Tagarchief: burgerbetrokkenheid

politiek en burgers – vervolg – 6

In het VNG rapport, “Van eerste overheid naar eerst de burger” worden ook onderwerpen aangesneden die van belang zijn voor het nadenken over burgerbetrokkenheid. Vooral hoofdstuk 6 (de improviserende gemeente: naar een nieuwe rolopvatting?) is van belang. Uit dat hoofdstuk een aantal citaten.
Het hoofdstuk begint met twijfel over de effectiviteit van het huis van Thorbecke.
Bij mijn afscheid van de raad vroeg ik me al af hoe Thorbecke vandaag zijn huis zou hebben ingericht. Vanwaar die twijfel?
“In hoeverre komt ons democratisch stelsel tegemoet aan burgers die hun denkbeelden of voorkeuren met betrekking tot de publieke zaak in het politieke handelen willen terugvinden? Die kans is door allerlei factoren vrij gering.” Waarom is die kans gering?
“Overigens kunnen de meeste burgers ook de gang van zaken binnen die partij nauwelijks beïnvloeden omdat slechts een paar procent van het electoraat als lid bij een politieke partij aangesloten is. Hebben ze eenmaal hun voorkeur uitgesproken voor partij of kandidaat dan is het de vraag of deze deel van de regering gaan uitmaken. De sterke differentiatie van het politieke landschap in ons land maakt dat regeren altijd om een coalitie met andere partijen vraagt.”
“En gaat de coalitie eenmaal van start dan komt het regelmatig voor dat bestuurders van hun beloften afwijken omdat er inmiddels een nieuwe situatie is ontstaan of omdat ze hun verantwoordelijkheid als bestuurder zo serieus nemen dat ze hun programma prijsgeven.”
Conclusie van het rapport: “Het groeiend aantal mondige burgers heeft in toenemende mate moeite met de manier waarop het stelsel van Thorbecke functioneert.”
Het rapport stelt dan ook: “Het wordt meer en meer een zaak van de burgers zelf en dan vooral van degenen die een extra inspanning doen, die tijd en moeite besteden aan een maatschappelijk doel of die hun talenten inzetten om aan het algemeen belang bij te dragen.”
“Misschien moeten we nu een stap verder gaan door te erkennen dat er de komende jaren een dynamiek ontstaat die zich niet langer met de gebruikelijke middelen laat aansturen.”
Het rapport pleit dan ook voor de kunst van het improviseren. Dat moet dan wel in de lijn gebeuren.
Het rapport beschrijft het als volgt:

Ambtenaren (organisatie)
Niet alleen de gemeentelijke wijkcoördinatoren zijn zogenaamde big persons die de relatie tussen initiatieven en gemeente vormgeven. Hoewel het een precaire en zeer belangrijke functie is, zullen verreweg de meeste gemeentelijke ambtenaren zich in deze rol moeten gaan voegen en daartoe het maatschappelijk initiatief moeten doorgronden.

Collegeleden (bestuur)
Bestuurlijke wisselingen en het daarmee verloren gaan van gemaakte afspraken of mondelinge toezeggingen zijn een klassiek (en onoplosbaar lijkend) probleem, maar in verhouding tot maatschappelijke initiatieven wel bijzonder relevant.

Raadsleden (politiek)
Niet langer de gemeenteraad als enige platform zien voor democratische processen, maar erkennen dat democratische processen zich ook al in de samenleving afspelen onder andere in maatschappelijke initiatieven. De rol van de raad kan dan vooral procesmatig zijn in het helpen vormgeven van de dagdagelijkse democratie in buurten en wijken. Vroegtijdig aansluiting zoeken bij maatschappelijke initiatieven om daarover mee te denken en daarin ook een nieuwe achterban te vinden.
Het rapport waarschuwt: “Ten slotte wijzen wij op een meer algemene consequentie van dit alles. Er zal zowel op ambtelijk, als op bestuurlijk en op politiek niveau een grotere mislukkingstolerantie moeten ontstaan.”

Het hoofdstuk eindigt met 7 stellingen.
“1. Er is een nieuwe maatschappelijke realiteit ontstaan die de gemeenten vroeg of laat tot een nieuwe rolopvatting dwingt.
2. De dynamiek van maatschappelijke initiatieven stelt de gemeente in staat om ruimere definities van de publieke zaak te ontwikkelen.
3. Contacten met de burgers die zich inzetten voor een maatschappelijk initiatief moeten primair in het teken van erkenning en waardering staan.
4. Het feit dat de gemeente vaak een invloedrijke speler is, betekent dat haar optreden niet aan lagere maar juist aan hogere eisen moet voldoen.
5. Maatschappelijke initiatieven zouden vaker aanleiding voor experimenten moeten zijn waarbij de gemeenten hun vermogen tot improviseren versterken.
6. Wil de gemeente een rol spelen bij de bloei van een maatschappelijk initiatief, dan moet ze rekening houden met de specifieke uitdagingen die zich per fase aandienen.
7. Gemeenten kunnen hun rol als ‘eerste overheid’ alleen waarmaken als ze de kansen die uit deze maatschappelijke initiatieven voortvloeien ten volle aangrijpen.”

1 reactie

Opgeslagen onder Zwolse politiek

Politiek en burgers – vervolg – 5

Het rapport van Sociaal Cultureel Planbureau “Een beroep op de burger” reikt een drietal visies aan op de verhouding tussen overheid en burgers.

Hoofdstuk 14 van het rapport gaat over verschuivende verantwoordelijkheden.
In paragraaf 14.3, ‘visie op de burger’, wordt een naar mijn mening nuttig onderscheid gemaakt:
“Er bestaan verschillende ideologische visies op de verhouding van burgers ten opzichte van de samenleving en de overheid. We onderscheiden
– een liberale,
– een communitaristische
– een (neo-)republikeinse burgerschapsvisie.
+ Volgens de liberale visie is een goede burger voldoende competent om van zijn rechten gebruik te maken en zijn plichten na te komen, maar heeft hij als vrij individu binnen de grenzen van de wet geen verdere verplichtingen naar de maatschappij.

+ Een communitaristische burger identificeert zich met zijn eigen sociale en culturele gemeenschap. Het belang van de eigen groep en het individuele belang zijn via socialisatie en solidariteit aan elkaar verbonden.

+ In de republikeinse visie staat het handelen van een deugdzame burger in het teken van een goed functionerende democratische gemeenschap. Zijn plicht en loyaliteit liggen dan ook allereerst bij de nationale staat. De veronderstelling is dat de burgerschapsvisie van beleidsmakers mede verklaart welke verantwoordelijkheden zij de burger toeschuiven.”

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder algemeen, Zwolse politiek

Politiek en burgers – vervolg – 4

In deze bijdrage geef ik citaten door uit het WRR-rapport “Vertrouwen in burgers”.

Ook deze citaten zijn bedoeld als bouwstenen voor het nadenken over het vergroten van de burgerbetrokkenheid.
Het rapport relativeert direct haar eigen bevindingen:
“Het WRR-rapport Vertrouwen in burgers onderzoekt dan ook wat beleidsmakers kunnen doen om burgers beter te betrekken. Een definitief antwoord daarop is gezien de complexiteit van onze huidige samenleving niet mogelijk. Wel biedt het rapport een wezenlijke basis voor handelen.”
In een aantal paragrafen wordt deze basis aangereikt.

– De uitdaging
Het belangrijkste begrip is vetrouwen.
“Het trefwoord van een levende democratie die bouwt op burgerbetrokkenheid is vertrouwen.”
Het rapport beschrijft op haar manier de kloof tussen geloof in de democratie en het wantrouwen jegens de politiek (denk aan Van Reybrouck):
“Hoewel Nederlanders in het algemeen tevreden zijn met het functioneren van de democratie, blijkt toch dat in een steeds complexere samenleving grote groepen burgers zich onvoldoende herkennen in ‘hun’ politiek: ze voelen zich overvraagd, ze hebben weinig vertrouwen in hun eigen vermogen om de politiek te beïnvloeden, ze geloven niet dat de politiek opkomt voor hun belangen, of ze denken dat hun maatschappelijke doelen beter zonder beleidsmakers zijn te realiseren.”

Het schiet niet op met het versterken van de burgerbetrokkenheid:
“Ondanks de grote inspanningen en de veelvuldige experimenten worden weinig warme woorden gesproken of geschreven over de voortgang van het overheids-beleid met betrekking tot burgerbetrokkenheid. Nog te vaak gaat het mis en het instrumentarium is sleets.”
Tegelijkertijd zegt het rapport dat burgers inventief blijken te zijn en veel te kunnen.

– De praktijk
Wat zijn voorwaarden voor die burgerbetrokkenheid?
“De meest indringende les die uit dat onderzoek naar voren kwam is: burgerbetrok-kenheid vereist denken vanuit burgers. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar de praktijk blijkt weerbarstig. Burgers zijn namelijk op verschillende manieren betrokken. De WRR maakt een onderscheid tussen beleidsparticipatie, maatschappelijke parti-cipatie en maatschappelijke initiatieven.”
In 2006 schreef ik al (De kloof) dat burgers geen gelijk hoeven te krijgen, ze willen serieus genomen worden.
Het rapport zegt het zelfde, op haar manier.
“Burgers beschouwen hun inbreng als succesvol als deze een gewenste oplossing dichterbij brengt; op zijn minst willen ze serieus worden genomen.”
“Mensen begrijpen meestal wel dat ze hun zin niet kunnen krijgen, als hun argumenten maar wel meegenomen zijn in de besluitvorming.”

Een tweede voorwaarde is dan ook:
“Beleidsmakers kunnen betrokkenheid ondersteunen door burgers serieus te nemen, door zorg te dragen voor een voortdurende informatie-uitwisseling, en door het waarborgen van een scherpe focus: wat kan wel en wat kan niet.”

Dit gaat niet zo maar: “Het past lang niet altijd binnen het wereldbeeld van de beleidsmakers dat burgers ook experts kunnen zijn.”

– De duiding
Op welke manier kan de overheid appelleren aan burgerbetrokkenheid?
“Mensen willen en kunnen betrokken zijn als de uitdaging past bij hun behoeften en ze denken te beschikken over de toerusting die vereist is om passende antwoorden te vinden.”
“Burgerbetrokkenheid in de complexe samenleving vereist daarom vooral een geloof in de veerkracht van de vernetwerkte samenleving, met de bijbehorende ruimte voor burgers die elkaar vinden in steeds effectievere samenwerkingsverbanden.”

Het rapport spreekt heel nadrukkelijk het openbaar bestuur aan (denk aan de overheidsparticipatieladder van de ROB):
“De kunst van het openbaar bestuur is in hoge mate het laten van een gepaste ruimte aan burgers: weet wanneer je nodig bent en blijf weg als dat niet het geval is. Een cultuurverandering binnen het openbaar bestuur is daarvoor essentieel en beleidsmakers moeten grotere stappen zetten dan tot nu toe is gedaan. Meer ruimte voor ambtenaren en nieuwe instrumenten voor burgerparticipatie is niet voldoende. De huidige samenleving vergt het besturen van het onbestuurbare. Dat betekent een grote uitdaging voor beleidsmakers die uithoudingsvermogen vergt.”

– Bouwen aan vertrouwen
Bij het bouwen aan vertrouwen in de burger “gelden twee uitgangspunten: denk vanuit burgers en vergroot de kaders.”

Burgers: “Wie burgers wil betrekken, moet denken vanuit hun perspectief. Burgers hebben uiteenlopende behoeften en kwaliteiten en het is zaak daar in een netwerksamenleving rekening mee te houden.”

Kaders: “De grootste uitdaging is echter gelegen in het verwelkomen van maatschappelijk initiatieven die niet altijd gladjes ‘passen’ in het beleidsperspectief van beleidsmakers.”

Instrumenten voor het bouwen aan vertrouwen: Creëer tegenspel, vergroot alledaagse invloed, stimuleer maatschappelijk verkeer, bouw steunpilaren.

– Aanzetten tot verandering
Het rapport eindigt met een voorwaarde waar ik al jaren aandacht voor vraag, samen-maken-we-de-stad vraagt een geheel nieuwe beslisstructuur.
Het rapport zegt het zo:
“De doorbraak naar een ander betrokkenheidsbeleid vergt een aanzienlijke veran-dering van de overheidscultuur, een verandering op basis van visie, rugdekking en vonk.”

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder algemeen, Zwolse politiek

Politiek en burgers – vervolg – 3

De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) heeft nog een nuttige brochure het licht doen zien: Loslaten in Vertrouwen (2012).

In dit stukje daaruit citaten, die bedoeld zijn als bouwstenen voor het denkproces over de relatie tussen politiek en burgers.
Ik beperk me tot citaten uit de samenvatting, hoewel het hele advies meer dan de moeite waard is om kennis van te nemen.

De samenvatting begint als volgt:
“Nu het geloof in de markt als de plaats waar complexe problemen in een spel van vraag en aanbod het beste kunnen worden opgelost aan erosie onderhevig is en het vertrouwen dat de overheid veel van die taken weer kan terugnemen ontbreekt, vindt het pleidooi voor burgers die meer verantwoordelijkheid nemen voor de publieke zaak gretig aftrek.”

Een tweede overweging:
“Met zijn doelstelling te komen tot een compacte overheid sloot het kabinet-Rutte I zich bij de roep om een verschuiving van taken en verantwoordelijkheid naar de samenleving aan.”
Met de volgende kanttekening:
“Volgens de Raad is sprake van vermaatschappelijking als de overheid publieke taken en de daarbij behorende verantwoordelijkheden en bevoegdheden overlaat aan burgers, maatschappelijke organisaties en bedrijven.”

Twee overwegingen dus voor de verschuiving van taken van de overheid naar de samenleving: meer verantwoordelijkheid voor burgers en de wens van een compacte overheid.

De ROB plaatst de volgende kanttekeningen:
– “Aan pleidooien voor burgers die meer taken van de overheid moeten overnemen ligt doorgaans het impliciete oordeel ten grondslag dat burgers zich nu nog te weinig betrokken tonen of onvoldoende hun verantwoordelijkheid nemen. Een overvloed aan onderzoeken toont echter aan dat Nederland zich kan verheugen in zeer actieve en betrokken burgers.”

– “De motivatie van de overheid bij het overdragen van publieke taken aan burgers en hun verbanden is daarbij cruciaal. Die ligt nu eenzijdig bij bezuinigen en de realisatie van een ‘compacte overheid’. De belangrijkste reden voor vermaatschappelijking zou echter de erkenning moeten zijn dat politiek en bestuur voor kennis en ervaring afhankelijk zijn van de inbreng vanuit de samenleving, dat de overheid het uiteindelijk niet alleen kan.”

De ROB waarschuwt ook nadrukkelijk:
– “Vermaatschappelijken van publieke taken is een recept voor teleurstelling als bewoners en hun verbanden worden gereduceerd tot uitvoeringsinstanties die de orders vanuit het gemeentehuis moeten uitvoeren.”
– “De voorwaardenscheppende staat heeft alleen kans van slagen als ook de domeinen van markt en samenleving adequaat functioneren en ze onderling met elkaar in balans zijn. De drie domeinen moeten daar worden ingezet waar hun logica en eigenschappen winst kunnen opleveren. De omslag betekent bovendien een andere werkwijze voor ambtenaren. Die zullen meer de procesbegeleider moeten worden die met betrokkenen en belanghebbenden – waaronder het politieke bestuur – toewerken naar een duidelijk omschreven doel en de daaraan verbonden noodzakelijke interventies.”
– “Politici en bestuurders moeten leren loslaten, durven zeggen dat de overheid niet overal over gaat. Zij kunnen niet elk probleem oplossen of elk gevaar uitsluiten.”

Deze laatste waarschuwing is mij uit het hart gegrepen. De praktijk laat zien dat dit vreselijk lastig is. De burger wordt een plek gegund, maar dan wel in het bestaande systeem. Vandaar ook dat de ROB stelt:
– “Aan de rolverandering van de overheid ligt niets minder dan een paradigmashift ten grondslag. De omslag begint door ervan uit te gaan dat wat nodig is in de eerste plaats groeit in de samenleving en haar gemeenschappen.”
– “Ruimte geven aan de vitaliteit van de samenleving krijgt meer kans als de overheid de overheidsparticipatietrap zo min mogelijk beklimt.”

Hoe ziet die overheidsparticipatietrap er uit?
1. Loslaten ~ Wanneer de overheid een taak helemaal loslaat, heeft ze inhoudelijk noch in het proces enige bemoeienis.
2. Faciliteren ~ De overheid kiest een faciliterende rol als het initiatief van elders komt en zij er belang in ziet om dat mogelijk te maken.
3. Stimuleren ~ Een trede hoger heeft de overheid wel de wens dat bepaald beleid of een interventie van de grond komt, maar de realisatie daarvan laat ze over aan anderen. Ze zoekt slechts naar mogelijkheden om die anderen in beweging te krijgen
4. Regisseren ~ Wanneer de overheid kiest voor regisseren, betekent dat ook andere partijen een rol hebben maar dat de overheid er belang aan hecht wel de regie te hebben.
5. Reguleren ~ Bovenaan de trap staat het zwaarste instrument dat de overheid kan inzetten, namelijk regulering door wet- en regelgeving.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zwolse politiek

Politiek en burgers – vervolg – 2

Ik denk na over de relatie politiek en burgers.
Input kan daarbij ook geleverd worden door het advies van de Raad voor het Openbaar Bestuur (de ROB): Vertrouwen op democratie. (Februari 2010). Een zeer lezenswaardig advies.
In dit stukje geef ik daaruit wat door. Bouwstenen voor een denkproces.

In het voorwoord stelt de ROB dat er sprake is van een legitimiteitscrisis:
“Er is dringend behoefte aan een bestuursstijl, die niet in de eerste plaats wil beheersen op basis van regels, maar de dialoog zoekt op basis van de feiten. En die accepteert dat ook in de publieke ruimte permanent verantwoording moet worden afgelegd en vertrouwen moet worden geworven.”

De ROB constateert dat “de samenleving horizontaliseerde in haar verhoudingen, terwijl het politieke bestuur goeddeels als vanouds – dus uitgaande van verticale, hiërarchische gezags- verhoudingen – bleef opereren. Dat wringt.”
Ze constateert verder dat “de wijze waarop de politiek functioneert en zich organiseert, niet meer past bij de manier waarop de samenleving is georganiseerd.”

De ROB zegt: “Verticaal georganiseerd bestuur en finale besluitvorming op basis van een democratisch mandaat is onmisbaar en zal dat blijven. Het is belangrijk dat instituties besluiten nemen, knopen doorhakken, toezicht houden en sancties uitdelen. Maar zij moeten dat doen in voortdurende verbinding met de publieke ruimte. Wanneer zij dat nalaten tast dat de legitimiteit van hun besluiten aan.
Dat werpt een nieuwe vervolgvraag op: hoe kan het verticaal georganiseerde politieke bestuur zich weer verbinden met de horizontale samenleving?”

De Raad ziet vervolgens drie verbindingspunten.
Citaten:
– In de eerste plaats moet de politiek weer vooral gaan opereren vanuit waarden en beginselen
Politici, partijen, bestuurders maar vooral burgers hebben veel meer aan een kader dat hen houvast geeft bij onverwachte gebeurtenissen dan aan een door de feiten snel achterhaald programma.
– In de tweede plaats meent de Raad dat mensen aanzienlijk meer invloed moeten krijgen op beleid en besluitvorming. Het is in een democratie niet voldoende dat zij eens in de vier jaar op een politieke partij kunnen stemmen.
– In de derde en laatste plaats vindt de Raad dat burgers meer invloed moeten krijgen bij de keuze van hun politieke leiders.

Nog noet zo lang geleden heeft Wallage, vorzitter van het ROB, een lezing gehouden over dit onderwerp. Op mijn vraag hoe deze overwegingen te vertalen in een concrete werkwijze, kondigde Wallage aan dat er binnenkort een brief komt, die daar op ingaat.

Ik voel me zeer aangesproken door de opmerking: “Politici, partijen, bestuurders maar vooral burgers hebben veel meer aan een kader dat hen houvast geeft bij onverwachte gebeurtenissen dan aan een door de feiten snel achterhaald programma.”

Ik ga nu geen concrete invulling geven. Het stukje is vooral bedoeld om denkstof aan te reiken.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zwolse politiek

Politiek en burgers – vervolg

Gisteren gaf ik iets door uit het boekje van Van Reybrouck, Tegen verkiezingen.
De analyse van de relatie tussen politiek en burgers leidde tot de conclusie, dat burgerbetrokkenheid op de één of andere manier vergroot moet worden.

Van Reybrouck vindt ook wat van de instrumenten die ons al ten dienste staan, zoals referendum en burgerfora.

Over het referendum zegt hij het volgende:
– referendumstemmers kennen de inhoud niet in tegenstelling tot de de inhoudelijke kennis van de opstellers;
– referenda over complexe hervormingsvoorstellen bevoordelen wellicht de nee-zeggers;
– referendum: je vraagt een standpunt aan velen die weinig weten.

Over burgerfora merkt Van Reybrouck op:
– burgerfora zijn tijdelijk met beperkt mandaat waardoor hun stem minder gewicht heeft;
– burgerfora beschikten niet over doorgewinterde woordvoerders en adequate campagnebudgetten.

Het lastige is, dat politieke partijen niet staan te trappelen bij deze instrumenten, omdat ze belang hebben bij afwijzing. Een nieuw systeem zou hun macht beperken.
Van Reybrouck breekt een lans voor het deliberatieve proces: je vraagt een standpunt aan weinig (representatieve steekproef) die veel (te) weten (komen).

Kortom.
Het vergroten van burgerbetrokkenheid gaat niet zo maar.
Hoe verminder je de hierboven gesignaleerde bezwaren. En hoe voorkom je dat het vergroten van de legitimiteit ten koste gaat van de efficiency?
Het gaat toch om het evenwicht tussen beiden.

Mijn overtuiging is, dat het alleen wat wordt als er van buiten naar binnen wordt gedacht en geredeneerd. Out of the box, zo je wilt.
Maar wat ik wil, moet wel een zekere aansluiting houden bij de werkelijkheid van vandaag.

Zijn er burgers, die mee willen denken over de vraag, hoe burgerbetrokkenheid vergroot kan worden?
Hieronder reageren mag ook. Graag zelfs.

2 reacties

Opgeslagen onder algemeen, Zwolse politiek

Politiek en burgers

De laatste jaren is de rol van burgers tussen verkiezingen in, steeds groter geworden. En terecht.
Toch doet zich het merkwaardige fenomeen voor, dat men een kloof ervaart tussen politiek en burger.
In zijn boekje “tegen verkiezingen” analyseert David van Reybrouck deze ontwikkelingen.
Hij beschrijft de discrepantie tussen aan de ene kant het grote vertrouwen in de democratie en aan de andere kant de roep om sterke leiders en steeds groter wordend wantrouwens jegens de politiek.
Het gaat, zegt van Reybrouck en ik ben het helemaal met hem eens, om het evenwicht tussen legitimiteit (beleid wordt gedragen) en efficiency (snelheid van besluitvorming).
Op beide fronten is er crisis.
Op het front van legitimiteit: steeds minder mensen gaan stemmen, er wordt grilliger gestemd en steeds minder mensen zijn lid van een politieke partij.
Op het front van efficiency: jarenlange procedures voordat wetten worden vastgesteld, formaties duren langer en regeringen worden sneller afgestraft. Kortom, besturen gaat steeds trager.

Het democratisch vermoeidheidssyndroom, zoals Van Reybrouck dat noemt, kent vier diagnoses. Het is de schuld van:
1. politici. Zij zijn vervreemd van de noden en grieven van de modale bevolking. Vroeger werd je verkozen, omdat je iets betekende in de samenleving. Nu gaan ze iets betekenen, omdat ze worden verkozen.
2. de democratie. Vanwegede traagheid en omslachtigheid van democratische besluitvorming.
3. de representatieve democratie. Het gaat steeds minder om het volk te dienen en steeds meer om om een machtstrijd tussen politieke partijen.
4. De electoraal-representatieve democratie. Democratie is gereduceerd tot representatieve democratie en die weer tot verkiezingen. Daardoor wordt gewicht van komende verkiezingen groter dan van vorige verkiezingen.

Ik herken heel veel van wat Van Reybrouck beschrijft.
Er moet hard worden nagedacht over het vergroten van burgerbetrokkenheid tussen de verkiezingen.
Aandachtspunten zijn het gevaar van populisme, het de burger naar de mond praten, én het verlies van effiency. Bovendien hebben politici niet te maken met DE burger. Wel met burgers met vaak tegengestelde belangen.

Ik mag hopen dat de onderhandelingen, die nu aan de gang zijn, een hoofdstuk in het collegeakkoord opleveren, dat beschrijft welke plek en welke rol burgers hebben in besluitvormingsprocessen.
En ook: wat dat betekent voor het functioneren van raad, college en ambtelijk apparaat.

3 reacties

Opgeslagen onder algemeen

Volksvertegenwoordiging, vertrouwen, communicatie

De gang van zaken met de extra opvang bij het Leger des Heils aan de Van Walsumlaan leidt wat mij betreft (weer) tot de vraag wat de beste manier is om burgers te betrekken bij het maken van beleid. Zeker bij gevoelige onderwerpen als opvang. Maar daar niet alleen.

Probleem
Ook ik was kritisch over het proces, dat klopt. Als volksvertegenwoordiger moet je ook luisteren naar de burger, die betrokken is bij de mogelijke gevolgen van besluiten. Als er dan wat te verbeteren is, moet je dat zeggen.
Maar ik heb ook een kaderstellende rol. In die rol moeten afwegingen worden gemaakt waar de buurt zelf niet voor komt te staan.
Er is een probleem dat moet worden opgelost. Extra opvang is nodig. In Zwolle. Je hebt dus altijd en waar dan ook in de stad te maken met burgers die bezwaar (kunnen/zullen) maken.
De rol van mij als raadslid is dan om beleid vast te stellen, waarbij zoveel als mogelijk is, bezwaren worden weggenomen.
Ik was dan ook erg blij met het antwoord van de wethouderafgelopen maandag: vasthouden aan het voornemen en in gesprek met de buurt nagaan of afspraken gemaakt kunnen worden over het verminderen van de overlast.

Wat te doen
Ik denk ondertussen wel na over de manier waarop besluitvorming over lastige dossiers verloopt. Ik heb daar wel een mening over.
In de raad worden besluiten democratisch genomen. Voor en tegen wordt afgewogen en politieke standpunten worden bepaald.
Het gebeurt zelden of nooit dat de minderheid gaat lopen mopperen omdat hun standpunt niet wordt overgenomen door de meerderheid.
Dat zie je wel als de raad een besluit neemt dat een buurt onwelgevallig is. Ik vermoed dat het daarbij vooral gaat over het gevoel niet gehoord te zijn. Niet betrokken te worden bij de afwegingen die gemaakt (moeten) worden. Wat krijg je dan: “als ze ons niet serieus nemen gaan we dwarsliggen”.

Overwegingen
Communicatie is in processen waar de buurt een grote rol speelt het belangrijkste instrument. Voor betrokkenheid is een goede communicatie een eerste vereiste.
– Een ander aspect is vertrouwen. Mijn stelling is dat je elkaar moet vertrouwen om prettig met elkaar van mening te kunnen verschillen. Ook voor vertrouwen is communicatie onmisbaar.
– Bij besluitvorming erg duidelijk maken wat de overwegingen zijn geweest en welke afwegingen zijn gemaakt. Daarbij moet voor ogen staan dat dit processen zijn die niet per definitie gesneden koek zijn voor de burger.

Oplossing
Ik heb al eens eerder een pleidooi gevoerd voor een protocol, waarin is vastgelegd wie betrokken kan worden bij het proces dat leidt tot besluitvorming. De raad ervaarde dat toen als bureaucratisch. Ik zeg nog steeds, gelet op ervaringen en de daarbij beleefde onduidelijkheid over de verschillende rollen, dat zo’n document heel veel duidelijkheid kan geven.
Zwolle kent “Samen maken we de stad” en “Interactieve beleidsvorming”. Dat vraagt om een goede rolneming van alle partijen. Dat is nergens vastgelegd. Dat moet wel.
De volgende punten moeten duidelijk zijn:
1. welke invloed hebben burgers in het proces
2. op welke momenten kunnen burgers hun invloed uitoefenen
3. welke informatie wordt verstrekt en op welk moment.

Bij het begin van een procedure moet er echt volstrekte helderheid zijn.
Alleen dan kan gewerkt worden op basis van vertrouwen.
Alleen dan is er goede communicatie mogelijk.
Alleen dan worden overwegingen en afwegingen helder.

We gaan wat mij betreft, los van lopende processen, nadenken over de blijvende relatie van burgers met politiek.

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zwolse politiek

burger en wijkplatform

Een tijdje geleden schreef ik een stukje op mijn blog over burgerbetrokkenheid (https://johnvanboven.com/2013/03/15/burgerbetrokkenheid/). Dat was naar aanleiding van de uitslag van een enquete met vragen van raadsleden. Die uitslag laat zien dat burgers meer betrokken willen worden bij de stad. Daar moeten we op inspringen, denk ik dan.
Het doet me dan ook deugd te lezen dat de gemeente in gesprek gaat met wijkbewoners. De uitslag van het buurt voor buurt onderzoek wordt besproken in zogenaamde wijkdialogen. Prima!
Het kan wel een valkuil opleveren. Dat burgers denken, dat alles wat ze willen omdat het in hun ogen goed is voor de eigen buurt, dan ook wordt uitgevoerd. Wat kan moet natuurlijk gedaan worden, maar niet alles zal kunnen. Het is aan de gemeente om dat goed duidelijk te maken. Ook in de gemeenteraad zijn besluiten afhankelijk van een meerderheid en natuurlijk van beschikbaar budget.
Ik ervaar deze manier van werken als een hele belangrijke stap.
De gemeente moet nu laten zien, dat het geen wassen neus is.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zwolse politiek

Burgerbetrokkenheid

EnqueteEind vorig jaar is er een enquête gehouden onder burgers met vragen aangeleverd door raadsleden. Een aantal vragen ging over burgerbetrokkenheid. Uit de respons bleek dat 80% wil meedenken over de stad of wijk.
Burgers geven ook aan dat ze op de één of andere manier betrokken willen worden bij besluitvorming. Dat gaf een respons van 74%.
Op de vraag hoe contact gelegd kon worden tussen burgers en gemeenteraad gaf 85% een mogelijkheid, waarbij in discussie gaan op een website en invloed bij besluitvorming hoog scoorden.
Ik schreef op 5 december vorig jaar hierover een stukje. (https://johnvanboven.com/2012/12/05/enquete-met-vragen-van-raadsleden/)
Ik haal dat nu aan omdat we gisteren een bijeenkomst hebben gehad, waar de vraag centraal stond op welke manier we de door burgers gewenste contacten kunnen realiseren.

Een paar opties, die allemaal verder onderzocht moeten worden.
– Richt een wijkplatform anders in. Maak ruimte voor gesprek met raadsleden. Nu heeft een aanwezig raadslid geen actieve rol. We realiseerden ons wel dat elke wijk een eigen kleur geeft aan een wijkplatform
– Er is een wijk waar men bezig is een eigen website te bouwen, waarop wijkbewoners kunnen chatten met raadsleden over zaken die hen bezig houden. De vraag is dan wel  hoe open zo’n forum zijn kan. We zitten niet te wachten op het afkraken van alles en nog wat door niet onder eigen naam schrijvende lieden. Het moet gaan over verbeteringen in de wijk en over het waarom van te nemen maatregelen. Algemeen gezegd, het moet versterking opleveren van het wijk-gevoel: het gaat over mijn wijk en daar ben ik trots op.

Als raadslid kun je zelf ook het nodige doen met social media. Dat kan door onderwerpen te bespreken op een eigen weblog. Of door korte beweringen op twitter. Ik heb onlangs, naar aanleiding van een tweet, een uitvoerige mailwisseling gehad met een burger over een bepaald onderwerp. Die mogelijkheid moet niet onderschat worden.

Als je suggesties hebt of wilt reageren: heel graag.

2 reacties

Opgeslagen onder Zwolse politiek