Categorie archief: algemeen

algemeen nieuws

staatscommissie Remkes

De samenvatting uit de tussenrapportage van de staatscommissie Remkes:

De toekomst bestendigheid van het parlementair stelsel 

Volgens het instellingsbesluit heeft de staatscommissie tot taak de regering te adviseren over de toekomstbestendigheid van het parlementair stelsel, daarbij in overweging nemend dat: 

  • de Nederlandse burger meer betrokkenheid bij beleid en politiek ambieert, zoals onder meer blijkt uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau; 
  • de Europese besluitvorming voor de parlementaire taak en de vormgeving daarvan voor beide Kamers van de Staten-Generaal toenemende betekenis heeft;
  • veel taken de afgelopen jaren zijn gedecentraliseerd naar andere overheden;
  • de electorale volatiliteit sterk is toegenomen;
  • digitalisering en sociale media onmiskenbaar invloed hebben op het karakter van de representatieve democratie en het functioneren van het parlementaire stelsel; 
  • bezinning over verkiezing, taken, positie en functioneren van het parlementaire stelsel en de parlementaire democratie (in het licht van bovenstaande overwegingen) gewenst is.2

1. sterke en zwakke kanten van het parlementair stelsel 

  • Ten eerste is er een inherente onvolkomenheid in de representatieve democratie dat het altijd mogelijk is dat in het parlement ingrijpende besluiten worden genomen waarvoor onder de bevolking geen meerderheid bestaat.
  • Een tweede punt dat de staatscommissie als een belangrijk probleem ziet is de periode van de kabinetsformatie.
  • Een derde problematisch punt betreft het ontbreken van een duidelijke en algemeen aanvaarde rolverdeling tussen beide Kamers.

2. De historische ontwikkeling van het parlementair stelsel in Nederland 

  • Er is sprake van een gestaag proces van afnemende Koninklijke macht 
  • Waar het de machtsverhouding tussen de regering en parlement betreft, is er sprake van een niet-lineair verlopend proces.
  • De gestage democratisering heeft vooral via de uitbreiding van het kiesrecht, maar ook via de representatie van de burgers in volks vertegenwoordigingen, vorm gekregen.
  • De positie van politieke partijen binnen het politieke systeem is onmiskenbaar veranderd. Zo is er een ontwikkeling waarbij politieke partijen zich de laatste decennia steeds meer ontwikkelen tot instrumenten in handen van de politieke leiding.
  • De verkleining van het domein van de nationale overheid heeft geleid tot een vermindering van de invloed van alle instituties op nationaal niveau, dus zowel van regering als van het parlement.
  • Het zwaartepunt van de nationale volksvertegenwoordiging lag en ligt bij de Tweede Kamer.

3. Het parlementair stelsel in een veranderende maatschappelijke omgeving

In de loop van de afgelopen eeuwen hebben parlementarisering en democratisering het parlementair stelsel ontegenzeggelijk versterkt. Anderzijds hebben het functieverlies van politieke partijen, de domein verkleining van de nationale overheid en de sterkere positie van de regering in relatie tot het parlement die positie de afgelopen decennia ook weer verzwakt. 

De domeinverkleining en daarmee verminderde macht van de nationale overheid heeft in verschillende opzichten invloed op de werking van het parlementair stelsel. Op verschillende onderdelen zijn hier belangrijke democratische waarden in het geding  denk aan het gelijkheidsbeginsel bij de decentralisaties en aan het democratisch tekort van Europa.

Er is een inherente onvolkomenheid in de representatieve democratie zodanig dat het altijd mogelijk is dat in het parlement ingrijpende besluiten worden genomen waarvoor onder de bevolking geen meerderheid bestaat. Door coalitievorming kan dit verschijnsel nog worden versterkt. Zo kunnen op specifieke onderwerpen discrepanties ontstaan in de vertegenwoordiging van de bevolking in het parlement. Deze discrepanties worden problematischer naarmate deze thema’s belangrijker en polariserender worden geacht door de burgers. 

De periode van de kabinetsformatie is zowel staatsrechtelijk als vanuit het perspectief van de kiezer gezien een black box. Nadat de stemmen zijn geteld is het afwachten welke coalitie er wordt gevormd en hoe lang de formatie gaat duren. De kiezers hebben geen invloed op dit proces en moeten de uitkomst maar afwachten. Het zegt iets over de stabiliteit van de Nederlandse democratie dat de kiezers deze periode over het algemeen met geduld uitzitten. In dit verband moet ook het belang van een herkenbare coalitie en een herkenbare oppositie genoemd worden. 

Problematisch is het ontbreken van een algemeen aanvaarde rolverdeling tussen beide Kamers. Een procedure van geschilbeslechting ontbreekt.

De democratie kan rekenen op brede steun onder de bevolking. Er zijn geen aanwijzingen voor een legitimiteitscrisis van het parlementair stelsel.  De staatscommissie stelt echter vast dat de maatschappelijke onvrede bij met name achterblijvende groepen waarbij sprake is van een stapeling van achterstanden ook tot uiting komt in politiek wantrouwen. Via het strikt evenredige kiesstelsel heeft deze onvrede sinds het begin van deze eeuw een grotere stem gekregen in het politieke systeem. Maar er zijn ook mensen  die niet (meer) gaan stemmen. De staatscommissie wil nagaan of met aanpassingen en/of aanvullingen van het parlementair stelsel de effecten van de doorwerking van die onvrede in het politieke stelsel tegen zijn te gaan.

Ook de digitalisering heeft grote invloed op de (toekomstige) werking van het parlementair stelsel. Het gebruik van big data en micro targeting in verkiezingscampagnes en de mogelijkheid dat democratische instituties worden gehackt maken dat fundamentele democratische waarden in het geding kunnen komen. Hier gaat het primair om het waarborgen van een gelijk speelveld voor politieke partijen, het belang van een open en eerlijk verkiezingsproces waarbij kiezers worden geïnformeerd, bewust hun eigen keuze kunnen maken en vertrouwen hebben in het proces. 

Tot slot kan de staatscommissie niet om de veranderde relatie tussen kiezers en gekozenen heen. Ledenaantallen van politieke partijen zijn historisch laag en kiezers wisselen vaker van partij. Een substantiële groep kiezers herkent zich niet in de gekozen vertegenwoordigers en voelt zich niet vertegenwoordigd. Hoe staat het met de kwaliteit van de representatie, het funderend beginsel in de parlementaire democratie? In dit verband is de (toekomstige) rol van politieke partijen bij ideeënvorming, rekrutering, selectie en kandidaatstelling essentieel.

4. Zes thema’s voor het vervolg 

  • Volksvertegenwoordigers en representatie
  • Functieverlies politieke partijen
  • Kabinetsformatie en kiesstelsel
  • Weerbare democratie
  • Domeinverkleining nationale overheid: Europese integratie en decentralisaties
  • Tweekamerstelsel, referendum en constitutionele toets

Afsluitende opmerking:

Zoals al opgemerkt zal de staatscommissie de bovengenoemde zes thema’s verder gaan onderzoeken en bespreken. Belangrijk voor de commissie hierbij is de notie dat er een wisselwerking bestaat tussen institutionele vormgeving en politieke cultuur. Institutionele veranderingen alleen zullen niet in alle gevallen het beoogde effect sorteren

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder algemeen

Thorbeckelezing

Gisteren was ik bij de Thorbeckelezing, waarin werd nagedacht over, wat ik dan maar noem, nieuwe democratische verhoudingen. (Na te lezen: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/toespraken/2018/10/10/thorbeckelezing-van-minister-ollongren)

De minister zegt dat ze een een grotere beleidsruimte voorstaat voor gemeente. Weliswaar binnen geheide grenzen, maar toch.

Als ik de lezing hoor krijg ik een dubbel gevoel. Mooi, er is kennelijk beweging. Maar ook, wanneer worden woorden omgezet in daden. Al is het maar een eerste stap. Dat sceptische gevoel wordt gevoed door de hoeveelheid literatuur die op dit vlak verschenen is en die vooralsnog tot geen verandering heeft geleid.

Om maar wat te noemen:

  • Tegen verkiezingen, David van Reybrouck
  • Vertrouwen op democratie, ROB
  • Loslaten in vertrouwen, ROB
  • Vertrouwen in burgers, WRR
  • Een beroep op de burger, SCP
  • Van eerste overheid naar eerst de burger, VNG
  • Smart government, Jaring Hiemstra
  • Montessori democratie, Tonkens.

In 2015 heb ik deze documenten samengevat in een notitie. Voor het gemak verwijs ik daarnaar via een stuk op mijn weblog:

https://johnvanboven.com/2015/08/25/burgerbetrokkenheid-2/

De inleiding sloot ik af met:  

“Ik pleit voor een Zwolse overleggroep, die pro-actief nadenkt over de consequenties van de nieuwe verhoudingen.”

Ik maak uit de woorden van de minister op dat ze pleit voor meer eigen beleidsruimte voor gemeenten. Dat betekent dat er daadwerkelijk ruimte komt voor zo’n overleggroep.

Omdat ik sceptische gevoelens heb omdat het tot nu toe bij woorden is gebleven waar daden nodig zijn, pleitte ik gisteren voor een experiment: ontwikkel een geheel nieuwe democratische structuur alsof we nog geen structuur hebben. Niet om de schakelaar om te zetten, maar om te bezien waar de grootste knelpunten zitten vergeleken met de democratie zoals deze nu functioneert.

Bovendien geeft dat richting aan veranderingen, kijkend naar het geformuleerde punt aan de horizon. 

Tot nu toe hangen de voorstellen als los zand aan elkaar en dat wordt niet anders als je er een nietje door slaat.

Ik herhaal mijn pleidooi voor een Zwolse overleggroep, die recht gaat doen aan de veranderde maatschappelijke constellatie. Die is tot nu toe verticaal gebleven, terwijl de samenleving zich hoe langer hoe meer horizontaal ontwikkelt.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder algemeen, Zwolse politiek

CU en regeren

Dit wordt een kritisch stukje over ChristenUnie en regeringsdeelname. 

Hoe lang gaat de kruik te water voordat hij barst, vraag ik me dan af. Er zijn wat mij betreft te veel dossiers die niet ChristenUnie-welgevallig zijn. En die de gedachte voedt dat we nogal onder het juk van de VVD zitten.

Mijn voorlopig besluit zeg ik maar vast: ik blijf lid van de ChristenUnie, maar beschouw me zelf nu als zwevende kiezer.

Een overzicht van zaken die aan dit besluit ten grondslag liggen.

Ik ga dan (voorlopig) voorbij aan de onrust die er momenteel is in de zorg, in het onderwijs, bij de politie. Te weinig menskracht om het werk goed uit te kunnen voeren vanwege niet beschikbaar zijn van voldoende middelen. Ook de hogere rente op studieleningen en de kans om, vanwege de leningen, geen hypotheek te krijgen, noem ik hier maar laat ik rusten.

Het gaat mij vooral om de volgende dossiers.

Het Blokdossier: een minister die als vertegenwoordiger van de regering dingen roept die ons land en de relaties die Nederland onderhoudt schaden. Na veel getouwtrek excuses over de onzorgvuldigheid van zijn woordkeus. Maar dat is wat anders dan zeggen dat zijn opvattingen niet deugen. Hier is geloofwaardigheid en integriteit in het geding.

Arbeidsgehandicapten en minimumloon: gelukkig gaat dit niet door. Maar het voorstel van de regeringspartijen lag er even goed.

Dividenddossier: deze regering wil de dividend belasting schrappen. Het staat in geen enkel verkiezingsprogramma. Experts begrijpen niets van dit voorstel. Buitenlandse ondernemingen zeggen dat het nergens op slaat. En toch volhouden omdat, zo lijkt het, de minister-president dit heeft afgesproken met Shell en Unilever. Ik vraag me werkelijk af hoe de heer Rutte de coalitiepartijen zo ver heeft gekregen om hiermee in te stemmen. De woningbouwcorporaties zijn o.a. het kind van de rekening. Dat zal zijn weerslag hebben op de huren. Tegelijkertijd wordt voorgesteld om te bezuinigen op de huurtoeslag.

Kinderpardon. Er komt geen verruiming van het kinderpardon, was het standpunt van dit kabinet. Voor de ChristenUnie een lastig dossier (meloen). Kennelijk werd er achter de schermen hard gewerkt, maar waaraan en hoe heb ik geen zicht op. We moeten soms hard zijn, was het standpunt van de minister-president. Een onbegrijpelijke benadering. Zie voor meer het artikel van prof. Graafland hieronder. Het uiteindelijke resultaat is, dat de beide kinderen mogen blijven. Maar dat had meer te maken met externe omstandigheden dan met politieke stellingname of politieke druk.

Inlichtingenwet. Het blijkt nu dat de minister een kritisch rapport van de toezichthouder heeft achter gehouden tot na het referendum over de inlichtingenwet. 

Mijn waarneming is dat zowel D66 als de ChristenUnie verwijzen naar dossiers die wel in het regeerakkoord zijn opgenomen die het accepteren van bovengenoemde dossiers moeten rechtvaardigen.

Wat betekent dit alles voor mij.

Ik weet heel goed en uit eigen ervaring dat je in de politiek compromissen moet sluiten. Maar het ene compromis is het andere niet. Er zijn dossiers die zich niet laten compenseren door bereikte resultaten bij andere dossiers. En dan vraagt dat consequenties: tot hiertoe en niet verder.

De ChristenUnie wil geloof een stem geven. Daar vind ik bij de meeste van deze dossiers weinig tot niets van terug.

EenVandaag zegt hier vandaag, 17 september, naar aanleiding van een gehouden enquête, onder andere het volgende over:

Sommige kiezers van het CDA en de ChristenUnie zeggen daarnaast dat hun partij de christelijke, sociale waarden is verloren. “ Als je als christen gaat voor eerlijker delen, kun je nooit met het afschaffen van de dividendbelasting meegaan. Denk eens in hoeveel bijstandsmoeders en ouderen we met die 2 miljard zeer goed hadden kunnen helpen.” Kiezers van D66 zijn nog steeds boos over het afschaffen van het referendum. Zeven op de tien VVD-kiezers (70%) hebben nog wel vertrouwen in het kabinet, al ligt dit ook 20% lager dan bij de start.

En professor Graafland, hoogleraar economie, onderneming en ethiek aan Tilburg University, schrijft op 23 augustus een wat mij betreft zeer behartenswaardig stuk:

Mooie woorden over het bijsturen van de neoliberale agenda, smelten weg nu de ChristenUnie deel uitmaakt van de coalitie.

De ChristenUnie stevent af op een groot debacle. Met de steun voor het afschaffen van de dividendbelasting dreigt ze al haar geloofwaardigheid te verliezen. Om diverse redenen.

Allereerst volgt de ChristenUnie, ondanks alle mooie woorden over herbezinning op het neoliberale economische model, als puntje bij paaltje komt gewoon de neoliberale agenda. De afschaffing van de dividendbelasting komt vooral ten goede aan het internationale bedrijfsleven. Het is een uitvloeisel van de grote macht die bedrijven als Shell, Unilever en in hun kielzog werkgeversorganisatie VNO-NCW uitoefenen op het economische beleid in Nederland.

Hoewel de winst van bedrijven als Shell al heel hoog is, zetten zij hun grote macht in om de overheidsinstituties aan te passen in hun voordeel. Dit draagt bij aan een verdere uitholling van de belasting die het internationale bedrijfsleven betaalt, en versterkt de toenemende ongelijkheid tussen kapitaal en arbeid.

Gert-Jan Segers heeft recent aangegeven dat de ChristenUnie juist deze neoliberale agenda ter discussie wil stellen. Maar de steun aan de afschaffing van de dividendbelasting reduceert dit tot een loos gebaar.

loopje met de waarheid

In de tweede plaats laat de ChristenUnie politiek sjoemelen met de waarheid ongestraft passeren. Dit beleidsvoorstel heeft immers een duistere voorgeschiedenis, waarin diverse bewindslieden een loopje met de waarheid namen, over het al of niet bestaan van geheime nota’s die tijdens de kabinetsformatie op tafel zijn geweest. Toegegeven, het waren vooral VVD-ministers die aan acuut geheugenverlies leken te lijden (Wiebes). Maar door premier Rutte nu de hand boven het hoofd te houden, maakt de CU zich hiervoor medeverantwoordelijk.

Het ontbreekt de ChristenUnie aan politieke moed om het kabinet de voet dwars te zetten. Nu de maatregel veel duurder uitpakt, is er een goede reden om het regeerakkoord op dit punt ter discussie te stellen.

De ChristenUnie neemt deze kans niet waar. Daarmee maakt ze zich dienstbaar aan een politiek bedrijf waarin halve waarheden en hele leugens de regie hebben.

werkgelegenheid

Een derde reden waarom de ChristenUnie mijn vertrouwen verliest, is dat zelfs CU-bewindslieden nu het verhaal dat afschaffing van de dividendbelasting van groot belang is voor de werkgelegenheid in Nederland, gaan verdedigen. Zij hebben blijkbaar geen boodschap aan wetenschappelijk onderzoek. Er is namelijk geen onderzoek dat hier op een wetenschappelijk verantwoorde manier steun aan geeft.

Ambtenaren van Financiën hebben diverse redenen aangedragen waarom een dergelijk effect sterk betwijfeld kan worden. Bas Jacobs, hoogleraar aan de Erasmus Universiteit en een van de beste deskundigen op het gebied van overheidsfinanciën, concludeert dat afschaffing van de dividendbelasting niet economisch te onderbouwen is.

Het kabinet baseert zich alleen op het rapport ‘Wederzijds profijt’, afkomstig van de Rotterdam School of Management. Maar juist dit rapport ademt dezelfde geur van gedraai met de waarheid. Onderzoeksjournalisten hebben achterhaald dat dit rapport, zonder het te vermelden, gefinancierd is door Shell en andere grote bedrijven. Als je verder het rapport zorgvuldig leest, blijkt dat het niet gaat over de dividendbelasting, maar over de economische functie van hoofdkantoren van internationale bedrijven. Of er een verband is tussen beide, wordt niet onderzocht.

wenselijke antwoorden

Het belang van hoofdkantoren wordt geïllustreerd aan de hand van een peiling onder leden van VNO-NCW, onder wie de financiers van het onderzoek, met een grote kans op (voor VNO-NCW) wenselijke antwoorden.

Natuurlijk zijn grote internationale bedrijven van groot belang voor de Nederlands economie en werkgelegenheid. Maar dat de vestiging van hoofdkantoren daarbij cruciaal is, toont dit rapport niet aan. Bewindslieden van de ChristenUnie die de maatregel verdedigen in het belang van de werkgelegenheid, laten zich kennelijk meeslepen door de visie van degenen die daar veel belang bij hebben. Dat geeft weinig vertrouwen in de kritische onafhankelijkheid van deze bewindslieden, die de CU voorheen kenmerkte en die noodzakelijk is om het land verstandig en rechtvaardig te besturen.

Mijn advies aan de ChristenUnie is daarom: bezint eer gij u in een situatie van een onherstelbare vertrouwenscrisis bevindt. Toon politieke moed en respect voor de waarheid en laat u niet op sleeptouw nemen door de neoliberale agenda van het internationale bedrijfsleven en zijn politieke medestanders.

1 reactie

Opgeslagen onder algemeen

Dividendbelasting en Eerste Kamer

Ik heb nog eens geluisterd naar de toespraak van Segers op het partijcongres in november 2017, (https://m.youtube.com/watch?feature=youtu.be&v=LMzNjPSrrQ0) waarin hij o.a. verantwoordt wat bereikt is en wat ‘geslikt’ moest worden.

Zo gaat het in een coalitie: geven en nemen. Ik weet er alles van. Maar wel steeds je afvragen of:

  • de plus dank zij de fractie is opgenomen in het regeerakkoord
  • De minnen voldoende gecompenseerd worden door de plussen.

In de toespraak werd een min duidelijk benoemd: het kinderpardon. Het gesprek met betrokkenen werd in de toespraak het meest intense gesprek genoemd.

Ik miste een verantwoording over het afschaffen van de dividendbelasting. Dat punt krijgt steeds meer klem nu deskundigen en betrokkenen melden dat het geen effect heeft op beslissingen om je al dan niet vestigen in Nederland. En omdat nu ook duidelijk is dat woningbouwcorporaties één van de kinderen van de rekening zijn. Met andere woorden, de huurders van bijvoorbeeld sociale huurwoningen. De corporaties zullen het ergens vandaan moeten halen, immers.

Ik zelf heb grote twijfels of de inbreng van de ChristenUnie opweegt tegen o.a. deze genoemde punten. Ik heb daar grote moeite mee.

Ik hoop dan ook vurig dat de Eerste Kamer tegen de afschaffing van de dividendbelasting is. Dat zal wel moeilijk worden omdat het onderdeel vormt van alle belasting maatregelen.

Het moet maar, denk ik dan. Politieke winst wordt verlies wanneer voorbij gegaan wordt aan inhoudelijke aspecten en concrete consequenties.

Niemand heeft mij tot nu toe duidelijk kunnen maken wat de concrete (!) opbrengsten zijn van het schrappen.

En ja, ik heb minstens tot tien geteld.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder algemeen

Dividenddossier update 2

Uit het regeerakkoord:

Een concurrerend vestigingsklimaat

Wij willen dat Nederland een land is waar het voor ondernemingen aantrekkelijk is om zich te vestigen en van waaruit Nederlandse bedrijven handel kunnen drijven over de hele wereld. Daar profiteert Nederland van, want deze bedrijven voegen werkgelegenheid, innovatie en kracht toe aan onze economie. Heel veel mensen werken bij internationaal opererende bedrijven en bij bedrijven die daaraan toeleveren. Voor veel internationaal opererende bedrijven is Nederland een aantrekkelijk vestigingsland. Om dat zo te houden in een steeds verder globaliserende wereld zijn maatregelen nodig. We richten ons op bedrijven die echt een toegevoegde waarde hebben in plaats van bedrijven die Nederland alleen als postbus gebruiken:

o We willen een eind maken aan de situatie dat firma’s zich alleen op papier in Nederland vestigen om belastingvrij miljoenen te kunnen rondpompen. Wij gaan bij hen belasting heffen, net als bij ieder ander bedrijf. Internationaal zetten wij ons ervoor in dat belastingparadijzen worden aangepakt. Zelf gaan we het goede voorbeeld geven via een bronheffing op rente en royalty’s op uitgaande stromen naar landen met zeer lage belastingen (low tax jurisdictions).

o We bevorderen het ondernemen met meer eigen vermogen en beperken de belastingvoordelen voor vreemd vermogen. Dat levert stabielere bedrijven en gezondere economische verhoudingen op, zeker bij tegenslag. Dit geldt nog extra voor banken, die bij de eurocrisis een groot beroep op de overheid gedaan hebben.

o Wij verlagen de Vennootschapsbelasting (VPB) en schaffen de dividendbelasting af waardoor bedrijven gemakkelijker eigen kapitaal uit het buitenland kunnen aantrekken en minder kwetsbaar worden voor vijandige overnames. Ter financiering daarvan beperken we de renteaftrek en versoberen we de mogelijkheid in de VPB om met verliezen te schuiven over de jaren heen. Daarnaast beperken we de belastingvoordelen voor expats.

Deze paragraaf uit het regeerakkoord, en dan met name de derde bullit, kondig niet een onderzoek aan naar de vooral financiële effecten van het schrappen van de dividendbelasting. Nee, de dividendbelasting wordt afgeschaft.

Het is geen onderwerp uit welk verkiezingsprogramma dan ook, het komt, ja waar komt het vandaan? En op basis waarvan is deze maatregel in het regeerakkoord gekomen?

Wel of geen memo’s, al dan niet geheim. Vragen over de gevolgen – en voor wie – werden niet beantwoord. Dat moet duidelijk worden bij de begrotingsbehandeling, wordt nu gezegd.

De financieringsopmerkingen zijn kwalitatief van aard, terwijl je zou verwachten dat vooral kwantitatieve dekking geboden wordt. 

En daarnaast, wat zijn de gevolgen voor doorsnee belasting betaler?

Niks van dat alles.

Dit nog los van wat ik al eerder schreef: waar is de kiezer gebleven? De kiezer heeft deze maatregel niet kunnen meenemen in zijn overwegingen: waar stem ik op.

Bij dit dossier, langzamerhand geruchtmakend, zijn de Kamerleden van de regeringspartijen geen volksvertegenwoordiger. “Het volk” heeft immers niet kunnen weten en niet kunnen zeggen wat het er van vindt.

Het rammelt, zeker als je kijkt naar de gang van zaken en de manier waarop Rutte reageert op opmerkingen. Zijn opmerking “we doen het niet voor onze lol” slaat werkelijk alles. Het laat zien dat het ontbreekt aan inhoudelijke – en vooral – afgewogen argumenten.

Je kunt je als regeringspartij niet verschuilen achter de opmerking dat, als het niet doorgaat, het kabinet valt. Los van het feit dat het in de benen houden van een kabinet geen doelstelling is als het gaat om het regeren van het land. Het laat ook zien dat er meer speelt dan alleen beleidsoverwegingen. Immers, politiek bestaat bij de gratie van verschillende meningen.

Ik reken op het gezonde verstand van de Eerste Kamer.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder algemeen

Update dividend dossier

Ik schreef al eerder over dit dossier, zie het schuingedrukte verhaal hieronder. Ik wil daar graag wat aan toevoegen, gelet op reacties op Twitter.

  1. Het gaat om wat ik er van vind en niet om wat ik las dat de ChristenUnie een principiële partij is. Ik begrijp die relatie met het dossier trouwens niet.
  2. Wat ik er van vind wordt ook bepaald door het proces dat dit dossier doormaakt, zie mijn schuingedrukte opmerkingen hieronder.
  3. Het is dusdanig fundamenteel dat het wat mij betreft niet kan worden weggestreept tegen alle goede dingen die ChristenUnie bewerkstelligd heeft.
  4. Er is nog steeds geen concrete beschrijving van de gevolgen. Wel wat betreft de kosten, maar niet wat betreft de opbrengsten. Voorlopig zijn het veronderstellingen die niet concreet gemaakt kunnen worden.
    Rutte: “ik heb het beloofd niet aan de kiezers, maar aan Shell en Unilever. We zitten er moreel aan vast.”
    Ik ben reuze benieuwd op welk moment Rutte het beloofd heeft aan Shell en Unilever. Het stond tenslotte in geen enkel verkiezingsprogramma. (Zie schuingedrukte tekst)
  5. En dit alles, dit dossier tegen de achtergrond van wat er ook nog speelt: het onder wijs, de zorg om maar wat te noemen.

Dividend dossier

De gang van zaken met het voornemen van het kabinet om de dividendbelasting te schrappen is een merkwaardige gang van zaken. Ook in democratisch opzicht.

  1. Bij de Tweede Kamer verkiezingen had geen partij hierover iets in hun verkiezingsprogramma opgenomen. De kiezer kon dus op dat moment zijn stemgedrag niet laten afhangen van voor of tegen schrappen.
  2. De uiteindelijke coalitiepartijen hadden dus ook geen standpunt in hun programma. En toch werd afgesproken om de dividendbelasting te schrappen. Dat leverde in de Tweede Kamer vanzelfsprekend een meerderheid op.
  3. Die meerderheid wist toen niet – en nu nog niet – wat de gevolgen zouden zijn van deze inkomstenderving. Met andere woorden, er kon geen afweging worden gemaakt, kijkend naar de voor- en nadelen. Het was dus slechts een politieke beslissing. Anders gezegd, er was een niet uitgesproken belang dat telde, zonder rekening te houden met de belangen van de Nederlanders.
  4. De inkomstenderving is ondertussen opgelopen tot boven de 2.000.000.000 euro. PER JAAR!! De angst dat de derving moet worden opgevangen door ons als burgers, wordt – denkt Rutte – weggenomen door te stellen dat het bedrijfsleven deze derving moet gaan compenseren.
  5. Wellicht denkt de regering dat het bedrijfsleven het gaat betalen met behulp van middelen die vrijkomen nu er geen dividendbelasting hoeft te worden betaald. Nogal merkwaardig als je er wat langer over nadenkt.
  6. Dus Eerste Kamer doe uw plicht en wijs dit voorstel af omdat het een onzorgvuldige besluitvorming is, niet in het belang van ons als burgers:
    – heroverweging is op zijn plaats nu de derving veel hoger uitvalt dan was aangenomen
    – het is onduidelijk wat de financiële gevolgen zijn voor ons als burgers
    – onderzoek laat zien dat een grote meerderheid van de kiezers tegen dit voorstel is, waarover ze zich niet konden uitspreken bij de Tweede Kamer verkiezingen. De democratie wordt op deze manier geweld aangedaan.
  7. Betrokkenheid van burgers bij politieke besluitvorming is op deze manier een gotspe.

1 reactie

Opgeslagen onder algemeen

Dividenddossier

De gang van zaken met het voornemen van het kabinet om de dividendbelasting te schrappen is een merkwaardige gang van zaken. Ook in democratisch opzicht.

  1. Bij de Tweede Kamer verkiezingen had geen partij hierover iets in hun verkiezingsprogramma opgenomen. De kiezer kon dus op dat moment zijn stemgedrag niet laten afhangen van voor of tegen schrappen.
  2. De uiteindelijke coalitiepartijen hadden dus ook geen standpunt in hun programma. En toch werd afgesproken om de dividendbelasting te schrappen. Dat leverde in de Tweede Kamer vanzelfsprekend een meerderheid op.
  3. Die meerderheid wist toen niet – en nu nog niet – wat de gevolgen zouden zijn van deze inkomstenderving. Met andere woorden, er kon geen afweging worden gemaakt, kijkend naar de voor- en nadelen. Het was dus slechts een politieke beslissing. Anders gezegd, er was een niet uitgesproken belang dat telde, zonder rekening te houden met de belangen van de Nederlanders.
  4. De inkomstenderving is ondertussen opgelopen tot boven de 2.000.000.000 euro. PER JAAR!! De angst dat de derving moet worden opgevangen door ons als burgers, wordt – denkt Rutte – weggenomen door te stellen dat het bedrijfsleven deze derving moet gaan compenseren.
  5. Wellicht denkt de regering dat het bedrijfsleven het gaat betalen met behulp van middelen die vrijkomen nu er geen dividendbelasting hoeft te worden betaald. Nogal merkwaardig als je er wat langer over nadenkt.
  6. Dus Eerste Kamer doe uw plicht en wijs dit voorstel af omdat het een onzorgvuldige besluitvorming is, niet in het belang van ons als burgers:
    – heroverweging is op zijn plaats nu de derving veel hoger uitvalt dan was aangenomen
    – het is onduidelijk wat de financiële gevolgen zijn voor ons als burgers
    – onderzoek laat zien dat een grote meerderheid van de kiezers tegen dit voorstel is, waarover ze zich niet konden uitspreken bij de Tweede Kamer verkiezingen. De democratie wordt op deze manier geweld aangedaan.
  7. Praten over betrokkenheid van burgers bij politieke besluitvorming is op deze manier een gotspe.

1 reactie

Opgeslagen onder algemeen, Zwolse politiek