Tagarchief: easycratie

Bankpas of muntjes?

Ik kreeg vanmorgen een artikel uit Binnenands Bestuur onder ogen (bedankt Henk). In dat artikel (http://m.binnenlandsbestuur.nl/nieuws/bankpasje-vervangt-voedselbank-of-super-sociaal.34685.lynkx) wordt beschreven dat mensen die ondersteuning nodig hebben, niet naar de voedselbank worden verwezen maar een bankpasje krijgen, waarmee afgerekend kan worden, bijvoorbeeld bij de plaatselijke supermarkt.
Er wordt via de bonnetjes gecontroleerd of het geld wel wordt uitgegeven aan zaken, waarvoor het bedoeld is. Dit aspect vraagt nog wel doordenking wat mij betreft.

Interessanter is het slot van het artikel. Men kan extra geld gestort krijgen door het verrichten van een tegenprestatie, bijvoorbeeld vrijwilligerswerk. Behalve dat ik dat een goed idee vind (eigenwarde, zelfrespect), deed me dit ook denken aan wat ik in het boek #Easycratie heb gelezen (hoofdstuk 7). In een Braziliaanse sloppenwijk kon men muntjes verdienen door te helpen met bijvoorbeeld het verzamelen van zwerfvuil, er werd betaald per ingeleverde zak huisvuil. Met de muntjes kon men een busrit betalen. Er werden dus 2 problemen tegelijkertijd aangepakt: armoede en zwerfvuil.
De schrijvers van Easycratie, Martijn Alander en Erwin Witteveen, stellen vervolgens, dat dit systeem morgen in Nederland ingevoerd kan worden. Met de verdiende muntjes kan men bijvoorbeeld kaartjes kopen voor voorstellingen. Veel voorstellingen hebben lege stoelen.
Een soort airmiles, maar dan overal te gebruiken.
Dit idee verdient uitwerking. Ik zie daar meer in dan in de bankpas. Dat vraagt nogal wat controle en wat te doen bij gebleken verkeerd gebruik?

Wie wil een Hanzelab financieren om het muntjesidee verder uit te werken?

Advertenties

1 reactie

Opgeslagen onder Zwolse politiek

Society 3.0 en de politiek

Onze wereld verandert met sneltreinvaart. Hoe vreemd is het dan te constateren dat aloude structuren nog steeds gehanteerd worden.
Deze conclusie komt bij mij boven drijven bij het lezen van het boek van Ronald van den Hoff “Society 3.0
Een voorbeeld, dat op zich weinig met politiek te maken heeft.
Een citaat (108):
Het is niet alleen droevig, het is gewoon een gekte: de overheid hanteert voor 115 duizend departementsambtenaren 30 duizend verschillende functieomschrijvingen. En deze dan: ons land is opgedeeld in provincies. Maar onze Kamers van Koophandel hebben natuurlijk een andere geografische indeling. De Belastingdienst weer een andere. En dan noem ik nog niet eens de indeling van ons land door mijn werkgeversclub Koninklijk Horeca Nederland, de Waterschapsindeling, de Rechtbankindeling of de Politieregio-indeling. Allemaal net weer iets anders. Met alle bureaucratische gevolgen van dien.

Je zou kunnen zeggen, vanuit eigen perspectief (dus van binnenuit) wordt een voor de organisatie werkbare indeling gemaakt. Niet gekeken naar bestaande indelingen. Terwijl dat toch voordelen oplevert.
Het gaat al net zoals geconstateerd in Easycratie: je moet, wil je effectief veranderen, van buiten naar binnen denken.
Of, in de woorden van Einstein: een probleem kan alle opgelost worden buiten het speelveld, het paradigma, waarbinnen dat probleem is ontstaan (112).

In het boek is een hoofdstuk opgenomen: Democratie 3.0. Een interessant hoofdstuk, omdat daar de relatie met de politiek te leggen is. Ook dan lees je dat we te weinig gebruik maken van de kennis bij burgers (en organisaties). We lezen (239):
Jammer dat er nog zoveel bestuurders zijn die denken dat zij de grote oplossers, zelfs verlossers zijn. Er zit namelijk ontzettend veel kennis verscholen onder de burgers. Het is slechts een kwestie van mobiliseren. Lukt dat, dan heb je én betere oplossingen én meer draagvlak voor die oplossingen.

Het gaat dus ook in dit boek (o.a.) over de vraag “hoe mobiliseer ik de bij anderen aanwezige kennis”. En wat zijn de randvoorwaarden voor daadwerkelijk succes.
Daar worden in Society 3.0 ook opmerkingen over gemaakt:

–  We hebben mensen nodig, die op innovatieve wijze sturing en duiding durven geven aan traditionele organisaties. En wel op zo’n manier dat de medewerkers in de gevestigde orde organisaties zich gesterkt voelen tot autonoom handelen en dus mee gaan doen met de verandering, met de organisatievernieuwing (144).
–  Covey wordt geciteerd (145): Nieuwe leiders zijn mensen, die het leven in eigen hand nemen of situaties naar hun hand zetten, zonder anderen tekort te doen. Denken in termen van synergie. Blijven leren. Open communiceren. Handelen vanuit een eigen visie.

Ik heb, als ik Society 3.0 lees, het gevoel dat we klem zitten tussen nieuwe ontwikkelingen en oude structuren. De valkuil is om de oude structuren hier en daar aan te passen, om de nieuwe ontwikkelingen en mogelijkheden een plek te geven. Maar dan krijg je dezelfde situatie als bij ingewikkelde software, die op onderdelen wordt aangepast: het wordt alleen maar trager.
We hebben geen behoefte aan een update maar aan een nieuwe release.

Er zijn zoveel nieuwe mogelijkheden om de kennis bij burgers te mobiliseren. Denk alleen al aan de nieuwe media.
Voorwaarde is wel, dat het niet gebeurt vanuit een gevoel dat het moet. Wederkerigheid is sleutelwoord. Erkennen dat je elkaar nodig hebt (149). Dat vraagt ook dat je de relaties onderhoudt, en niet alleen mobiliseert op momenten dat het specifiek aan de orde is. Als de relatie in orde is, zijn mensen geneigd te helpen (155). Betrouwbaarheid is sleutelwoord (158), maar ook de bereidheid tot delen: De ‘bereidheid tot delen’ laat betrokkenheid, verantwoordelijkheid en autonomie zien van spelers in het netwerk (159).

Ik heb het al eens betoogd tijdens een raadsvergadering. Eigenlijk moet er een nieuwe organisatiestructuur ontwikkeld worden. Hoe? Door vanuit de huidige praktijk, met alle nieuwe mogelijkheden en middelen terug te redeneren naar de benodigde structuur waarbinnen “vandaag” optimaal kan werken.

Ik kom het ook tegen in de brochure van de Raad voor Openbaar Bestuur (ROB), “Vertrouwen op democratie”.
Daar lees ik:

– Er is dringend behoefte aan een bestuursstijl, die niet in de eerste plaats wil beheersen op basis van regels, maar de dialoog zoekt op basis van de feiten. En die accepteert dat ook in de publieke ruimte permanent verantwoording moet worden afgelegd en vertrouwen moet worden geworven (3).
– De samenleving horizontaliseerde in haar verhoudingen, terwijl het politieke bestuur goeddeels als vanouds – dus uitgaande van verticale, hiërarchische gezags- verhoudingen – bleef opereren. Dat wringt (7).
– Misschien is nog wel het grootste bezwaar tegen ‘de andere kloof’ dat een belangrijk potentieel aan kennis niet wordt benut door burgers niet of nauwelijks bij besluitvorming te betrekken. In de samenleving is onmisbare kennis en ervaring aanwezig die beleidsmakers kunnen gebruiken om tot de juiste probleemanalyse en een passende oplossing te komen (39).
– Politici moeten zich niet door angst voor de burger laten regeren, maar door het besef dat zij hun werk beter kunnen doen als zij hen direct betrekken (66).

In Society 3.0 is een interview opgenomen met Kim Spinder. Trekker van het project Ambtenaren2.0. Zij maakt opmerkingen, die het waard zijn om door te geven.
– Om de problemen van nu en morgen aan te pakken moeten nieuwe verbindingen en vormen van samenwerking ontstaan. De overheid heeft al lange tijd niet meer het antwoord op de complexe vraagstukken. Het is tijd om mensen die betrokken zijn bij deze vraagstukken mee te laten denken. Met behulp van sociale media en allerhande (gratis) Web2.0 tools kan de overheid op eenvoudige wijze gelegenheidsnetwerken rondom een vraagstuk creëren en faciliteren (249).
– Voor een ambtenaar betekent dit dat hij meer als facilitator en partner moet werken in plaats van als beslisser en wetgever (250).

In Zwolle staat binnenkort de evaluatie van beginspraak op de agenda.
Het is waardevol om daar Easycratie, Society 3.0 en Vertrouwen in democratie bij te betrekken.

5 reacties

Opgeslagen onder Zwolse politiek

Easycratie, toepassen in de politiek

In zijn boek Easycratie laten Martijn Aslander en Erwin Witteveen zien, dat er meerdere manieren zijn om geld te verdienen. Of, om op een andere manier doelen te bereiken zonder te veel investeringen.
Bekende voorbeelden zijn de gratis kranten. De inkomsten komen niet meer uit abonnementen of de losse verkoop. De inkomsten worden gegenereerd door de advertentie-inkomsten. Omdat de krant gratis is, heeft het een groot lezerspubliek en is daarmee erg aantrekkelijk voor adverteerders.
Dichter bij huis: printers zijn goedkoop, maar de toner is nogal prijzig.
Kortom, er zijn slimme manieren om geld te verdienen. Maar dan moet je wel op een andere manier gaan denken.

Dat geldt ook voor de vraag, hoe kom ik aan geld, om problemen op te lossen, om dingen voor elkaar te krijgen. Ik denk aan het recente besluit om geen geld meer te besteden aan de strijd tegen graffiti.
Eerst een citaat uit Easycratie:

Citaat (pag. 115). Eind vorige eeuw lieten lokale bestuurders in een Braziliaanse sloppenwijk zien hoe je óók in een non-profitsituatie op easycratische wijze complementair geld kunt drukken om problemen eenvoudig op te lossen. De sloppenwijk had twee prangende problemen. Ten eerste was er een ongekend grote hoeveelheid zwerfvuil in de wijk. Ten tweede was er een grote armoede. De werkloosheid was hoog, er was nauwelijks werkgelegenheid, maar als de bevolking werk wilde zoeken in het stadscentrum, bleek de bus daarnaartoe onbetaalbaar. Al jarenlang poogden de bestuurders budgetten los te peuteren bij de centrale overheid om deze problemen aan te pakken. Maar tevergeefs; er was geen geld. Totdat men besloot om dan maar zélf geld te maken. De sloppenwijk liet blauwe plastic muntjes maken. Iedere wijkbewoner die dat wenste, kon deze muntjes verdienen door een vuilniszak vol zwerfafval in te leveren. Met die muntjes kon vervolgens een busrit naar het stadscentrum betaald worden. Verbluffend simpel, misschien niet de meest elegante oplossing, maar het werkte wel. In korte tijd waren twee grote wijkproblemen opgelost, waar de conventionele middelen jaren gefaald hadden. Elke wethouder in Nederland kan dit idee morgen al uitvoeren in zijn stad. Het blauwe muntje zou bijvoorbeeld een toegangskaartje kunnen zijn voor de gesubsidieerde stadsschouwburg waar overmorgenavond een voorstelling is geboekt en waar naar verwachting nog tweehonderd lege stoelen in de zaal zijn. Niemand wordt slechter van zo’n easycratisch plan. Zowel de optredende artiesten als de schouwburgdirecteur zullen er blij mee zijn als de lege stoelen gevuld worden.

Het kenmerkende van dit voorbeeld is, dat het mes aan twee kanten snijdt. Aan de ene kant worden er taken uitgevoerd, die anders vanwege de kosten waren blijven liggen. Aan de andere kant doen mensen, die aan de zijkant staan van het maatschappelijke leven, weer mee aan diezelfde maatschappij. Ze dragen zelfs bij aan die maatschappij.
Het vraagt wel een andere kijk van “het stadhuis”. Het vraagt medewerking van bijvoorbeeld de middenstand, musea, de Spiegel, de horeca en het openbaar vervoer bijvoorbeeld.
Ik zou het mooi vinden wanneer het Hanzelab een sessie wijdt aan het verkennen van de mogelijkheden.
Volgens mij vraagt het niet veel aan onderzoek. Dit kun je ‘gewoon’ doen.
Er zijn vast wel meer voorbeelden te noemen die te baseren zijn op dit principe. Er zijn genoeg creatieve mensen in Zwolle om er iets van te maken.

Binnenkort heb ik een gesprek met Hanzelab om te bekijken of we er een sessie aan kunnen wijden. Ik heb er alle vertrouwen in.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zwolse politiek

Easycratie: hoe werkt dat in een politieke omgeving


De eerste zin die Martijn Aslander in zijn boek Easycratie noteert, luidt: Bijna elk probleem in de huidige samenleving is in de kern een bureaucratisch probleem. Er zijn genoeg mensen die de oplossing al weten, maar de uitvoering wordt (nog) belemmerd door een verstikkend web van bureaucratie: regels, protocollen, procedures, hiërarchieën en een gebrek aan samenwerking.
Easycratie is een nieuwe manier van werken, organiseren en samenwerken .

Ik probeer te verkennen of we in Zwolle wat kunnen leren en toepassen van deze nieuwe manier.
Eerst een citaat uit het boek en daarna wat verkennende opmerkingen. Verkennend, niet meer dan dat. Ik hoop eigenlijk dat we met elkaar verder komen.
Op pagina 56 van het boek is het volgende citaat te lezen:

Maar organisaties kunnen ook op eigen houtje binnen de menigte zoeken, zoals het Canadese goudmijnbedrijf Goldcorp dat deed, nog ver voordat de term crowdsourcen bestond. Aan het eind van de vorige eeuw stevende het bedrijf rechtstreeks af op een faillissement. De analisten en geologen binnen de eigen organisatie slaagden er maar niet in om op het ruim 20.000 hectare grote mijnwinningsterrein voldoende nieuwe goudaders te lokaliseren. Ten einde raad bedacht de Goldcorptopman een baanbrekend plan. Hij zette alle geheime bedrijfsgegevens online en publiceerde elk geologisch puzzelstukje aan informatie – in totaal was dit 400 megabyte aan informatie. Dat was de input voor een digitale goudjacht, de Goldcorp Challenge, met een prijzengeld van ruim een half miljoen dollar, die in maart 2000 van start ging. Al na enige weken stroomden de ideeën binnen van zo’n duizend deelnemers uit vijftig landen. Een informeel virtueel leger van geologen, wiskundigen, mijnbouwingenieurs en andere externe deskundigen opperde niet alleen nieuwe winningstechnieken, maar wees ook 110 kansrijke plekken aan op het terrein van Goldcorp. Op 90 van die 110 plekken werd ook inderdaad goud gevonden. In de acht jaar na de Challenge heeft Goldcorp voor ruim drie miljard dollar aan goud uit de grond gehaald. Een deel van de winst werd uitgekeerd aan de mensen die hadden geholpen met zoeken.

Deze beschrijving is, wat mij betreft de essentie van easycratie: aanboren van in de groep aanwezige kennisIn Zwolse begrippen, al raakt het niet helemaal: Samen maken we de stad en ook beginspraak.
Het gaat dus om de rol van inwoners en van instellingen en ondernemingen in het proces van besluitvorming.

Het verhaal roept bij mij het nodige op.

  1. Buiten het stadhuis is de nodige kennis aanwezig. De vraag is dan hoe je die kennis aanboort en hoe je het proces inzet, om die kennis boven tafel te krijgen. Dat vraagt om het treden buiten je gewone manier van denken en werken.

    Citaat uit boek (p. 8): Het zijn niet alleen de bureaucratische regels die de vooruitgang belemmeren. Minstens net zo belangrijk zijn de vastgeroeste gewoontes van het individu. We hebben wel nieuwe inzichten, nieuwe krachten, nieuwe mogelijkheden, maar we kunnen er vaak nog niet mee werken. Temeer daar we gewend zijn om terug te vallen op de oude manier van denken en de bekende manier van denken. De easycratie is daarom ook een bewustwordingsproces. We moeten er aan wennen dat het van boven naar beneden aansturen van een organisatie, anders werkt dan van beneden naar boven

  2. Net als bij beginspraak en bij Samen Maken We De Stad, geldt ook hier dat het van het “stadhuis” de bereidheid vraagt te erkennen dat er ook anderen zijn, die een bijdrage kunnen leveren aan het ontwikkelen van beleid en aan het aandragen van oplossingen voor problemen.

    Citaat uit boek (P. 9): Een karakterschets van de gemiddelde easycraat zou er als volgt uit kunnen zien: het is iemand die zijn werk met enthousiasme en passie doet. Iemand die liever de handen uit de mouwen steekt dan de kantjes er afloopt. Iemand die zich niet verschuilt, maar initiatief durft te nemen en zijn nek durft uit te steken. Iemand die voelt dat de oude weg vaak niet meer de juiste is. Iemand die sociaal-maatschappelijk bewust is, verantwoordelijkheid neemt en zijn slagkracht wil vergroten. Iemand die niet zo nodig het wiel hoeft uit te vinden, maar graag gebruik maakt van de mogelijkheden die er al zijn.

  3. Als je overtuigd ben van de toegevoegde waarde van kennis van burgers en/of instellingen vraagt dat een manier van werken, die anders is dan tot nu toe gebruikelijk. Uit eigen ervaring weet ik, dat omschakelen niet mee valt. Het gaat gemakkelijker wanneer je de overtuiging hebt, dat het echt iets toevoegt.
    tegelijkertijd is er het besef, dat ongebreideld inschakelen van anderen ook te veel van het goede kan zijn. Kortom, het vraagt evenwicht.
    Ook nu weer een paar citaten uit het boek van Martijn Aslander.

    Citaat uit boek (pag. 12): De manager van de toekomst is een leider die de behoudzuchtige en de veranderingsgezinde stromingen weet te integreren en tot een ideaal evenwicht weet te smeden.
    daarnaast is er in de easycratie nog een belangrijke rol weggelegd voor de meer traditioneel ingestelde manager: tegengas geven! Een organisatie die nooit verandert, is ten dode opgeschreven, maar te veel verandering is ook niet goed.

  4. Inschakelen van betrokken burgers en instellingen, zoals we graag willen met het beginspraak-beleid betekent niet, dat de kennis van “het stadhuis” plaatsmaakt voor de kennis van burgers. Het mag geen u-vraag-wij-draaien cultuur worden en het heeft ook niets te maken met verlanglijstjespolitiek. Het heeft el alles te maken met het inzetten en gebruiken van kennis en wensen. Aan de voorkant van het proces wel te verstaan. Het zal nooit zo zijn, dat alles wat wordt ingebracht wordt overgenomen. Dat is nooit zo geweest en zo zal het ook nooit worden. De ervaring met Prinsenpoort laat zien dat geleverde inbreng en wordt herkend en helpt accepteren dat niet alles wat is ingebracht verwezenlijkt kan worden.

    Twee citaten, beiden op pagina 13:
    De beste beslissingen zijn doorgaans gebaseerd op alle in de organisatie beschikbare kennis. De beste organisatie is de organisatie die het meeste gebruik maakt van alle aanwezige kennis.

    Niet volledig gebruikmaken van dit human capital is een vorm van economische verspilling.

  5. Het gaat niet om het accepteren van een nieuwe manier van denken en werken. Het gaat om het verbeteren van organisaties. Belangrijk, wanneer het om organisaties gaat die werken ten behoeve van de leefbaarheid en van het woon- en werkklimaat van Zwolle.

    Citaat (pag. 14): Het doel van easycratie is om organisaties beter te maken, en om werken leuker en gemakkelijker te maken. Beter gebruik maken van de aanwezige kennis is de primaire brandstof van de easycratie.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zwolse politiek

Society 3.0

Dit is de titel van een boek van Ronald van den Hoff.
Ik ben nogal onder de indruk van het boek, omdat het poneert dat we onvoldoende gebruik maken van de kracht van de massa. De organisatiesystemen die we kennen, gebruiken de potentie van medewerkers die hoort bij de functie. Is zeg het wat huiselijk.Ik zie allerlei verknopingen met beginspraak en met samen maken we de stad.
Dat zag ik ook al in het boek Easycratie van Martijn Aslander.
Het helpt met mijn zoektocht naar het antwoord op de vraag op welke wijze we burgers en instellingen/organisaties nog beter kunnen betrekken bij het besturen van de stad. Wat precieser: een rol geven bij het ontwikkelen en vaststellen van beleid.

Een paar weken geleden is het initiatief Hanzelab gepresenteerd tijdens een Twiner. Kort gezegd komt het er op neer dat mensen tijd en denkkracht beschikbaar stellen om een door een organisatie aangedragen probleem te helpen oplossen. (voor informatie: info@hanzelab.nl en www.hanzelab.nl).
Ik heb bij Hanzelab de vraag neergelegd of we een keer een sessie kunnen besteden aan de vraag op welke manier we de essentie van society 3.0 kunnen inzetten in het politieke domein.
Of, anders gezegd, of we society 3.0 kunnen gebruiken voor het verder verbeteren van beginspraak. Want we zijn er nog lang niet.

Ik heb mijn verzoek op de volgende manier onderbouwd:
1. Er wordt al langer nagedacht over de switch van representatieve democratie naar deliberatieve democratie. Dus van het 1 keer per 4 jaar mandaat geven door de kiezer aan de politiek in de machtsverhouding als resultaat van de verkiezingen naar het betrekken van burgers en instellingen/ondernemingen bij het ontwikkelen van beleid.
Je zou kunnen zeggen, dat dit de stap is binnen het veld “democratie” van 1.0 naar 2.0
2. Zwolle heeft al iets van 2.0 in haar beleid. Ik denk dan vooral aan Samen maken we de Stad en Beginspraak. Principes die uitgaan van betrokkenheid van anderen (expres ruim geformuleerd) bij ontwikkelen van beleid en (ruimtelijke) plannen.
3. Mijn waarneming is dat het maar ten dele lukt. De gewenste 2.0 werkwijze wordt nog te veel geduwd in een 1.0 organisatie. Met andere woorden, de “anderen” worden in het bestaande systeem geperst, terwijl het ontwikkelen van een nieuwe orde meer voor de hand zou liggen. Daarbij horen dan vragen als
– wat zijn de consequenties voor het functioneren van het ambtelijk apparaat
– wat zijn de gevolgen voor het functioneren van de raad
– wat betekent het voor het evenwicht (vanuit het perspectief van de raad) tussen ontwikkelen en uitvoeren van beleid.
4. In “Society 3.0” wordt de stap naar 3.0 ook beschreven. Dat spreekt mij geweldig aan. Ik besef tegelijkertijd dat de stap van 1.0 naar 2.0 eerst compleet gezet moet worden. Maar ik besef ook dat het ontwikkelen wel een focus vraagt: waar willen we uitkomen, c.q. waar moeten we uitkomen. Die vraag is ook van belang voor het verbeteren van de plek van de politiek in de maatschappelijke context. Dan gaat het over het verbeteren van de relatie tussen politiek en burgers.
5. Tegen deze achtergrond zou ik een verkenning willen organiseren die duidelijkheid moet geven over de volgende onderzoeksvragen:
a. draagt het vergroten van de betrokkenheid van anderen bij ontwikkelen van beleid bij aan het verbeteren van de relatie tussen politiek en burgers
b. als dat zo is, wat betekent dat voor de kwaliteit van het ontwikkelde beleid
c. wat vraagt dat van de inrichting van het ambtelijk apparaat (omvang, verantwoordelijkheidsverhoudingen)
d. wat betekent dat voor het functioneren van de gemeenteraad.
Deze vragen moeten dan wel een uitwerking zijn van de hoofdvraag: hoe gaat over 15 jaar het besturen van een stad als Zwolle.
6. Ik zou het mooi vinden als Ronald van den Hoff een inleiding houdt over democratie 3.0 tegen de algemene achtergrond van Society 3.0. En dan 2 co-referaten. De eerste van iemand die als betrokken burger/instelling/onderneming opvattingen heeft over de betrokkenheid van de “anderen”. De tweede van iemand die binnen de eigen organisatie werkt volgens society 3.0 (of daarheen op weg is).
Van de aanwezigen wordt dan gevraagd om mee te denken over de transitie van de lokale overheid.

Ik ben reuze benieuwd of het lukt.
John van Boven

11 reacties

Opgeslagen onder algemeen, Zwolse politiek

Twiner, easycratie en Hanzelab

Gisteren was er weer een Twiner de luxe. Dat is een diner, georganiseerd voor en door twitteraars (in jargon: tweeps). De luxe omdat het ’s middags al begint met een lezing. Bob Hoogstra en Sander Dol (geestelijke vaders van de Twiner) organiseren dit normaal gesproken in Xanders Bazaar, maar nu vanwege het grote aantal deelnemers in hun onlangs aangekocht restaurant Koperen Kees.
De lezing was van Martijn Aslander over zijn boek Easycratie. Het benutten van kennis bij de mensen ( ongebruikt omdat het niet aangesproken wordt door de bureaucratische structuren. Het gaat ook over het geven van bijvoorbeeld informatie of diensten, zonder vooraf te regelen welk geldbedrag er tegenover staat. Geven vanuit de verwachting, dat het er toe doet. En dat je dus wat terugkrijgt.
Ik zie overlap met het principe van beginspraak. Ik ga dat op een later moment uitdiepen.

De reden voor dit stukje is eigenlijk de presentatie van het Hanzelab. Kort gezegd komt het neer op het aanspreken van de maatschappelijke en zakelijke kwaliteiten van betrokken Zwollenaren. Bedrijven kunnen het Hanzelab een casus voorleggen. Vervolgens gaat een aantal leden van het Hanzelab de vraagstelling (of probleemstelling) te lijf met hun denkkracht. Bedrijven betalen er voor en wel zoveel, dat ook maatschappelijke organisaties -met weinig budget – het Hanzelab een casus kunnen voorleggen.
De brainstorm vindt plaats tijdens Twiners. Diners voor tweeps.
Het Hanzelab concept (@hanzelab) is een concept dat is uitgedacht door Elsbeth Boes (@elsbethboes) en Henk Boshove (@henk038).
Gisteren bleek dat er veel animo was onder de aanwezigen.
Ik ben erg benieuwd.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder algemeen

Nieuwjaarstoespraak

Nieuwjaarstoespraak

Afgelopen dinsdag (4 januari) hebben we als ChristenUnie onze eigen nieuwjaarsreceptie gehouden. Traditiegetrouw heb ik een nieuwjaarstoespraak gehouden.
Ik heb geen aandacht gegeven aan de wapenfeiten uit het verleden en het ook niet gehad over alle dossiers die dit jaar aan de orde zijn.
Ik heb vooral aandacht gevraagd voor de manier waarop we als ChristenUnie politiek willen bedrijven.
Ik ben begonnen met een aantal citaten en verwijzingen.

In de eerste plaats twee citaten uit de kersttoespraak van de koningin:
–       vrees voor onbestemde veranderingen leidt tot onrust en onzekerheid over de toekomst. Dan komt ook het maatschappelijk weefsel onder spanning. Wanneer mensen het vertrouwde niet meer herkennen, groeit wantrouwen. Maar geduld, respect en saamhorigheid kunnen tegenwicht bieden. Het komt aan op maatschappelijke verbondenheid. De uitdaging is steeds elkaar te betrekken bij het oplossen van problemen. Wie zich deelnemer voelt, wordt ook gesterkt in besef van eigenwaarde. Wie wil meewerken aan begrip en vertrouwen zal bereid moeten zijn eigen vooroordelen onder ogen te zien en zijn handelen te toetsen op de consequenties voor medemensen en de gevolgen voor de samenleving als geheel.
–       Dagelijks merken we dat over uitgangspunten en verwachtingen ten aanzien van het algemeen belang verschillend wordt gedacht. Het gevaar bestaat dat het gemeenschappelijke wordt verzwegen en verschillen worden uitvergroot. Dan worden muren van vermeende tegenstellingen opgetrokken en verharden standpunten. Maar het is juist belangrijk te zoeken naar wat verbindt en elkaar over en weer te bemoedigen.

In de afgelopen weken heb ik het boek Easycratie gelezen. Een aanrader voor elke politicus. Zonder uitputtend te zijn gaat het over:
–       gaat over de slagkracht van in netwerk verbonden mensen, waarbij niet belangrijk is wie wat zegt, maar wat er wordt gezegd
–       het delen van kennis levert meer op dan het afschermen van kennis
–       kennis van mensen wordt onderschat en die kennis krijgt geen ruimte in bureaucratische omgeving waar hiërarchische structuren belangrijk zijn.
–       Is mogelijk door de snelle overdracht van kennis door internet. Voor iedereen toegankelijk en dus onafhankelijk van hiërarchische structuren

Ik heb ook verwezen naar beginspraak:
Betrekken van burgers bij beleidsprocessen. Dus voordat er oplossingen zijn geformuleerd. Het vooronderstelt het kunnen leveren van een bijdrage aan de oplossing. Overigens zonder die oplossingen per definitie als de juiste te zien. Het vraagt het loskomen van bestaande structuren

Onze fractie heeft in een aantal bijeenkomsten nagedacht over de plaats en de betekenis van de fractie in de gemeenteraad van Zwolle. Dat heeft geleid tot het volgende missie statement:
–       Vanuit een grote betrokkenheid op de stad Zwolle dragen wij bij aan het inrichten van de Zwolse samenleving. Dat doen we op een constructieve en betrouwbare wijze, waarbij wij de verbinding met alle Zwollenaren zoeken. Christelijke waarden inspireren ons om daarin te streven naar
– een sociale stad waarin mensen naar elkaar omzien
– een duurzame stad die als rentmeester handelt
– een stad die balans kent tussen economie, cultuur en historie
–       De ChristenUnie doet dat door te verbinden, te luisteren, door meeleven en door iedereen in de eigen waarde te laten. Hierbij laten wij ons leiden door de christelijke waarden, die de Bijbel ons voorhoudt.

Van belang voor onze manier van werken zijn dan vooral de volgende zinnen:
– verbindingen zoeken met alle Zwollenaren
– ons laten inspireren door de christelijke waarden
– verbinden, luisteren, meeleven, mensen in eigen waarde laten

Voor onze manier van werken is het volgende van belang:
–       Het gaat in de politiek van alle dag dus niet om het opleggen van onze waarden, maar vooral om het uitleggen daarvan: wat bepaalt het handelen van de ChristenUnie in de Zwolse raad
–       We erkennen dat anderen in Zwolle andere uitgangspunten hebben en dus ook andere afwegingen maken
–       Het betrekken van de eigen achterban zal een aandachtspunt moeten zijn: Hier kan de vereniging een grote rol spelen. Inventariseer waar de belangstelling van leden ligt (is deels al bekend), zodat gericht gevraagd kan worden naar reacties
–       Het betrekken van burgers bij beleidsvoorbereiding is een blijvend aandachtspunt voor de ChristenUnie.

John van Boven

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zwolse politiek