Tagarchief: gemeenteraad

Coalitie en verantwoordelijkheid

imageIn de Stentor van 1 maart stond een artikel onder de kop “Zet de ChristenUnie zich buiten spel?”
Het gaat me nu niet om de ChristenUnie, maar om kennelijk verwacht gedrag als coalitiepartner.
De journalist kan wel wat politieke bijscholing gebruiken. Denk ik.

Een gemeenteraad bestaat bij de gratie van verschil in opvattingen en standpunten van de fracties die samen de gemeenteraad vormen. Om wethouders te kunnen benoemen, heb je een meerderheid nodig in dossiers die er toe doen en die in de komende collegeperiode aan de orde komen.
Tijdens de onderhandelingen maak je afspraken over die dossiers. Afspraken die je vastlegt in het collegeakkoord. Aan die afspraken heb je je te houden als coalitiepartner en dus als ondertekenaar van het collegeakkoord.
Het collegeakkoord bestaat dus niet uit dossiers waarmee alle collegepartijen het eens zijn. Als dat zo zou zijn krijg je een grijs, nietszeggend collegeakkoord. Elke collegepartij respecteert wel de in het akkoord opgenomen standpunten en gaat dus soms voorbij aan het eigen standpunt ten behoeve van de coalitie.

Betekent dit dat alle collegepartijen bij elk dossier dat aan de orde, is een zelfde standpunt moeten innemen? Nee, natuurlijk niet. Leidend is de vraag of dat dossier opgenomen is in het collegeakkoord.
– Ja, dan ligt het standpunt vast.
– Nee, dan kan elke collegepartij naar eigen inzicht een standpunt innemen. Er is de erkenning dat elke partij een eigen afweging kan en mag maken.
Soms is het verstandig dat er overleg is om te bekijken of er gemeenschappelijkheid te verkrijgen is. Maar als het om zaken gaat die tot de wezenskenmerken van een fractie behoren, dan zal dat niet altijd lukken. Maar daarmee zet je de coalitie niet onder druk.
En dat is, wat de Stentor wel suggereert. En dat is jammer en nergens voor nodig.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder ChristenUnie Zwolle, Zwolse politiek

regeerakkoord en de gemeente

Hieronder zonder commentaar een droge opsomming van zinnen, waarin in het regeerakkoord de gemeente wordt genoemd. Met paginanummer.

Er is werk aan de winkel. In meerdere opzichten.

– gemeente moet bijstandsuitkering 3 maanden stoppen, wanneer niet voldaan wordt aan sollicitatieplicht p6
– winkeltijden op zondag aan gemeente p10
– 256 miljoen uit gemeentefonds tbv onderwijshuisvesting p18
– zorg: aansluiten bij wat mensen nodig hebben en wat gemeenten kunnen doen p23
– gemeenten worden geheel verantwoordelijk voor de activiteiten op het gebied van ondersteuning, begeleiding en zorg p23
– De combinatie van de introductie van inkomensafhankelijke zorgfinanciering en het organiseren van zorg dicht bij mensen maakt beperking, vereenvoudiging en decentralisatie mogelijk van regelingen als compensatie eigen risico, de aftrek specifieke zorgkosten en de wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten. Hieruit wordt een nieuwe gemeentelijke voorziening gefinancierd met een omvang van ruim 750 miljoen p24
– De gemeenten wordt een zeer ruime beleidsvrijheid gegeven met betrekking tot de concrete invulling van deze gedecentraliseerde voorzieningen p24
– De jeugdzorg wordt in 2015 gedecentraliseerd naar gemeenten. De decentralisatie omvat alle onderdelen: de jeugdzorg die nu een verantwoordelijkheid is van de provincie, de gesloten jeugdzorg onder regie van Volksgezondheid Welzijn en Sport, de jeugd-GGZ die onder de ZVW valt, de zorg voor lichtverstandelijk gehandicapten jongeren op basis van de AWBZ en de jeugdbescherming en jeugdreclassering van Veiligheid en Justitie p25
– Consultatiebureaus worden verplicht kinderen voor wie taalachterstand dreigt, door te verwijzen naar vroeg- en voorschoolse educatie. Sluitende samenwerking tussen gemeenten en scholen moet waarborgen dat achterstanden spoedig mogelijk en in ieder geval voor het eind van de basisschoolperiode zijn weggewerkt p25
– De decentralisatie moet ertoe bijdragen dat de eigen kracht, het sociale netwerk en de voorzieningen in een gemeente beter worden benut. Het accent zal steeds liggen op participatie in de samenleving p25
– De nieuwe Jeugdwet waarborgt de gemeentelijke beleidsvrijheid. Elementaire kwaliteitswaarborgen voor cliënten blijven wettelijk verankerd p25
– We bevorderen samenwerking van gemeenten, bedrijven, scholen en sportverenigingen p25
– Met gemeenten willen we bevorderen dat er bij de aanleg van nieuwe wijken voldoende ruimte voor sport en bewegen is p25
– De wietpas vervalt, maar de toegang tot coffeeshops blijft voorbehouden aan ingezetenen die een identiteitsbewijs of verblijfsvergunning, samen met een uittreksel uit het bevolkingsregister kunnen tonen. De handhaving van dit ingezetenencriterium geschiedt in overleg met betrokken gemeenten en zonodig gefaseerd, waarbij wordt aangesloten bij het lokale coffeeshop- en veiligheidsbeleid zodat er sprake is van lokaal maatwerk p28
– Voor stemmen bij gemeenteraadsverkiezingen, naturalisatie en het niet verliezen van het verblijfsrecht bij het aanvragen van een bijstandsuitkering geldt nu een periode van vijf jaar. Die wordt verlengd tot zeven jaar p32
– Woningbouwcorporaties moeten weer dienstbaar worden aan het publiek belang in hun werkgebied. Hun taak brengen we terug tot het bouwen, verhuren en beheren van sociale huurwoningen en het daaraan ondergeschikte direct verbonden maatschappelijke vastgoed. Corporaties komen onder directe aansturing van gemeenten. Gemeenten met meer dan honderdduizend inwoners krijgen extra bevoegdheden p33
– De instroom in de sociale werkvoorziening in zijn huidige vorm stopt met ingang van 1 januari 2014. Gemeenten krijgen binnen de wettelijke kaders ruimte om zelf beschut werk als een voorziening te organiseren. Er is geld om via deze voorziening structureel uiteindelijk dertigduizend werkplekken te realiseren afgestemd op honderd procent van het wettelijk minimumloon. De verplichting voor gemeenten om één op de drie vrijgevallen plaatsen in de sociale werkvoorziening op te vullen vervalt p35/36
– Op de bij gemeenten en UWV beschikbare re-integratiemiddelen wordt een doelmatigheidskorting doorgevoerd, mede in het licht van grote decentralisaties zoals bij de Participatiewet p36
– Om de onderlinge afstemming van onderwijs, peuterspeelzaalwerk en kinderopvang te optimaliseren wordt de financiering van het peuterspeelzaalwerk onder de Wet Kinderopvang gebracht. Daarbij zal bestaande gemeentelijke financiering worden betrokken. Belemmeringen voor samenwerking zullen op basis van de ervaringen in de nu lopende pilots worden weggenomen. De bestaande minimumeisen aan voor- en vroegschoolse educatie worden onderdeel van de afspraken. Financieringsstromen stemmen we op elkaar af p36
– Het overbrengen van een groot aantal taken van het Rijk naar gemeenten maakt meer maatwerk mogelijk en vergroot de betrokkenheid van burgers. Gemeenten kunnen de uitvoering van de taken beter op elkaar afstemmen en zo meer doen voor minder geld. Hiertoe biedt het Rijk hen ruime beleidsvrijheid p41
– Voor de lange termijn hebben wij het perspectief van vijf landsdelen met een gesloten huishouding en gemeenten van tenminste honderdduizend inwoners voor ogen p41
–  Decentralisaties zullen in principe gericht worden op 100.000+ gemeenten. Gemeenten benutten mogelijkheden om bewoners van wijken, buurten en dorpen te betrekken bij zaken die hen raken p41
– We nodigen provincies uit om met gemeenten initiatieven gericht op vergroting van de gemeentelijke schaal te bespreken p41
– Het wetsvoorstel tot vermindering van politieke ambtsdragers met 25 procent zal worden aangepast. Het aantal gemeenteraadsleden daalt tot het aantal dat bestond voor de dualisering van het gemeentebestuur. We verwelkomen het initiatief op dit punt vanuit de Tweede Kamer. Dat geldt ook voor het initiatief tot deconstitutionalisering van de aanstelling van de burgemeester en de commissaris van de Koningin. De voorgestelde daling van het aantal provinciale politieke ambtsdragers zal wel 25 procent blijven p41

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder algemeen

Terugblik raadsvergadering van 9 mei

Afgelopen maandag is er het nodige gepasseerd. Een paar zaken zijn blijven hangen in mijn gedachten.
In de eerste plaats is dat het niet goedkeuren van de benoeming van Martin Knol als voorzitter van het bestuur van Openbaar Onderwijs. Ik begrijp dat niet zo goed.
De rol van de raad bij dergelijke benoemingen is vooral procedureel technisch. Zijn er geen belangentegenstellingen of situaties van dubbele petten. Het bestuur draagt voor en heeft dus een inhoudelijke verantwoordelijkheid.
De raad bekrachtigt (of niet) de voordracht.

Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat er vooral geoordeeld is op een politieke manier. De ervaring met Martin Knol als wethouder is voor een meerderheid bepalend geweest bij een oordeel over de voordracht van het bestuur van Openbaar Onderwijs. Dat zijn twee verschillende werelden die nu onterecht aan elkaar geknoopt zijn.

Er lagen ook moties ter tafel over de wijze waarop de gemeente is omgegaan met de vergunningen aan de Venestraat, waardoor er een verbouwing tot studenteneenheden dreigt waarvan een paar jaar geleden is afgesproken dat dit niet de bedoeling is. Daartoe zou het bestemmingsplan worden aangepast. Dat heeft de gemeente verzuimd.
De moties hebben nadrukkelijk uiting gegeven aan het ongenoegen van de raad.

Het verontrustende is, vind ik, dat dit niet op zich staat.
Ik denk aan de gang van zaken bij ZoSaWe, die laat zien dat de interne controle te wensen overlaat, aan de botsing van belangen van de Bagijneweide en de basisschool de Aquamarijn. Nu dus de Venestraat, maar ook de gang van zaken met het Cultuurhuis. Stond maandag ook op de agenda. Ik mis alertheid en het optreden wanneer zaken gaan zoals het niet bedoeld is. Het komt dan in de vertraging en de raad moet dan achteraf besluiten accorderen die het college al genomen heeft vanwege de tijdsdruk. Dat besluit heeft de raad geaccepteerd, maar heeft daarnaast ook stilgestaan bij de achterliggende zaken.
Desgevraagd zei de wethouder dat hij het misschien eerder had kunnen weten, in ieder geval had hij het wel eerder willen weten. Dus college, op zoek naar wat te doen om het willen te wijzigen in het kunnen.

Alles bij elkaar bracht mij er toe om onze bijdrage over de perikelen van het Cultuurhuis af te sluiten met de opmerking dat de gemeente prat gaat op het predicaat investor in people, maar dat het nu tijd wordt te investeren in processen.
We hebben de eerste stappen gezet om dit bespreekbaar te maken.

John van Boven

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zwolse politiek