Tagarchief: burgerbetrokkenheid

Burger en politiek

Als je er over nadenkt is het uiterst merkwaardig.
Burgers willen invloed op de besluitvorming in de gemeenteraad en willen op zijn minst raadgevende referenda als instrument. De Haagse politiek heeft gezegd dat dit niet werkt en wil er, kort door de bocht geformuleerd, vanaf. Dat levert de nodige protesten op, die vooral neerkomen op aanslag op de democratie en de democratische waarden.
Tegelijkertijd kun je nu lezen dat politieke partijen, in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen, worstelen om hun kandidatenlijst een beetje gevuld te krijgen. Zo erg dat sommige partijen in bepaalde plaatsen niet eens meedoen aan de verkiezingen in maart.
Een merkwaardige contradictie.

(Even tussendoor.
Ik zie parallellen met vrijwilligerswerk. Het is lastig om vrijwilligers te krijgen, behalve als het voor een kortdurende en afgebakende periode is.)

Ik wil maar zeggen, je komt er niet door alleen maar na te denken over de relatie burger en politiek. Je moet naar een nieuwe structuur, ik wees er al eerder op.
Maar dat niet alleen. Kim Putters heeft in zijn Lunshof-lezing in 2016 aandacht gevraagd voor een vijftal aandachtsgebieden:
Hij formuleert in deze lezing de agenda van de democratie:
Het zijn 5 voorstellen als antwoord op de democratieparadox.
1. Nieuwe combinaties van representatieve en participatieve democratie
2. Grotere griffies, betere scholing en hogere vergoedingen voor raadsleden.
3. Betere en actieve rekenkamers
4. Betere bezwaar- en beroepsprocedures en lokale ombudsfuncties.
5. Meer onafhankelijke informatievoorziening en sterkere media.

Er zal dus meer moeten gebeuren dan een avond geïnteresseerde burgers bevragen. Al is dat ook nodig. Maar als je als raad geen aandacht besteed aan de door Putters genoemde aandachtsgebieden, levert het niets op.
Ik schreef er eerder (november 2016) onderstaand artikel over, door op elk van genoemde punten een korte reactie te geven.

Democratie en de burger
De social media laten zien, dat referenda, raadgevend dan wel raadplegend, als paddenstoelen uit de grond vliegen. Wat je er ook van vindt, het laat zien dat burgers behoefte hebben aan invloed tussen de verkiezingen in. In jargon, er is een verschuiving nodig van representatieve democratie naar participatieve democratie.
De vraag is dan: wat is de politieke infrastructuur die daarvoor nodig is.
Er zijn al veel publicaties over dit dossier, waarvan de Lunshoflezing (op moment van schrijven van dit artikel) de laatste is.
Zie ook: https://johnvanboven.com/2015/11/24/herijking-democratie-2/

Ik denk dat het langzamerhand tijd wordt om “praten over” om te zetten in “handelen naar”.
Ik hoop dat vanaf nu gefocused wordt op de vraag wat er gedaan moet worden om burgers een eigen plek met eigen verantwoordelijkheden te geven in de gewenste politieke infrastructuur.

1. Nieuwe combinaties van representatieve en participatieve democratie
De directeur van het SCP zegt over het eerste agendapunt het volgende:
Dat kan via referenda, online raadplegingen, echte zeggenschap in wijkraden, verzekerdenraden en burgerplatforms. Geen Stijl dwingt het referendum nu gewoon af, maar vooral als afrekening met politici dat de afstand tot de politiek eerder vergroot. Dit is een kans om met een visie te komen op hoe referenda de mening van mensen kunnen laten meewegen bij besluitvorming. Pas dan kun je het democratisch tekort wegwerken. Lokaal werkt dat vaak al goed, daarvan kunnen het nationaal en Europees bestuur veel leren.

In Zwolle kennen we begrippen als “Samen maken we de stad” en “interactieve beleidsvorming”. Waar we nog niet aan toegekomen zijn is, om deze manier van werken vast te leggen in, wat ik dan maar noem, een protocol. Vanuit het oogpunt van glashelder verwachten moet de burger weten welke instrumenten hem ten dienste kunnen staan (dat zullen er meer moeten zijn dan nu, gelet op de toegenomen betrokkenheid), wanneer hij er gebruik van kan maken en wat de politiek zal doen met de uitkomsten. Ook moet duidelijk zijn welke verplichtingen de politiek heeft jegens de burgers en wanneer zij die verplichtingen moet effectueren.
Eerste opdracht moet dus zijn het beschrijven van de instrumenten die ingezet kunnen worden én het formuleren van een protocol. Het lijkt me verstandig hierbij ook Zwollenaren te betrekken.

2. Grotere griffies, betere scholing en hogere vergoedingen voor raadsleden.
Over het 2e punt van de agenda van de democratie zegt Kim Putters:
Er zijn kennis en competenties nodig om inclusie, invloed, deliberatie, burgerschap, transparantie, efficiëntie, proportionaliteit, vrijheid van meningsuiting en legitimiteit te
bereiken. Dat is niet iets dat politieke partijen maar zelf moeten onderwijzen, dat moeten we collectief doorleven. Pas daarna kun je het inkleuren met mening of ideologie. Anders blijft het lastig sturen op lokale democratische processen en daarnaast af te wegen wanneer je als raad intervenieert of het aan het maatschappelijk initiatief of het college laat. Voorlopig staat de gemeenteraad nog op 5-0 achter op het college van BenW.

Dit agendapunt is een opdracht voor de gemeenteraad zelf. Hoe het nu gaat weet ik niet, maar in “mijn tijd” werd je als raad bij het begin van een nieuwe collegeperiode uitgenodigd voor bijeenkomsten waar je ingewijd werd in zaken waar je als raadslid mee te maken kreeg. Bekeken moet worden, zo vind ik, of dit meer en strakker geïnstitutionaliseerd moet worden. Een soort leergang, die gehouden kan worden wanneer er onderhandeld wordt over een nieuw college en over het collegeakkoord.
Dat is dan de tweede opdracht, deze keer voor de griffie: stel een leergang samen.
Ik vraag me verder af of een grotere griffie wenselijk is. Het risico bestaat dat er twee ambtelijke organisaties ontstaan. Beter is de mogelijkheden van het betrekken van ambtenaren (niet zijnde de griffie) bij het raadswerk te beschrijven.
Een ruimere vergoeding lijkt me niet een prioriteit van de eerste orde.

3. Betere en actieve rekenkamers
Dit agendapunt wordt in de lezing zo uitgewerkt:
Er zijn verplicht actieve lokale rekenkamers nodig die uitgaven van gemeenten controleren op doelbereik. Veel gemeenten hebben er in het kader van bezuinigingen een slaapkamer van gemaakt, maar dat kan echt niet. Er is niet een kleinere maar een betere ambtenarij nodig die kritisch en deskundig is en bovenal in de huid van burgers kan kruipen. Een overheid die niet oplegt, maar vragen stelt. Daar zijn die rekenkamers en goed geëquipeerde griffies voor nodig. Menig collegepartij won de verkiezingen met een pleidooi voor bezuinigingen hierop. Ze snijden zichzelf en onze democratie nu in de vingers. De Algemene Rekenkamer kan landelijk enkel fatsoenlijk zijn werk doen als dit lokaal ook op orde is.

Hier ben ik het gloeiend mee eens. Ik heb de indruk dat de Zwolse rekenkamer niet de waardering krijgt die ze verdient. Het is aan de gemeenteraad om de waarde van de RKC in te zien en er gebruik van te maken op het controleren van het doelbereik. Uit mijn tijd bij de rekenkamer weet ik nog hoe lastig het soms was om een oordeel te geven over de doelmatigheid. Nergens was beschreven wat beoogd werd met het ingezette beleid. Er kon dus nauwelijks wat gezegd worden over de “prijs-prestatie verhouding”. De RKC moet nagaan op welke wijze zij haar betekenis bij de gemeenteraad kan afdwingen.
De derde opdracht, naar aanleiding van de agenda van de democratie is tweeledig. De raad moet vastleggen op welke wijze en wanneer de RKC effectief kan worden ingezet bij haar controlerende rol. De rekenkamer zal moeten nagaan hoe zij haar positie kan verstevigen.

4. Betere bezwaar- en beroepsprocedures en lokale ombudsfuncties.
Het vierde agendapunt krijgt de volgende uitwerking:
Dit zijn instituties die je ook met een aantal gemeenten samen in het leven kunt roepen. Pleiten voor meer bezwaar en beroep is in deze tijd not done vanwege administratieve lasten en kosten, maar ik doe het toch. Juist de meest kwetsbare en minst mondige mensen komen vanwege het huidige democratisch tekort niet automatisch aan bod. Opgeteld bij een toename aan discriminatie, zowel op straat als op de arbeidsmarkt, op leeftijd, etniciteit en geloof, is dit fundamenteel voor een democratische rechtsstaat.

Wat mij vooral aanspreekt is het in het leven roepen van een lokale ombudsfunctie. Ik heb er vaker voor gepleit op mijn weblog. Het is de brugfunctie tussen Zwollenaren en “het stadhuis” wanneer er vragen zijn of wanneer er onvrede is en er geen handen en voeten aan gegeven kan worden. Nagedacht worden over de vraag of dat een op zich staande functie moet zijn of dat het wordt toegevoegd aan de griffie.
Ik ben ook gevoelig voor de opmerking dat de meest kwetsbaren en minst mondige Zwollenaren ook aan bod moeten komen. Daar moet wat op gevonden worden. Wellicht kan dat ook specifiek worden ondergebracht bij de ombudsfunctie. De taken en bevoegdheden van deze functie moeten dat dan mogelijk maken.
De vierde opdracht staat daarmee ook vast: maak een beschrijving van de ombudsfunctie, inclusief taken en bevoegdheden.

5. Meer onafhankelijke informatievoorziening en sterkere media.
Het laatste agendapunt licht de directeur van het SCP zo toe:
We zien in landen als Turkije en Italië hoe vitaal dat is, zeker als media weinig pluriform zijn of teveel op de hand van een politieke stroming raken. De fusies in de dagbladpers die hadden moeten worden tegengehouden hebben al lang plaatsgevonden. De enkele fusie die van hogerhand is tegengehouden (Limburg) had net zo goed door kunnen gaan. Een samenhangende toekomstvisie op en door de media zelf bij het bestrijden van het democratisch tekort, heb ik nog niet gezien. En het kabinet heeft daar ook geen antwoord op. In de Tweede Kamer is al wel een motie Van Dijk aangenomen die een halt beoogt toe te roepen aan de omvang van de overheidsvoorlichting. Dat wil ik onderstrepen, niet vanuit efficiency of kosten, maar omdat overheidsvoorlichting altijd gekleurd is door bestuurders. De pers hoort dat gat op te vullen met objectieve journalistiek, in plaats van achter een overvloed aan pogingen om ons politiek te overtuigen aan te lopen.

Ik denk dat dit meer een oproep is aan de plaatselijke pers dan dat de politiek er wat mee kan (anders dan de oproep doen). Het sleutelwoord is: objectieve journalistiek. Wellicht is een goed gesprek van de politiek met de pers een begin. Wat drijft elk van de partners. Ook kan dan de rol van de snelle, maar ook vluchtige, social media besproken worden.
Dit is dan de vijfde en laatste opdracht.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder algemeen, Zwolse politiek

Betrokkenheid van burgers

Ik lees dat een raadswerkgroep wil praten met burgers over spelregels rond burgerbetrokkenheid.
Dat gebeurt op 19 december in wijkcentrum Bestevaer.
Daar heb ik wat gedachten bij.
1. Niet verkeerd dat burgers gehoord worden bij de vraag hoe je burgers gestructureerd kunt betrekken bij beleidsontwikkeling. 
Maar ik heb daar wel wat bedenkingen bij, al waardeer ik het initiatief.
2. Ik ben bang dat het systeem niet wordt aangepast, maar dat de plek van burgers ergens in het bestaande systeem wordt ingepast. En dat gaat niet werken. 
De raad moet bereid zijn om het systeem opnieuw in te richten. En dat is best lastig.
3. Dat is lastig omdat de gemeenteraad natuurlijk zijn eigen verantwoordelijkheid behoudt. Het is het hoogste orgaan in de gemeentelijke hiërarchie en dat gaat ook niet veranderen. Gelukkig maar, denk ik dan. 
Dat betekent dat de invloed van burgers in de aanloop naar besluitvorming een plek moet krijgen.
4. Dat gaat natuurlijk niet per referendum, vind ik, daarvoor is dat instrument te tweedimensionaal en te ongenuanceerd.
5. Ik stel het volgende voor. 
Bij belangrijke dossiers wordt in een startdocument vastgelegd op welke wijze Zwollenaren een rol krijgen in dit proces. Ik kan me voorstellen dat dit geen confectie-benadering is, maar dat het maatwerk vraagt. Glashelder moet zijn welke rol burgers krijgen en welke invloed ze hebben in de besluitvorming (horen/meepraten/meebeslissen).
6. Bij een complex dossier lijkt het mij goed mogelijk om stadsgesprekken te organiseren in het voortraject. Die gesprekken moeten uitmonden in conclusies. Vanuit de gesprekken moet het dan mogelijk zijn dat een vertegenwoordiging de conclusies inbrengt in een vergadering van een raadsplein waar over dat dossier wordt gedebatteerd. In een besluitvormende raadsvergadering kunnen dan eventueel moties en/of amendementen worden ingebracht waarover de raad dan een oordeel kan geven.
Op deze manier geef je burgers invloed met behoud van de eigen verantwoordelijkheid van de gemeenteraad.
7. Los van dit alles, er is een vracht aan literatuur over dit onderwerp het minste wat gedaan kan worden is dat de raad aangeeft waar dat te vinden is en waarover het gaat. Als opwarmertje. Ik heb op mijn blog een tal keren hieraan aandacht besteed maar ook wat geïnventariseerd en samengevat: https://johnvanboven.com/2015/08/25/burgerbetrokkenheid-2/. 
In de laatste regel een linkje naar mijn samenvatting van een aantal artikelen.
8. Ook dit stukje op mijn blog kan helpen een mening te vormen: https://johnvanboven.com/2015/11/26/democratie-en-de-burger/
Deze artikelen laten zien dat er meer nodig is, dan alleen maar een een informatiebijeenkomst.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zwolse politiek

Het luchtruim 2

Hoe langer ik er over nadenk des te merkwaardiger ik de hele gang van zaken vind rond de discussie over de uitbreiding van vliegveld Lelystad.
En dat komt omdat wij, de burgers, niet weten welke criteria worden gebruikt door de overheid en hoe vervolgens de gevolgen van de uitbreiding worden getoetst aan die criteria. En juist daarover zou het debat moeten; juist daarover moeten hoorzittingen worden georganiseerd.

Ik vroeg het al eerder: is er al gedefinieerd wanneer het luchtruim vol is? Is voor iedereen duidelijk hoe de parameters werken? Ik denk dan aan CO2-uitstoot, veiligheid, geluidshinder, economische overwegingen.
Als alle partijen daarin een eigen afweging maken, krijgen we geen debat maar een Babylonische spraakverwarring.
Ik zou zeggen, overheid begin opnieuw en dan bij het echte begin waardoor een goed debat mogelijk is.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder algemeen

Het luchtruim

Tweeten over zaken die te maken hebben met de uitbreiding van vliegveld Lelystad maken het nodige los bij tweeps die actief zijn in dit dossier. Ook al had mijn tweet (hoeveel protest komt er van burgers die zelf regelmatig vliegen) weinig te maken met een inhoudelijk commentaar.
Het mooie is dat de meeste reacties wel inhoudelijk van aard waren. Op één na. Die vond dat ik aan het jij-bakken was.
Wat mij opviel, was dat de reacties niet zozeer gingen over geluidsoverlast, maar veel meer over opmerkingen aan de “voorkant” van de procedure.
Een voorbeeld:

– “Zeker anders naar vliegen kijken en waar mogelijk trein of auto nemen. Echter dat vliegtuigen zo absurd goedkoop is zorgt voor massa’s in de lucht. De 67 % buitenlanders die we over Ons land vervoeren helpt ook niet. Transfers ook niet. Dat moet anders.”

Een ander belangrijk aspect krijgt ook – gelukkig – aandacht. De wijze waarop de overheid ‘kijkt’ naar burgers. Jaren geleden schreef ik al dat de overheid de neiging heeft burgers te zien als potentiële vijand in plaats van als partner in de probleemstelling. Dat is wellicht wat zwart/wit maar ik zie het terug in tweets als reactie op mijn eerste tweet. Een paar voorbeelden:

Probleem is dat Staat naar geen enkel idee luistert en alles probeert om (v)liegveld Lelystad doorheen te drukken.”

“En wat deze opmerking betreft: het valt voor burgers niet mee onnavolgbare computermodellen overheid te pareren met eigen plannen.”


“En wat hier ook meespeelt is de wijze waarop het er door wordt gedrukt. Onjuiste berekeningen en allemaal ten voordele Schiphol Group.”

Je kunt pas goed inhoudelijk van gedachten wisselen wanneer er niets valt op te merken over het proces. De overheid moet maar opnieuw beginnen en dan met:
– het bredere perspectief van maatregelen die de groei in vliegbewegingen moet beteugelen
– de juiste informatie over de consequenties van de door de overheid voorgestelde maatregelen
– het op tijd beleggen van avonden, waarop niet wordt uitgelegd wat de voornemens zijn, maar waar betrokken burgers de ruimte krijgen om invloed uit te oefenen op de manier waarop het probleem moet worden opgelost; dus partner in plaats van potentiële vijand.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder algemeen

Raadgevend referendum – ja of nee

Het referendum is nogal onderwerp van bespreking en wordt door nogal wat kiezers gezien als toetssteen van burgerbetrokkenheid. Zo in de trant van: neemt de politiek ons wel serieus.
In dit stukje wat gedachten – mijn gedachten! – over dit instrument.
1. In de gemeenteraad wordt beleid gemaakt en getoetst. Als hoogste orgaan in de gemeente worden daar beslissingen genomen. Doorgaans bij meerderheid van stemmen. Ik heb in al die jaren dat ik in de raad zat nog nooit vernomen dat de minderheid zich niet gehoord voelde. 
Debat, argumenteren, elkaar bevragen en stemmen: nieuw beleid.
2. De samenstelling van de gemeenteraad is het resultaat van verkiezingen. De raadsleden doen hun werk namens de kiezers die gekozen (kunnen) hebben aan de hand van de verkiezingsprogramma’s. Representatieve democratie.
Er is al een tijd de tendens gaande dat burgers ook tussen de verkiezingen in een rol willen spelen bij het ontwikkelen van beleid. Dat kan op een aantal manieren. Denk ik.
 De fractie kan in aanloop naar een debat hoorzittingen organiseren, politieke partijen kunnen hun achterban raadplegen, je kunt social media inzetten en je kunt een referendum houden. Dat kan op initiatief van “de” politiek, maar ook op initiatief van burgers.
3. Elk instrument heeft zijn voor en tegens. We zullen ze benoemen. Maar eerst de conclusie dat er meer instrumenten zijn dan alleen referenda, al dan niet raadgevend.
Het organiseren van hoorzittingen door elke fractie is een nogal tijdrovende aangelegenheid. Een goed alternatief is om gezamenlijk als raad hoorzittingen te houden om te weten te komen wat burgers in een bepaald dossier bezighoudt. Dat zou standaard bij grote dossiers kunnen gebeuren. Een goed voorbeeld vind ik het dossier Spoorzone. Met regelmaat kunnen burgers van zich laten horen. Valkuil is wel dat het ervaren wordt als doekje voor het bloeden of als democratische schaamlap. Van te voren moet bekend zijn, wat de reikwijdte is van inbreng van burgers. Cruciaal is dan ook het moment. Kan er wat worden ingebracht of is het niet veel meer dan informeren.
4. Het raadplegen van de achterban door politieke partijen vind ik tricky. Het is niet de eerste taak van een partij om in het kader van beleidsvorming de achterban te horen. Het risico bestaat dat de onafhankelijke status van een raadslid geweld wordt aangedaan. De fractie is de natuurlijke gesprekspartner van (het bestuur van) de partij. Een tweede overweging voor mij is dat de achterban vele malen kleiner is dan het electoraat. Het raadplegen wordt zo behoorlijk versmald.
5. Inzetten van social media kan altijd. Het heeft zijn beperkingen maar kan een waardevolle aanvulling zijn bij het nadenken over dossiers. Wel moet bedacht worden dat burgers doorgaans vanuit eigen belangen reageren – en daar is niks mis mee – maar dat een raadslid juist de verschillende belangen moet afwegen. Dat is iets wat de burger zich ook moet realiseren. Dat vraagt na een genomen beslissing verantwoording door de fractie over het ingenomen standpunt.
6. En dan het raadgevend referendum. Ik ben daar geen voorstander van en daar heb ik meerdere argumenten voor.

a. De tweedimensionaliteit (ja of nee) van een referendum past niet bij de meeste dossiers. Daar zijn ze te complex voor en vragen doorgaans nuanceringen.

b. Een weloverwogen standpunt innemen vraagt kennis nemen van de materie. Om allerlei redenen komt de burger daar begrijpelijkerwijs niet aan toe. En is daarmee afhankelijk van partijen die belang hebben bij een ja of een nee. Het Oekraïne referendum is een goed voorbeeld van voorlichting die niet helemaal paste bij de te maken keus.

c. De burger die stemt voelt zich niet verantwoordelijk voor de consequenties van zijn keus. Dat wordt niet meegenomen in de overwegingen. Eerlijker zou zijn te vragen bij een keus die duurder is dan het voorstel, dat men dan bereid moet zijn om (bijvoorbeeld) meer belasting te betalen. Dus in de vraagstelling consequenties al meenemen.

Wat te doen?
Ik ben voor het verder verbeteren van burgerbetrokkenheid. Er zijn de nodige stukken geschreven in de afgelopen jaren. Ik heb al in 2015 een inventarisatie en samenvattingen gemaakt: https://johnvanboven.com/2015/08/25/burgerbetrokkenheid-2/.
Er gebeurt te weinig mee. Onlangs heeft de commissie Remkes (staatscommissie Parlementair Stelsel) haar “marsorder” gepubliceerd: Probleemverkenning. Met veel stof om over na te denken.
Ik herhaal hier wat ik al een paar keer schreef. De wens om in Zwolle gestructureerd na te denken over de omslag van representatieve naar participatieve democratie. Hoe betrekken we burgers intensiever en consequenter bij beleidsvoorbereiding.
Ik herinner me een commissie die we Sociaal Economisch Forum noemden. Daar werd systematisch nagedacht over het versterken van de Zwolse economie.
Waarom dan nu niet een commissie/taskforce/werkgroep/denktank over democratie 3.0 (of zo iets).
Een schone taak voor de Zwolse griffie lijkt mij.

8 reacties

Opgeslagen onder algemeen, Zwolse politiek

Invloed

Ik lees een definitie van invloed: “Eigenschap (van iets of iemand) om effect te hebben op iets of iemand anders.”
Sleutelwoord: effect.
Dat gaat dus veel verder dan laten weten wat je ergens van vindt. Youmee suggereert in haar tweets – zo komt het bij mij over – dat burgers via hun te ontwikkelen app invloed (kunnen) hebben op een uiteindelijk besluit.
Ik kan niet vatten hoe dat dan werkt.
Het huidige huis van Thorbecke geeft de gemeenteraad het laatste woord: daar worden besluiten genomen. Een besluit is het resultaat niet van algemene overwegingen, maar van politieke. Elke politieke fractie maakt eigen afwegingen. Een gemeenteraad functioneert bij de gratie van politieke verschillen.
Met andere woorden, burgers doen er goed aan om fracties te benaderen. Niet om in het algemeen iets in te brengen. Los nog van de op zich vrijblijvende inbreng. Vrijblijvend omdat fracties altijd eigen afwegingen maken alvorens een standpunt in te nemen en daarna te besluiten.

Daar komt nog wat bij.
Fracties moeten meer dan nu doorgaans het geval is burgers betrekken bij beleidsontwikkeling. Zoals de Raad voor het Openbaar Bestuur ooit zei: de samenleving ontwikkelt een horizontale structuur, terwijl de “politieke beslisstructuur” nog steeds verticaal is opgebouwd ( representatieve democratie). Het huis van Thorbecke moet dus verbouwd worden.
We kennen wijkbudgetten, daarin hebben wijkbewoners ook inbreng. Wijkplatformen moet meer een overlegkarakter krijgen, dan een moment waarop de gemeente wijkbewoners vooral informeert.
Er kunnen raadgevende referenda georganiseerd worden. Dat kan door burgers, maar ook een gemeenteraad. De raad zou daar meer gebruik van moeten maken. Al blijft het raadgevend.
Burgers kunnen inspreken. Gebeurt te weinig, vind ik.

Kortom.
De relatie overheid – burger is toe aan een heroriëntatie. Dat is een fundamenteel proces dat meer vraagt dan een applicatie om burgers “invloed” te laten uitoefenen.
Ik blijf pleiten voor een Zwolse denktank die al denkend van buiten naar binnen (omdenken) komt met voorstellen om de burger een eigen herkenbare plek te geven. Dat is wat anders dan voor burgers in het vigerende systeem een plekje te organiseren.
Er is al een grote hoeveelheid literatuur beschikbaar.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zwolse politiek

burgerbetrokkenheid

Het is een hot-item: burgerbetrokkenheid.
het is al een paar jaar aan de gang, het nadenken over de verschuiving van alleen maar 1 keer per 4 jaar stemmen, naar ook tussendoor betrokkenheid van burgers.
In jargon: verschuiving van representatieve democratie (de gekozenen treden op namens hen door wie ze gekozen zijn) naar participatieve democratie (burgers hebben een concrete rol bij besluiten en voorgenomen beleid).
In de loop van de jaren heb ik aan de verschillende publicaties aandacht gegeven. De stukjes heb ik nu gebundeld omdat er steeds meer aandacht is en komt voor de rol van de burger.
In Zwolle begon dat met beginspraak, later omgedoopt tot de beter dekkende term Interactieve Beleidsvorming. Vandaag de dag gaat het ook over kantelen.
Ik pleit voor een systematische en proactieve verkenning van de mogelijkheden en voor het zoeken naar het antwoord op de vraag welke “infrastructuur” nodig is voor deze nieuwe verhouding tussen overheid en burgers.

Onderstaand de tekst van de inleiding op de gebundelde samenvattingen.

De relatie tussen lokale overheid en burger houdt mij al een groot aantal jaren bezig. Het is begonnen met de brochure “De Kloof”, gevolgd door “De Kluif”.Belangrijkste was voor mij dat de overheid de burger niet moet zien als potentiële vijand, maar als partner bij het vinden van oplossingen.
De laatste jaren zijn er, ook van overheidswege, de nodige publicaties verschenen over burgerbetrokkenheid. Voorjaar 2014 heb ik er o.a. aandacht gegeven.
In deze bijdrage heb ik ze gebundeld en aangevuld met stukjes over kantelen die ik later op mijn weblog heb gezet. Ik sluit af met aandacht voor de onlangs verschenen studie van Tonkens, getiteld Montessori democratie. 

Zie de verschillende hoofdstukjes als smaakmakers van de artikelen, brochures en studies. Het zijn geen afgewogen samenvattingen. Het zijn meer opmerkingen en citaten over uitspraken die mij hebben aangesproken.

Alle brochures en studies staan op internet. Google helpt bij het vinden.
Het gaat om de volgende publicaties:
– Tegen verkiezingen, David van Reybrouck
– Vertrouwen op democratie, ROB
– Loslaten in vertrouwen, ROB
– Vertrouwen in burgers, WRR
– Een beroep op de burger, SCP
– Van eerste overheid naar eerst de burger, VNG 
– Wat weten we – tot nu toe, John van Boven
– Smart government, Jaring Hiemstra
– Montessori democratie, Tonkens
Paar stukjes, die ik op mijn weblog (www.johnvanboven.com) heb gezet.

Ik pleit voor een Zwolse overleggroep, die pro-actief nadenkt over de consequenties van de nieuwe verhoudingen. 
Alle samenvattingen en de opmerkingen zijn te lezen via de volgende link.
Burgerbetrokkenheid

3 reacties

Opgeslagen onder algemeen, Zwolse politiek