkende overheid” kun je het niet maken om in een reactie op de actie slechts te verwijzen naar een debat van meer dan een jaar geleden.
Dat doet geen recht aan de (gewenste) relatie tussen politiek en burgers.

Ik herinner me de herstart van de ontwikkelingen van het Wezenlandenpaviljoen. Het college dacht te kunnen terugvallen op de resultaten van de inspraak van een paar jaar daarvoor. Na de nodige commotie werd het terecht overgedaan.
Ik herinner me de uitkomst van de collegeonderhandelingen in 2010. Hoewel duidelijk was dat het weghalen van de knip in Stadshagen geen haalbare kaart was, werd er toch (en terecht) een laatste onderzoek gedaan om duidelijk te maken, zeker na de inbreng van de VVD tijdens de campagne toen, dat weghalen van de knip niet haalbaar was.

Dit overwegende begrijp ik werkelijk niet waarom er geen debat komt waarin de voors en tegens van de bieb in de binnenstad op een rij gezet worden. Om dan vervolgens te besluiten of het wel dan niet kan.
Dan wordt er recht gedaan aan een grote groep Zwolse burgers.

1 reactie

Opgeslagen onder Zwolse politiek

BI(E)B discussie

Bieb-In-Binnenstad is duidelijk wat anders dan bed, bad en brood.

In mijn ogen wordt er star vastgehouden aan het besluit dat er nu ruim een jaar ligt. Na onderzoek van diverse mogelijkheden heeft de raad toen gekozen voor de plek aan de van Royensingel en niet voor bijvoorbeeld de binnenstad. De plek aan de Melkmarkt viel af (verregaande onderhandelingen met projectontwikkelaar) en de door Waanders verlaten plek in Natalini ook vanwege gebrek aan ruimte. Ik heb toen weinig gehoord over de gevolgen voor het Broerengebied van het niet huisvesten van de bieb.
Op dit moment neemt de leegloop ernstige vormen aan. Het is een domino-effect. Het vertrekken van de één wordt een argument voor de ander. Het gebied verliest dan zijn kwaliteit.

Wat er aan te doen?
Er is een denktank die mogelijkheden op een rij zet. En dat denken moet het liefst van buiten naar binnen. Dus niet gehinderd door bestaande structuren. Dus redeneren vanuit het belang voor het Broerengebied.
Dan krijg je ook de vraag naar verlevendiging. Wat kun je doen om de beleving, zo je wilt de beleefbaarheid, te vergroten.
In dat kader is de vraag bovengekomen of de bieb hierin een rol kan spelen. Die vraag kan alleen beantwoord worden, wanneer er een heroverwegingsdebat komt. Die vraag kan toch niet beantwoord worden met argumenten van meer dan een jaar geleden, toen de stand van zaken met Natalini nog niet scherp voor de bril stond.
In dat debat kunnen dan voors en tegen tegen elkaar afgewogen worden. In die afweging kunnen dan ook de wensen van de bieb meegenomen worden, die bepalend zijn voor de gewenste bouwomvang.
Dus het belang van de bieb versus het belang van het Broerengebied.

Ik begrijp werkelijk niet wat er tegen een debat is dat ook antwoord kan geven op de vraag vanuit de (binnen)stad.
Tegenstanders van een heroverweging reageren alsof voorstanders persé de bieb koste wat het kost in de binnenstad willen.
Het gaat mij om de heroverweging. En dan wordt vanzelf duidelijk wat wel en wat niet kan.
En omdat het een debat van vandaag is, zal het gemakkelijker zijn de beslissing te accepteren.
Zo’n gang van zaken hebben we eerder meegemaakt.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zwolse politiek