Tagarchief: collegeakkoord

Omvang college

Het resultaat van de onderhandelingen als het gaat over omvang college is bekend: 6 wethouders. En dat leidt tot de nodige opmerkingen op bijv. Twitter. In dit stukje wat beschouwingen van mijn kant. Wat in ieder geval belangrijk is, dat er een stabiel college komt. Stabiel wat inhoud betreft, maar ook als het gaat om een meerderheid in de raad.

1. De Zwolse raad telt 39 zetels, de meerderheid is dan 20 zetels. Het college moet dus minstens 20 zetels vertegenwoordigen. Liefst meer vanwege de gewenste stabiliteit.De collegesamenstelling wordt, zoals het er nu naar uitziet: ChristenUnie 7, GroenLinks 7, Swollwacht 6, VVD 5.

Een college van 3 partijen, CU, GL en Swollwacht, is om meerdere redenen ongewenst. In de eerste plaats de krappe meerderheid. Afwezigheid van 1 raadslid, om welke reden dan ook, kan een wereld van verschil maken. Daarnaast, en dat is een feitelijke waarneming, heeft SW geen bestuurlijke ervaring in de Zwolse politiek én het verleden heeft laten zien dat er binnen SW de nodige onrust is geweest. Niet goed dus voor de gewenste stabiliteit. Vandaar een vierde college partij, de VVD.

2. Tijdens de campagne hebben partijen beloftes gedaan, aangegeven waarvoor ze zich hard zullen maken en zelfs breekpunten aangegeven. En dan komt de periode van onderhandelen. Het kan niet anders, want dat is inherent aan onderhandelingen, dat partijen voor hen belangrijke dossiers niet binnenhalen. Maar daar moet dan wel wat tegenover staan. Het collegeakkoord zal uitsluitsel geven. En dat is te meer interessant gelet op de tegenstellingen als het bijvoorbeeld gaat om koopzondagen en windmolens. De fracties moeten het resultaat wel kunnen uitleggen aan hun achterban, aan hun kiezers. En daar hoort ook bij de vertegenwoordiging in het college. Met het totale resultaat moet je thuis kunnen komen. De verantwoording over het resultaat vormt de basis voor de komende verkiezingen. Er zijn dus 4 partijen die het college gaan vormen en dan is de vraag hoe verdeel je dan de wethouders over de partijen? En dat lukt niet met 5 wethouders, vooral omdat er twee partijen zijn die evenveel zetels hebben. Er is maar één oplossing: 2-2-1-1.

3. Op zich is dit helemaal niet nieuw. Tot en met de collegeperiode 2010-2014 waren er 6 wethouders. Maar er is meer over te zeggen.  De toenemende betrokkenheidheid van burgers bij de politiek tussen de verkiezingen in. Dat vraagt om een infrastructuur waarin die betrokkenheid tot haar recht komt. Daar hoort ongetwijfeld bij dat collegeleden meer naar buiten treden. (Denk aan wat vandaag te lezen is over afspraken binnen de regering op dit punt). De politiek is nogal in beweging. Dossiers die vanuit de landelijke verantwoordelijkheid komen te liggen op het bordje van de gemeente.  Tekorten, die verantwoord moeten worden weggewerkt.

4. Anders gezegd, de argumenten voor de omvang van een college gaan veel verder dan financiële overwegingen. En toch lees ik alleen maar opmerkingen die met geld te maken hebben. Het zou eerlijker zijn om een afgewogen kosten/baten analyse te maken.Wat staat er tegenover de kosten?

  • In de eerste plaats dat wat in bovenstaande punten is genoteerd.
  • Ik heb geen zicht op het aantal beleidsambtenaren dat het college ondersteund. Dat kan ook uitmaken.
  • Met ingang van de collegeperiode 2010-2014 is het wachtgeld voor raadsleden afgeschaft.
  • De uitdagingen van de komende tijd vragen de nodige inspanningen En dat vraagt voldoende personele bezetting, ook binnen het college.

5. Ik zou zeggen, overweeg zorgvuldig en bepaal dan een standpunt over de omvang van het Zwols college.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zwolse politiek

Het collegeakkoord en de koopzondagen

De gisteren (27 november 2017) in de Zwolse raad verworpen motie van CDA en Swollwacht roept een diversiteit aan reacties op. Een aantal reacties ervaar ik als onterecht, in die zin, dat partijen geen recht wordt gedaan.
Ik probeer dat puntsgewijs duidelijk te maken.
1. Belangrijk, de motie vroeg niet om voor 31 december een uitzondering te maken op het staand beleid. De motie vroeg aan het college om met een beslisnota te komen over een nieuw koopzondagenbeleid. Dit onderscheid is van belang bij de volgende punten.
2. Bij de onderhandelingen voor een nieuw college wordt er niet meer onderhandeld totdat iedereen het over alle punten eens is. Er wordt rekening gehouden met voor elke partij belangrijke punten. Die worden in het akkoord opgenomen en daarmee zeggen partijen niet dat ze het er mee eens zijn, maar dat ze gedurende de looptijd van het akkoord (de zittingsduur van het college) deze punten zullen respecteren. 
Een belangrijk aspect voor een oordeel over stemgedrag van coalitiepartijen.
3. Het beleid over koopzondagen is in deze zittingsperiode van het college wat verruimd. Je zou kunnen zeggen dat het collegeakkoord is geamendeerd. En dus onderdeel is en blijft van het akkoord dat door alle coalitiepartijen gerespecteerd zal worden.
4. De schriftelijke vragen van D66 aan het college waren vragen naar de bekende weg. Als uitvoerende partij kan het college niet anders doen dan verwijzen naar het staand beleid, opgenomen in het collegeakkoord, waarvan trouwens D66 één van de ondertekenaars is.
5. Wat resteerde was de motie van CDA en Swollwacht, waarin het college wordt gevraagd om nog in december 2017 met een beslisnota te komen over nieuw beleid voor de koopzondagen: alle zondagen open. Dus de oppositie vraagt nieuw beleid tijdens de zittingsduur van dit college met het collegeakkoord dat is ondertekend door de huidige vier collegepartijen.
6. De collegepartijen zeggen vervolgens dat ze samen een afspraak hebben gemaakt en afspraak is afspraak. En stemmen dus tegen deze motie.
7. Het stemgedrag van de collegepartijen wordt dus niet bepaald door het eigen standpunt over koopzondagen, maar door de gezamenlijke afspraak, neergelegd in het akkoord. Het is dan ook onjuist om schamper te doen over het stemgedrag van bijvoorbeeld de VVD. Het is juist sterk, dat ze hun stem hebben laten bepalen door het akkoord en niet door de eigen opvatting. .
8. De collegepartijen moeten wat ook dit dossier betreft zich maar laten gelden in de campagnetijd. Dan wordt duidelijk hoe ze zelf in o.a. dit dossier zitten. Elk voortijdig oordeel over welke collegepartijen dan ook, gaat voorbij aan de waarde, de functie en de betekenis van een collegeakkoord.

3 reacties

Opgeslagen onder Zwolse politiek

31 december

Mijn TL staat bol met tweets over al dan niet winkelopening op zondag 31 december. Het springende punt is of het een inbreuk is op wat is vastgelegd in het college-akkoord of dat openstelling past binnen bestaand beleid.
In het eerste geval moeten eerst de collegepartijen overleggen, het is tenslotte hun akkoord. In het tweede geval kan het college een standpunt formuleren.
Ik volg Claudia van Bruggen, die zaterdag twitterde dat ze het college-akkoord wil honoreren, want afspraak is afspraak. Maar, de situatie rond de geluksmakelaar, die ze onvoorzien noemde, vraagt wat haar betreft een heroverweging.
Ik vind dat een zuivere benadering.
Maar dan moet je geen vragen stellen aan het college, want die valt dan vanzelfsprekend terug op het college-akkoord. Je moet in eerste instantie in overleg met je coalitiepartners en als je het eens wordt, het voorleggen aan de gemeenteraad.
Dat heeft niets te maken met achterkamertjes, en ook niet met het niet in willen zetten van gerichte raadsinstrumenten.

De eerste vraag moet dus zijn: is het een inbreuk op het akkoord of past het er binnen. En dan het goede instrument inzetten.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zwolse politiek

Koopdagen op zon- en feestdagen

Procedureel gezien is het koopzondagdossier een interessant dossier. 
De onderhandelingen voorjaar 2014 resulteren in de volgende zinsnede in het collegeakkoord:
In de afgelopen periode was er in Zwolle ruimte om op 12 zon- en feestdagen af te wijken van de vastgestelde winkeltijden. Ook in de komende periode bieden we ruimte aan 12 koop-dagen op zon- en feestdagen.” 
Er was toen geen reden voor de oppositie een motie of amendement over dit dossier in te dienen.

In de loop van de tijd nemen de geluiden over de koopzondagen toe. Dat is te merken in de krant en op social media. Via een petitie wordt de raad succesvol gevraagd het onderwerp supermarkten open op zondag op de agenda te zetten. Hoewel de coalitie er niet eensluidend over denkt, sluit ze de gelederen vanwege de afspraak in het collegeakkoord.
Conclusie: het is alleen bespreekbaar, als alle collegepartijen bereid zijn het collegeakkoord op dit dossier aan te passen.
Dat dit (nog) niet het geval is blijkt weer, wanneer de raad de motie van Swollwacht bespreekt om een referendum te houden. Naast procedurele bezwaren (dat kan alleen een raadplegend referendum zijn en dat kent de Zwolse referendum verordening niet), wordt er weer verwezen naar het collegeakkoord.
Deze gang van zaken verhindert niet dat er nog steeds inhoudelijk commentaar wordt geleverd op het standpunt over de zondagopenstelling. Op dit moment is dat vruchteloos. De stellingen zijn ingenomen.
Wat je ook vindt van het standpunt en van de duur van het collegeakkoord.

Aandacht vraagt het evenwicht in het collegeakkoord. Een belangrijk punt aanpassen van één van de collegepartijen, maakt dat specifieke punten van andere collegepartijen niet vanzelfsprekend ongewijzigd blijven. Dat is, zo zie ik het tenminste, de complicerende factor.
Het collegeakkoord biedt zelf het aanknopingspunt aan het slot van de inleidende paragraaf:
Halverwege deze collegeperiode maken we de balans op. Liggen we nog op koers? Zijn er aanpassingen nodig? Daarbij betrekken we de (landelijke) ontwikkelingen en de financiële positie van Zwolle. We voeren hierover dan graag een debat met de stad en de raad.
In plaats van dossiers nu nog steeds ter discussie te stellen, lijkt het mij verstandiger om dat moment in het voorjaar goed voor te bereiden. Welke dossiers bespreken we, hoe doen we dat en welke voorbereiding vraagt dat. En, erg belangrijk, hoe komt de Zwolse burger in dit proces aan zijn trekken.
Het gaat dan niet meer over de legitimiteit van het aan de orde stellen, want die is gegeven in het collegeakkoord. Het kan dan volledig gaan over de inhoud.
En dat zou winst zijn, welk standpunt men ook huldigt.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zwolse politiek

Supermarkt en zondag

Op dit moment kan in Zwolle een petitie worden ondertekend die vraagt om zondagsopening van alle supermarkten.
Bij 500 ondertekenaars komt het op de agenda van de gemeenteraad, heb ik begrepen.
Ik vind dit, even los van de inhoud, een interessant proces.

Bij de collegeonderhandelingen zijn door de collegefracties afspraken gemaakt. Dat geeft elke fractie ruimte om voor hen belangrijke items gerealiseerd te krijgen. Het betekent dus niet dat elke collegefractie het zelfde standpunt deelt, maar wel dat ze er mee instemmen.

De petitie op de agenda levert een debat op. Altijd nuttig.
Het blijft dat de collegepartijen hun handtekening onder het collegeakkoord hebben staan.
Ik denk dat er alleen maar wat kan veranderen als alle collegepartijen instemmen met de verandering. Dat zie ik niet gebeuren.

Als een collegepartij zelfstandig instemt met de gewenste openstelling, dan staan daarmee alle afspraken uit het collegeakkoord op losse schroeven.
Dat lijkt me niet in het belang van consistent besturen.
Dat is niet goed voor Zwolle.

6 reacties

Opgeslagen onder Zwolse politiek

Cultuurnota en collegeakkoord

Afgelopen maandag hebben we in de raad gedebatteerd over de cultuurnota.
De nota is een uitwerkingsnota voor de komende paar jaar met de vorig jaar vastgestelde cultuurvisie als onderlegger. Bij de behandeling van de cultuurvisie hebben we uitgebreid gesproken over de visie op cultuur. De constatering toen was dat er geen echte keuzes werden gemaakt. Wel is toen afgesproken om voorafgaand aan de door het college te schrijven nota met de raad van gedachten te wisselen. Dat is gebeurd en nu lag er dus de nota.

De nota (uitvoering) is geschreven vanuit de bezuinigingsopdracht, zoals die in het collegeakkoord is opgenomen. Het college heeft drie opties voorgelegd: expansie, focus en krimp. De volgorde geeft een toenemend bezuinigingsresultaat.
De finale afweging – als het gaat om bezuiniging – wordt gemaakt bij de PersPectiefNota (PPN).
Onze conclusie is, dat de keus van het college voor focus goed aansluit bij onze insteek bij het debat over de cultuurvisie. Wij vonden dat de visienota te weinig focus liet zien.
Ik herhaal ook hier: als we bezuinigen, dan doen we dat niet om overbodige cultuur overboord te kieperen (of iets dergelijks). We doen dat om het huishoudboekje sluitend te krijgen en dan moeten er keuzes gemaakt worden, ook bij cultuur.

Er ontstond tijdens het debat een ander interessante discussie, dat de volgende dag een vervolg kreeg op Twitter.
D66 pleitte er voor om niet te bezuinigen op cultuur. Daar had ze redenen voor. Waar dan wel op te bezuinigen gaan ze aangeven bij de PPN, omdat dan zoals gezegd, de finale afweging wordt gemaakt. Per interruptie vroeg ik aan D66 waarom er niet werd uitgegaan van de politieke realiteit. Namelijk dat in het collegeakkoord is opgenomen dat er op het programma cultuur substantieel bezuinigd gaat worden. Ik vond en vind dat een reële vraag die niets te maken heeft met het accepteren of onderschrijven van het collegeakkoord. Wel met de vraag, op welke manier je als niet-collegepartij invloed kunt uitoefenen.
Er kwam direct een reactie van de SP, dat elke partij toch zelf mag zeggen hoe er met cultuur moet worden omgegaan en dat je er ook staat om je achterban te laten weten wat je standpunt is. Ik ontzeg vanzelfsprekend niemand het recht om te zeggen wat hij vindt dat hij moet zeggen. Ik redeneer vooral vanuit invloed. Het collegeakkoord is bewust open gebleven over de manier waarop we afspraken gaan invullen. Niet over wat we willen gaan doen en bereiken. Kort gezegd: de doelen zijn vastgelegd, niet de manier waarop.
In dat licht past de beslisnota van het college, die drie opties aan de raad voorlegt. En dan heb ik er geen moeite mee, dat een andere partij gaat voor een andere optie, dan wij doen. Wel zal duidelijk moeten worden of de afgesproken bezuinigingsopdracht gehaald wordt.

Men vond het debat te veel geld gestuurd en er was weinig visie te horen. Dat klopt natuurlijk. De visie is ruim een jaar geleden (dus nog in de vorige collegeperiode) aan de orde geweest. Deze uitvoeringsnota kent daarnaast de koppeling met de in het collegeakkoord afgesproken bezuiniging bij cultuur.

De behandeling van de PPN wordt ook dit jaar weer een spannende aangelegenheid. Het vastleggen van een lange termijn visie gekoppeld aan de bezuinigingskeuzes die gemaakt moeten worden.
Ik ben erg benieuwd.

John van Boven

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zwolse politiek