Maandelijks archief: december 2017

Trends?

Ik lees nogal wat berichten over activiteiten, waarvan ik me afvraag, of dat niet anders had gekund dan wel zelfs had gemoeten. Ik zeg dat als betrekkelijke buitenstaander; betrekkelijk omdat ik ook de ‘binnenkant’ heb meegemaakt.
De politiek is geen kerkelijk instituut, en dus is er de mogelijkheid om compromissen te sluiten.
De vraag is dan wel tot hoever je daarin kunt gaan. Ik vind het belangrijk dat je in die zoektocht vertrekt vanuit het respect voor een ander standpunt. Mijn ervaring is, dat je dan ook respect terugkrijgt. Twee voorbeelden om dat duidelijk te maken.
1. Ongewenst besluit toch respecteren
We hebben ooit (2004) als collegepartij tegen de ontwikkeling van het stadion gestemd omdat het in onze ogen op een verkeerde manier gefinancierd dreigde te worden. Toen het voorstel wel werd aangenomen hebben we direct gezegd dat het daarmee een politieke werkelijkheid was geworden. Een referendum heeft er overigens later wel een streep door gezet.
2. Niet tegenwerken maar inpassen
Toen een paar jaar geleden de eerste marathon op zondag werd georganiseerd, heb ik een gesprek gevraagd met de organisatie. Niet om hen te bewegen voor een andere dag te kiezen, maar om na te gaan of er problemen ontstonden met de kerkgang. De organisatie had daar gelukkig zelf al naar gekeken. Ik heb mijn kerk in Stadshagen gevraagd of ze de tweede kerkdienst ‘s morgens 15 minuten wilden vervroegen. Dat is gebeurd.

Het houdt me, merk ik, nu weer bezig als ik naar een paar dossiers kijk.

Koopzondagen
In de eerste plaats de koopzondagen. Ik kan van een ander niet verlangen dat hij dezelfde keuze maakt wat betreft de zondagsbesteding. Ik zelf vind dat de winkels dicht moeten blijven, er zijn genoeg andere momenten; dat past bij mijn opvatting over de zondag-beleving. Tegelijkertijd erken ik dat er velen zijn die er anders over denken. Als dat een meerderheid is, dan moet ik die niet tegen werken maar me zelf de vraag stellen: word ik gehinderd in mijn zondag-beleving. Nee dus.
Dit is het religieuze aspect.
Er is bij dit onderwerp ook een economisch aandachtspunt: wat betekent dit voor winkeliers die niet open willen op zondag; als de omzet op weekniveau niet toeneemt, maar de personeelskosten wel. Dat vraagt wel aandacht, ook van de raad.

Kerstdagen
Waarom richt je een kerststal in? Doe je dat vanwege een mooie kerstsfeer in de stad of zijn er evangelisatie motieven. Dat laatste lijkt me niet gepast, omdat je daarmee een significant deel van de Zwollenaren tegen de haren in strijkt tijdens dagen dat “vrede op aarde” door iedereen gewenst kan worden. Een stal – een levende nog wel – draagt ontegenzeggelijk bij aan die kerstsfeer. De consequentie van die doelstelling is dat je niemand, die een rol wil spelen in de kerststal, kunt uitsluiten. De mensen hebben daarin dan een eigen verantwoordelijkheid.
Zoals het nu gesteld wordt – moslims niet – is het blijkbaar toch bedoeld als evangelisatie. En dat lijkt mij niet wenselijk, geredeneerd vanuit het respect voor een andere opvatting.

Abortuskliniek
Dit is een erg gevoelig dossier. Vooral omdat het een principe-dossier is. Moet je dan vrouwen, die wel kiezen voor abortus, bij de ingang op de één of andere wijze benaderen en/of aanspreken. Ik vind dat onjuist. Er zijn, denk ik, andere manieren om je standpunt duidelijk te maken en hulp aan te bieden.
En daarbij, in een discussie, gebaseerd op principes, kom je niet aan met economische opmerkingen over inkomstenderving.

Achter de voordeur
Moet dan religie achter de voordeur? Ik denk dat die vraag vooral wordt gesteld, wanneer men het gevoel krijgt dat bepaalde standpunten worden opgelegd.
Bij uitleggen gaat het om normen en waarden vanuit de bijbel. Dat is net zo legitiem als normen en waarden vanuit het liberalisme en het socialisme. Ik heb nog nooit iemand horen zeggen dat liberalisme en socialisme achter de voordeur moeten.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder algemeen, Zwolse politiek

Burger en politiek

Als je er over nadenkt is het uiterst merkwaardig.
Burgers willen invloed op de besluitvorming in de gemeenteraad en willen op zijn minst raadgevende referenda als instrument. De Haagse politiek heeft gezegd dat dit niet werkt en wil er, kort door de bocht geformuleerd, vanaf. Dat levert de nodige protesten op, die vooral neerkomen op aanslag op de democratie en de democratische waarden.
Tegelijkertijd kun je nu lezen dat politieke partijen, in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen, worstelen om hun kandidatenlijst een beetje gevuld te krijgen. Zo erg dat sommige partijen in bepaalde plaatsen niet eens meedoen aan de verkiezingen in maart.
Een merkwaardige contradictie.

(Even tussendoor.
Ik zie parallellen met vrijwilligerswerk. Het is lastig om vrijwilligers te krijgen, behalve als het voor een kortdurende en afgebakende periode is.)

Ik wil maar zeggen, je komt er niet door alleen maar na te denken over de relatie burger en politiek. Je moet naar een nieuwe structuur, ik wees er al eerder op.
Maar dat niet alleen. Kim Putters heeft in zijn Lunshof-lezing in 2016 aandacht gevraagd voor een vijftal aandachtsgebieden:
Hij formuleert in deze lezing de agenda van de democratie:
Het zijn 5 voorstellen als antwoord op de democratieparadox.
1. Nieuwe combinaties van representatieve en participatieve democratie
2. Grotere griffies, betere scholing en hogere vergoedingen voor raadsleden.
3. Betere en actieve rekenkamers
4. Betere bezwaar- en beroepsprocedures en lokale ombudsfuncties.
5. Meer onafhankelijke informatievoorziening en sterkere media.

Er zal dus meer moeten gebeuren dan een avond geïnteresseerde burgers bevragen. Al is dat ook nodig. Maar als je als raad geen aandacht besteed aan de door Putters genoemde aandachtsgebieden, levert het niets op.
Ik schreef er eerder (november 2016) onderstaand artikel over, door op elk van genoemde punten een korte reactie te geven.

Democratie en de burger
De social media laten zien, dat referenda, raadgevend dan wel raadplegend, als paddenstoelen uit de grond vliegen. Wat je er ook van vindt, het laat zien dat burgers behoefte hebben aan invloed tussen de verkiezingen in. In jargon, er is een verschuiving nodig van representatieve democratie naar participatieve democratie.
De vraag is dan: wat is de politieke infrastructuur die daarvoor nodig is.
Er zijn al veel publicaties over dit dossier, waarvan de Lunshoflezing (op moment van schrijven van dit artikel) de laatste is.
Zie ook: https://johnvanboven.com/2015/11/24/herijking-democratie-2/

Ik denk dat het langzamerhand tijd wordt om “praten over” om te zetten in “handelen naar”.
Ik hoop dat vanaf nu gefocused wordt op de vraag wat er gedaan moet worden om burgers een eigen plek met eigen verantwoordelijkheden te geven in de gewenste politieke infrastructuur.

1. Nieuwe combinaties van representatieve en participatieve democratie
De directeur van het SCP zegt over het eerste agendapunt het volgende:
Dat kan via referenda, online raadplegingen, echte zeggenschap in wijkraden, verzekerdenraden en burgerplatforms. Geen Stijl dwingt het referendum nu gewoon af, maar vooral als afrekening met politici dat de afstand tot de politiek eerder vergroot. Dit is een kans om met een visie te komen op hoe referenda de mening van mensen kunnen laten meewegen bij besluitvorming. Pas dan kun je het democratisch tekort wegwerken. Lokaal werkt dat vaak al goed, daarvan kunnen het nationaal en Europees bestuur veel leren.

In Zwolle kennen we begrippen als “Samen maken we de stad” en “interactieve beleidsvorming”. Waar we nog niet aan toegekomen zijn is, om deze manier van werken vast te leggen in, wat ik dan maar noem, een protocol. Vanuit het oogpunt van glashelder verwachten moet de burger weten welke instrumenten hem ten dienste kunnen staan (dat zullen er meer moeten zijn dan nu, gelet op de toegenomen betrokkenheid), wanneer hij er gebruik van kan maken en wat de politiek zal doen met de uitkomsten. Ook moet duidelijk zijn welke verplichtingen de politiek heeft jegens de burgers en wanneer zij die verplichtingen moet effectueren.
Eerste opdracht moet dus zijn het beschrijven van de instrumenten die ingezet kunnen worden én het formuleren van een protocol. Het lijkt me verstandig hierbij ook Zwollenaren te betrekken.

2. Grotere griffies, betere scholing en hogere vergoedingen voor raadsleden.
Over het 2e punt van de agenda van de democratie zegt Kim Putters:
Er zijn kennis en competenties nodig om inclusie, invloed, deliberatie, burgerschap, transparantie, efficiëntie, proportionaliteit, vrijheid van meningsuiting en legitimiteit te
bereiken. Dat is niet iets dat politieke partijen maar zelf moeten onderwijzen, dat moeten we collectief doorleven. Pas daarna kun je het inkleuren met mening of ideologie. Anders blijft het lastig sturen op lokale democratische processen en daarnaast af te wegen wanneer je als raad intervenieert of het aan het maatschappelijk initiatief of het college laat. Voorlopig staat de gemeenteraad nog op 5-0 achter op het college van BenW.

Dit agendapunt is een opdracht voor de gemeenteraad zelf. Hoe het nu gaat weet ik niet, maar in “mijn tijd” werd je als raad bij het begin van een nieuwe collegeperiode uitgenodigd voor bijeenkomsten waar je ingewijd werd in zaken waar je als raadslid mee te maken kreeg. Bekeken moet worden, zo vind ik, of dit meer en strakker geïnstitutionaliseerd moet worden. Een soort leergang, die gehouden kan worden wanneer er onderhandeld wordt over een nieuw college en over het collegeakkoord.
Dat is dan de tweede opdracht, deze keer voor de griffie: stel een leergang samen.
Ik vraag me verder af of een grotere griffie wenselijk is. Het risico bestaat dat er twee ambtelijke organisaties ontstaan. Beter is de mogelijkheden van het betrekken van ambtenaren (niet zijnde de griffie) bij het raadswerk te beschrijven.
Een ruimere vergoeding lijkt me niet een prioriteit van de eerste orde.

3. Betere en actieve rekenkamers
Dit agendapunt wordt in de lezing zo uitgewerkt:
Er zijn verplicht actieve lokale rekenkamers nodig die uitgaven van gemeenten controleren op doelbereik. Veel gemeenten hebben er in het kader van bezuinigingen een slaapkamer van gemaakt, maar dat kan echt niet. Er is niet een kleinere maar een betere ambtenarij nodig die kritisch en deskundig is en bovenal in de huid van burgers kan kruipen. Een overheid die niet oplegt, maar vragen stelt. Daar zijn die rekenkamers en goed geëquipeerde griffies voor nodig. Menig collegepartij won de verkiezingen met een pleidooi voor bezuinigingen hierop. Ze snijden zichzelf en onze democratie nu in de vingers. De Algemene Rekenkamer kan landelijk enkel fatsoenlijk zijn werk doen als dit lokaal ook op orde is.

Hier ben ik het gloeiend mee eens. Ik heb de indruk dat de Zwolse rekenkamer niet de waardering krijgt die ze verdient. Het is aan de gemeenteraad om de waarde van de RKC in te zien en er gebruik van te maken op het controleren van het doelbereik. Uit mijn tijd bij de rekenkamer weet ik nog hoe lastig het soms was om een oordeel te geven over de doelmatigheid. Nergens was beschreven wat beoogd werd met het ingezette beleid. Er kon dus nauwelijks wat gezegd worden over de “prijs-prestatie verhouding”. De RKC moet nagaan op welke wijze zij haar betekenis bij de gemeenteraad kan afdwingen.
De derde opdracht, naar aanleiding van de agenda van de democratie is tweeledig. De raad moet vastleggen op welke wijze en wanneer de RKC effectief kan worden ingezet bij haar controlerende rol. De rekenkamer zal moeten nagaan hoe zij haar positie kan verstevigen.

4. Betere bezwaar- en beroepsprocedures en lokale ombudsfuncties.
Het vierde agendapunt krijgt de volgende uitwerking:
Dit zijn instituties die je ook met een aantal gemeenten samen in het leven kunt roepen. Pleiten voor meer bezwaar en beroep is in deze tijd not done vanwege administratieve lasten en kosten, maar ik doe het toch. Juist de meest kwetsbare en minst mondige mensen komen vanwege het huidige democratisch tekort niet automatisch aan bod. Opgeteld bij een toename aan discriminatie, zowel op straat als op de arbeidsmarkt, op leeftijd, etniciteit en geloof, is dit fundamenteel voor een democratische rechtsstaat.

Wat mij vooral aanspreekt is het in het leven roepen van een lokale ombudsfunctie. Ik heb er vaker voor gepleit op mijn weblog. Het is de brugfunctie tussen Zwollenaren en “het stadhuis” wanneer er vragen zijn of wanneer er onvrede is en er geen handen en voeten aan gegeven kan worden. Nagedacht worden over de vraag of dat een op zich staande functie moet zijn of dat het wordt toegevoegd aan de griffie.
Ik ben ook gevoelig voor de opmerking dat de meest kwetsbaren en minst mondige Zwollenaren ook aan bod moeten komen. Daar moet wat op gevonden worden. Wellicht kan dat ook specifiek worden ondergebracht bij de ombudsfunctie. De taken en bevoegdheden van deze functie moeten dat dan mogelijk maken.
De vierde opdracht staat daarmee ook vast: maak een beschrijving van de ombudsfunctie, inclusief taken en bevoegdheden.

5. Meer onafhankelijke informatievoorziening en sterkere media.
Het laatste agendapunt licht de directeur van het SCP zo toe:
We zien in landen als Turkije en Italië hoe vitaal dat is, zeker als media weinig pluriform zijn of teveel op de hand van een politieke stroming raken. De fusies in de dagbladpers die hadden moeten worden tegengehouden hebben al lang plaatsgevonden. De enkele fusie die van hogerhand is tegengehouden (Limburg) had net zo goed door kunnen gaan. Een samenhangende toekomstvisie op en door de media zelf bij het bestrijden van het democratisch tekort, heb ik nog niet gezien. En het kabinet heeft daar ook geen antwoord op. In de Tweede Kamer is al wel een motie Van Dijk aangenomen die een halt beoogt toe te roepen aan de omvang van de overheidsvoorlichting. Dat wil ik onderstrepen, niet vanuit efficiency of kosten, maar omdat overheidsvoorlichting altijd gekleurd is door bestuurders. De pers hoort dat gat op te vullen met objectieve journalistiek, in plaats van achter een overvloed aan pogingen om ons politiek te overtuigen aan te lopen.

Ik denk dat dit meer een oproep is aan de plaatselijke pers dan dat de politiek er wat mee kan (anders dan de oproep doen). Het sleutelwoord is: objectieve journalistiek. Wellicht is een goed gesprek van de politiek met de pers een begin. Wat drijft elk van de partners. Ook kan dan de rol van de snelle, maar ook vluchtige, social media besproken worden.
Dit is dan de vijfde en laatste opdracht.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder algemeen, Zwolse politiek

Betrokkenheid van burgers

Ik lees dat een raadswerkgroep wil praten met burgers over spelregels rond burgerbetrokkenheid.
Dat gebeurt op 19 december in wijkcentrum Bestevaer.
Daar heb ik wat gedachten bij.
1. Niet verkeerd dat burgers gehoord worden bij de vraag hoe je burgers gestructureerd kunt betrekken bij beleidsontwikkeling. 
Maar ik heb daar wel wat bedenkingen bij, al waardeer ik het initiatief.
2. Ik ben bang dat het systeem niet wordt aangepast, maar dat de plek van burgers ergens in het bestaande systeem wordt ingepast. En dat gaat niet werken. 
De raad moet bereid zijn om het systeem opnieuw in te richten. En dat is best lastig.
3. Dat is lastig omdat de gemeenteraad natuurlijk zijn eigen verantwoordelijkheid behoudt. Het is het hoogste orgaan in de gemeentelijke hiërarchie en dat gaat ook niet veranderen. Gelukkig maar, denk ik dan. 
Dat betekent dat de invloed van burgers in de aanloop naar besluitvorming een plek moet krijgen.
4. Dat gaat natuurlijk niet per referendum, vind ik, daarvoor is dat instrument te tweedimensionaal en te ongenuanceerd.
5. Ik stel het volgende voor. 
Bij belangrijke dossiers wordt in een startdocument vastgelegd op welke wijze Zwollenaren een rol krijgen in dit proces. Ik kan me voorstellen dat dit geen confectie-benadering is, maar dat het maatwerk vraagt. Glashelder moet zijn welke rol burgers krijgen en welke invloed ze hebben in de besluitvorming (horen/meepraten/meebeslissen).
6. Bij een complex dossier lijkt het mij goed mogelijk om stadsgesprekken te organiseren in het voortraject. Die gesprekken moeten uitmonden in conclusies. Vanuit de gesprekken moet het dan mogelijk zijn dat een vertegenwoordiging de conclusies inbrengt in een vergadering van een raadsplein waar over dat dossier wordt gedebatteerd. In een besluitvormende raadsvergadering kunnen dan eventueel moties en/of amendementen worden ingebracht waarover de raad dan een oordeel kan geven.
Op deze manier geef je burgers invloed met behoud van de eigen verantwoordelijkheid van de gemeenteraad.
7. Los van dit alles, er is een vracht aan literatuur over dit onderwerp het minste wat gedaan kan worden is dat de raad aangeeft waar dat te vinden is en waarover het gaat. Als opwarmertje. Ik heb op mijn blog een tal keren hieraan aandacht besteed maar ook wat geïnventariseerd en samengevat: https://johnvanboven.com/2015/08/25/burgerbetrokkenheid-2/. 
In de laatste regel een linkje naar mijn samenvatting van een aantal artikelen.
8. Ook dit stukje op mijn blog kan helpen een mening te vormen: https://johnvanboven.com/2015/11/26/democratie-en-de-burger/
Deze artikelen laten zien dat er meer nodig is, dan alleen maar een een informatiebijeenkomst.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zwolse politiek