Maandelijks archief: oktober 2017

Raadgevend referendum – ja of nee

Het referendum is nogal onderwerp van bespreking en wordt door nogal wat kiezers gezien als toetssteen van burgerbetrokkenheid. Zo in de trant van: neemt de politiek ons wel serieus.
In dit stukje wat gedachten – mijn gedachten! – over dit instrument.
1. In de gemeenteraad wordt beleid gemaakt en getoetst. Als hoogste orgaan in de gemeente worden daar beslissingen genomen. Doorgaans bij meerderheid van stemmen. Ik heb in al die jaren dat ik in de raad zat nog nooit vernomen dat de minderheid zich niet gehoord voelde. 
Debat, argumenteren, elkaar bevragen en stemmen: nieuw beleid.
2. De samenstelling van de gemeenteraad is het resultaat van verkiezingen. De raadsleden doen hun werk namens de kiezers die gekozen (kunnen) hebben aan de hand van de verkiezingsprogramma’s. Representatieve democratie.
Er is al een tijd de tendens gaande dat burgers ook tussen de verkiezingen in een rol willen spelen bij het ontwikkelen van beleid. Dat kan op een aantal manieren. Denk ik.
 De fractie kan in aanloop naar een debat hoorzittingen organiseren, politieke partijen kunnen hun achterban raadplegen, je kunt social media inzetten en je kunt een referendum houden. Dat kan op initiatief van “de” politiek, maar ook op initiatief van burgers.
3. Elk instrument heeft zijn voor en tegens. We zullen ze benoemen. Maar eerst de conclusie dat er meer instrumenten zijn dan alleen referenda, al dan niet raadgevend.
Het organiseren van hoorzittingen door elke fractie is een nogal tijdrovende aangelegenheid. Een goed alternatief is om gezamenlijk als raad hoorzittingen te houden om te weten te komen wat burgers in een bepaald dossier bezighoudt. Dat zou standaard bij grote dossiers kunnen gebeuren. Een goed voorbeeld vind ik het dossier Spoorzone. Met regelmaat kunnen burgers van zich laten horen. Valkuil is wel dat het ervaren wordt als doekje voor het bloeden of als democratische schaamlap. Van te voren moet bekend zijn, wat de reikwijdte is van inbreng van burgers. Cruciaal is dan ook het moment. Kan er wat worden ingebracht of is het niet veel meer dan informeren.
4. Het raadplegen van de achterban door politieke partijen vind ik tricky. Het is niet de eerste taak van een partij om in het kader van beleidsvorming de achterban te horen. Het risico bestaat dat de onafhankelijke status van een raadslid geweld wordt aangedaan. De fractie is de natuurlijke gesprekspartner van (het bestuur van) de partij. Een tweede overweging voor mij is dat de achterban vele malen kleiner is dan het electoraat. Het raadplegen wordt zo behoorlijk versmald.
5. Inzetten van social media kan altijd. Het heeft zijn beperkingen maar kan een waardevolle aanvulling zijn bij het nadenken over dossiers. Wel moet bedacht worden dat burgers doorgaans vanuit eigen belangen reageren – en daar is niks mis mee – maar dat een raadslid juist de verschillende belangen moet afwegen. Dat is iets wat de burger zich ook moet realiseren. Dat vraagt na een genomen beslissing verantwoording door de fractie over het ingenomen standpunt.
6. En dan het raadgevend referendum. Ik ben daar geen voorstander van en daar heb ik meerdere argumenten voor.

a. De tweedimensionaliteit (ja of nee) van een referendum past niet bij de meeste dossiers. Daar zijn ze te complex voor en vragen doorgaans nuanceringen.

b. Een weloverwogen standpunt innemen vraagt kennis nemen van de materie. Om allerlei redenen komt de burger daar begrijpelijkerwijs niet aan toe. En is daarmee afhankelijk van partijen die belang hebben bij een ja of een nee. Het Oekraïne referendum is een goed voorbeeld van voorlichting die niet helemaal paste bij de te maken keus.

c. De burger die stemt voelt zich niet verantwoordelijk voor de consequenties van zijn keus. Dat wordt niet meegenomen in de overwegingen. Eerlijker zou zijn te vragen bij een keus die duurder is dan het voorstel, dat men dan bereid moet zijn om (bijvoorbeeld) meer belasting te betalen. Dus in de vraagstelling consequenties al meenemen.

Wat te doen?
Ik ben voor het verder verbeteren van burgerbetrokkenheid. Er zijn de nodige stukken geschreven in de afgelopen jaren. Ik heb al in 2015 een inventarisatie en samenvattingen gemaakt: https://johnvanboven.com/2015/08/25/burgerbetrokkenheid-2/.
Er gebeurt te weinig mee. Onlangs heeft de commissie Remkes (staatscommissie Parlementair Stelsel) haar “marsorder” gepubliceerd: Probleemverkenning. Met veel stof om over na te denken.
Ik herhaal hier wat ik al een paar keer schreef. De wens om in Zwolle gestructureerd na te denken over de omslag van representatieve naar participatieve democratie. Hoe betrekken we burgers intensiever en consequenter bij beleidsvoorbereiding.
Ik herinner me een commissie die we Sociaal Economisch Forum noemden. Daar werd systematisch nagedacht over het versterken van de Zwolse economie.
Waarom dan nu niet een commissie/taskforce/werkgroep/denktank over democratie 3.0 (of zo iets).
Een schone taak voor de Zwolse griffie lijkt mij.

Advertenties

8 reacties

Opgeslagen onder algemeen, Zwolse politiek

Benoemingen

De namen die langzamerhand aan de openbaarheid worden prijsgegeven bieden stof tot nadenken. Niet zo zeer over de namen als wel over het proces dat gelopen is voorafgaand aan de voordracht (want verder is het proces nog niet).

Laat me het vergelijken met een gewone benoemingsprocedure. Er wordt nagedacht over de vacature: wat houdt de vacature in, aan welke voorwaarden moet een kandidaat voldoen, welke ervaring moet hij hebben en zijn de kwalificaties van de kandidaat aantoonbaar.
Zodra de sollicitanten bekend zijn, worden ze langs de “meetlat” gelegd. Een commissie spreekt de kandidaten en komt met een voordracht.

En dan nu de voordracht voor minister.
Ik kan geen enkele overeenkomst ontdekken.
Zo gek is het toch niet wanneer er criteria worden geformuleerd die passen bij de zwaarte van de functie. Het is dan aan elk van de coalitiepartijen om bij die criteria de beste kandidaten te vinden.
Maar ja, het is politiek. Dan gaat het, zo lijkt het, over belonen van verdiensten voor de partij.
Daarbij wordt over het hoofd gezien dat goed gekwalificeerd zijn voor de ene functie niet betekent dat dat dan ook geldt voor het ministerschap. Belonen dus in plaats van competenties.
Ik las vandaag dat ook beloftes uit het verleden kunnen worden ingelost. Dat is nog eens wat anders dan aandelen.
Zou een partij ook een afweging maken tussen het belang van het ministerschap versus de gevolgen van het vertrek uit huidige functie?

De toenemende betrokkenheid van kiezers bij het politieke handwerk zou toch mogen leiden tot de vraag wat dat betekent voor de mate van openheid als het gaat om de ministersbenoeming. Niet dat de burger moet gaan optreden als een soort sollicitatiecommissie. Wel dat de kiezer mag weten welke zaken rol spelen bij een voordracht.
De publieke verbazing bij de nu bekende voordrachten spreekt boekdelen.

Kortom, de schuivende panelen als het gaat om democratie (van representatieve democratie naar een vorm van deliberatieve democratie) moeten toch op de één of andere wijze ook gevolgen hebben voor de procedure van voordracht voor een ministerspost.

Er moet op zijn minst over nagedacht worden.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder algemeen