Lokale omroep, evaluatierapport, deel 2

Hoe langer ik er over nadenk hoe merkwaardiger ik de gang van zaken vind.

Zo lang het Commissariaat van de Media de licentie verleent, is de licentiehouder de lokale omroep en heeft het recht op de wettelijk vastgelegde subsidie. Dan is de vraag wat de bedoeling is van het evaluatierapport, zoals het er nu ligt. Wat moet een gemeenteraad met een rapport dat maximaal leidt (beslispunt 2) tot niet meer dan een vraag aan het CvdM.

Daarnaast, het rapport bevat vooral informatie over zaken waar een gemeenteraad niets over te zeggen heeft. Nota bene, citaat uit het addendum: “Vanuit de opdrachtgever is de vraag gekomen, na bestuderen van het onderzoeksrapport ‘evaluatieonderzoek RTV Zwolle FM’ om het beleidsplan van 2015 toch nog eens tegen het licht te houden en te beoordelen in hoeverre – wanneer het gehele evaluatieonderzoek wordt meegenomen – de doelstellingen vanuit dit beleidsplan gerealiseerd zijn”.

In dit addendum is het resultaat hiervan weergegeven.
De conclusie van het addendum is: “Kortom, de doelstellingen die beschreven zijn in het beleidsplan ‘Zwolle verdient een professionele omroep! RTVZOo’ zijn op het moment van het evaluatieonderzoek nagenoeg niet gerealiseerd.”

Het bestuur van RTV Zwolle FM is van mening dat zij niet gehouden kunnen worden aan het beleidsplan omdat zij nieuw zijn en onder een nieuwe naam verder zijn gegaan. Dat vind ik een wat merkwaardige reactie omdat het bestuur nog steeds oud-bestuursleden van RTVZOo als bestuursleden heeft. Het is van twee-en één: of het is een nieuwe start waarbij het beleidsplan 2015 niet meer vigerend is of het is een voortzetting van de oude lokale omroep. In het eerste geval is er geen licentie, in het tweede geval wel. Het lijkt er op dat het bestuur van twee walletjes wil eten.

De conclusie uit het addendum maakt duidelijk dat de keus in maart 2015 gemaakt is op achteraf verkeerde gronden, namelijk op basis van voorgenomen plannen. Daarmee RTV Focus Zwolle onnodig op achterstand gezet. Het zou aardig zijn om het beleidsplan van RTV Focus Zwolle van 2015 te leggen naast hun situatie van vandaag en daarbij rekening te houden met de beperkte financiële middelen die zij hebben.

Over het PBO schreef ik al eerder. Functioneren van het PBO is voorwaarde voor het CvdM voor het verlenen van de licentie. Dat PBO is er niet en dat PBO was er niet. Behalve dan die ene keer onder mijn voorzitterschap. Het was in de raadsvergadering van 30 maart 2015 ook geen onderwerp van bespreking.

Mijn conclusies:
De wethouder heeft niets gedaan met dat wat gevraagd is in de motie
Met als gevolg dat de mogelijkheid van eerder ingrijpen niet kon worden benut
De keus is gemaakt op basis van plannen en niet op basis van behaalde resultaten en constateerbaar goed functioneren
RTV Focus Zwolle is daardoor onterecht op achterstand gezet

Mijn hoop:
 Ik hoop dat de raad beslispunt 2 amendeert, door het CvdM te vragen of zij het eens is met de conclusie dat RTV Zwolle FM niet licentiewaardig is.

Advertenties

1 reactie

Opgeslagen onder Zwolse politiek

Schriftelijke vragen

Ik schreef al eerder een stukje over schriftelijke vragen: https://johnvanboven.com/2013/06/24/kosten-schriftelijke-vragen/
Ik was benieuwd in welke frequentie de Zwolse fracties het instrument schriftelijke vragen hebben gebruikt in deze collegeperiode. De Raadsgriffie was behulpzaam bij het krijgen van de informatie. Voor de duidelijkheid, het gaat dus om de periode april 2014 tot nu toe.
Dat levert het volgende lijstje:

PvdA    35
VVD     35
CU        18
D66      27
Collegepartijen 115

CDA     25
GL        24
SW       18
SP        45
Oppositiepartijen 112

Totaal 227 schriftelijke vragen

Een ander beeld dan in 2013. Toen stelden de collegepartijen 58 vragen en de oppositiepartijen 125 schriftelijke vragen. Drie dingen vallen mij op:
1. Het verschil tussen college- en oppositiepartijen is kleiner geworden.
2. In deze periode stelden de collegepartijen tot nu toe meer vragen dan de oppositiepartijen
3. Het totaal aantal vragen is fors toegenomen, van 183 naar 227, een stijging met 24%.
Ik ga me niet te buiten aan duiding.

In 2013 heeft de griffie berekend dat de kosten per vraag zo’n € 1.000 zijn.
De lezer kan zelf uitrekenen welke bedragen er gemoeid zijn met het instrument schriftelijke vragen. (Ik onderdruk de neiging om een vergelijk te maken met de computervergoeding).

Ik eindig zoals ik ook in 2013 ben geëindigd.
Het recht op vragen stellen is onbetwist, want het is geregeld in het reglement van orde.
Het is evenzo goed gerechtvaardigd je af te vragen of de kosten opwegen tegen het resultaat van de vragen.
Wat mij betreft iets om over na te denken.”

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zwolse politiek

Evaluatierapport ex-RTVZOo

De Stentor bericht vandaag, 25 januari 2018, dat ze exclusief inzage hebben gehad in het evaluatierapport.
Merkwaardige gang van zaken, trouwens. Nog voordat rapport publiek is, kunnen de raadsleden uit de krant vernemen wat het rapport te melden heeft. Ik ben benieuwd wie de Stentor het rapport gegeven heeft. Maar dit alles geheel terzijde.

Een belangrijk citaat van de wethouder in het artikel: “Let wel, het gaat ons hier niet om de inhoud van de programmering of de journalistieke inhoud. Maar om de organisatie die niet solide genoeg is, blijkt uit dit rapport”.
Ik beperk me in mijn reactie dan ook daar toe. Maar ik constateer ook dat het rapport veel onderzocht heeft waar de gemeenteraad geen oordeel over mag hebben.

Ik neem mijn vertrekpunt in de breed aangenomen (alleen de PvdA stemde tegen) motie in de vergadering van 30 maart 2015.
Onder ‘van mening dat’ is o.a. te lezen dat de bestaande licentiehouder weinig zichtbaar is geweest de afgelopen jaren. De argumenten om op dit moment positief te adviseren over RTVZOo zijn voldoende (meer bekendheid, vrijwilligers, betere technische toerusting).
Als ik nu terugkijk op de 2 jaren die sinds maart 2015 verstreken zijn, vraag ik me werkelijk af of dit laatste niet een verkeerde inschatting is geweest van de Raad. Daarnaast, in een overleg dat ik in die tijd bijwoonde bij RTVZOo werd door de medewerkers steen en been geklaagd over de technische middelen waarmee gewerkt moest worden.
(Zie ook een stuk op mijn weblog: https://johnvanboven.com/2017/11/30/mijn-ervaringen-met-bestuur-rtvzoo/)
In de aangenomen motie vraagt de raad aan het college:
om de gemeenteraad een jaarlijkse terugkoppeling te geven over de resultaten van de lokale publieke omroep.
– Om het visitatiesysteem van OLON in te zetten voor de lokale omroep om zo de kwaliteit te bewaken en de kosten hiervoor te dekken uit het subsidiebedrag
– Om bij onvoldoende kwaliteit en zichtbaarheid maatregelen te nemen
– Om het signaal binnen de VNG en het Rijk af te geven dat de Mediawet uit 2008 aan actualisatie toe is.

Ik vraag me werkelijk af wat hiervan terecht gekomen is.
Er is toen gekozen voor RTVZOo in plaats van voor RTV Focus Zwolle omdat daar de ervaring zat.
Wellicht was een frisse start van een nieuwe omroep beter geweest.

In een uitgave van het Commissariaat voor de Media, “Publieke lokale mediainstellingen en de Mediawet”, is te lezen (pagina 11): “De Mediawet ziet het pbo als een essentieel orgaan: wanneer het PBO niet functioneert, moet het Commissariaat na vier maanden de aanwijzing als lokale publieke media-instelling intrekken”
Heb in de korte tijd dat ik voorzitter was van het PBO een vergadering voorgezeten van het PBO. Er waren toen al geen notulen van de vorige vergadering omdat die vergadering te lang geleden was gehouden. En na de vergadering van 25 maart 2015 is er ook geen PBO-vergadering meer geweest. Kortom, ook al in de tijd dat de lokale omroep nog RTVZOo heette, werd er geen PBO belegd. We hebben het dus over een langere periode dan 4 maanden.

In de afgelopen periode heeft het bestuur een aantal medewerkers ontslagen. In haar eigen programmastatuut wordt in artikel 15 en 16 geregeld dat geschillen behoren te worden voorgelegd aan een geschillencommissie. Ik heb niet de indruk dat het bestuur deze weg gevolgd heeft.

Als ik op de laatste twee jaar terugkijk, dan kan ik niet anders constateren dan dat (ex-)RTVZOo onvoldoende toegerust is om te kunnen optreden als lokale publieke omroep.

Hoe nu verder?
De raad zal zich uit moeten spreken over de wijze waarop het college is omgegaan met de aangenomen motie. Daarnaast kan de raad een opvatting hebben over de wijze waarop (ex-)RTVZOo zich van haar opdracht gekweten heeft.
Ook kan de raad overwegen een amendement in te dienen over het tweede beslispunt. Het Commissariaat van de Media niet vragen in hoeverre ex-RTVZOo voldoet aan de eisen die in de mediawet worden gesteld.

De vraag zou moeten luiden of het optreden en functioneren van de lokale omroep niet voldoende grond is om de licentie in te trekken.

1 reactie

Opgeslagen onder Zwolse politiek

Beloftes en feiten

Ik zie dat er de komende tijd op Twitter onderzocht wordt wat het stemgedrag was van de Zwolse fractie in de lopende collegeperiode. Dan gaat het over moties, amendementen en andere voorstellen. Kloppen de feiten met de gedane beloftes.
Hier is wat mij betreft niks mis mee. Maar dan moet je het wel zuiver doen. Dan moet je weten waarom fracties tegen hebben gestemd, om een oordeel te kunnen geven over het stemgedrag.
Vandaag ging het over de 30 km motie van Swollwacht van 14 november 2014. Dat was de vergadering waar de begroting voor 2015 werd behandeld.
De motie was, zo staat in de motie, een motie vreemd aan de orde van de dag. Die aanduiding betekent dat het onderwerp niet op de agenda stond.
Moties vreemd aan de orde van de dag kennen geen inhoudelijke behandeling. Alleen een stemverklaring. Wat mij opvalt is, dat er geen dekking is opgenomen, terwijl ik denk dat handhaving extra menskracht vraagt. Of dat andere werkzaamheden van de politie op een lager pitje worden gezet. Maar dat vraagt dan weer een inhoudelijk debat.
Ik zou om die reden tegen hebben gestemd, omdat niet duidelijk is wat de financiële effecten zijn van een aannemen van de motie. Terwijl ik wel voor handhaving ben van 30 km zones.

Ik bedoel maar, als je de overwegingen niet kent, kun je niet oordelen over een eventuele discrepantie tussen belofte en stemgedrag.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zwolse politiek

Trends?

Ik lees nogal wat berichten over activiteiten, waarvan ik me afvraag, of dat niet anders had gekund dan wel zelfs had gemoeten. Ik zeg dat als betrekkelijke buitenstaander; betrekkelijk omdat ik ook de ‘binnenkant’ heb meegemaakt.
De politiek is geen kerkelijk instituut, en dus is er de mogelijkheid om compromissen te sluiten.
De vraag is dan wel tot hoever je daarin kunt gaan. Ik vind het belangrijk dat je in die zoektocht vertrekt vanuit het respect voor een ander standpunt. Mijn ervaring is, dat je dan ook respect terugkrijgt. Twee voorbeelden om dat duidelijk te maken.
1. Ongewenst besluit toch respecteren
We hebben ooit (2004) als collegepartij tegen de ontwikkeling van het stadion gestemd omdat het in onze ogen op een verkeerde manier gefinancierd dreigde te worden. Toen het voorstel wel werd aangenomen hebben we direct gezegd dat het daarmee een politieke werkelijkheid was geworden. Een referendum heeft er overigens later wel een streep door gezet.
2. Niet tegenwerken maar inpassen
Toen een paar jaar geleden de eerste marathon op zondag werd georganiseerd, heb ik een gesprek gevraagd met de organisatie. Niet om hen te bewegen voor een andere dag te kiezen, maar om na te gaan of er problemen ontstonden met de kerkgang. De organisatie had daar gelukkig zelf al naar gekeken. Ik heb mijn kerk in Stadshagen gevraagd of ze de tweede kerkdienst ‘s morgens 15 minuten wilden vervroegen. Dat is gebeurd.

Het houdt me, merk ik, nu weer bezig als ik naar een paar dossiers kijk.

Koopzondagen
In de eerste plaats de koopzondagen. Ik kan van een ander niet verlangen dat hij dezelfde keuze maakt wat betreft de zondagsbesteding. Ik zelf vind dat de winkels dicht moeten blijven, er zijn genoeg andere momenten; dat past bij mijn opvatting over de zondag-beleving. Tegelijkertijd erken ik dat er velen zijn die er anders over denken. Als dat een meerderheid is, dan moet ik die niet tegen werken maar me zelf de vraag stellen: word ik gehinderd in mijn zondag-beleving. Nee dus.
Dit is het religieuze aspect.
Er is bij dit onderwerp ook een economisch aandachtspunt: wat betekent dit voor winkeliers die niet open willen op zondag; als de omzet op weekniveau niet toeneemt, maar de personeelskosten wel. Dat vraagt wel aandacht, ook van de raad.

Kerstdagen
Waarom richt je een kerststal in? Doe je dat vanwege een mooie kerstsfeer in de stad of zijn er evangelisatie motieven. Dat laatste lijkt me niet gepast, omdat je daarmee een significant deel van de Zwollenaren tegen de haren in strijkt tijdens dagen dat “vrede op aarde” door iedereen gewenst kan worden. Een stal – een levende nog wel – draagt ontegenzeggelijk bij aan die kerstsfeer. De consequentie van die doelstelling is dat je niemand, die een rol wil spelen in de kerststal, kunt uitsluiten. De mensen hebben daarin dan een eigen verantwoordelijkheid.
Zoals het nu gesteld wordt – moslims niet – is het blijkbaar toch bedoeld als evangelisatie. En dat lijkt mij niet wenselijk, geredeneerd vanuit het respect voor een andere opvatting.

Abortuskliniek
Dit is een erg gevoelig dossier. Vooral omdat het een principe-dossier is. Moet je dan vrouwen, die wel kiezen voor abortus, bij de ingang op de één of andere wijze benaderen en/of aanspreken. Ik vind dat onjuist. Er zijn, denk ik, andere manieren om je standpunt duidelijk te maken en hulp aan te bieden.
En daarbij, in een discussie, gebaseerd op principes, kom je niet aan met economische opmerkingen over inkomstenderving.

Achter de voordeur
Moet dan religie achter de voordeur? Ik denk dat die vraag vooral wordt gesteld, wanneer men het gevoel krijgt dat bepaalde standpunten worden opgelegd.
Bij uitleggen gaat het om normen en waarden vanuit de bijbel. Dat is net zo legitiem als normen en waarden vanuit het liberalisme en het socialisme. Ik heb nog nooit iemand horen zeggen dat liberalisme en socialisme achter de voordeur moeten.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder algemeen, Zwolse politiek

Burger en politiek

Als je er over nadenkt is het uiterst merkwaardig.
Burgers willen invloed op de besluitvorming in de gemeenteraad en willen op zijn minst raadgevende referenda als instrument. De Haagse politiek heeft gezegd dat dit niet werkt en wil er, kort door de bocht geformuleerd, vanaf. Dat levert de nodige protesten op, die vooral neerkomen op aanslag op de democratie en de democratische waarden.
Tegelijkertijd kun je nu lezen dat politieke partijen, in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen, worstelen om hun kandidatenlijst een beetje gevuld te krijgen. Zo erg dat sommige partijen in bepaalde plaatsen niet eens meedoen aan de verkiezingen in maart.
Een merkwaardige contradictie.

(Even tussendoor.
Ik zie parallellen met vrijwilligerswerk. Het is lastig om vrijwilligers te krijgen, behalve als het voor een kortdurende en afgebakende periode is.)

Ik wil maar zeggen, je komt er niet door alleen maar na te denken over de relatie burger en politiek. Je moet naar een nieuwe structuur, ik wees er al eerder op.
Maar dat niet alleen. Kim Putters heeft in zijn Lunshof-lezing in 2016 aandacht gevraagd voor een vijftal aandachtsgebieden:
Hij formuleert in deze lezing de agenda van de democratie:
Het zijn 5 voorstellen als antwoord op de democratieparadox.
1. Nieuwe combinaties van representatieve en participatieve democratie
2. Grotere griffies, betere scholing en hogere vergoedingen voor raadsleden.
3. Betere en actieve rekenkamers
4. Betere bezwaar- en beroepsprocedures en lokale ombudsfuncties.
5. Meer onafhankelijke informatievoorziening en sterkere media.

Er zal dus meer moeten gebeuren dan een avond geïnteresseerde burgers bevragen. Al is dat ook nodig. Maar als je als raad geen aandacht besteed aan de door Putters genoemde aandachtsgebieden, levert het niets op.
Ik schreef er eerder (november 2016) onderstaand artikel over, door op elk van genoemde punten een korte reactie te geven.

Democratie en de burger
De social media laten zien, dat referenda, raadgevend dan wel raadplegend, als paddenstoelen uit de grond vliegen. Wat je er ook van vindt, het laat zien dat burgers behoefte hebben aan invloed tussen de verkiezingen in. In jargon, er is een verschuiving nodig van representatieve democratie naar participatieve democratie.
De vraag is dan: wat is de politieke infrastructuur die daarvoor nodig is.
Er zijn al veel publicaties over dit dossier, waarvan de Lunshoflezing (op moment van schrijven van dit artikel) de laatste is.
Zie ook: https://johnvanboven.com/2015/11/24/herijking-democratie-2/

Ik denk dat het langzamerhand tijd wordt om “praten over” om te zetten in “handelen naar”.
Ik hoop dat vanaf nu gefocused wordt op de vraag wat er gedaan moet worden om burgers een eigen plek met eigen verantwoordelijkheden te geven in de gewenste politieke infrastructuur.

1. Nieuwe combinaties van representatieve en participatieve democratie
De directeur van het SCP zegt over het eerste agendapunt het volgende:
Dat kan via referenda, online raadplegingen, echte zeggenschap in wijkraden, verzekerdenraden en burgerplatforms. Geen Stijl dwingt het referendum nu gewoon af, maar vooral als afrekening met politici dat de afstand tot de politiek eerder vergroot. Dit is een kans om met een visie te komen op hoe referenda de mening van mensen kunnen laten meewegen bij besluitvorming. Pas dan kun je het democratisch tekort wegwerken. Lokaal werkt dat vaak al goed, daarvan kunnen het nationaal en Europees bestuur veel leren.

In Zwolle kennen we begrippen als “Samen maken we de stad” en “interactieve beleidsvorming”. Waar we nog niet aan toegekomen zijn is, om deze manier van werken vast te leggen in, wat ik dan maar noem, een protocol. Vanuit het oogpunt van glashelder verwachten moet de burger weten welke instrumenten hem ten dienste kunnen staan (dat zullen er meer moeten zijn dan nu, gelet op de toegenomen betrokkenheid), wanneer hij er gebruik van kan maken en wat de politiek zal doen met de uitkomsten. Ook moet duidelijk zijn welke verplichtingen de politiek heeft jegens de burgers en wanneer zij die verplichtingen moet effectueren.
Eerste opdracht moet dus zijn het beschrijven van de instrumenten die ingezet kunnen worden én het formuleren van een protocol. Het lijkt me verstandig hierbij ook Zwollenaren te betrekken.

2. Grotere griffies, betere scholing en hogere vergoedingen voor raadsleden.
Over het 2e punt van de agenda van de democratie zegt Kim Putters:
Er zijn kennis en competenties nodig om inclusie, invloed, deliberatie, burgerschap, transparantie, efficiëntie, proportionaliteit, vrijheid van meningsuiting en legitimiteit te
bereiken. Dat is niet iets dat politieke partijen maar zelf moeten onderwijzen, dat moeten we collectief doorleven. Pas daarna kun je het inkleuren met mening of ideologie. Anders blijft het lastig sturen op lokale democratische processen en daarnaast af te wegen wanneer je als raad intervenieert of het aan het maatschappelijk initiatief of het college laat. Voorlopig staat de gemeenteraad nog op 5-0 achter op het college van BenW.

Dit agendapunt is een opdracht voor de gemeenteraad zelf. Hoe het nu gaat weet ik niet, maar in “mijn tijd” werd je als raad bij het begin van een nieuwe collegeperiode uitgenodigd voor bijeenkomsten waar je ingewijd werd in zaken waar je als raadslid mee te maken kreeg. Bekeken moet worden, zo vind ik, of dit meer en strakker geïnstitutionaliseerd moet worden. Een soort leergang, die gehouden kan worden wanneer er onderhandeld wordt over een nieuw college en over het collegeakkoord.
Dat is dan de tweede opdracht, deze keer voor de griffie: stel een leergang samen.
Ik vraag me verder af of een grotere griffie wenselijk is. Het risico bestaat dat er twee ambtelijke organisaties ontstaan. Beter is de mogelijkheden van het betrekken van ambtenaren (niet zijnde de griffie) bij het raadswerk te beschrijven.
Een ruimere vergoeding lijkt me niet een prioriteit van de eerste orde.

3. Betere en actieve rekenkamers
Dit agendapunt wordt in de lezing zo uitgewerkt:
Er zijn verplicht actieve lokale rekenkamers nodig die uitgaven van gemeenten controleren op doelbereik. Veel gemeenten hebben er in het kader van bezuinigingen een slaapkamer van gemaakt, maar dat kan echt niet. Er is niet een kleinere maar een betere ambtenarij nodig die kritisch en deskundig is en bovenal in de huid van burgers kan kruipen. Een overheid die niet oplegt, maar vragen stelt. Daar zijn die rekenkamers en goed geëquipeerde griffies voor nodig. Menig collegepartij won de verkiezingen met een pleidooi voor bezuinigingen hierop. Ze snijden zichzelf en onze democratie nu in de vingers. De Algemene Rekenkamer kan landelijk enkel fatsoenlijk zijn werk doen als dit lokaal ook op orde is.

Hier ben ik het gloeiend mee eens. Ik heb de indruk dat de Zwolse rekenkamer niet de waardering krijgt die ze verdient. Het is aan de gemeenteraad om de waarde van de RKC in te zien en er gebruik van te maken op het controleren van het doelbereik. Uit mijn tijd bij de rekenkamer weet ik nog hoe lastig het soms was om een oordeel te geven over de doelmatigheid. Nergens was beschreven wat beoogd werd met het ingezette beleid. Er kon dus nauwelijks wat gezegd worden over de “prijs-prestatie verhouding”. De RKC moet nagaan op welke wijze zij haar betekenis bij de gemeenteraad kan afdwingen.
De derde opdracht, naar aanleiding van de agenda van de democratie is tweeledig. De raad moet vastleggen op welke wijze en wanneer de RKC effectief kan worden ingezet bij haar controlerende rol. De rekenkamer zal moeten nagaan hoe zij haar positie kan verstevigen.

4. Betere bezwaar- en beroepsprocedures en lokale ombudsfuncties.
Het vierde agendapunt krijgt de volgende uitwerking:
Dit zijn instituties die je ook met een aantal gemeenten samen in het leven kunt roepen. Pleiten voor meer bezwaar en beroep is in deze tijd not done vanwege administratieve lasten en kosten, maar ik doe het toch. Juist de meest kwetsbare en minst mondige mensen komen vanwege het huidige democratisch tekort niet automatisch aan bod. Opgeteld bij een toename aan discriminatie, zowel op straat als op de arbeidsmarkt, op leeftijd, etniciteit en geloof, is dit fundamenteel voor een democratische rechtsstaat.

Wat mij vooral aanspreekt is het in het leven roepen van een lokale ombudsfunctie. Ik heb er vaker voor gepleit op mijn weblog. Het is de brugfunctie tussen Zwollenaren en “het stadhuis” wanneer er vragen zijn of wanneer er onvrede is en er geen handen en voeten aan gegeven kan worden. Nagedacht worden over de vraag of dat een op zich staande functie moet zijn of dat het wordt toegevoegd aan de griffie.
Ik ben ook gevoelig voor de opmerking dat de meest kwetsbaren en minst mondige Zwollenaren ook aan bod moeten komen. Daar moet wat op gevonden worden. Wellicht kan dat ook specifiek worden ondergebracht bij de ombudsfunctie. De taken en bevoegdheden van deze functie moeten dat dan mogelijk maken.
De vierde opdracht staat daarmee ook vast: maak een beschrijving van de ombudsfunctie, inclusief taken en bevoegdheden.

5. Meer onafhankelijke informatievoorziening en sterkere media.
Het laatste agendapunt licht de directeur van het SCP zo toe:
We zien in landen als Turkije en Italië hoe vitaal dat is, zeker als media weinig pluriform zijn of teveel op de hand van een politieke stroming raken. De fusies in de dagbladpers die hadden moeten worden tegengehouden hebben al lang plaatsgevonden. De enkele fusie die van hogerhand is tegengehouden (Limburg) had net zo goed door kunnen gaan. Een samenhangende toekomstvisie op en door de media zelf bij het bestrijden van het democratisch tekort, heb ik nog niet gezien. En het kabinet heeft daar ook geen antwoord op. In de Tweede Kamer is al wel een motie Van Dijk aangenomen die een halt beoogt toe te roepen aan de omvang van de overheidsvoorlichting. Dat wil ik onderstrepen, niet vanuit efficiency of kosten, maar omdat overheidsvoorlichting altijd gekleurd is door bestuurders. De pers hoort dat gat op te vullen met objectieve journalistiek, in plaats van achter een overvloed aan pogingen om ons politiek te overtuigen aan te lopen.

Ik denk dat dit meer een oproep is aan de plaatselijke pers dan dat de politiek er wat mee kan (anders dan de oproep doen). Het sleutelwoord is: objectieve journalistiek. Wellicht is een goed gesprek van de politiek met de pers een begin. Wat drijft elk van de partners. Ook kan dan de rol van de snelle, maar ook vluchtige, social media besproken worden.
Dit is dan de vijfde en laatste opdracht.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder algemeen, Zwolse politiek

Betrokkenheid van burgers

Ik lees dat een raadswerkgroep wil praten met burgers over spelregels rond burgerbetrokkenheid.
Dat gebeurt op 19 december in wijkcentrum Bestevaer.
Daar heb ik wat gedachten bij.
1. Niet verkeerd dat burgers gehoord worden bij de vraag hoe je burgers gestructureerd kunt betrekken bij beleidsontwikkeling. 
Maar ik heb daar wel wat bedenkingen bij, al waardeer ik het initiatief.
2. Ik ben bang dat het systeem niet wordt aangepast, maar dat de plek van burgers ergens in het bestaande systeem wordt ingepast. En dat gaat niet werken. 
De raad moet bereid zijn om het systeem opnieuw in te richten. En dat is best lastig.
3. Dat is lastig omdat de gemeenteraad natuurlijk zijn eigen verantwoordelijkheid behoudt. Het is het hoogste orgaan in de gemeentelijke hiërarchie en dat gaat ook niet veranderen. Gelukkig maar, denk ik dan. 
Dat betekent dat de invloed van burgers in de aanloop naar besluitvorming een plek moet krijgen.
4. Dat gaat natuurlijk niet per referendum, vind ik, daarvoor is dat instrument te tweedimensionaal en te ongenuanceerd.
5. Ik stel het volgende voor. 
Bij belangrijke dossiers wordt in een startdocument vastgelegd op welke wijze Zwollenaren een rol krijgen in dit proces. Ik kan me voorstellen dat dit geen confectie-benadering is, maar dat het maatwerk vraagt. Glashelder moet zijn welke rol burgers krijgen en welke invloed ze hebben in de besluitvorming (horen/meepraten/meebeslissen).
6. Bij een complex dossier lijkt het mij goed mogelijk om stadsgesprekken te organiseren in het voortraject. Die gesprekken moeten uitmonden in conclusies. Vanuit de gesprekken moet het dan mogelijk zijn dat een vertegenwoordiging de conclusies inbrengt in een vergadering van een raadsplein waar over dat dossier wordt gedebatteerd. In een besluitvormende raadsvergadering kunnen dan eventueel moties en/of amendementen worden ingebracht waarover de raad dan een oordeel kan geven.
Op deze manier geef je burgers invloed met behoud van de eigen verantwoordelijkheid van de gemeenteraad.
7. Los van dit alles, er is een vracht aan literatuur over dit onderwerp het minste wat gedaan kan worden is dat de raad aangeeft waar dat te vinden is en waarover het gaat. Als opwarmertje. Ik heb op mijn blog een tal keren hieraan aandacht besteed maar ook wat geïnventariseerd en samengevat: https://johnvanboven.com/2015/08/25/burgerbetrokkenheid-2/. 
In de laatste regel een linkje naar mijn samenvatting van een aantal artikelen.
8. Ook dit stukje op mijn blog kan helpen een mening te vormen: https://johnvanboven.com/2015/11/26/democratie-en-de-burger/
Deze artikelen laten zien dat er meer nodig is, dan alleen maar een een informatiebijeenkomst.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zwolse politiek