Maandelijks archief: juni 2015

Griekenland

De diversiteit aan emotie over wat er in Griekenland gebeurt valt me op.
Ik denk dat het te maken heeft met de insteek die je kiest.
Ik zie twee relaties.
De eerste is de relatie tussen Griekenland (de regering) en de Grieken.
De twee is die tussen de EU en Griekenland (de regering).

Griekenland is verantwoordelijk voor haar inwoners. Dat houdt onder andere in, dat er geldverkeer mogelijk is tussen de Grieken en de banken en tussen Grieken onderling. Dat vraagt een zekere hoeveelheid geld, die dat verkeer mogelijk moet maken.
Dat geld is er om allerlei redenen niet.
De regering moet dus terugvallen op instanties die Griekenland een lening kunnen geven.

Zo komen we bij de tweede relatie, die tussen de EU (en nog wat instanties) en de Griekse regering.
Er is een zekere verplichting vanuit het EU-lidmaatschap van Griekenland.
Maar die verplichting is niet vrijblijvend.
De EU wenst vanzelfsprekend garanties voor de lening.
Lenen is niet hetzelfde als gewoon overmaken. Er moet uitzicht zijn op terugbetalen van de lening.

En daar zit wat mij betreft het springende punt. De Griekse regering zit klem tussen haar verkiezingsbeloften en de gevraagde garanties door de geldverstrekker.
Wat de verstrekker vraagt, middels bezuinigingen, krijgt de regering niet zonder gezichtsverlies over de toonbank.

Redeneer je vanuit het belang van de individuele Griek, dan vindt je de houding van Dijsselbloem en de zijnen spijkerhard en wellicht onmenselijk.
Redeneer je vanuit de verantwoordelijkheid voor besteding van de middelen (bijv via de behoorlijk substantiële leningen) dan ben je het eens met het optreden van Dijsselbloem cs.

Eigenlijk moet je oordelen over de Griekse regering aan de hand van de vraag of ze er alles aan gedaan heeft om middelen beschikbaar te krijgen voor het herstel van de Griekse financiële huishouding.

Advertenties

4 reacties

Opgeslagen onder algemeen

Cultuur- en evenementenbeleid

1.

Evenementenbeleid staat niet op zichzelf. Het is, vind ik, het uitvoeringsdeel van cultuurbeleid. Immers, evenementen vormen onderdeel van wat aan cultuur ervaren kan worden.
Het komt dus aan op de juiste volgorde: eerst het cultuurbeleid vaststellen en daarna het evenementenbeleid.
Trouwens, zou het niet juister zijn om het anders te formuleren: uitvoeringsbeleid evenementen.
Op deze manier worden de verschillende culturele uitingen in samenhang beschreven.

2.
Cultuurbeleid moet dus duidelijk maken wat je in Zwolle kunt verwachten aan culturele uitingen. En dat gaat verder dan de Zwolse theaters en de musea. Het gaat ook over (wat ik dan maar in een verzamelnaam duidt met) buiten-evenementen. Ze zijn er in soorten en maten en soms overdekt.
Het zijn vooral deze evenementen die stof doen opwaaien.
Juist deze evenementen kennen voor- en tegenstanders.
Ofwel, er zijn tegengestelde belangen. En voor de duidelijkheid, bij belangen gaat het niet om meerder- en minderheden.

3.
Het cultuurbeleid formuleert voor welke cultuuruitingen Zwolle kiest. En in welke frequentie.
Het uitvoeringsbeleid evenementen beschrijft waaraan voldaan moet zijn bij de uitvoering van dat beleid. Dan wordt duidelijk op welke manier rekening wordt gehouden met de belangen van voor- en tegenstanders. Dat gebeurt dus op voorhand in de nota en niet bij elk evenement dat wordt georganiseerd.
Dat voorkomt verrassingen en maakt het mogelijk bezwaar te maken. De bezwaren moeten dan wel gerelateerd zijn aan de nota uitvoeringsbeleid evenementen.
Het voorkomt willekeur. Dat geldt voor zowel gemeente als voor burgers.

4.
In de nota uitvoeringsbeleid wordt vastgelegd wat het maximum aantal evenementen per type evenement is en hoe (vooral) de buiten-evenementen over het jaar verdeeld zijn. Hierbij wordt bijvoorbeeld rekening gehouden met het broedseizoen.
Ook wordt per type evenement vastgelegd wat het geaccepteerde geluidsniveau is. Wellicht moet rekening worden gehouden met het moment in het jaar (zomers veel ramen en deuren open) en met de plek (bewonersdichtheid) waar het evenement georganiseerd wordt.

5.
Belangrijk is dat de uitvoeringsafspraken zo worden vastgelegd dat ze leidend kunnen zijn bij bezwaren. Dat werkt dan naar twee kanten: de gemeenteraad heeft afgesproken criteria ter beschikking; bezwaarmakers weten op welke manier de gemeenteraad hun bezwaren toetst.
Voorwaarde is wel dat gedurende de afgesproken looptijd geen wijzigingen worden aangebracht. En dat de gemeente niet terugvalt op redeneringen die uitzonderingen zouden moeten rechtvaardigen.
Het vraagt derhalve een zorgvuldige vaststellingsprocedure van beleid en uitvoering, dus samen met alle betrokken burgers en cultuurorganisaties.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zwolse politiek