Tagarchief: burgerbetrokkenheid

staatscommissie Remkes

De samenvatting uit de tussenrapportage van de staatscommissie Remkes:

De toekomst bestendigheid van het parlementair stelsel 

Volgens het instellingsbesluit heeft de staatscommissie tot taak de regering te adviseren over de toekomstbestendigheid van het parlementair stelsel, daarbij in overweging nemend dat: 

  • de Nederlandse burger meer betrokkenheid bij beleid en politiek ambieert, zoals onder meer blijkt uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau; 
  • de Europese besluitvorming voor de parlementaire taak en de vormgeving daarvan voor beide Kamers van de Staten-Generaal toenemende betekenis heeft;
  • veel taken de afgelopen jaren zijn gedecentraliseerd naar andere overheden;
  • de electorale volatiliteit sterk is toegenomen;
  • digitalisering en sociale media onmiskenbaar invloed hebben op het karakter van de representatieve democratie en het functioneren van het parlementaire stelsel; 
  • bezinning over verkiezing, taken, positie en functioneren van het parlementaire stelsel en de parlementaire democratie (in het licht van bovenstaande overwegingen) gewenst is.2

1. sterke en zwakke kanten van het parlementair stelsel 

  • Ten eerste is er een inherente onvolkomenheid in de representatieve democratie dat het altijd mogelijk is dat in het parlement ingrijpende besluiten worden genomen waarvoor onder de bevolking geen meerderheid bestaat.
  • Een tweede punt dat de staatscommissie als een belangrijk probleem ziet is de periode van de kabinetsformatie.
  • Een derde problematisch punt betreft het ontbreken van een duidelijke en algemeen aanvaarde rolverdeling tussen beide Kamers.

2. De historische ontwikkeling van het parlementair stelsel in Nederland 

  • Er is sprake van een gestaag proces van afnemende Koninklijke macht 
  • Waar het de machtsverhouding tussen de regering en parlement betreft, is er sprake van een niet-lineair verlopend proces.
  • De gestage democratisering heeft vooral via de uitbreiding van het kiesrecht, maar ook via de representatie van de burgers in volks vertegenwoordigingen, vorm gekregen.
  • De positie van politieke partijen binnen het politieke systeem is onmiskenbaar veranderd. Zo is er een ontwikkeling waarbij politieke partijen zich de laatste decennia steeds meer ontwikkelen tot instrumenten in handen van de politieke leiding.
  • De verkleining van het domein van de nationale overheid heeft geleid tot een vermindering van de invloed van alle instituties op nationaal niveau, dus zowel van regering als van het parlement.
  • Het zwaartepunt van de nationale volksvertegenwoordiging lag en ligt bij de Tweede Kamer.

3. Het parlementair stelsel in een veranderende maatschappelijke omgeving

In de loop van de afgelopen eeuwen hebben parlementarisering en democratisering het parlementair stelsel ontegenzeggelijk versterkt. Anderzijds hebben het functieverlies van politieke partijen, de domein verkleining van de nationale overheid en de sterkere positie van de regering in relatie tot het parlement die positie de afgelopen decennia ook weer verzwakt. 

De domeinverkleining en daarmee verminderde macht van de nationale overheid heeft in verschillende opzichten invloed op de werking van het parlementair stelsel. Op verschillende onderdelen zijn hier belangrijke democratische waarden in het geding  denk aan het gelijkheidsbeginsel bij de decentralisaties en aan het democratisch tekort van Europa.

Er is een inherente onvolkomenheid in de representatieve democratie zodanig dat het altijd mogelijk is dat in het parlement ingrijpende besluiten worden genomen waarvoor onder de bevolking geen meerderheid bestaat. Door coalitievorming kan dit verschijnsel nog worden versterkt. Zo kunnen op specifieke onderwerpen discrepanties ontstaan in de vertegenwoordiging van de bevolking in het parlement. Deze discrepanties worden problematischer naarmate deze thema’s belangrijker en polariserender worden geacht door de burgers. 

De periode van de kabinetsformatie is zowel staatsrechtelijk als vanuit het perspectief van de kiezer gezien een black box. Nadat de stemmen zijn geteld is het afwachten welke coalitie er wordt gevormd en hoe lang de formatie gaat duren. De kiezers hebben geen invloed op dit proces en moeten de uitkomst maar afwachten. Het zegt iets over de stabiliteit van de Nederlandse democratie dat de kiezers deze periode over het algemeen met geduld uitzitten. In dit verband moet ook het belang van een herkenbare coalitie en een herkenbare oppositie genoemd worden. 

Problematisch is het ontbreken van een algemeen aanvaarde rolverdeling tussen beide Kamers. Een procedure van geschilbeslechting ontbreekt.

De democratie kan rekenen op brede steun onder de bevolking. Er zijn geen aanwijzingen voor een legitimiteitscrisis van het parlementair stelsel.  De staatscommissie stelt echter vast dat de maatschappelijke onvrede bij met name achterblijvende groepen waarbij sprake is van een stapeling van achterstanden ook tot uiting komt in politiek wantrouwen. Via het strikt evenredige kiesstelsel heeft deze onvrede sinds het begin van deze eeuw een grotere stem gekregen in het politieke systeem. Maar er zijn ook mensen  die niet (meer) gaan stemmen. De staatscommissie wil nagaan of met aanpassingen en/of aanvullingen van het parlementair stelsel de effecten van de doorwerking van die onvrede in het politieke stelsel tegen zijn te gaan.

Ook de digitalisering heeft grote invloed op de (toekomstige) werking van het parlementair stelsel. Het gebruik van big data en micro targeting in verkiezingscampagnes en de mogelijkheid dat democratische instituties worden gehackt maken dat fundamentele democratische waarden in het geding kunnen komen. Hier gaat het primair om het waarborgen van een gelijk speelveld voor politieke partijen, het belang van een open en eerlijk verkiezingsproces waarbij kiezers worden geïnformeerd, bewust hun eigen keuze kunnen maken en vertrouwen hebben in het proces. 

Tot slot kan de staatscommissie niet om de veranderde relatie tussen kiezers en gekozenen heen. Ledenaantallen van politieke partijen zijn historisch laag en kiezers wisselen vaker van partij. Een substantiële groep kiezers herkent zich niet in de gekozen vertegenwoordigers en voelt zich niet vertegenwoordigd. Hoe staat het met de kwaliteit van de representatie, het funderend beginsel in de parlementaire democratie? In dit verband is de (toekomstige) rol van politieke partijen bij ideeënvorming, rekrutering, selectie en kandidaatstelling essentieel.

4. Zes thema’s voor het vervolg 

  • Volksvertegenwoordigers en representatie
  • Functieverlies politieke partijen
  • Kabinetsformatie en kiesstelsel
  • Weerbare democratie
  • Domeinverkleining nationale overheid: Europese integratie en decentralisaties
  • Tweekamerstelsel, referendum en constitutionele toets

Afsluitende opmerking:

Zoals al opgemerkt zal de staatscommissie de bovengenoemde zes thema’s verder gaan onderzoeken en bespreken. Belangrijk voor de commissie hierbij is de notie dat er een wisselwerking bestaat tussen institutionele vormgeving en politieke cultuur. Institutionele veranderingen alleen zullen niet in alle gevallen het beoogde effect sorteren

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder algemeen

Thorbeckelezing

Gisteren was ik bij de Thorbeckelezing, waarin werd nagedacht over, wat ik dan maar noem, nieuwe democratische verhoudingen. (Na te lezen: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/toespraken/2018/10/10/thorbeckelezing-van-minister-ollongren)

De minister zegt dat ze een een grotere beleidsruimte voorstaat voor gemeente. Weliswaar binnen geheide grenzen, maar toch.

Als ik de lezing hoor krijg ik een dubbel gevoel. Mooi, er is kennelijk beweging. Maar ook, wanneer worden woorden omgezet in daden. Al is het maar een eerste stap. Dat sceptische gevoel wordt gevoed door de hoeveelheid literatuur die op dit vlak verschenen is en die vooralsnog tot geen verandering heeft geleid.

Om maar wat te noemen:

  • Tegen verkiezingen, David van Reybrouck
  • Vertrouwen op democratie, ROB
  • Loslaten in vertrouwen, ROB
  • Vertrouwen in burgers, WRR
  • Een beroep op de burger, SCP
  • Van eerste overheid naar eerst de burger, VNG
  • Smart government, Jaring Hiemstra
  • Montessori democratie, Tonkens.

In 2015 heb ik deze documenten samengevat in een notitie. Voor het gemak verwijs ik daarnaar via een stuk op mijn weblog:

https://johnvanboven.com/2015/08/25/burgerbetrokkenheid-2/

De inleiding sloot ik af met:  

“Ik pleit voor een Zwolse overleggroep, die pro-actief nadenkt over de consequenties van de nieuwe verhoudingen.”

Ik maak uit de woorden van de minister op dat ze pleit voor meer eigen beleidsruimte voor gemeenten. Dat betekent dat er daadwerkelijk ruimte komt voor zo’n overleggroep.

Omdat ik sceptische gevoelens heb omdat het tot nu toe bij woorden is gebleven waar daden nodig zijn, pleitte ik gisteren voor een experiment: ontwikkel een geheel nieuwe democratische structuur alsof we nog geen structuur hebben. Niet om de schakelaar om te zetten, maar om te bezien waar de grootste knelpunten zitten vergeleken met de democratie zoals deze nu functioneert.

Bovendien geeft dat richting aan veranderingen, kijkend naar het geformuleerde punt aan de horizon. 

Tot nu toe hangen de voorstellen als los zand aan elkaar en dat wordt niet anders als je er een nietje door slaat.

Ik herhaal mijn pleidooi voor een Zwolse overleggroep, die recht gaat doen aan de veranderde maatschappelijke constellatie. Die is tot nu toe verticaal gebleven, terwijl de samenleving zich hoe langer hoe meer horizontaal ontwikkelt.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder algemeen, Zwolse politiek

Burger en politiek

Als je er over nadenkt is het uiterst merkwaardig.
Burgers willen invloed op de besluitvorming in de gemeenteraad en willen op zijn minst raadgevende referenda als instrument. De Haagse politiek heeft gezegd dat dit niet werkt en wil er, kort door de bocht geformuleerd, vanaf. Dat levert de nodige protesten op, die vooral neerkomen op aanslag op de democratie en de democratische waarden.
Tegelijkertijd kun je nu lezen dat politieke partijen, in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen, worstelen om hun kandidatenlijst een beetje gevuld te krijgen. Zo erg dat sommige partijen in bepaalde plaatsen niet eens meedoen aan de verkiezingen in maart.
Een merkwaardige contradictie.

(Even tussendoor.
Ik zie parallellen met vrijwilligerswerk. Het is lastig om vrijwilligers te krijgen, behalve als het voor een kortdurende en afgebakende periode is.)

Ik wil maar zeggen, je komt er niet door alleen maar na te denken over de relatie burger en politiek. Je moet naar een nieuwe structuur, ik wees er al eerder op.
Maar dat niet alleen. Kim Putters heeft in zijn Lunshof-lezing in 2016 aandacht gevraagd voor een vijftal aandachtsgebieden:
Hij formuleert in deze lezing de agenda van de democratie:
Het zijn 5 voorstellen als antwoord op de democratieparadox.
1. Nieuwe combinaties van representatieve en participatieve democratie
2. Grotere griffies, betere scholing en hogere vergoedingen voor raadsleden.
3. Betere en actieve rekenkamers
4. Betere bezwaar- en beroepsprocedures en lokale ombudsfuncties.
5. Meer onafhankelijke informatievoorziening en sterkere media.

Er zal dus meer moeten gebeuren dan een avond geïnteresseerde burgers bevragen. Al is dat ook nodig. Maar als je als raad geen aandacht besteed aan de door Putters genoemde aandachtsgebieden, levert het niets op.
Ik schreef er eerder (november 2016) onderstaand artikel over, door op elk van genoemde punten een korte reactie te geven.

Democratie en de burger
De social media laten zien, dat referenda, raadgevend dan wel raadplegend, als paddenstoelen uit de grond vliegen. Wat je er ook van vindt, het laat zien dat burgers behoefte hebben aan invloed tussen de verkiezingen in. In jargon, er is een verschuiving nodig van representatieve democratie naar participatieve democratie.
De vraag is dan: wat is de politieke infrastructuur die daarvoor nodig is.
Er zijn al veel publicaties over dit dossier, waarvan de Lunshoflezing (op moment van schrijven van dit artikel) de laatste is.
Zie ook: https://johnvanboven.com/2015/11/24/herijking-democratie-2/

Ik denk dat het langzamerhand tijd wordt om “praten over” om te zetten in “handelen naar”.
Ik hoop dat vanaf nu gefocused wordt op de vraag wat er gedaan moet worden om burgers een eigen plek met eigen verantwoordelijkheden te geven in de gewenste politieke infrastructuur.

1. Nieuwe combinaties van representatieve en participatieve democratie
De directeur van het SCP zegt over het eerste agendapunt het volgende:
Dat kan via referenda, online raadplegingen, echte zeggenschap in wijkraden, verzekerdenraden en burgerplatforms. Geen Stijl dwingt het referendum nu gewoon af, maar vooral als afrekening met politici dat de afstand tot de politiek eerder vergroot. Dit is een kans om met een visie te komen op hoe referenda de mening van mensen kunnen laten meewegen bij besluitvorming. Pas dan kun je het democratisch tekort wegwerken. Lokaal werkt dat vaak al goed, daarvan kunnen het nationaal en Europees bestuur veel leren.

In Zwolle kennen we begrippen als “Samen maken we de stad” en “interactieve beleidsvorming”. Waar we nog niet aan toegekomen zijn is, om deze manier van werken vast te leggen in, wat ik dan maar noem, een protocol. Vanuit het oogpunt van glashelder verwachten moet de burger weten welke instrumenten hem ten dienste kunnen staan (dat zullen er meer moeten zijn dan nu, gelet op de toegenomen betrokkenheid), wanneer hij er gebruik van kan maken en wat de politiek zal doen met de uitkomsten. Ook moet duidelijk zijn welke verplichtingen de politiek heeft jegens de burgers en wanneer zij die verplichtingen moet effectueren.
Eerste opdracht moet dus zijn het beschrijven van de instrumenten die ingezet kunnen worden én het formuleren van een protocol. Het lijkt me verstandig hierbij ook Zwollenaren te betrekken.

2. Grotere griffies, betere scholing en hogere vergoedingen voor raadsleden.
Over het 2e punt van de agenda van de democratie zegt Kim Putters:
Er zijn kennis en competenties nodig om inclusie, invloed, deliberatie, burgerschap, transparantie, efficiëntie, proportionaliteit, vrijheid van meningsuiting en legitimiteit te
bereiken. Dat is niet iets dat politieke partijen maar zelf moeten onderwijzen, dat moeten we collectief doorleven. Pas daarna kun je het inkleuren met mening of ideologie. Anders blijft het lastig sturen op lokale democratische processen en daarnaast af te wegen wanneer je als raad intervenieert of het aan het maatschappelijk initiatief of het college laat. Voorlopig staat de gemeenteraad nog op 5-0 achter op het college van BenW.

Dit agendapunt is een opdracht voor de gemeenteraad zelf. Hoe het nu gaat weet ik niet, maar in “mijn tijd” werd je als raad bij het begin van een nieuwe collegeperiode uitgenodigd voor bijeenkomsten waar je ingewijd werd in zaken waar je als raadslid mee te maken kreeg. Bekeken moet worden, zo vind ik, of dit meer en strakker geïnstitutionaliseerd moet worden. Een soort leergang, die gehouden kan worden wanneer er onderhandeld wordt over een nieuw college en over het collegeakkoord.
Dat is dan de tweede opdracht, deze keer voor de griffie: stel een leergang samen.
Ik vraag me verder af of een grotere griffie wenselijk is. Het risico bestaat dat er twee ambtelijke organisaties ontstaan. Beter is de mogelijkheden van het betrekken van ambtenaren (niet zijnde de griffie) bij het raadswerk te beschrijven.
Een ruimere vergoeding lijkt me niet een prioriteit van de eerste orde.

3. Betere en actieve rekenkamers
Dit agendapunt wordt in de lezing zo uitgewerkt:
Er zijn verplicht actieve lokale rekenkamers nodig die uitgaven van gemeenten controleren op doelbereik. Veel gemeenten hebben er in het kader van bezuinigingen een slaapkamer van gemaakt, maar dat kan echt niet. Er is niet een kleinere maar een betere ambtenarij nodig die kritisch en deskundig is en bovenal in de huid van burgers kan kruipen. Een overheid die niet oplegt, maar vragen stelt. Daar zijn die rekenkamers en goed geëquipeerde griffies voor nodig. Menig collegepartij won de verkiezingen met een pleidooi voor bezuinigingen hierop. Ze snijden zichzelf en onze democratie nu in de vingers. De Algemene Rekenkamer kan landelijk enkel fatsoenlijk zijn werk doen als dit lokaal ook op orde is.

Hier ben ik het gloeiend mee eens. Ik heb de indruk dat de Zwolse rekenkamer niet de waardering krijgt die ze verdient. Het is aan de gemeenteraad om de waarde van de RKC in te zien en er gebruik van te maken op het controleren van het doelbereik. Uit mijn tijd bij de rekenkamer weet ik nog hoe lastig het soms was om een oordeel te geven over de doelmatigheid. Nergens was beschreven wat beoogd werd met het ingezette beleid. Er kon dus nauwelijks wat gezegd worden over de “prijs-prestatie verhouding”. De RKC moet nagaan op welke wijze zij haar betekenis bij de gemeenteraad kan afdwingen.
De derde opdracht, naar aanleiding van de agenda van de democratie is tweeledig. De raad moet vastleggen op welke wijze en wanneer de RKC effectief kan worden ingezet bij haar controlerende rol. De rekenkamer zal moeten nagaan hoe zij haar positie kan verstevigen.

4. Betere bezwaar- en beroepsprocedures en lokale ombudsfuncties.
Het vierde agendapunt krijgt de volgende uitwerking:
Dit zijn instituties die je ook met een aantal gemeenten samen in het leven kunt roepen. Pleiten voor meer bezwaar en beroep is in deze tijd not done vanwege administratieve lasten en kosten, maar ik doe het toch. Juist de meest kwetsbare en minst mondige mensen komen vanwege het huidige democratisch tekort niet automatisch aan bod. Opgeteld bij een toename aan discriminatie, zowel op straat als op de arbeidsmarkt, op leeftijd, etniciteit en geloof, is dit fundamenteel voor een democratische rechtsstaat.

Wat mij vooral aanspreekt is het in het leven roepen van een lokale ombudsfunctie. Ik heb er vaker voor gepleit op mijn weblog. Het is de brugfunctie tussen Zwollenaren en “het stadhuis” wanneer er vragen zijn of wanneer er onvrede is en er geen handen en voeten aan gegeven kan worden. Nagedacht worden over de vraag of dat een op zich staande functie moet zijn of dat het wordt toegevoegd aan de griffie.
Ik ben ook gevoelig voor de opmerking dat de meest kwetsbaren en minst mondige Zwollenaren ook aan bod moeten komen. Daar moet wat op gevonden worden. Wellicht kan dat ook specifiek worden ondergebracht bij de ombudsfunctie. De taken en bevoegdheden van deze functie moeten dat dan mogelijk maken.
De vierde opdracht staat daarmee ook vast: maak een beschrijving van de ombudsfunctie, inclusief taken en bevoegdheden.

5. Meer onafhankelijke informatievoorziening en sterkere media.
Het laatste agendapunt licht de directeur van het SCP zo toe:
We zien in landen als Turkije en Italië hoe vitaal dat is, zeker als media weinig pluriform zijn of teveel op de hand van een politieke stroming raken. De fusies in de dagbladpers die hadden moeten worden tegengehouden hebben al lang plaatsgevonden. De enkele fusie die van hogerhand is tegengehouden (Limburg) had net zo goed door kunnen gaan. Een samenhangende toekomstvisie op en door de media zelf bij het bestrijden van het democratisch tekort, heb ik nog niet gezien. En het kabinet heeft daar ook geen antwoord op. In de Tweede Kamer is al wel een motie Van Dijk aangenomen die een halt beoogt toe te roepen aan de omvang van de overheidsvoorlichting. Dat wil ik onderstrepen, niet vanuit efficiency of kosten, maar omdat overheidsvoorlichting altijd gekleurd is door bestuurders. De pers hoort dat gat op te vullen met objectieve journalistiek, in plaats van achter een overvloed aan pogingen om ons politiek te overtuigen aan te lopen.

Ik denk dat dit meer een oproep is aan de plaatselijke pers dan dat de politiek er wat mee kan (anders dan de oproep doen). Het sleutelwoord is: objectieve journalistiek. Wellicht is een goed gesprek van de politiek met de pers een begin. Wat drijft elk van de partners. Ook kan dan de rol van de snelle, maar ook vluchtige, social media besproken worden.
Dit is dan de vijfde en laatste opdracht.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder algemeen, Zwolse politiek

Betrokkenheid van burgers

Ik lees dat een raadswerkgroep wil praten met burgers over spelregels rond burgerbetrokkenheid.
Dat gebeurt op 19 december in wijkcentrum Bestevaer.
Daar heb ik wat gedachten bij.
1. Niet verkeerd dat burgers gehoord worden bij de vraag hoe je burgers gestructureerd kunt betrekken bij beleidsontwikkeling. 
Maar ik heb daar wel wat bedenkingen bij, al waardeer ik het initiatief.
2. Ik ben bang dat het systeem niet wordt aangepast, maar dat de plek van burgers ergens in het bestaande systeem wordt ingepast. En dat gaat niet werken. 
De raad moet bereid zijn om het systeem opnieuw in te richten. En dat is best lastig.
3. Dat is lastig omdat de gemeenteraad natuurlijk zijn eigen verantwoordelijkheid behoudt. Het is het hoogste orgaan in de gemeentelijke hiërarchie en dat gaat ook niet veranderen. Gelukkig maar, denk ik dan. 
Dat betekent dat de invloed van burgers in de aanloop naar besluitvorming een plek moet krijgen.
4. Dat gaat natuurlijk niet per referendum, vind ik, daarvoor is dat instrument te tweedimensionaal en te ongenuanceerd.
5. Ik stel het volgende voor. 
Bij belangrijke dossiers wordt in een startdocument vastgelegd op welke wijze Zwollenaren een rol krijgen in dit proces. Ik kan me voorstellen dat dit geen confectie-benadering is, maar dat het maatwerk vraagt. Glashelder moet zijn welke rol burgers krijgen en welke invloed ze hebben in de besluitvorming (horen/meepraten/meebeslissen).
6. Bij een complex dossier lijkt het mij goed mogelijk om stadsgesprekken te organiseren in het voortraject. Die gesprekken moeten uitmonden in conclusies. Vanuit de gesprekken moet het dan mogelijk zijn dat een vertegenwoordiging de conclusies inbrengt in een vergadering van een raadsplein waar over dat dossier wordt gedebatteerd. In een besluitvormende raadsvergadering kunnen dan eventueel moties en/of amendementen worden ingebracht waarover de raad dan een oordeel kan geven.
Op deze manier geef je burgers invloed met behoud van de eigen verantwoordelijkheid van de gemeenteraad.
7. Los van dit alles, er is een vracht aan literatuur over dit onderwerp het minste wat gedaan kan worden is dat de raad aangeeft waar dat te vinden is en waarover het gaat. Als opwarmertje. Ik heb op mijn blog een tal keren hieraan aandacht besteed maar ook wat geïnventariseerd en samengevat: https://johnvanboven.com/2015/08/25/burgerbetrokkenheid-2/. 
In de laatste regel een linkje naar mijn samenvatting van een aantal artikelen.
8. Ook dit stukje op mijn blog kan helpen een mening te vormen: https://johnvanboven.com/2015/11/26/democratie-en-de-burger/
Deze artikelen laten zien dat er meer nodig is, dan alleen maar een een informatiebijeenkomst.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zwolse politiek

Het luchtruim 2

Hoe langer ik er over nadenk des te merkwaardiger ik de hele gang van zaken vind rond de discussie over de uitbreiding van vliegveld Lelystad.
En dat komt omdat wij, de burgers, niet weten welke criteria worden gebruikt door de overheid en hoe vervolgens de gevolgen van de uitbreiding worden getoetst aan die criteria. En juist daarover zou het debat moeten; juist daarover moeten hoorzittingen worden georganiseerd.

Ik vroeg het al eerder: is er al gedefinieerd wanneer het luchtruim vol is? Is voor iedereen duidelijk hoe de parameters werken? Ik denk dan aan CO2-uitstoot, veiligheid, geluidshinder, economische overwegingen.
Als alle partijen daarin een eigen afweging maken, krijgen we geen debat maar een Babylonische spraakverwarring.
Ik zou zeggen, overheid begin opnieuw en dan bij het echte begin waardoor een goed debat mogelijk is.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder algemeen

Het luchtruim

Tweeten over zaken die te maken hebben met de uitbreiding van vliegveld Lelystad maken het nodige los bij tweeps die actief zijn in dit dossier. Ook al had mijn tweet (hoeveel protest komt er van burgers die zelf regelmatig vliegen) weinig te maken met een inhoudelijk commentaar.
Het mooie is dat de meeste reacties wel inhoudelijk van aard waren. Op één na. Die vond dat ik aan het jij-bakken was.
Wat mij opviel, was dat de reacties niet zozeer gingen over geluidsoverlast, maar veel meer over opmerkingen aan de “voorkant” van de procedure.
Een voorbeeld:

– “Zeker anders naar vliegen kijken en waar mogelijk trein of auto nemen. Echter dat vliegtuigen zo absurd goedkoop is zorgt voor massa’s in de lucht. De 67 % buitenlanders die we over Ons land vervoeren helpt ook niet. Transfers ook niet. Dat moet anders.”

Een ander belangrijk aspect krijgt ook – gelukkig – aandacht. De wijze waarop de overheid ‘kijkt’ naar burgers. Jaren geleden schreef ik al dat de overheid de neiging heeft burgers te zien als potentiële vijand in plaats van als partner in de probleemstelling. Dat is wellicht wat zwart/wit maar ik zie het terug in tweets als reactie op mijn eerste tweet. Een paar voorbeelden:

Probleem is dat Staat naar geen enkel idee luistert en alles probeert om (v)liegveld Lelystad doorheen te drukken.”

“En wat deze opmerking betreft: het valt voor burgers niet mee onnavolgbare computermodellen overheid te pareren met eigen plannen.”


“En wat hier ook meespeelt is de wijze waarop het er door wordt gedrukt. Onjuiste berekeningen en allemaal ten voordele Schiphol Group.”

Je kunt pas goed inhoudelijk van gedachten wisselen wanneer er niets valt op te merken over het proces. De overheid moet maar opnieuw beginnen en dan met:
– het bredere perspectief van maatregelen die de groei in vliegbewegingen moet beteugelen
– de juiste informatie over de consequenties van de door de overheid voorgestelde maatregelen
– het op tijd beleggen van avonden, waarop niet wordt uitgelegd wat de voornemens zijn, maar waar betrokken burgers de ruimte krijgen om invloed uit te oefenen op de manier waarop het probleem moet worden opgelost; dus partner in plaats van potentiële vijand.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder algemeen

Raadgevend referendum – ja of nee

Het referendum is nogal onderwerp van bespreking en wordt door nogal wat kiezers gezien als toetssteen van burgerbetrokkenheid. Zo in de trant van: neemt de politiek ons wel serieus.
In dit stukje wat gedachten – mijn gedachten! – over dit instrument.
1. In de gemeenteraad wordt beleid gemaakt en getoetst. Als hoogste orgaan in de gemeente worden daar beslissingen genomen. Doorgaans bij meerderheid van stemmen. Ik heb in al die jaren dat ik in de raad zat nog nooit vernomen dat de minderheid zich niet gehoord voelde. 
Debat, argumenteren, elkaar bevragen en stemmen: nieuw beleid.
2. De samenstelling van de gemeenteraad is het resultaat van verkiezingen. De raadsleden doen hun werk namens de kiezers die gekozen (kunnen) hebben aan de hand van de verkiezingsprogramma’s. Representatieve democratie.
Er is al een tijd de tendens gaande dat burgers ook tussen de verkiezingen in een rol willen spelen bij het ontwikkelen van beleid. Dat kan op een aantal manieren. Denk ik.
 De fractie kan in aanloop naar een debat hoorzittingen organiseren, politieke partijen kunnen hun achterban raadplegen, je kunt social media inzetten en je kunt een referendum houden. Dat kan op initiatief van “de” politiek, maar ook op initiatief van burgers.
3. Elk instrument heeft zijn voor en tegens. We zullen ze benoemen. Maar eerst de conclusie dat er meer instrumenten zijn dan alleen referenda, al dan niet raadgevend.
Het organiseren van hoorzittingen door elke fractie is een nogal tijdrovende aangelegenheid. Een goed alternatief is om gezamenlijk als raad hoorzittingen te houden om te weten te komen wat burgers in een bepaald dossier bezighoudt. Dat zou standaard bij grote dossiers kunnen gebeuren. Een goed voorbeeld vind ik het dossier Spoorzone. Met regelmaat kunnen burgers van zich laten horen. Valkuil is wel dat het ervaren wordt als doekje voor het bloeden of als democratische schaamlap. Van te voren moet bekend zijn, wat de reikwijdte is van inbreng van burgers. Cruciaal is dan ook het moment. Kan er wat worden ingebracht of is het niet veel meer dan informeren.
4. Het raadplegen van de achterban door politieke partijen vind ik tricky. Het is niet de eerste taak van een partij om in het kader van beleidsvorming de achterban te horen. Het risico bestaat dat de onafhankelijke status van een raadslid geweld wordt aangedaan. De fractie is de natuurlijke gesprekspartner van (het bestuur van) de partij. Een tweede overweging voor mij is dat de achterban vele malen kleiner is dan het electoraat. Het raadplegen wordt zo behoorlijk versmald.
5. Inzetten van social media kan altijd. Het heeft zijn beperkingen maar kan een waardevolle aanvulling zijn bij het nadenken over dossiers. Wel moet bedacht worden dat burgers doorgaans vanuit eigen belangen reageren – en daar is niks mis mee – maar dat een raadslid juist de verschillende belangen moet afwegen. Dat is iets wat de burger zich ook moet realiseren. Dat vraagt na een genomen beslissing verantwoording door de fractie over het ingenomen standpunt.
6. En dan het raadgevend referendum. Ik ben daar geen voorstander van en daar heb ik meerdere argumenten voor.

a. De tweedimensionaliteit (ja of nee) van een referendum past niet bij de meeste dossiers. Daar zijn ze te complex voor en vragen doorgaans nuanceringen.

b. Een weloverwogen standpunt innemen vraagt kennis nemen van de materie. Om allerlei redenen komt de burger daar begrijpelijkerwijs niet aan toe. En is daarmee afhankelijk van partijen die belang hebben bij een ja of een nee. Het Oekraïne referendum is een goed voorbeeld van voorlichting die niet helemaal paste bij de te maken keus.

c. De burger die stemt voelt zich niet verantwoordelijk voor de consequenties van zijn keus. Dat wordt niet meegenomen in de overwegingen. Eerlijker zou zijn te vragen bij een keus die duurder is dan het voorstel, dat men dan bereid moet zijn om (bijvoorbeeld) meer belasting te betalen. Dus in de vraagstelling consequenties al meenemen.

Wat te doen?
Ik ben voor het verder verbeteren van burgerbetrokkenheid. Er zijn de nodige stukken geschreven in de afgelopen jaren. Ik heb al in 2015 een inventarisatie en samenvattingen gemaakt: https://johnvanboven.com/2015/08/25/burgerbetrokkenheid-2/.
Er gebeurt te weinig mee. Onlangs heeft de commissie Remkes (staatscommissie Parlementair Stelsel) haar “marsorder” gepubliceerd: Probleemverkenning. Met veel stof om over na te denken.
Ik herhaal hier wat ik al een paar keer schreef. De wens om in Zwolle gestructureerd na te denken over de omslag van representatieve naar participatieve democratie. Hoe betrekken we burgers intensiever en consequenter bij beleidsvoorbereiding.
Ik herinner me een commissie die we Sociaal Economisch Forum noemden. Daar werd systematisch nagedacht over het versterken van de Zwolse economie.
Waarom dan nu niet een commissie/taskforce/werkgroep/denktank over democratie 3.0 (of zo iets).
Een schone taak voor de Zwolse griffie lijkt mij.

8 reacties

Opgeslagen onder algemeen, Zwolse politiek