Maandelijks archief: november 2017

Mijn ervaringen met bestuur RTVZOo

Vooraf

Het PBO avontuur begon (ergens in 2015) met een gesprek met de (toenmalige?) voorzitter Frits Smit bij grand café Public. Of ik voorzitter wilde worden van het PBO. Daarnaast verkende hij de mogelijkheid om lid te worden van het bestuur.
Dat laatste wilde ik niet. Wel voorzitter van het PBO. Ook zei ik bereid te zijn op te treden als adviseur van het bestuur om op die manier ook de linking pin te kunnen zijn tussen PBO en bestuur. Dat vond instemming van de voorzitter.
Na dat gesprek ben ik Frits niet meer tegengekomen. Het was steeds Bernhard Nanninga die namens het bestuur optrad.

Het proces dat leidde tot het ter beschikking stellen van het voorzitterschap van het PBO begon met een mail van een medewerker op 4 mei 2015.
In deze mail en die van twee andere redacteuren wordt o.a. de huidige situatie beschreven en omschreven wat er moet gebeuren. Een mail eindigt met deze opsomming:

1. Duidelijkheid over de wishlist op zeer korte termijn gewenst
2. Oplossen issues KK/Site op zeer korte termijn gewenst
3. Herverdeling taken op zeer korte termijn gewenst
4. Laten we alsjeblieft de overgebleven positieve energie gericht aanwenden daar waar het zin heeft, elkaar te blijven motiveren en stoppen elkaar te frustreren. Dank!

Een andere mail pleit voor een brainstorm om samen de schouders er onder te zetten.
Dat bracht mij tot de volgende reactie:

Je voorstel van een brainstorm spreekt mij enorm aan.
Voorwaarde is wel dat de uitkomst niet vrijblijvend is.
Resultaat zal een lijst moeten zijn met kwaliteitsverhogende impact. Dat kan liggen op het vlak van apparatuur, maar ook op het personele vlak.
Dat vraagt van het bestuur inzicht in de financiële polsstok.
Kan er vanuit de redactie initiatief genomen worden?

Hier reageert bestuurslid Martin Koekenberg op, 4 mei 2015:
Stilletjes volg ik deze discussie.
Bestuur neemt actie in deze. Zelfde insteek: uitkomst is niet vrijblijvend.
MartinKoekenberg

Op 6 mei wordt duidelijk wat Martin Koekenberg verstaat onder actie nemen. Hij stuurt namens het bestuur een mail naar de eindredactie:

Beste eindredactie,
We zijn allemaal druk bezig met de verhuizing, de nieuw omgevingen etc. Echter blijft er peen zorgelijk punt, de kwaliteit.
In de mail van maandagochtend wordt ook verwezen naar de laatste openstaande punten. Echter zullen deze van geen invloed zijn op de kwaliteit van onze content. Het zit soms in kleine dingen, die een wereld van verschil maken.
Momenteel ligt RTV ZOo onder een vergrootglas. We zitten nog steeds in de race voor de licentie. Het commissariaat van de media heeft nog geen besluit genomen!!!!! Theoretisch kan het nog alle kanten op.
Het bestuur wordt regelmatig aangesproken op de erbarmelijke kwaliteit van RTV ZOo. Waar we vroeger vaak mensen konden motiveren om dan hun ideeën te spuien of mee te denken krijgen we nu soms de reactie dat men zich niet aan RTV ZOo wil verbinden gezien de huidige kwaliteit.

Ook maandagochtend hebben we een groot nieuws item gemist (uitslag van de wedstrijd om de KNVB Beker). Eind van de ochtend kwamen de berichten maar dat is gewoon te laat. We voldoen absoluut niet aan de verwachtingen. Het bestuur begrijpt dat we allemaal vrijwilligers zijn en niet alles op elk moment kunnen doen, maar we moeten daar wel de juiste beslissingen in nemen.
Het bestuur heeft volgende week een extra vergadering ingelast om binnen het bestuur eens uitgebreid stil te staan bij de kwaliteit die we nu leveren tov wat we eigenlijk zouden moeten leveren. Na deze vergadering komen we daarop terug richting de eindredactie.
Er is al eerder aangegeven dat we nu met ons allen er de schouders onder moeten zetten. Iedereen kijkt naar ons en we moeten absoluut voorkomen dat we de strijd om de lezer, kijker & luisteraar definitief gaan verliezen.
Samen bouwen we de omroep, laten we samen ook kritisch blijven. We moeten scherp blijven op kwaliteit en “kritiek” daarop is bedoeld om verbetering te realiseren. Iemand die er op een afstand naar kijkt, ziet nu eenmaal andere dingen dan degene die het maakt. En ja, soms is dat niet leuk, maar als we zaken niet uitspreken, verandert het ook niet.
Namens het bestuur van RTV ZOo.
Martin Koekenberg

Deze mail resulteert in 2 nogal geëmotioneerde reacties van medewerkers.
Dat gaf mij aanleiding om te reageren op de bestuursmail, 8 mei 2015:

Geacht bestuur,
Via de reactie van R heb ik kennis kunnen nemen van de mail die Martin namens het bestuur gestuurd heeft aan de reactie.
Om maar met de deur in huis te vallen, ik vind dat dit niet kan.
Redactieleden hebben vorige week geopperd om de tafel te gaan zitten om te bespreken wat er moet gebeuren en welke prioriteiten daar aan moeten worden toegekend. Ik vond/vind dat een prima initiatief en heb laten weten dat ik daar graag aan meewerk. En, dat het geen vrijblijvende actie mocht zijn.
Martin mailde mij toen dat het bestuur actie zou ondernemen. Ook prima, als er maar een gesprek komt.
Die actie bestaat kennelijk uit een mail met daarin allerlei opmerkingen over de kwaliteit of juist het gebrek er aan. Allerlei beschuldigingen onder het mom van “je moet kritisch kunnen zijn, anders gebeurt er niks”.
Mij leek het overleg juist bij uitstek het middel om samen te bekijken wat er gebeuren moet. En niet een dergelijke mail.
In plaats van samen de schouders er onder is het een beschuldigende vinger richting de eindredactie geworden. Onbegrijpelijk. De reactie van R en P vind ik daarentegen wel begrijpelijk.
Ik zou het op prijs stellen wanneer gemeld wordt dat deze mail als niet geschreven moet worden beschouwd.
Nog een persoonlijke opmerking.
Bij de vraag of ik voorzitter wilde worden van het PBO werd ook gevraagd of ik, door het bijwonen van de bestuursvergaderingen, de linking-pin wilde zijn tussen bestuur en PBO. Het valt me daarom op dat de mail van het bestuur niet ook aan mij was gericht.
Los nog van het feit dat ik tot nu toe weinig tot niets heb gehoord van het bestuur.
Ik hoop op een adequate reactie van het bestuur.
Met vriendelijke groet,
John

Naar aanleiding van mijn mail heeft Martin Koekenberg mij gebeld. In dat gesprek werd duidelijk dat de bestuursmail niet wordt teruggenomen.

Op maandag 18 mei wordt er een vergadering gehouden, eindredactie XL, zoals de vergadering wordt noemt. Redactieleden, bestuursleden en ik als voorzitter PBO.
In de vergadering merk ik bij het bestuur weinig van het in mijn ogen broodnodige wij-gevoel. Het bestuur hamert op kwaliteit, op zich terecht. Als redactieleden zeggen dat ze dan wel het goede gereedschap moeten hebben, reageert het bestuur dat daar geen geld voor is. Later in de vergadering zegt het bestuur dat er, wanneer er ipv 10 actieve medewerkers er 30 zijn, aan investeren gedacht kan worden. Kennelijk is geld dan geen belemmering meer.
Op een rechtstreekse vraag van een redactielid of het bestuur vertrouwen heeft in de medewerkers zegt Bernhard Nanninga dat hij daar geen antwoord op geeft.
Op mijn vraag of het bestuur hun mail alsnog wilde terugnemen, werd ontkennend gereageerd.
De consistente, maar in mijn ogen verkeerde, opstelling van het bestuur doet mij besluiten in de pauze te vertrekken met de aankondiging dat ik mijn functie ter beschikking stel.

Op 21 mei 2015 krijg ik een mail van Bernhard Nanninga:

Beste John,
Ik wilde je toch even meenemen in een deel van de film die je kennelijk afgelopen maandag wel keek, maar voor 90% niet had gevolgd.
Ik ben redelijk direct en wilde dat nu ook maar zijn: De belangrijkste reden om die niet direct antwoord te geven op een deel van de vragen, ligt in mijn gezondheid. Zonder nu in details te treden, ontbreekt het me op dit moment aan de energie om op dat te doen.
Toch wilde ik er die avond bij zijn. Mijn collega bestuurders weten dat, respecteren dat. Hetzelfde geldt voor een deel van de redactie, waaronder Rob. Een nee nu is voor vele van hen genoeg om even verder te gaan met de kern van het proces of om acuut te stoppen.
Mede om die reden hebben wij Rob in zijn rol als Studiomanager willen laten zitten en willen ondersteunen. Hij gaf bij het begin van de vergadering nadrukkelijk aan niet meer naar de mailwisseling te willen kijken, maar vooruit. Hij worstelt al weken met een tekort aan mankracht en wilde deze avond gebruiken om dit te veranderen.
Zo heb ik ook niet gereageerd op de mailwisseling van ruim 2 weken geleden. In een voor mij in 15 jaar een van de eerste vakantieweken zonder e-mail, heb ik de mail wel gezien, maar bewust even zo gelaten. Ik was even toe aan een noodzakelijke break. In de weken erna heb ik me intensief ingezet om een ieder weer met de neus dezelfde kant op te krijgen, met al dan niet de nodige excuses en correcties.
In jouw politieke arena kan het soms 100% wit of soms 100% zwart zijn. In die van ons zijn er niet 50 tinten grijs, maar wel 5000. Op basis hiervan kies ik meestal mijn rol en die was die avond bewust bescheidener dan normaal, maar ook korter dan normaal. Een deel van de aanwezigen begreep dat.
Ik heb je verzocht om de dag erna nog even met je af te stemmen en dan had ik je mijn achtergrond ook open en volledig mee gegeven. Evenals de rest van de film. Daar ben je helaas niet op in gegaan.
Nu mag je je brieven naar alle omstanders schrijven. Ik wil met dit berichtje voorkomen dat je je richting de Wethouder blameert. Immers ook hij zal hoor en wederhoor toepassen. Op basis van o.a. de reden in de eerste alinea, kun je ook andere conclusies trekken.
John, in tegenstelling tot het diepe ontzag wat te meesten aan de vergadertafel ongetwijfeld voor je hebben, heb ik een groot respect voor je, maar ik ben ook niet bang voor je. Even een halt toe roepen als dit nodig is, of op dat moment het maximaal haalbare, zal ik blijven doen. Om wille van het proces bij RTV ZOo.
Ook ik kan er uit stappen, daar heb ik alle redenen voor. Ik doe dat als we een aantal successen behaald hebben. Dat kan morgen zijn, maar ook over 2 jaar.
Laten we voordat je je brieven schrijft, als volwassen mensen nog eenmaal een aantal zaken de revue passeren. Zodat ook jij kunt bepalen op welke moment het voor jouw geschikt is om uit te stappen, of nog even aan boord te blijven. Laten we duidelijk formuleren wat jouw rol is en wat die van ons en die van de eindredactie. Die avond zat je niet in de rol van regisseur en wij niet in de rol van leider. Rob had je gevraagd mee te denken om zijn vraag naar meer inzet kracht bij te zetten c.q. het project luisterpanel op te pakken.
Ik drink graag een bak koffie met je ergens volgende week. Ik wens je veel wijsheid.

Ik ben verbaasd, om meerdere redenen. Mijn reactie, dd 21 mei 2015:

Bernhard,
Dank voor je uitgebreide mail.
Het punt is dat wat je schrijft maar zeer ten dele raakt aan wat mij bezig houdt en wat de grond is voor het onmiddellijk ter beschikking stellen van mijn functie als voorzitter van het PBO.
Voordat ik op een rij zet wat mijn overwegingen zijn, wil ik toch wel een paar punten uit je mail langs gaan. Ik laat ook punten liggen.
Als ik mijn overwegingen langsloop dan associeer ik dat niet met blameren. Op zich al een merkwaardige veronderstelling, dat ik me zou blameren als ik de wethouder uitleg, waarom ik me terugtrek.
Wat ik helemaal niet begrijp is je opmerking dat je niet bang voor me bent. Het gaat ook niet over ontzag. Het gaat over mijn oordeel over de wijze waarop het bestuur praat over de medewerkers. Dat zit me dwars. En dat heeft weinig te maken met of iemand al dan niet bang voor mij is.
Gelet op wat je schrijft en opmerkt, krijg ik de indruk dat jouw werkelijkheid kennelijk een andere is dan de mijne.
Aan mijn beleving van de werkelijkheid ontleen ik de volgende overwegingen.
Hierboven schreef ik al, dat het wat mij betreft gaat om de manier waarop het bestuur omgaat met de vrijwilligers.
In de periode voor de vergadering zag ik dat terug in de vervelende mail van Martin Koekenberg namens het bestuur. Vooral vanwege de verwijtende toon en het ontbreken van het wij-gevoel. In mijn mailreactie vroeg ik om de mail terug te nemen. Ook deed ik dat in een vrij uitvoerig telefoongesprek met Martin.
Dat ging niet gebeuren.
In de vergadering zelf proefde ik nog steeds dat wat mij ook dwars zat in de mail van Martin. De opmerkingen vanuit het bestuur gingen vooral over de kwaliteit (of het gebrek eraan) van de medewerkers.
Het bestuur hamert terecht op het belang van kwaliteit, maar geeft niet thuis als medewerkers stellen dat goede apparatuur een eerste vereiste is. Geen geld zegt het bestuur. Maar even later wordt gezegd dat wanneer er 30 actieve vrijwilligers zijn, er geïnvesteerd kan worden. Dan is geld dus niet meer de bepalende factor voor al dan niet investeren. Deze redenering onderbouwt wat ik al eerder stelde, dat het bestuur het wijt aan mensen, zodat een investeringsbeslissing kan worden uitgesteld.
Ook in de vergadering vroeg ik Martin zijn mail terug te nemen. Hij was het (nog steeds) niet van plan. Al had hij maar gezegd dat het een erg ongelukkige mail was. Zelfs dat niet.
Als Paul Appels rechtstreeks vraagt of het bestuur vertrouwen heeft in de medewerkers, dan wil Bernhard daar geen antwoord op geven (wat op zich ook een antwoord is). Ik begrijp werkelijk niet wat dat met al of niet gezond zijn te maken heeft. Echt niet.
Kortom.
Er ontstaat bij mij een consistent beeld.
Het bestuur staat niet achter de mensen en is niet van plan welke consequentie dan ook te trekken uit wat gezegd is, althans niet tot de pauze. Ik ben in de pauze vertrokken. Omdat ik, gelet op de consistentie van handelen ik totaal geen fiducie had in een veranderen van de houding van het bestuur.
Ik stel mijn functie met onmiddellijke ingang ter beschikking.
Ik doe dat nu omdat ik niet te veel tijd wil laten komen tussen de mondelinge mededeling en de opzegging per mail. Bovendien moet de tijd tot aan het volgende PBO niet te krap worden.
Ik had willen wachten tot maandag met mijn beargumenteerde ter beschikking stellen van het voorzitterschap van het PBO. Na jouw mail vandaag lijkt het mij het beste om dat, in antwoord op jouw mail, vandaag te doen.
Ik zal maandag de leden van het PBO per mail informeren.
Ik zal niet actief de publiciteit zoeken. Als er vragen komen, van wie dan ook, die zal ik naar eer en geweten beantwoorden.
Groet
John

Op 22 mei 2015 reageert Bernhard op mijn mail:

Dank John voor je reactie.
Wij respecteren je mening. Desondanks nodigen we je uit om over laten we zeggen 14 dagen nog eens met elkaar in gesprek te gaan en te reflecteren over wat er speelt binnen onze organisatie en het werkveld. En wat er in voorgevallen.
Margriet heeft aangegeven tijdens dit gesprek aanwezig te willen zijn. We zetten bij mij op kantoor prima koffie. Graag verneem ik wanneer dit je zou passen.
Dank voor je inspanningen en we wensen je veel wijsheid.

Mijn reactie daarop, op 22 mei 2015:

Bernhard,
Zoals ik al in mijn laatste mail schreef, ik heb geen fiducie in een veranderde houding van het bestuur, gelet op de consistentie in het reageren tot nu toe. Ik ben nog steeds zwaar teleurgesteld door de inhoud van de mail van Martin en van jouw mail.
Ik zie dan ook geen enkel nut in een gesprek, waarover dan ook.
Groet,
John

De maandag daarop, 25 mei 2015, heb ik de leden van het PBO geïnformeerd:

Beste mensen,
Vorige week heb ik het bestuur gemeld, dat ik met onmiddellijke ingang het voorzitterschap van het PBO ter beschikking stel.
Ik heb er geen behoefte aan om alle overwegingen met jullie te delen.
Het komt er vooral op neer, dat ik moeite heb met de handelwijze van het bestuur en de manier waarop het bestuur omgaat met de vrijwilligers. Vrijwilligers die met de beperkte middelen die ze hebben, er het beste van willen maken.
In een dergelijke werkomgeving voel ik mij niet thuis.
Het ga jullie goed.
Met hartelijke groet,
John

Een aantal PBOleden heeft hier individueel op gereageerd.

Naschrift
De vraag kan gesteld worden of ik in deze gang van zaken wel vanuit mijn rol als voorzitter van het PBO heb gehandeld.
Twee opmerkingen.
– Het gaat niet over rollen en verantwoordelijkheden.
Het gaat om de vraag of er vertrouwen is in het bestuur. Dat vertrouwen heb ik niet meer.
– Een tijd geleden heb ik de vraag zelf hardop gesteld in een mail op 31 maart 2015:
Ik hoop niet dat het bestuur mij deze mail kwalijk neemt. Het gaat mij om het herkenbaar neerzetten van rtvZOo in de Zwolse samenleving.
De voorzitter reageerde de volgende dag per mail:
Jouw mail wordt jou geenszins kwalijk genomen, integendeel het is juist wat jij stelt en het toont betrokkenheid.

Advertenties

1 reactie

Opgeslagen onder Zwolse politiek

Het collegeakkoord en de koopzondagen

De gisteren (27 november 2017) in de Zwolse raad verworpen motie van CDA en Swollwacht roept een diversiteit aan reacties op. Een aantal reacties ervaar ik als onterecht, in die zin, dat partijen geen recht wordt gedaan.
Ik probeer dat puntsgewijs duidelijk te maken.
1. Belangrijk, de motie vroeg niet om voor 31 december een uitzondering te maken op het staand beleid. De motie vroeg aan het college om met een beslisnota te komen over een nieuw koopzondagenbeleid. Dit onderscheid is van belang bij de volgende punten.
2. Bij de onderhandelingen voor een nieuw college wordt er niet meer onderhandeld totdat iedereen het over alle punten eens is. Er wordt rekening gehouden met voor elke partij belangrijke punten. Die worden in het akkoord opgenomen en daarmee zeggen partijen niet dat ze het er mee eens zijn, maar dat ze gedurende de looptijd van het akkoord (de zittingsduur van het college) deze punten zullen respecteren. 
Een belangrijk aspect voor een oordeel over stemgedrag van coalitiepartijen.
3. Het beleid over koopzondagen is in deze zittingsperiode van het college wat verruimd. Je zou kunnen zeggen dat het collegeakkoord is geamendeerd. En dus onderdeel is en blijft van het akkoord dat door alle coalitiepartijen gerespecteerd zal worden.
4. De schriftelijke vragen van D66 aan het college waren vragen naar de bekende weg. Als uitvoerende partij kan het college niet anders doen dan verwijzen naar het staand beleid, opgenomen in het collegeakkoord, waarvan trouwens D66 één van de ondertekenaars is.
5. Wat resteerde was de motie van CDA en Swollwacht, waarin het college wordt gevraagd om nog in december 2017 met een beslisnota te komen over nieuw beleid voor de koopzondagen: alle zondagen open. Dus de oppositie vraagt nieuw beleid tijdens de zittingsduur van dit college met het collegeakkoord dat is ondertekend door de huidige vier collegepartijen.
6. De collegepartijen zeggen vervolgens dat ze samen een afspraak hebben gemaakt en afspraak is afspraak. En stemmen dus tegen deze motie.
7. Het stemgedrag van de collegepartijen wordt dus niet bepaald door het eigen standpunt over koopzondagen, maar door de gezamenlijke afspraak, neergelegd in het akkoord. Het is dan ook onjuist om schamper te doen over het stemgedrag van bijvoorbeeld de VVD. Het is juist sterk, dat ze hun stem hebben laten bepalen door het akkoord en niet door de eigen opvatting. .
8. De collegepartijen moeten wat ook dit dossier betreft zich maar laten gelden in de campagnetijd. Dan wordt duidelijk hoe ze zelf in o.a. dit dossier zitten. Elk voortijdig oordeel over welke collegepartijen dan ook, gaat voorbij aan de waarde, de functie en de betekenis van een collegeakkoord.

3 reacties

Opgeslagen onder Zwolse politiek

31 december

Mijn TL staat bol met tweets over al dan niet winkelopening op zondag 31 december. Het springende punt is of het een inbreuk is op wat is vastgelegd in het college-akkoord of dat openstelling past binnen bestaand beleid.
In het eerste geval moeten eerst de collegepartijen overleggen, het is tenslotte hun akkoord. In het tweede geval kan het college een standpunt formuleren.
Ik volg Claudia van Bruggen, die zaterdag twitterde dat ze het college-akkoord wil honoreren, want afspraak is afspraak. Maar, de situatie rond de geluksmakelaar, die ze onvoorzien noemde, vraagt wat haar betreft een heroverweging.
Ik vind dat een zuivere benadering.
Maar dan moet je geen vragen stellen aan het college, want die valt dan vanzelfsprekend terug op het college-akkoord. Je moet in eerste instantie in overleg met je coalitiepartners en als je het eens wordt, het voorleggen aan de gemeenteraad.
Dat heeft niets te maken met achterkamertjes, en ook niet met het niet in willen zetten van gerichte raadsinstrumenten.

De eerste vraag moet dus zijn: is het een inbreuk op het akkoord of past het er binnen. En dan het goede instrument inzetten.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zwolse politiek

Het luchtruim 2

Hoe langer ik er over nadenk des te merkwaardiger ik de hele gang van zaken vind rond de discussie over de uitbreiding van vliegveld Lelystad.
En dat komt omdat wij, de burgers, niet weten welke criteria worden gebruikt door de overheid en hoe vervolgens de gevolgen van de uitbreiding worden getoetst aan die criteria. En juist daarover zou het debat moeten; juist daarover moeten hoorzittingen worden georganiseerd.

Ik vroeg het al eerder: is er al gedefinieerd wanneer het luchtruim vol is? Is voor iedereen duidelijk hoe de parameters werken? Ik denk dan aan CO2-uitstoot, veiligheid, geluidshinder, economische overwegingen.
Als alle partijen daarin een eigen afweging maken, krijgen we geen debat maar een Babylonische spraakverwarring.
Ik zou zeggen, overheid begin opnieuw en dan bij het echte begin waardoor een goed debat mogelijk is.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder algemeen

Het luchtruim

Tweeten over zaken die te maken hebben met de uitbreiding van vliegveld Lelystad maken het nodige los bij tweeps die actief zijn in dit dossier. Ook al had mijn tweet (hoeveel protest komt er van burgers die zelf regelmatig vliegen) weinig te maken met een inhoudelijk commentaar.
Het mooie is dat de meeste reacties wel inhoudelijk van aard waren. Op één na. Die vond dat ik aan het jij-bakken was.
Wat mij opviel, was dat de reacties niet zozeer gingen over geluidsoverlast, maar veel meer over opmerkingen aan de “voorkant” van de procedure.
Een voorbeeld:

– “Zeker anders naar vliegen kijken en waar mogelijk trein of auto nemen. Echter dat vliegtuigen zo absurd goedkoop is zorgt voor massa’s in de lucht. De 67 % buitenlanders die we over Ons land vervoeren helpt ook niet. Transfers ook niet. Dat moet anders.”

Een ander belangrijk aspect krijgt ook – gelukkig – aandacht. De wijze waarop de overheid ‘kijkt’ naar burgers. Jaren geleden schreef ik al dat de overheid de neiging heeft burgers te zien als potentiële vijand in plaats van als partner in de probleemstelling. Dat is wellicht wat zwart/wit maar ik zie het terug in tweets als reactie op mijn eerste tweet. Een paar voorbeelden:

Probleem is dat Staat naar geen enkel idee luistert en alles probeert om (v)liegveld Lelystad doorheen te drukken.”

“En wat deze opmerking betreft: het valt voor burgers niet mee onnavolgbare computermodellen overheid te pareren met eigen plannen.”


“En wat hier ook meespeelt is de wijze waarop het er door wordt gedrukt. Onjuiste berekeningen en allemaal ten voordele Schiphol Group.”

Je kunt pas goed inhoudelijk van gedachten wisselen wanneer er niets valt op te merken over het proces. De overheid moet maar opnieuw beginnen en dan met:
– het bredere perspectief van maatregelen die de groei in vliegbewegingen moet beteugelen
– de juiste informatie over de consequenties van de door de overheid voorgestelde maatregelen
– het op tijd beleggen van avonden, waarop niet wordt uitgelegd wat de voornemens zijn, maar waar betrokken burgers de ruimte krijgen om invloed uit te oefenen op de manier waarop het probleem moet worden opgelost; dus partner in plaats van potentiële vijand.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder algemeen

Referendum – nog even

Ik kom nog even terug op mijn stukje over het referendum (https://johnvanboven.com/2017/10/28/raadgevend-referendum-ja-of-nee/) . Ingegeven o.a. door de column van Bert Wagendorp en dan vooral de laatste alinea:
Ik stel voor dat de Tweede Kamer, die eerder al akkoord ging, nog eens superscherp naar de wet kijkt, de bezwaren ter harte neemt en de controles versterkt. Kunnen we hem daarna invoeren en het referendum negeren.

Ben tegen een referendum vanwege de argumentloze tweedimensionaliteit.
Maar wellicht kan het anders, nu het referendum er toch komt, tegelijkertijd met de gemeenteraadsverkiezingen.
Laat de burgers kiezen uit drie opties:
1. Ik stem in met de sleepwet omdat het adequaat de veiligheid borgt nu de communicatieve mogelijk sterk zijn toegenomen
2. Ik ben tegen de sleepwet omdat de privacy ontoelaatbaar in het gedrang komt
3. Ik wil graag dat de Tweede Kamer nog eens goed kijkt naar de manier waarop privacy beter geborgd kan worden met behoud van de middelen die in de wet beschreven zijn.

Over de formulering kan gediscussieerd worden, het gaat mij nu om de strekking.

4 reacties

Opgeslagen onder algemeen

Wij-gevoel

Deze week was ik bij de Thorbeckelezing(en) in de Zwolse raadzaal. Onderwerp was: het verhaal van Nederland in de wereld: de zoektocht naar een nieuw wij-gevoel. De sprekers waren James Kennedy en Paul Scheffer. Zoals elk jaar was het ook deze keer een boeiende avond. Dit stukje is niet bedoeld om te informeren over de lezingen en de discussie.
Maar.
Het gaat mij meer om de vraag naar de randvoorwaarden om succesvol te kunnen zoeken naar dat nieuw wij-gevoel. Die vraag is niet aan de orde geweest.
Het maakt nogal wat uit of gewend bent te reageren vanuit de verschillen of vanuit de overeenkomsten.
Sprekers citeerden Maxima – de Nederlander bestaat niet – en Rutte – de gewone Nederlander.
Het eerste citaat vind ik een voorbeeld van reageren vanuit de verschillen en het tweede vanuit de overeenkomsten.
In de politiek heb ik ervaren dat het eerst benoemen van de overeenkomsten het bespreken van de verschillen vergemakkelijkt. Zeker tijdens onderhandelingen na een gemeenteraadsverkiezing.
Tegenwoordig, zo ervaar ik het tenminste, worden eerst de verschillen benadrukt. Het eerste het beste verschil leidt tot een afsplitsing in de Kamer dan wel tot het oprichten van een nieuwe politieke partij. Waar dat toe leidt hebben we gezien bij de laatste onderhandelingen.

Ofwel, de zoektocht naar het nieuwe wij-gevoel staat of valt – wat mij betreft- met de bereidheid eerst op zoek te gaan naar de overeenkomsten, om vervolgens respect te hebben voor de verschillen. Dat herken ik trouwens ook in het regeerakkoord. Het is geen grijs verhaal maar bevat elementen waarin elke regeringsfractie zich kan herkennen en elementen die je liever niet opgenomen had gezien.
Mijn criterium voor collegedeelname was altijd de vraag of we in het college meer konden bereiken dan in de oppositie.

Den Haag moet laten zien hoe je de zoektocht naar het nieuwe wij-gevoel inhoud kunt geven.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder algemeen