Stadkamer en risicobeheer

Op dit moment is de Zwolse rekenkamercommissie (RKC) bezig met een onderzoek naar risicobeheer, vooral naar aanleiding van de gang van zaken rond de verhuizing van de bibliotheek naar wat de Stadkamer is gaan heten (https://www.zwolle.nl/gemeenteraad/rekenkamer).

Daar is nogal wat misgegaan, waaruit blijkt dat het lerend vermogen van het Stadhuis wel verder ontwikkeld mag worden.

In 2007 heeft de RKC al een rapport geschreven over het Risicobeheer van grote projecten. Ik was toen voorzitter (https://www.zwolle.nl/sites/default/files/risocbeheer_grote_projecten.pdf).

Toen duidelijk werd dat de verhuizing van de bibliotheek een gigantische onkostenpost opleverde vanwege verwijdering van niet ontdekt asbest, heb ik op mijn weblog in een paar stukken daaraan aandacht besteed. Dat levert nu een historisch perspectief op.

Het begint met een stukje op 30-9-2015 (https://johnvanboven.com/2015/09/30/broerenkwartier-en-stadkamer/) waarin ik opper nog eens na te gaan, nu blijkt dat er asbest in de beoogde huisvesting is aangetroffen, of er toch niet in het oude pand van Waanders en daar in de buurt de bibliotheek kan worden ondergebracht. Dat is dus niet gelukt.

In een stukje op 14-4-2016 (https://johnvanboven.com/2016/04/14/stadkamerrapport/) bespreek ik het Lysiasrapport over de Stadkamerperikelen. Het rapport, opdracht van het college aan een externe partij, loog er niet om. Over projectbeheersing zegt het rapport:

“Er zijn onvoldoende checks and balances in het project georganiseerd

De projectorganisatie beschikte niet over voldoende specifieke deskundigheid voor een aantal specialistische onderwerpen van het project

Het fasedocument dat gebruikt werd gaf onvoldoende sturing voor realisatie van het project.”

Op 14-5-2016 (https://johnvanboven.com/2016/05/14/stadkamer-lysias-en-collegereactie/) bespreek ik de reactie van het college op het Lysiasrapport.

Ik sluit het stukje af met de volgende woorden:

“De Raad moet natuurlijk een oordeel hebben over de gang van zaken, daarbij gebruik makend van het Lysiasrapport. Wat ik belangrijker vind, is het antwoord op de vraag hoe je afspraken op papier, mede opgesteld naar aanleiding van het Rekenkamerrapport, tussen de oren van betrokkenen krijgt. Vertrekpunt kan dan de opmerking van het college zijn over de bestuurlijke sturing.”

Op 24-4-2017 (https://johnvanboven.com/2017/04/24/stadkamer-en-leermomenten/), na de opening van de Stadkamer schrijf ik mijn laatste stuk over de Stadkamer. Het gaat dan vooral over de leermomenten. Ik noem ze kort:

  1. Hoewel het college in 2013 meldde dat verhuizing later kon, gebeurde dat niet. Zara was het er niet mee eens. Er moest dus een tussenoplossing komen en dus extra kosten.
  2. Er werd gehamerd op een kosten-neutrale operatie. Er was al met al een budgetoverschrijding van 4.000.000.
  3. De gang van zaken rond het asbest laat zien dat het onderschrijven van de aanbevelingen uit het RKC-rapport van 2007 nog niet betekent dat er ook naar gehandeld wordt.
  4. Ik doe de aanbeveling om na te gaan hoe de bestuurlijke verantwoordelijkheid van het college vertaald kan worden naar de uitvoerende verantwoordelijkheid van de directie.
  5. Het Lysiasrapport behandelt de rol van het college en het ambtelijk apparaat. Ik vind dat ook de rol van de raad tegen het licht moet worden gehouden. De raad heeft naar mijn mening te weinig gedaan met haar kaderstellende en controlerende rol. Dat zou, zo schreef ik toen, een mooie opdracht zijn voor de RKC.

En dat doet de RKC op dit moment (zie eerste link in dit stukje). Het is de bedoeling het onderzoek voor het zomerreces af te ronden.

4 reacties

Opgeslagen onder Zwolse politiek

4 Reacties op “Stadkamer en risicobeheer

  1. Peter

    Beste John,

    Leuk stukje om te lezen, maar ik verwijs graag naar mijn eerder geschreven commentaar. Het project stadskamer blijft voor mij is een lelijke kras op het functioneren van de Zwolse politiek. In mijn ogen is de lokale politiek veel te weinig kaderstellend en controlerend bezig geweest tijdens het project. Hierdoor is een forse overschrijding ontstaan op het project. De overschrijding bedroeg een kleine 32 Eur per Zwolse inwoner.

    Graag wil ik een ander punt bij je onder de aandacht brengen, de te bouwen fietsenkelder bij het station. De gemeente, samen met Pro-Rail en de provincie, is onlangs begonnen aan een nieuw project. Een ondergrondse fietsenkelder met een capaciteit van 5.475 fietsen voor 18,5 Mio Euro bij het station. Een deel van dit begrote bedrag zal betaald worden door Pro-Rail en de provincie, maar het overgrote deel zal door de gemeente opgebracht moeten worden. Een investering door de gemeente in een fietsenstalling is prima, de gemeente is immers verantwoordelijk voor het regelen van het parkeren in de gemeentelijke openbare ruimte om chaotische toestanden te voorkomen. De vraag is alleen of we in Zwolle een “fietsen walhalla” moeten hebben voor een beperkt aantal gebruikers en of de burgers willen dat de gemeente ook nog een financieel risico moet gaan lopen? Veel gemeenten weten niet goed wat het fiets parkeren de gemeente precies kost en ook in Zwolle zijn de exacte kosten van het fiets parkeren niet echt goed bekend. Heeft men bijvoorbeeld rekening gehouden in de begroting met het feit dat steeds meer fietsen niet (goed) in de rekken van de stallingen passen? Soms komt dat door een afwijkende ontwerp, maar vaker door accessoires zoals fietstassen, kratten en kinderzitjes. Deze “buitenmodelfietsen” zorgen nu al regelmatig voor wanorde in de paden, schade en hinder. De beoogde capaciteit van een stalling kan door deze fietsen vaak niet behaald worden (eigen ervaring fietsenstalling Meerminnenplein op een zonnige zaterdag).

    Gezien de eerdere getoonde eigenwijsheid van de gemeente en de ervaringen met het project stadskamer, bekijk ik dit nieuwe fietsenstallingsproject met argusogen. Ik hoop dat de RKC de politiek en het bestuur een goede spiegel kan voorhouden waarbij lering getrokken kan worden voor de toekomst.

  2. John van Boven

    Peter,
    Dank voor je reactie. Omdat ik niet thuis ben in de materie heb ik bij de griffie stukken opgevraagd. Zodra ik ze heb, en gelezen, kom ik er op terug.
    Wat je eerste alinea betreft, ik heb niet voor niets punt 5 geschreven.

  3. Peter

    Beste John,
    De meteorologische zomer is weer voorbij en we zijn inmiddels een paar maanden verder. Je geschreven stukje gaat, ben ik bang, binnenkort weer actueel worden… Zeker gezien de recente stikstof uitspraak op bouwprojecten, maar zeker ook de eerste tegenslagen bij de bouw van de fietsenkelder (berichtgeving in de Stentor juni j.l.).. De risico’s nemen behoorlijk toe. De vraag die ik heb is: “is de RKC als orgaan in staat om zelf pro-actief de risico’s met het college bespreekbaar te maken, ipv reactief een rapport te maken? Wil de RKC ook pro-actief acteren?”

  4. Dat past niet bij de taken van de RKC:
    “De rekenkamercommissie onderzoekt de doeltreffendheid, doelmatigheid en rechtmatigheid van het gemeentelijke beleid.”
    Gisteren heeft de RKC het rapport over risicobeheer aan de Zwolse raad aangeboden:
    https://www.zwolle.nl/sites/default/files/eindrapport-rkc-zwolle—functioneren-risicomgt-2-sep-2019.pdf

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s