Evaluatierapport ex-RTVZOo

De Stentor bericht vandaag, 25 januari 2018, dat ze exclusief inzage hebben gehad in het evaluatierapport.
Merkwaardige gang van zaken, trouwens. Nog voordat rapport publiek is, kunnen de raadsleden uit de krant vernemen wat het rapport te melden heeft. Ik ben benieuwd wie de Stentor het rapport gegeven heeft. Maar dit alles geheel terzijde.

Een belangrijk citaat van de wethouder in het artikel: “Let wel, het gaat ons hier niet om de inhoud van de programmering of de journalistieke inhoud. Maar om de organisatie die niet solide genoeg is, blijkt uit dit rapport”.
Ik beperk me in mijn reactie dan ook daar toe. Maar ik constateer ook dat het rapport veel onderzocht heeft waar de gemeenteraad geen oordeel over mag hebben.

Ik neem mijn vertrekpunt in de breed aangenomen (alleen de PvdA stemde tegen) motie in de vergadering van 30 maart 2015.
Onder ‘van mening dat’ is o.a. te lezen dat de bestaande licentiehouder weinig zichtbaar is geweest de afgelopen jaren. De argumenten om op dit moment positief te adviseren over RTVZOo zijn voldoende (meer bekendheid, vrijwilligers, betere technische toerusting).
Als ik nu terugkijk op de 2 jaren die sinds maart 2015 verstreken zijn, vraag ik me werkelijk af of dit laatste niet een verkeerde inschatting is geweest van de Raad. Daarnaast, in een overleg dat ik in die tijd bijwoonde bij RTVZOo werd door de medewerkers steen en been geklaagd over de technische middelen waarmee gewerkt moest worden.
(Zie ook een stuk op mijn weblog: https://johnvanboven.com/2017/11/30/mijn-ervaringen-met-bestuur-rtvzoo/)
In de aangenomen motie vraagt de raad aan het college:
om de gemeenteraad een jaarlijkse terugkoppeling te geven over de resultaten van de lokale publieke omroep.
– Om het visitatiesysteem van OLON in te zetten voor de lokale omroep om zo de kwaliteit te bewaken en de kosten hiervoor te dekken uit het subsidiebedrag
– Om bij onvoldoende kwaliteit en zichtbaarheid maatregelen te nemen
– Om het signaal binnen de VNG en het Rijk af te geven dat de Mediawet uit 2008 aan actualisatie toe is.

Ik vraag me werkelijk af wat hiervan terecht gekomen is.
Er is toen gekozen voor RTVZOo in plaats van voor RTV Focus Zwolle omdat daar de ervaring zat.
Wellicht was een frisse start van een nieuwe omroep beter geweest.

In een uitgave van het Commissariaat voor de Media, “Publieke lokale mediainstellingen en de Mediawet”, is te lezen (pagina 11): “De Mediawet ziet het pbo als een essentieel orgaan: wanneer het PBO niet functioneert, moet het Commissariaat na vier maanden de aanwijzing als lokale publieke media-instelling intrekken”
Heb in de korte tijd dat ik voorzitter was van het PBO een vergadering voorgezeten van het PBO. Er waren toen al geen notulen van de vorige vergadering omdat die vergadering te lang geleden was gehouden. En na de vergadering van 25 maart 2015 is er ook geen PBO-vergadering meer geweest. Kortom, ook al in de tijd dat de lokale omroep nog RTVZOo heette, werd er geen PBO belegd. We hebben het dus over een langere periode dan 4 maanden.

In de afgelopen periode heeft het bestuur een aantal medewerkers ontslagen. In haar eigen programmastatuut wordt in artikel 15 en 16 geregeld dat geschillen behoren te worden voorgelegd aan een geschillencommissie. Ik heb niet de indruk dat het bestuur deze weg gevolgd heeft.

Als ik op de laatste twee jaar terugkijk, dan kan ik niet anders constateren dan dat (ex-)RTVZOo onvoldoende toegerust is om te kunnen optreden als lokale publieke omroep.

Hoe nu verder?
De raad zal zich uit moeten spreken over de wijze waarop het college is omgegaan met de aangenomen motie. Daarnaast kan de raad een opvatting hebben over de wijze waarop (ex-)RTVZOo zich van haar opdracht gekweten heeft.
Ook kan de raad overwegen een amendement in te dienen over het tweede beslispunt. Het Commissariaat van de Media niet vragen in hoeverre ex-RTVZOo voldoet aan de eisen die in de mediawet worden gesteld.

De vraag zou moeten luiden of het optreden en functioneren van de lokale omroep niet voldoende grond is om de licentie in te trekken.

Advertenties

1 reactie

Opgeslagen onder Zwolse politiek

Beloftes en feiten

Ik zie dat er de komende tijd op Twitter onderzocht wordt wat het stemgedrag was van de Zwolse fractie in de lopende collegeperiode. Dan gaat het over moties, amendementen en andere voorstellen. Kloppen de feiten met de gedane beloftes.
Hier is wat mij betreft niks mis mee. Maar dan moet je het wel zuiver doen. Dan moet je weten waarom fracties tegen hebben gestemd, om een oordeel te kunnen geven over het stemgedrag.
Vandaag ging het over de 30 km motie van Swollwacht van 14 november 2014. Dat was de vergadering waar de begroting voor 2015 werd behandeld.
De motie was, zo staat in de motie, een motie vreemd aan de orde van de dag. Die aanduiding betekent dat het onderwerp niet op de agenda stond.
Moties vreemd aan de orde van de dag kennen geen inhoudelijke behandeling. Alleen een stemverklaring. Wat mij opvalt is, dat er geen dekking is opgenomen, terwijl ik denk dat handhaving extra menskracht vraagt. Of dat andere werkzaamheden van de politie op een lager pitje worden gezet. Maar dat vraagt dan weer een inhoudelijk debat.
Ik zou om die reden tegen hebben gestemd, omdat niet duidelijk is wat de financiële effecten zijn van een aannemen van de motie. Terwijl ik wel voor handhaving ben van 30 km zones.

Ik bedoel maar, als je de overwegingen niet kent, kun je niet oordelen over een eventuele discrepantie tussen belofte en stemgedrag.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zwolse politiek

Trends?

Ik lees nogal wat berichten over activiteiten, waarvan ik me afvraag, of dat niet anders had gekund dan wel zelfs had gemoeten. Ik zeg dat als betrekkelijke buitenstaander; betrekkelijk omdat ik ook de ‘binnenkant’ heb meegemaakt.
De politiek is geen kerkelijk instituut, en dus is er de mogelijkheid om compromissen te sluiten.
De vraag is dan wel tot hoever je daarin kunt gaan. Ik vind het belangrijk dat je in die zoektocht vertrekt vanuit het respect voor een ander standpunt. Mijn ervaring is, dat je dan ook respect terugkrijgt. Twee voorbeelden om dat duidelijk te maken.
1. Ongewenst besluit toch respecteren
We hebben ooit (2004) als collegepartij tegen de ontwikkeling van het stadion gestemd omdat het in onze ogen op een verkeerde manier gefinancierd dreigde te worden. Toen het voorstel wel werd aangenomen hebben we direct gezegd dat het daarmee een politieke werkelijkheid was geworden. Een referendum heeft er overigens later wel een streep door gezet.
2. Niet tegenwerken maar inpassen
Toen een paar jaar geleden de eerste marathon op zondag werd georganiseerd, heb ik een gesprek gevraagd met de organisatie. Niet om hen te bewegen voor een andere dag te kiezen, maar om na te gaan of er problemen ontstonden met de kerkgang. De organisatie had daar gelukkig zelf al naar gekeken. Ik heb mijn kerk in Stadshagen gevraagd of ze de tweede kerkdienst ‘s morgens 15 minuten wilden vervroegen. Dat is gebeurd.

Het houdt me, merk ik, nu weer bezig als ik naar een paar dossiers kijk.

Koopzondagen
In de eerste plaats de koopzondagen. Ik kan van een ander niet verlangen dat hij dezelfde keuze maakt wat betreft de zondagsbesteding. Ik zelf vind dat de winkels dicht moeten blijven, er zijn genoeg andere momenten; dat past bij mijn opvatting over de zondag-beleving. Tegelijkertijd erken ik dat er velen zijn die er anders over denken. Als dat een meerderheid is, dan moet ik die niet tegen werken maar me zelf de vraag stellen: word ik gehinderd in mijn zondag-beleving. Nee dus.
Dit is het religieuze aspect.
Er is bij dit onderwerp ook een economisch aandachtspunt: wat betekent dit voor winkeliers die niet open willen op zondag; als de omzet op weekniveau niet toeneemt, maar de personeelskosten wel. Dat vraagt wel aandacht, ook van de raad.

Kerstdagen
Waarom richt je een kerststal in? Doe je dat vanwege een mooie kerstsfeer in de stad of zijn er evangelisatie motieven. Dat laatste lijkt me niet gepast, omdat je daarmee een significant deel van de Zwollenaren tegen de haren in strijkt tijdens dagen dat “vrede op aarde” door iedereen gewenst kan worden. Een stal – een levende nog wel – draagt ontegenzeggelijk bij aan die kerstsfeer. De consequentie van die doelstelling is dat je niemand, die een rol wil spelen in de kerststal, kunt uitsluiten. De mensen hebben daarin dan een eigen verantwoordelijkheid.
Zoals het nu gesteld wordt – moslims niet – is het blijkbaar toch bedoeld als evangelisatie. En dat lijkt mij niet wenselijk, geredeneerd vanuit het respect voor een andere opvatting.

Abortuskliniek
Dit is een erg gevoelig dossier. Vooral omdat het een principe-dossier is. Moet je dan vrouwen, die wel kiezen voor abortus, bij de ingang op de één of andere wijze benaderen en/of aanspreken. Ik vind dat onjuist. Er zijn, denk ik, andere manieren om je standpunt duidelijk te maken en hulp aan te bieden.
En daarbij, in een discussie, gebaseerd op principes, kom je niet aan met economische opmerkingen over inkomstenderving.

Achter de voordeur
Moet dan religie achter de voordeur? Ik denk dat die vraag vooral wordt gesteld, wanneer men het gevoel krijgt dat bepaalde standpunten worden opgelegd.
Bij uitleggen gaat het om normen en waarden vanuit de bijbel. Dat is net zo legitiem als normen en waarden vanuit het liberalisme en het socialisme. Ik heb nog nooit iemand horen zeggen dat liberalisme en socialisme achter de voordeur moeten.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder algemeen, Zwolse politiek

Burger en politiek

Als je er over nadenkt is het uiterst merkwaardig.
Burgers willen invloed op de besluitvorming in de gemeenteraad en willen op zijn minst raadgevende referenda als instrument. De Haagse politiek heeft gezegd dat dit niet werkt en wil er, kort door de bocht geformuleerd, vanaf. Dat levert de nodige protesten op, die vooral neerkomen op aanslag op de democratie en de democratische waarden.
Tegelijkertijd kun je nu lezen dat politieke partijen, in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen, worstelen om hun kandidatenlijst een beetje gevuld te krijgen. Zo erg dat sommige partijen in bepaalde plaatsen niet eens meedoen aan de verkiezingen in maart.
Een merkwaardige contradictie.

(Even tussendoor.
Ik zie parallellen met vrijwilligerswerk. Het is lastig om vrijwilligers te krijgen, behalve als het voor een kortdurende en afgebakende periode is.)

Ik wil maar zeggen, je komt er niet door alleen maar na te denken over de relatie burger en politiek. Je moet naar een nieuwe structuur, ik wees er al eerder op.
Maar dat niet alleen. Kim Putters heeft in zijn Lunshof-lezing in 2016 aandacht gevraagd voor een vijftal aandachtsgebieden:
Hij formuleert in deze lezing de agenda van de democratie:
Het zijn 5 voorstellen als antwoord op de democratieparadox.
1. Nieuwe combinaties van representatieve en participatieve democratie
2. Grotere griffies, betere scholing en hogere vergoedingen voor raadsleden.
3. Betere en actieve rekenkamers
4. Betere bezwaar- en beroepsprocedures en lokale ombudsfuncties.
5. Meer onafhankelijke informatievoorziening en sterkere media.

Er zal dus meer moeten gebeuren dan een avond geïnteresseerde burgers bevragen. Al is dat ook nodig. Maar als je als raad geen aandacht besteed aan de door Putters genoemde aandachtsgebieden, levert het niets op.
Ik schreef er eerder (november 2016) onderstaand artikel over, door op elk van genoemde punten een korte reactie te geven.

Democratie en de burger
De social media laten zien, dat referenda, raadgevend dan wel raadplegend, als paddenstoelen uit de grond vliegen. Wat je er ook van vindt, het laat zien dat burgers behoefte hebben aan invloed tussen de verkiezingen in. In jargon, er is een verschuiving nodig van representatieve democratie naar participatieve democratie.
De vraag is dan: wat is de politieke infrastructuur die daarvoor nodig is.
Er zijn al veel publicaties over dit dossier, waarvan de Lunshoflezing (op moment van schrijven van dit artikel) de laatste is.
Zie ook: https://johnvanboven.com/2015/11/24/herijking-democratie-2/

Ik denk dat het langzamerhand tijd wordt om “praten over” om te zetten in “handelen naar”.
Ik hoop dat vanaf nu gefocused wordt op de vraag wat er gedaan moet worden om burgers een eigen plek met eigen verantwoordelijkheden te geven in de gewenste politieke infrastructuur.

1. Nieuwe combinaties van representatieve en participatieve democratie
De directeur van het SCP zegt over het eerste agendapunt het volgende:
Dat kan via referenda, online raadplegingen, echte zeggenschap in wijkraden, verzekerdenraden en burgerplatforms. Geen Stijl dwingt het referendum nu gewoon af, maar vooral als afrekening met politici dat de afstand tot de politiek eerder vergroot. Dit is een kans om met een visie te komen op hoe referenda de mening van mensen kunnen laten meewegen bij besluitvorming. Pas dan kun je het democratisch tekort wegwerken. Lokaal werkt dat vaak al goed, daarvan kunnen het nationaal en Europees bestuur veel leren.

In Zwolle kennen we begrippen als “Samen maken we de stad” en “interactieve beleidsvorming”. Waar we nog niet aan toegekomen zijn is, om deze manier van werken vast te leggen in, wat ik dan maar noem, een protocol. Vanuit het oogpunt van glashelder verwachten moet de burger weten welke instrumenten hem ten dienste kunnen staan (dat zullen er meer moeten zijn dan nu, gelet op de toegenomen betrokkenheid), wanneer hij er gebruik van kan maken en wat de politiek zal doen met de uitkomsten. Ook moet duidelijk zijn welke verplichtingen de politiek heeft jegens de burgers en wanneer zij die verplichtingen moet effectueren.
Eerste opdracht moet dus zijn het beschrijven van de instrumenten die ingezet kunnen worden én het formuleren van een protocol. Het lijkt me verstandig hierbij ook Zwollenaren te betrekken.

2. Grotere griffies, betere scholing en hogere vergoedingen voor raadsleden.
Over het 2e punt van de agenda van de democratie zegt Kim Putters:
Er zijn kennis en competenties nodig om inclusie, invloed, deliberatie, burgerschap, transparantie, efficiëntie, proportionaliteit, vrijheid van meningsuiting en legitimiteit te
bereiken. Dat is niet iets dat politieke partijen maar zelf moeten onderwijzen, dat moeten we collectief doorleven. Pas daarna kun je het inkleuren met mening of ideologie. Anders blijft het lastig sturen op lokale democratische processen en daarnaast af te wegen wanneer je als raad intervenieert of het aan het maatschappelijk initiatief of het college laat. Voorlopig staat de gemeenteraad nog op 5-0 achter op het college van BenW.

Dit agendapunt is een opdracht voor de gemeenteraad zelf. Hoe het nu gaat weet ik niet, maar in “mijn tijd” werd je als raad bij het begin van een nieuwe collegeperiode uitgenodigd voor bijeenkomsten waar je ingewijd werd in zaken waar je als raadslid mee te maken kreeg. Bekeken moet worden, zo vind ik, of dit meer en strakker geïnstitutionaliseerd moet worden. Een soort leergang, die gehouden kan worden wanneer er onderhandeld wordt over een nieuw college en over het collegeakkoord.
Dat is dan de tweede opdracht, deze keer voor de griffie: stel een leergang samen.
Ik vraag me verder af of een grotere griffie wenselijk is. Het risico bestaat dat er twee ambtelijke organisaties ontstaan. Beter is de mogelijkheden van het betrekken van ambtenaren (niet zijnde de griffie) bij het raadswerk te beschrijven.
Een ruimere vergoeding lijkt me niet een prioriteit van de eerste orde.

3. Betere en actieve rekenkamers
Dit agendapunt wordt in de lezing zo uitgewerkt:
Er zijn verplicht actieve lokale rekenkamers nodig die uitgaven van gemeenten controleren op doelbereik. Veel gemeenten hebben er in het kader van bezuinigingen een slaapkamer van gemaakt, maar dat kan echt niet. Er is niet een kleinere maar een betere ambtenarij nodig die kritisch en deskundig is en bovenal in de huid van burgers kan kruipen. Een overheid die niet oplegt, maar vragen stelt. Daar zijn die rekenkamers en goed geëquipeerde griffies voor nodig. Menig collegepartij won de verkiezingen met een pleidooi voor bezuinigingen hierop. Ze snijden zichzelf en onze democratie nu in de vingers. De Algemene Rekenkamer kan landelijk enkel fatsoenlijk zijn werk doen als dit lokaal ook op orde is.

Hier ben ik het gloeiend mee eens. Ik heb de indruk dat de Zwolse rekenkamer niet de waardering krijgt die ze verdient. Het is aan de gemeenteraad om de waarde van de RKC in te zien en er gebruik van te maken op het controleren van het doelbereik. Uit mijn tijd bij de rekenkamer weet ik nog hoe lastig het soms was om een oordeel te geven over de doelmatigheid. Nergens was beschreven wat beoogd werd met het ingezette beleid. Er kon dus nauwelijks wat gezegd worden over de “prijs-prestatie verhouding”. De RKC moet nagaan op welke wijze zij haar betekenis bij de gemeenteraad kan afdwingen.
De derde opdracht, naar aanleiding van de agenda van de democratie is tweeledig. De raad moet vastleggen op welke wijze en wanneer de RKC effectief kan worden ingezet bij haar controlerende rol. De rekenkamer zal moeten nagaan hoe zij haar positie kan verstevigen.

4. Betere bezwaar- en beroepsprocedures en lokale ombudsfuncties.
Het vierde agendapunt krijgt de volgende uitwerking:
Dit zijn instituties die je ook met een aantal gemeenten samen in het leven kunt roepen. Pleiten voor meer bezwaar en beroep is in deze tijd not done vanwege administratieve lasten en kosten, maar ik doe het toch. Juist de meest kwetsbare en minst mondige mensen komen vanwege het huidige democratisch tekort niet automatisch aan bod. Opgeteld bij een toename aan discriminatie, zowel op straat als op de arbeidsmarkt, op leeftijd, etniciteit en geloof, is dit fundamenteel voor een democratische rechtsstaat.

Wat mij vooral aanspreekt is het in het leven roepen van een lokale ombudsfunctie. Ik heb er vaker voor gepleit op mijn weblog. Het is de brugfunctie tussen Zwollenaren en “het stadhuis” wanneer er vragen zijn of wanneer er onvrede is en er geen handen en voeten aan gegeven kan worden. Nagedacht worden over de vraag of dat een op zich staande functie moet zijn of dat het wordt toegevoegd aan de griffie.
Ik ben ook gevoelig voor de opmerking dat de meest kwetsbaren en minst mondige Zwollenaren ook aan bod moeten komen. Daar moet wat op gevonden worden. Wellicht kan dat ook specifiek worden ondergebracht bij de ombudsfunctie. De taken en bevoegdheden van deze functie moeten dat dan mogelijk maken.
De vierde opdracht staat daarmee ook vast: maak een beschrijving van de ombudsfunctie, inclusief taken en bevoegdheden.

5. Meer onafhankelijke informatievoorziening en sterkere media.
Het laatste agendapunt licht de directeur van het SCP zo toe:
We zien in landen als Turkije en Italië hoe vitaal dat is, zeker als media weinig pluriform zijn of teveel op de hand van een politieke stroming raken. De fusies in de dagbladpers die hadden moeten worden tegengehouden hebben al lang plaatsgevonden. De enkele fusie die van hogerhand is tegengehouden (Limburg) had net zo goed door kunnen gaan. Een samenhangende toekomstvisie op en door de media zelf bij het bestrijden van het democratisch tekort, heb ik nog niet gezien. En het kabinet heeft daar ook geen antwoord op. In de Tweede Kamer is al wel een motie Van Dijk aangenomen die een halt beoogt toe te roepen aan de omvang van de overheidsvoorlichting. Dat wil ik onderstrepen, niet vanuit efficiency of kosten, maar omdat overheidsvoorlichting altijd gekleurd is door bestuurders. De pers hoort dat gat op te vullen met objectieve journalistiek, in plaats van achter een overvloed aan pogingen om ons politiek te overtuigen aan te lopen.

Ik denk dat dit meer een oproep is aan de plaatselijke pers dan dat de politiek er wat mee kan (anders dan de oproep doen). Het sleutelwoord is: objectieve journalistiek. Wellicht is een goed gesprek van de politiek met de pers een begin. Wat drijft elk van de partners. Ook kan dan de rol van de snelle, maar ook vluchtige, social media besproken worden.
Dit is dan de vijfde en laatste opdracht.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder algemeen, Zwolse politiek

Betrokkenheid van burgers

Ik lees dat een raadswerkgroep wil praten met burgers over spelregels rond burgerbetrokkenheid.
Dat gebeurt op 19 december in wijkcentrum Bestevaer.
Daar heb ik wat gedachten bij.
1. Niet verkeerd dat burgers gehoord worden bij de vraag hoe je burgers gestructureerd kunt betrekken bij beleidsontwikkeling. 
Maar ik heb daar wel wat bedenkingen bij, al waardeer ik het initiatief.
2. Ik ben bang dat het systeem niet wordt aangepast, maar dat de plek van burgers ergens in het bestaande systeem wordt ingepast. En dat gaat niet werken. 
De raad moet bereid zijn om het systeem opnieuw in te richten. En dat is best lastig.
3. Dat is lastig omdat de gemeenteraad natuurlijk zijn eigen verantwoordelijkheid behoudt. Het is het hoogste orgaan in de gemeentelijke hiërarchie en dat gaat ook niet veranderen. Gelukkig maar, denk ik dan. 
Dat betekent dat de invloed van burgers in de aanloop naar besluitvorming een plek moet krijgen.
4. Dat gaat natuurlijk niet per referendum, vind ik, daarvoor is dat instrument te tweedimensionaal en te ongenuanceerd.
5. Ik stel het volgende voor. 
Bij belangrijke dossiers wordt in een startdocument vastgelegd op welke wijze Zwollenaren een rol krijgen in dit proces. Ik kan me voorstellen dat dit geen confectie-benadering is, maar dat het maatwerk vraagt. Glashelder moet zijn welke rol burgers krijgen en welke invloed ze hebben in de besluitvorming (horen/meepraten/meebeslissen).
6. Bij een complex dossier lijkt het mij goed mogelijk om stadsgesprekken te organiseren in het voortraject. Die gesprekken moeten uitmonden in conclusies. Vanuit de gesprekken moet het dan mogelijk zijn dat een vertegenwoordiging de conclusies inbrengt in een vergadering van een raadsplein waar over dat dossier wordt gedebatteerd. In een besluitvormende raadsvergadering kunnen dan eventueel moties en/of amendementen worden ingebracht waarover de raad dan een oordeel kan geven.
Op deze manier geef je burgers invloed met behoud van de eigen verantwoordelijkheid van de gemeenteraad.
7. Los van dit alles, er is een vracht aan literatuur over dit onderwerp het minste wat gedaan kan worden is dat de raad aangeeft waar dat te vinden is en waarover het gaat. Als opwarmertje. Ik heb op mijn blog een tal keren hieraan aandacht besteed maar ook wat geïnventariseerd en samengevat: https://johnvanboven.com/2015/08/25/burgerbetrokkenheid-2/. 
In de laatste regel een linkje naar mijn samenvatting van een aantal artikelen.
8. Ook dit stukje op mijn blog kan helpen een mening te vormen: https://johnvanboven.com/2015/11/26/democratie-en-de-burger/
Deze artikelen laten zien dat er meer nodig is, dan alleen maar een een informatiebijeenkomst.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zwolse politiek

Mijn ervaringen met bestuur RTVZOo

Vooraf

Het PBO avontuur begon (ergens in 2015) met een gesprek met de (toenmalige?) voorzitter Frits Smit bij grand café Public. Of ik voorzitter wilde worden van het PBO. Daarnaast verkende hij de mogelijkheid om lid te worden van het bestuur.
Dat laatste wilde ik niet. Wel voorzitter van het PBO. Ook zei ik bereid te zijn op te treden als adviseur van het bestuur om op die manier ook de linking pin te kunnen zijn tussen PBO en bestuur. Dat vond instemming van de voorzitter.
Na dat gesprek ben ik Frits niet meer tegengekomen. Het was steeds Bernhard Nanninga die namens het bestuur optrad.

Het proces dat leidde tot het ter beschikking stellen van het voorzitterschap van het PBO begon met een mail van een medewerker op 4 mei 2015.
In deze mail en die van twee andere redacteuren wordt o.a. de huidige situatie beschreven en omschreven wat er moet gebeuren. Een mail eindigt met deze opsomming:

1. Duidelijkheid over de wishlist op zeer korte termijn gewenst
2. Oplossen issues KK/Site op zeer korte termijn gewenst
3. Herverdeling taken op zeer korte termijn gewenst
4. Laten we alsjeblieft de overgebleven positieve energie gericht aanwenden daar waar het zin heeft, elkaar te blijven motiveren en stoppen elkaar te frustreren. Dank!

Een andere mail pleit voor een brainstorm om samen de schouders er onder te zetten.
Dat bracht mij tot de volgende reactie:

Je voorstel van een brainstorm spreekt mij enorm aan.
Voorwaarde is wel dat de uitkomst niet vrijblijvend is.
Resultaat zal een lijst moeten zijn met kwaliteitsverhogende impact. Dat kan liggen op het vlak van apparatuur, maar ook op het personele vlak.
Dat vraagt van het bestuur inzicht in de financiële polsstok.
Kan er vanuit de redactie initiatief genomen worden?

Hier reageert bestuurslid Martin Koekenberg op, 4 mei 2015:
Stilletjes volg ik deze discussie.
Bestuur neemt actie in deze. Zelfde insteek: uitkomst is niet vrijblijvend.
MartinKoekenberg

Op 6 mei wordt duidelijk wat Martin Koekenberg verstaat onder actie nemen. Hij stuurt namens het bestuur een mail naar de eindredactie:

Beste eindredactie,
We zijn allemaal druk bezig met de verhuizing, de nieuw omgevingen etc. Echter blijft er peen zorgelijk punt, de kwaliteit.
In de mail van maandagochtend wordt ook verwezen naar de laatste openstaande punten. Echter zullen deze van geen invloed zijn op de kwaliteit van onze content. Het zit soms in kleine dingen, die een wereld van verschil maken.
Momenteel ligt RTV ZOo onder een vergrootglas. We zitten nog steeds in de race voor de licentie. Het commissariaat van de media heeft nog geen besluit genomen!!!!! Theoretisch kan het nog alle kanten op.
Het bestuur wordt regelmatig aangesproken op de erbarmelijke kwaliteit van RTV ZOo. Waar we vroeger vaak mensen konden motiveren om dan hun ideeën te spuien of mee te denken krijgen we nu soms de reactie dat men zich niet aan RTV ZOo wil verbinden gezien de huidige kwaliteit.

Ook maandagochtend hebben we een groot nieuws item gemist (uitslag van de wedstrijd om de KNVB Beker). Eind van de ochtend kwamen de berichten maar dat is gewoon te laat. We voldoen absoluut niet aan de verwachtingen. Het bestuur begrijpt dat we allemaal vrijwilligers zijn en niet alles op elk moment kunnen doen, maar we moeten daar wel de juiste beslissingen in nemen.
Het bestuur heeft volgende week een extra vergadering ingelast om binnen het bestuur eens uitgebreid stil te staan bij de kwaliteit die we nu leveren tov wat we eigenlijk zouden moeten leveren. Na deze vergadering komen we daarop terug richting de eindredactie.
Er is al eerder aangegeven dat we nu met ons allen er de schouders onder moeten zetten. Iedereen kijkt naar ons en we moeten absoluut voorkomen dat we de strijd om de lezer, kijker & luisteraar definitief gaan verliezen.
Samen bouwen we de omroep, laten we samen ook kritisch blijven. We moeten scherp blijven op kwaliteit en “kritiek” daarop is bedoeld om verbetering te realiseren. Iemand die er op een afstand naar kijkt, ziet nu eenmaal andere dingen dan degene die het maakt. En ja, soms is dat niet leuk, maar als we zaken niet uitspreken, verandert het ook niet.
Namens het bestuur van RTV ZOo.
Martin Koekenberg

Deze mail resulteert in 2 nogal geëmotioneerde reacties van medewerkers.
Dat gaf mij aanleiding om te reageren op de bestuursmail, 8 mei 2015:

Geacht bestuur,
Via de reactie van R heb ik kennis kunnen nemen van de mail die Martin namens het bestuur gestuurd heeft aan de reactie.
Om maar met de deur in huis te vallen, ik vind dat dit niet kan.
Redactieleden hebben vorige week geopperd om de tafel te gaan zitten om te bespreken wat er moet gebeuren en welke prioriteiten daar aan moeten worden toegekend. Ik vond/vind dat een prima initiatief en heb laten weten dat ik daar graag aan meewerk. En, dat het geen vrijblijvende actie mocht zijn.
Martin mailde mij toen dat het bestuur actie zou ondernemen. Ook prima, als er maar een gesprek komt.
Die actie bestaat kennelijk uit een mail met daarin allerlei opmerkingen over de kwaliteit of juist het gebrek er aan. Allerlei beschuldigingen onder het mom van “je moet kritisch kunnen zijn, anders gebeurt er niks”.
Mij leek het overleg juist bij uitstek het middel om samen te bekijken wat er gebeuren moet. En niet een dergelijke mail.
In plaats van samen de schouders er onder is het een beschuldigende vinger richting de eindredactie geworden. Onbegrijpelijk. De reactie van R en P vind ik daarentegen wel begrijpelijk.
Ik zou het op prijs stellen wanneer gemeld wordt dat deze mail als niet geschreven moet worden beschouwd.
Nog een persoonlijke opmerking.
Bij de vraag of ik voorzitter wilde worden van het PBO werd ook gevraagd of ik, door het bijwonen van de bestuursvergaderingen, de linking-pin wilde zijn tussen bestuur en PBO. Het valt me daarom op dat de mail van het bestuur niet ook aan mij was gericht.
Los nog van het feit dat ik tot nu toe weinig tot niets heb gehoord van het bestuur.
Ik hoop op een adequate reactie van het bestuur.
Met vriendelijke groet,
John

Naar aanleiding van mijn mail heeft Martin Koekenberg mij gebeld. In dat gesprek werd duidelijk dat de bestuursmail niet wordt teruggenomen.

Op maandag 18 mei wordt er een vergadering gehouden, eindredactie XL, zoals de vergadering wordt noemt. Redactieleden, bestuursleden en ik als voorzitter PBO.
In de vergadering merk ik bij het bestuur weinig van het in mijn ogen broodnodige wij-gevoel. Het bestuur hamert op kwaliteit, op zich terecht. Als redactieleden zeggen dat ze dan wel het goede gereedschap moeten hebben, reageert het bestuur dat daar geen geld voor is. Later in de vergadering zegt het bestuur dat er, wanneer er ipv 10 actieve medewerkers er 30 zijn, aan investeren gedacht kan worden. Kennelijk is geld dan geen belemmering meer.
Op een rechtstreekse vraag van een redactielid of het bestuur vertrouwen heeft in de medewerkers zegt Bernhard Nanninga dat hij daar geen antwoord op geeft.
Op mijn vraag of het bestuur hun mail alsnog wilde terugnemen, werd ontkennend gereageerd.
De consistente, maar in mijn ogen verkeerde, opstelling van het bestuur doet mij besluiten in de pauze te vertrekken met de aankondiging dat ik mijn functie ter beschikking stel.

Op 21 mei 2015 krijg ik een mail van Bernhard Nanninga:

Beste John,
Ik wilde je toch even meenemen in een deel van de film die je kennelijk afgelopen maandag wel keek, maar voor 90% niet had gevolgd.
Ik ben redelijk direct en wilde dat nu ook maar zijn: De belangrijkste reden om die niet direct antwoord te geven op een deel van de vragen, ligt in mijn gezondheid. Zonder nu in details te treden, ontbreekt het me op dit moment aan de energie om op dat te doen.
Toch wilde ik er die avond bij zijn. Mijn collega bestuurders weten dat, respecteren dat. Hetzelfde geldt voor een deel van de redactie, waaronder Rob. Een nee nu is voor vele van hen genoeg om even verder te gaan met de kern van het proces of om acuut te stoppen.
Mede om die reden hebben wij Rob in zijn rol als Studiomanager willen laten zitten en willen ondersteunen. Hij gaf bij het begin van de vergadering nadrukkelijk aan niet meer naar de mailwisseling te willen kijken, maar vooruit. Hij worstelt al weken met een tekort aan mankracht en wilde deze avond gebruiken om dit te veranderen.
Zo heb ik ook niet gereageerd op de mailwisseling van ruim 2 weken geleden. In een voor mij in 15 jaar een van de eerste vakantieweken zonder e-mail, heb ik de mail wel gezien, maar bewust even zo gelaten. Ik was even toe aan een noodzakelijke break. In de weken erna heb ik me intensief ingezet om een ieder weer met de neus dezelfde kant op te krijgen, met al dan niet de nodige excuses en correcties.
In jouw politieke arena kan het soms 100% wit of soms 100% zwart zijn. In die van ons zijn er niet 50 tinten grijs, maar wel 5000. Op basis hiervan kies ik meestal mijn rol en die was die avond bewust bescheidener dan normaal, maar ook korter dan normaal. Een deel van de aanwezigen begreep dat.
Ik heb je verzocht om de dag erna nog even met je af te stemmen en dan had ik je mijn achtergrond ook open en volledig mee gegeven. Evenals de rest van de film. Daar ben je helaas niet op in gegaan.
Nu mag je je brieven naar alle omstanders schrijven. Ik wil met dit berichtje voorkomen dat je je richting de Wethouder blameert. Immers ook hij zal hoor en wederhoor toepassen. Op basis van o.a. de reden in de eerste alinea, kun je ook andere conclusies trekken.
John, in tegenstelling tot het diepe ontzag wat te meesten aan de vergadertafel ongetwijfeld voor je hebben, heb ik een groot respect voor je, maar ik ben ook niet bang voor je. Even een halt toe roepen als dit nodig is, of op dat moment het maximaal haalbare, zal ik blijven doen. Om wille van het proces bij RTV ZOo.
Ook ik kan er uit stappen, daar heb ik alle redenen voor. Ik doe dat als we een aantal successen behaald hebben. Dat kan morgen zijn, maar ook over 2 jaar.
Laten we voordat je je brieven schrijft, als volwassen mensen nog eenmaal een aantal zaken de revue passeren. Zodat ook jij kunt bepalen op welke moment het voor jouw geschikt is om uit te stappen, of nog even aan boord te blijven. Laten we duidelijk formuleren wat jouw rol is en wat die van ons en die van de eindredactie. Die avond zat je niet in de rol van regisseur en wij niet in de rol van leider. Rob had je gevraagd mee te denken om zijn vraag naar meer inzet kracht bij te zetten c.q. het project luisterpanel op te pakken.
Ik drink graag een bak koffie met je ergens volgende week. Ik wens je veel wijsheid.

Ik ben verbaasd, om meerdere redenen. Mijn reactie, dd 21 mei 2015:

Bernhard,
Dank voor je uitgebreide mail.
Het punt is dat wat je schrijft maar zeer ten dele raakt aan wat mij bezig houdt en wat de grond is voor het onmiddellijk ter beschikking stellen van mijn functie als voorzitter van het PBO.
Voordat ik op een rij zet wat mijn overwegingen zijn, wil ik toch wel een paar punten uit je mail langs gaan. Ik laat ook punten liggen.
Als ik mijn overwegingen langsloop dan associeer ik dat niet met blameren. Op zich al een merkwaardige veronderstelling, dat ik me zou blameren als ik de wethouder uitleg, waarom ik me terugtrek.
Wat ik helemaal niet begrijp is je opmerking dat je niet bang voor me bent. Het gaat ook niet over ontzag. Het gaat over mijn oordeel over de wijze waarop het bestuur praat over de medewerkers. Dat zit me dwars. En dat heeft weinig te maken met of iemand al dan niet bang voor mij is.
Gelet op wat je schrijft en opmerkt, krijg ik de indruk dat jouw werkelijkheid kennelijk een andere is dan de mijne.
Aan mijn beleving van de werkelijkheid ontleen ik de volgende overwegingen.
Hierboven schreef ik al, dat het wat mij betreft gaat om de manier waarop het bestuur omgaat met de vrijwilligers.
In de periode voor de vergadering zag ik dat terug in de vervelende mail van Martin Koekenberg namens het bestuur. Vooral vanwege de verwijtende toon en het ontbreken van het wij-gevoel. In mijn mailreactie vroeg ik om de mail terug te nemen. Ook deed ik dat in een vrij uitvoerig telefoongesprek met Martin.
Dat ging niet gebeuren.
In de vergadering zelf proefde ik nog steeds dat wat mij ook dwars zat in de mail van Martin. De opmerkingen vanuit het bestuur gingen vooral over de kwaliteit (of het gebrek eraan) van de medewerkers.
Het bestuur hamert terecht op het belang van kwaliteit, maar geeft niet thuis als medewerkers stellen dat goede apparatuur een eerste vereiste is. Geen geld zegt het bestuur. Maar even later wordt gezegd dat wanneer er 30 actieve vrijwilligers zijn, er geïnvesteerd kan worden. Dan is geld dus niet meer de bepalende factor voor al dan niet investeren. Deze redenering onderbouwt wat ik al eerder stelde, dat het bestuur het wijt aan mensen, zodat een investeringsbeslissing kan worden uitgesteld.
Ook in de vergadering vroeg ik Martin zijn mail terug te nemen. Hij was het (nog steeds) niet van plan. Al had hij maar gezegd dat het een erg ongelukkige mail was. Zelfs dat niet.
Als Paul Appels rechtstreeks vraagt of het bestuur vertrouwen heeft in de medewerkers, dan wil Bernhard daar geen antwoord op geven (wat op zich ook een antwoord is). Ik begrijp werkelijk niet wat dat met al of niet gezond zijn te maken heeft. Echt niet.
Kortom.
Er ontstaat bij mij een consistent beeld.
Het bestuur staat niet achter de mensen en is niet van plan welke consequentie dan ook te trekken uit wat gezegd is, althans niet tot de pauze. Ik ben in de pauze vertrokken. Omdat ik, gelet op de consistentie van handelen ik totaal geen fiducie had in een veranderen van de houding van het bestuur.
Ik stel mijn functie met onmiddellijke ingang ter beschikking.
Ik doe dat nu omdat ik niet te veel tijd wil laten komen tussen de mondelinge mededeling en de opzegging per mail. Bovendien moet de tijd tot aan het volgende PBO niet te krap worden.
Ik had willen wachten tot maandag met mijn beargumenteerde ter beschikking stellen van het voorzitterschap van het PBO. Na jouw mail vandaag lijkt het mij het beste om dat, in antwoord op jouw mail, vandaag te doen.
Ik zal maandag de leden van het PBO per mail informeren.
Ik zal niet actief de publiciteit zoeken. Als er vragen komen, van wie dan ook, die zal ik naar eer en geweten beantwoorden.
Groet
John

Op 22 mei 2015 reageert Bernhard op mijn mail:

Dank John voor je reactie.
Wij respecteren je mening. Desondanks nodigen we je uit om over laten we zeggen 14 dagen nog eens met elkaar in gesprek te gaan en te reflecteren over wat er speelt binnen onze organisatie en het werkveld. En wat er in voorgevallen.
Margriet heeft aangegeven tijdens dit gesprek aanwezig te willen zijn. We zetten bij mij op kantoor prima koffie. Graag verneem ik wanneer dit je zou passen.
Dank voor je inspanningen en we wensen je veel wijsheid.

Mijn reactie daarop, op 22 mei 2015:

Bernhard,
Zoals ik al in mijn laatste mail schreef, ik heb geen fiducie in een veranderde houding van het bestuur, gelet op de consistentie in het reageren tot nu toe. Ik ben nog steeds zwaar teleurgesteld door de inhoud van de mail van Martin en van jouw mail.
Ik zie dan ook geen enkel nut in een gesprek, waarover dan ook.
Groet,
John

De maandag daarop, 25 mei 2015, heb ik de leden van het PBO geïnformeerd:

Beste mensen,
Vorige week heb ik het bestuur gemeld, dat ik met onmiddellijke ingang het voorzitterschap van het PBO ter beschikking stel.
Ik heb er geen behoefte aan om alle overwegingen met jullie te delen.
Het komt er vooral op neer, dat ik moeite heb met de handelwijze van het bestuur en de manier waarop het bestuur omgaat met de vrijwilligers. Vrijwilligers die met de beperkte middelen die ze hebben, er het beste van willen maken.
In een dergelijke werkomgeving voel ik mij niet thuis.
Het ga jullie goed.
Met hartelijke groet,
John

Een aantal PBOleden heeft hier individueel op gereageerd.

Naschrift
De vraag kan gesteld worden of ik in deze gang van zaken wel vanuit mijn rol als voorzitter van het PBO heb gehandeld.
Twee opmerkingen.
– Het gaat niet over rollen en verantwoordelijkheden.
Het gaat om de vraag of er vertrouwen is in het bestuur. Dat vertrouwen heb ik niet meer.
– Een tijd geleden heb ik de vraag zelf hardop gesteld in een mail op 31 maart 2015:
Ik hoop niet dat het bestuur mij deze mail kwalijk neemt. Het gaat mij om het herkenbaar neerzetten van rtvZOo in de Zwolse samenleving.
De voorzitter reageerde de volgende dag per mail:
Jouw mail wordt jou geenszins kwalijk genomen, integendeel het is juist wat jij stelt en het toont betrokkenheid.

1 reactie

Opgeslagen onder Zwolse politiek

Het collegeakkoord en de koopzondagen

De gisteren (27 november 2017) in de Zwolse raad verworpen motie van CDA en Swollwacht roept een diversiteit aan reacties op. Een aantal reacties ervaar ik als onterecht, in die zin, dat partijen geen recht wordt gedaan.
Ik probeer dat puntsgewijs duidelijk te maken.
1. Belangrijk, de motie vroeg niet om voor 31 december een uitzondering te maken op het staand beleid. De motie vroeg aan het college om met een beslisnota te komen over een nieuw koopzondagenbeleid. Dit onderscheid is van belang bij de volgende punten.
2. Bij de onderhandelingen voor een nieuw college wordt er niet meer onderhandeld totdat iedereen het over alle punten eens is. Er wordt rekening gehouden met voor elke partij belangrijke punten. Die worden in het akkoord opgenomen en daarmee zeggen partijen niet dat ze het er mee eens zijn, maar dat ze gedurende de looptijd van het akkoord (de zittingsduur van het college) deze punten zullen respecteren. 
Een belangrijk aspect voor een oordeel over stemgedrag van coalitiepartijen.
3. Het beleid over koopzondagen is in deze zittingsperiode van het college wat verruimd. Je zou kunnen zeggen dat het collegeakkoord is geamendeerd. En dus onderdeel is en blijft van het akkoord dat door alle coalitiepartijen gerespecteerd zal worden.
4. De schriftelijke vragen van D66 aan het college waren vragen naar de bekende weg. Als uitvoerende partij kan het college niet anders doen dan verwijzen naar het staand beleid, opgenomen in het collegeakkoord, waarvan trouwens D66 één van de ondertekenaars is.
5. Wat resteerde was de motie van CDA en Swollwacht, waarin het college wordt gevraagd om nog in december 2017 met een beslisnota te komen over nieuw beleid voor de koopzondagen: alle zondagen open. Dus de oppositie vraagt nieuw beleid tijdens de zittingsduur van dit college met het collegeakkoord dat is ondertekend door de huidige vier collegepartijen.
6. De collegepartijen zeggen vervolgens dat ze samen een afspraak hebben gemaakt en afspraak is afspraak. En stemmen dus tegen deze motie.
7. Het stemgedrag van de collegepartijen wordt dus niet bepaald door het eigen standpunt over koopzondagen, maar door de gezamenlijke afspraak, neergelegd in het akkoord. Het is dan ook onjuist om schamper te doen over het stemgedrag van bijvoorbeeld de VVD. Het is juist sterk, dat ze hun stem hebben laten bepalen door het akkoord en niet door de eigen opvatting. .
8. De collegepartijen moeten wat ook dit dossier betreft zich maar laten gelden in de campagnetijd. Dan wordt duidelijk hoe ze zelf in o.a. dit dossier zitten. Elk voortijdig oordeel over welke collegepartijen dan ook, gaat voorbij aan de waarde, de functie en de betekenis van een collegeakkoord.

3 reacties

Opgeslagen onder Zwolse politiek