Tagarchief: Hoogbegaafdheid

Hoogbegaafdheidsonderwijs, zo kan het

Hoogbegaafdheid krijgt gelukkig steeds meer aandacht. En dat is geen overbodige luxe.
De afgelopen weken zijn mij een paar zaken duidelijk geworden, waar ik eerst niet bij heb stilgestaan.
In de eerste plaats het dilemma moet er worden aangesloten bij de intellectuele mogelijkheden van het kind of moet juist rekening worden gehouden met de sociaal-emotionele ontwikkeling. Bij hoogbegaafde leerlingen lopen die beide aspecten niet vanzelfsprekend in de pas.
Een andere vraag is of je als school in staat bent het onderwijs aan te passen aan het kind. Het kan niet zo zijn dat er een vorm van onderwijs wordt aangeboden, waaraan het kind zich maar moet aanpassen.
De rijkdom aan onderwijsvormen aan de andere kant van het spectrum steekt vaak schril af bij de beperkte vormen die (kunnen) worden aangeboden als het gaat om onderwijs aan hoogbegaafden.

Ik heb vandaag een bezoek gebracht aan de Klokbeker in Zwolle-zuid. Ik ben daar hartelijk ontvangen door de directeur Hans Veldsink die alle tijd had voor een goed gesprek en veel informatie gaf.
Zijn school werkt volgens natuurlijk leren, waarbij het minder gaat om verworven kennis maar meer om verworven vaardigheden.
De school is ingedeeld in drie eenheden: groep 1, 2 en 3; groep 4, 5 en groep 6, 7 en 8. Dat maakt het mogelijk om binnen een eenheid leerlingen zo te groeperen, dus door de groepen van de eenheid heen, dat leerlingen die vergelijkbaar ver zijn, samen les krijgen.
In mijn ogen helpt dat om het verschil in intellectuele en sociaal-emotionele ontwikkeling kleiner te maken (zie het dilemma waarmee ik dit blog begin).
Het aardige vind ik dat deze vorm van onderwijs niet is ontwikkeld voor onderwijs aan hoogbegaafde kinderen, maar dat het gaat om het vergroten van de kwaliteit van onderwijs, waarbinnen hoogbegaafde leerlingen blijkbaar aan hun trekken kunnen komen.

Er komt wel iets merkwaardigs om de hoek kijken. Omdat het onderwijs is toegesneden op de mogelijkheden van het kind (er wordt bijvoorbeeld gewerkt met een portfolio en niet met rapporten) kan de inspectie er minder mee uit de voeten. Omdat de leerlingen de school ervaren binnen een eenheid, bijvoorbeeld de eenheid groep 4,5, kunnen ze voor de ene doelstelling binnen een vak al halverwege groep 5 zijn, maar voor een andere doelstelling halverwege groep 4. Aangezien de inspectie per klas de resultaten bekijkt kunnen er minder goede inspectierapporten voor de school uit rollen.
Daar waar de school niet vanuit een vast systeem werkt waarbinnen de leerling zijn plek maar moet zien te vinden, beoordeelt de inspectie de resultaten wel op basis van dat systeem.
Het lijkt mij belangrijker te weten hoe de ouders de school ervaren, wat de leerkrachten er van vinden en of het voortgezet onderwijs uit de voeten kan met de kennis en vaardigheden van deze leerlingen.
Het lijkt mij bij deze vorm van onderwijs belangrijker om horizontaal (de directe omgeving en betrokkenen) te beoordelen dan om dat verticaal (inspectie) te doen.
De inspectie zou zich moeten aanpassen en niet de school.

Er is meer te zeggen, maar dan wordt dit blog wel heel erg lang.
Het was een leerzaam bezoek en meer dan de moeite waard.

Advertenties

23 reacties

Opgeslagen onder Zwolse politiek

Is hoogbegaafd een probleem?

Ik kreeg gisteren een mailtje van een moeder van een hoogbegaafd kind met een uitvoerige brief als bijlage.
In die brief maakt deze moeder mij deelgenoot van de zoektocht naar het antwoord op de vraag wat het beste voor haar zoon is. Wat hoort leidend te zijn voor een jochie van 5 jaar? Aansluiten bij zijn intellectuele mogelijkheden of zorgen voor een vertrouwde sociaal emotionele omgeving. De praktijk wijst uit dat dit niet vanzelfsprekend samen gaat.
Deze moeder beschrijft haar wederwaardigheden op een manier die laat zien dat er veel begrip voor de school is. Dat vind ik knap.

Maar dat neemt niet weg, dat erg duidelijk wordt dat – algemeen gesproken – het onderwijs het hoogbegaafdheids-ei van Columbus nog niet ontdekt heeft.
Daardoor staan kinderen in de kou en vragen ouders zich af wat wijsheid is.
Hoogbegaafdheid is geen luxe-probleem. Het is een wezenlijk probleem. Het onderwijs kan erg goed uit de voeten met de andere kant van het spectrum: voor leerlingen met minder intellectuele bagage zijn er weet ik hoeveel vormen van onderwijs. Voor veel gedragsstoornissen is er wel een onderwijsvorm.
In de 21ste eeuw wordt nog steeds geworsteld met de vraag wat de beste benadering is van hoogbegaafde kinderen.

Ik vind het belangrijk dat het onderwijs deze kinderen niet in een bestaand systeem perst, maar dat de onderwijsvorm maatwerk wordt. Dat betekent vaak een andere benadering dan men als leerkracht gewend is.
Leerkrachten, laat je adviseren door deskundigen, ga niet al werkende weg het wiel uitvinden. Besef dat er in Zwolle veel deskundigheid is.

En, ik herhaal het nog maar eens, Pabo’s, pas je onderwijs aan. Leidt toekomstige leerkrachten op om ook aan hoogbegaafde kinderen goed onderwijs te kunnen geven.

Toch raar om in de media te moeten lezen dat het onderwijs niet echt verder komt met passend onderwijs. Treurig.

6 reacties

Opgeslagen onder algemeen

Open brief aan het BLOZ over hoogbegaafdheid

Beste leden van het BLOZ,

Al voor de zomervakantie heb ik u, via een mail aan uw secretaris, gevraagd om een gesprek over de stand van zaken met betrekking tot hoogbegaafdheid.
Ik was, en ben nog steeds, benieuwd naar de ontwikkelingen op het gebied van onderwijs aan hoogbegaafde leerlingen. Vooral ook, omdat ik graag wil weten hoever Zwolle is met het dekken van de behoefte aan deze vormen van onderwijs.
Inderdaad, meervoud. Want ik heb langzamerhand geleerd dat aan deze kant van het spectrum een even grote behoefte bestaat aan maatwerk, als aan de andere kant van het spectrum.
Ik heb nog steeds geen inhoudelijke reactie gekregen. De behoefte daaraan is ondertussen wel toegenomen.

Op verzoek heb ik een dossier bekeken van een leerling die noodzakelijkerwijs van school is veranderd. Hij is van Zwolle naar Meppel gegaan. Bij het bekijken ging het vooral over het al dan niet toewijzen van vervoerskosten. Daarbij is de vraag relevant of het type onderwijs dat nodig is, in Zwolle voorhanden is. Vandaag las ik een tweet van een vader die meldde dat zijn zoon ook naar Meppel gaat. Ook vandaag las ik in de Stentor dat in Nieuwleusen gestart wordt met Leonardo-onderwijs.

Ik pleit niet voor welke invulling dan ook voor onderwijs aan hoogbegaafde kinderen. En dan vooral voor onze jonge Zwollenaren. Ik pleit wel nadrukkelijk voor onderwijs dat tegemoet komt aan de behoefte. Het zal langzamerhand toch duidelijk zijn dat ook hier maatwerk geboden is, omdat de ene hoogbegaafde de andere niet is.

Ik merk dat de opvattingen nog niet eenduidig zijn. Dat is lastig voor het maken van beleid ten behoeve van de regelgeving op het gebied van leerlingenvervoer: wanneer is volgen van onderwijs buiten Zwolle (of in een andere wijk van Zwolle) gerechtvaardigd. Wie nemen daarover een beslissing en hoe zorg je er voor dat die beslissingen erkend worden. Dat vraagt naar mijn mening een verregaande samenwerking tussen de scholen onderling om een zo hoog mogelijke dekkingsgraad te realiseren. Dat vraagt ook een goede samenwerking tussen het onderwijs en de politiek.
Niet alleen omdat de politiek zich ook verantwoordelijk wil weten voor de kwaliteit van het Zwolse onderwijs. Maar ook omdat er nog al wat raakvlakken zijn die een gezamenlijk optrekken en gezamenlijk besluiten noodzakelijk maken.

Ik vraag u, leden van het BLOZ, nogmaals, kunnen we op korte termijn een afspraak maken over onderwijs aan hoogbegaafde leerlingen.
Voor de duidelijkheid, deze vraagstelling is specifieker dan het onderwerp passend onderwijs, waarover u onlangs een bijeenkomst hebt willen beleggen.

Ik hoor graag van u.
Zwolle, 21 december 2011

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zwolse politiek

Hoogbegaafdheid

Gisteren heb ik een inspirerende ontmoeting gehad met Willem Wind. Willem is bezig met een voettocht door Nederland om hoogbegaafdheid onder de aandacht te brengen (http://lopenvoorhoogbegaafdheid.nl).
Het gesprek ging ook over onderwijs aan hoogbegaafden, maar dat niet alleen. Het onderwerp was veel breder. De problematiek van hoogbegaafd zijn in het algemeen. De andere manier van benaderen; het beelddenken; de soms chaotische manier waarop een onderwerp wordt benaderd.
Mijn belangstelling betreft vooral het onderwijs.
Ik was verrast door de benadering van Willem. Hoe hij aankijkt tegen het onderwijs.
Er zijn, aldus Willem, 3 aspecten belangrijk voor een hoogbegaafde: zelfstandigheid, ruimte en perspectief.
Een HB leerling moet op zijn eigen manier zich kunnen ontwikkelen. Niet  op het moment dat de onderwijsmethode ergens aan toe is, maar wanneer de leerling er aan toe is. Dus niet de leerling aan het systeem aanpassen, maar het systeem aan de leerling. Denken vanuit het individu. Dat kan ook, wanneer je die leerling de ruimte geeft om op zijn eigen manier kennis op te doen. Het resultaat is dan belangrijker dan het proces. Gun een leerling zijn eigen ontdekkingstocht en laat hem toegeven aan zijn nieuwsgierigheid naar nieuwe dingen.
Een andere opmerking vond ik ook verrassend. Laat hoogbegaafde volwassenen “uit de kast komen”. Zij kunnen dienen als rolmodel. Mij schoot te binnen, laat ze superpromoter zijn (ik verwijs naar het boek van Rijn Vogelaar, de Superpromoter).

Willem Wind in gesprek met wethouder Filip van As

Na een uur zetten we ons gesprek voort op de kamer van onderwijswethouder Filip van As. Daar verkenden we de mogelijkheden om verder te komen. Een goed gesprek is nuttig, maar het is mooi als het ook leidt tot concrete stappen voorwaarts.

Wat zijn mijn eigen gedachten hierover, naar aanleiding van deze ontmoeting.
Ik ga de onderwijswoordvoerders deelgenoot maken van mijn ervaringen van gisteren.
Er moet dmv het BLOZ een gesprek komen met het onderwijsveld. Dat gesprek kan een vervolg zijn op het gesprek van zo’n twee jaar geleden. Maar nu toegespitst op de problematiek van hoogbegaafdheid. De krachten moeten worden gebundeld. Het zou mooi zijn, en dat is nieuw, wanneer aan dat gesprek ook hoogbegaafde volwassenen meedoen. Ze als het ware inzetten als superpromoter. Ook leerlingen waarover het gaat laten meepraten.
Dat moet resulteren in een plan de campagne. Op basis van wat er al gedaan wordt en vervolgens, kijkend naar waar we uit willen komen, een marsroute formuleren. Dat zou mooi zijn.
Reacties zijn welkom.

John van Boven

1 reactie

Opgeslagen onder Zwolse politiek