Tagarchief: politiek

Politiek en afwegingen

De gang van zaken in Amsterdam met het rapport in de la, laat (weer) zien dat in de politiek andere afwegingen worden gemaakt dan in de gewone mensenwereld.

Wat is het geval.
In een vorige collegeperiode heeft D66 (toen oppositie) nogal afgegeven op het onderwijsbeleid van Asscher (PvdA). Het huidige college heeft onderzoek laten doen naar dit beleid. En wat blijkt, het is vergeleken met andere steden, succesvol te noemen.
Dat komt de onderwijswethouder (D66) dus niet uit. Het rapport gaat de la in met medeweten van de fractievoorzitter van D66.
De PvdA zit niet in het huidige college. De gemeenteraad wordt niet geïnformeerd.

Men komt er achter, dat het rapport in de la is verdwenen. Dat vraagt om een debat in de Amsterdamse raad. Dat debat is nu, woensdagmiddag en -avond, bezig.
Je zou denken dat de wethouder geen vertrouwen meer krijgt. In de politiek is achterhouden van informatie een zogenaamde doodzonde.

Hoe wordt het nu gebracht.
In het rapport zijn niet met alle gevraagde gemeenten vergelijkingen gemaakt. Daarom is aan het onderzoeksbureau aanvullende rapportage gevraagd.
Voor mij zijn er dan 2 vragen:
– Wanneer is dat aanvullend onderzoek gevraagd? Direct na het verschijnen van het rapport, of later. Bijvoorbeeld toen bekend werd dat het rapport al een tijdje in de la lag.
– Waarom is de raad niet geïnformeerd over deze gang van zaken. Als een rapport niet alle gevraagde informatie bevat, is het toch te begrijpen dat de aanvullende informatie wordt gevraagd en dat gewacht wordt met behandelen als de rapportage compleet is.

Of heeft de handelwijze alles te maken met het D66-oordeel over het onderwijsbeleid van de vorige wethouder, wat blijkbaar haaks staat op de conclusies van het rapport.

Op social media wordt gezegd dat de coalitiepartijen, D66, VVD en SP de wethouder niet zullen laten vallen. De enige conclusie is dan dat het partijpolitieke overwegingen zijn die hier een rol spelen.
Dus geen oordeel over het handelen van de wethouder (verleden), maar een standpunt met het oog op het behoud van de coalitie (toekomst).

De politiek heeft inderdaad zijn eigen afwegingen.

Advertenties

2 reacties

Opgeslagen onder algemeen

Kanteloverwegingen

Ik heb de afgelopen dagen het kantelproces via de media van de zijkant gevolgd.

Ik moest daarbij aan verschillende dingen denken.
Ik ben er van overtuigd dat kantelen pas lukt als je het samen doet met alle betrokkenen en wanneer je aansluit bij eerdere activiteiten op dit punt.

Om met het laatste te beginnen.
Wat ik van de initiatieven nu zie, is dat het de start lijkt van wat nieuws. Maar, denk ik dan, waarom geen vervolg gegeven aan wat “Samen maken we de stad” is gaan heten en later “Interactieve beleidsvorming”? Waar staat de citybattle in dit proces? Welke rol kan de ideeënmakelaar krijgen?
Deze activiteiten laten vooral zien hoe belangrijk het is om de structuur, de manier waarop gewerkt wordt, de organisatievorm, aan te passen aan de rol die anderen dan de gemeente, organisaties dus en burgers, krijgen.
Ik heb vaak geroepen in de raad, dat deze werkwijze geen effect sorteert, wanneer de nieuwe partners “alleen maar” in het bestaande systeem worden ingepast. Nieuwe verhoudingen vragen een nieuwe onderlinge samenwerking en een geherdefinieerde verantwoordelijkheid. En dus een heel nieuw systeem.

Daarmee kom ik op het eerste punt.
Kantelen sorteert alleen effect als je het samen doet. Het gevaar zit er in dat de beweging die nu vanuit de Zwolse samenleving op gang komt, in dezelfde fout vervalt als de gemeente bij haar idee van samenwerking met anderen.
De gemeente kan niet zonder burgers. Maar dat geldt ook andersom: burgers kunnen niet zonder de gemeente.

Ik las dit weekend een artikel van Jaring Hiemstra: ” Smart government: de noodzakelijke stap in organisatievernieuwing van de publieke sector”. (http://www.hiemstraendevries.nl/nieuws/117-smart-government-de-noodzakelijke-stap-in-organisatievernieuwing-van-de-publieke-sector).
Hiemstra baseert zich in zijn artikel op drie overtuigingen, waarvan de volgende van belang is voor dit stukje:
Partners en burgers worden veelal gezien als groepen die geen deel uitmaken
van de organisatie. Ze zijn ‘toeleveranciers’ waarvan diensten moeten worden ingekocht en ‘afnemers’ die mogen meepraten en feedback geven. Door te onderkennen dat partners en burgers essentiële waarde toevoegen, worden zij onderdeel van de oplossingen.

Ik herken me hierin helemaal. Ik heb jaren geleden artikelen geschreven over de relatie van lokale overheid met haar burgers. Daarin stelde ik ondermeer dat de burger geen potentiële vijand is maar partner in het proces. Burgers niet oplossingen voorhouden, maar met hen kijken hoe problemen kunnen worden aangepakt en opgelost.

Het lijkt me niet verkeerd wanneer, in het kader van het kantelproces, Jaring Hiemstra wordt uitgenodigd om zijn visie toe te lichten.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zwolse politiek

Geleide politiek?

De afgelopen dagen stonden de politieke verhoudingen tussen landelijke en plaatselijke politiek in de schijnwerpers. Zomaar drie voorbeelden.

1. De SP in Kampen stapt uit het college, naar gezegd, omdat het partijbestuur hevige druk uitoefende op de Kamper fractie inzake het zorgdossier. Dat ging zo snel, dat de SP-wethouder zelf verrast werd door de actie en de fractie een dag bedenktijd gaf om terug te keren op hun schreden. Wat overigens niet is gebeurd.
2. De fractievoorzitter van D66 in Den Bosch is afgetreden, omdat het landelijk bestuur vond dat de fractie koste wat het kost een wethouder moest leveren, desnoods met inleveren op zaken die voor de plaatselijke D66 fractie principieel zijn. 
In een tweet heb ik dat geduid als “het landelijk doel heiligt de plaatselijke middelen”.
3. Vandaag (maandag 15 december) las ik dat een Amsterdams stadsdeelbestuur is afgetreden omdat ze overhoop ligt met Hans Spekman en zijn mede-partijbestuursleden.

Vroeger had je de geleide economie: de ordening van het economisch gebeuren door de overheid.
Het gaat er, lijkt het wel, op lijken dat we een politiek equivalent krijgen: het ordenen van de plaatselijke politiek door landelijke partijbesturen.

Moeten we dat willen?
Ik vind van niet.
Het is onvoldoende recht doen aan specifieke plaatselijke omstandigheden en politieke verhoudingen.

Gemeenteraadsfracties: houdt uw rug recht!

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder algemeen

Politiek en burgers

De laatste jaren is de rol van burgers tussen verkiezingen in, steeds groter geworden. En terecht.
Toch doet zich het merkwaardige fenomeen voor, dat men een kloof ervaart tussen politiek en burger.
In zijn boekje “tegen verkiezingen” analyseert David van Reybrouck deze ontwikkelingen.
Hij beschrijft de discrepantie tussen aan de ene kant het grote vertrouwen in de democratie en aan de andere kant de roep om sterke leiders en steeds groter wordend wantrouwens jegens de politiek.
Het gaat, zegt van Reybrouck en ik ben het helemaal met hem eens, om het evenwicht tussen legitimiteit (beleid wordt gedragen) en efficiency (snelheid van besluitvorming).
Op beide fronten is er crisis.
Op het front van legitimiteit: steeds minder mensen gaan stemmen, er wordt grilliger gestemd en steeds minder mensen zijn lid van een politieke partij.
Op het front van efficiency: jarenlange procedures voordat wetten worden vastgesteld, formaties duren langer en regeringen worden sneller afgestraft. Kortom, besturen gaat steeds trager.

Het democratisch vermoeidheidssyndroom, zoals Van Reybrouck dat noemt, kent vier diagnoses. Het is de schuld van:
1. politici. Zij zijn vervreemd van de noden en grieven van de modale bevolking. Vroeger werd je verkozen, omdat je iets betekende in de samenleving. Nu gaan ze iets betekenen, omdat ze worden verkozen.
2. de democratie. Vanwegede traagheid en omslachtigheid van democratische besluitvorming.
3. de representatieve democratie. Het gaat steeds minder om het volk te dienen en steeds meer om om een machtstrijd tussen politieke partijen.
4. De electoraal-representatieve democratie. Democratie is gereduceerd tot representatieve democratie en die weer tot verkiezingen. Daardoor wordt gewicht van komende verkiezingen groter dan van vorige verkiezingen.

Ik herken heel veel van wat Van Reybrouck beschrijft.
Er moet hard worden nagedacht over het vergroten van burgerbetrokkenheid tussen de verkiezingen.
Aandachtspunten zijn het gevaar van populisme, het de burger naar de mond praten, én het verlies van effiency. Bovendien hebben politici niet te maken met DE burger. Wel met burgers met vaak tegengestelde belangen.

Ik mag hopen dat de onderhandelingen, die nu aan de gang zijn, een hoofdstuk in het collegeakkoord opleveren, dat beschrijft welke plek en welke rol burgers hebben in besluitvormingsprocessen.
En ook: wat dat betekent voor het functioneren van raad, college en ambtelijk apparaat.

3 reacties

Opgeslagen onder algemeen

Spoeddebatten en geloofwaardigheid

In 2007 besluit de 2e Kamer aan zelfreflectie te gaan doen. Dat levert een rapport op dat in 2009 wordt besproken en vastgesteld.

Eén van de conclusies is, dat het aantal spoeddebatten, dat in de 2 jaar daarvoor explosief is gestegen, moet worden verminderd. Ze moeten, om het instrument niet bot te laten worden selectiever worden ingezet.
Dat is dus een oproep aan de Kamerleden zelf, want de regelgeving wordt niet aangepast.

In maart 2011, nog geen twee jaar later, lezen we in de media dat het aantal spoeddebatten de pan uit rijst. Het blijft bij een constatering.

Weer ruim 2 jaar later, november 2013, lezen we dat de VVD wat wil doen aan het grote aantal spoeddebatten. Deze keer wordt wel voorgesteld de regeling aan te pakken: in plaats van 30 benodigde handtekeningen wordt voorgesteld dit te verhogen naar 50.

Een paar opmerkingen.
1. Als de Kamer zich al niet weet te houden aan de door haar zelf gemaakte afspraken, wat moet ik dan met de rest van de Kamerbesluiten?
2. Aanpassen van de regeling (van 30 naar 50 handtekeningen) is niet veel meer dan curieren am Symptom. Er wordt voorbij gegaan aan de oorzaak van de behoefte. Volle agenda’s maken dat de actualiteit weken later aandacht krijgt. En dat komt, denk ik, doordat de Kamer onvoldoende vermogen heeft hoofd-van bijzaken te scheiden.

Kortom, de geloofwaardigheid van de Kamer is in het geding. En dan te bedenken dat ik dit allemaal tegenkom, nadat ik het boek gelezen heb van Van Reybrouck, getiteld ‘Tegen verkiezingen’.
Bij mijn afscheid uit de raad vroeg ik me al af hoe Thorbecke vandaag zijn huis zou inrichten.
Ik word daar hoe langer hoe nieuwsgieriger naar.

1 reactie

Opgeslagen onder algemeen

Het demasqué van Wilders

Ik heb zaterdag met stijgende verbazing geluisterd naar de verklaring van Wilders. Ik zal uitleggen waarom. Drie zaken voerden de boventoon: opkomen voor de AOW-ers, lak hebben aan Brussel met z’n 3% norm en het recht houden van de rug.

Waar komt dan mijn verbazing vandaan? Puntsgewijs.

1. Allereerst het moment. De overwegingen die Wilders aanvoert, had hij ook (bijv) 3 weken geleden kunnen aanvoeren. Ze hebben niets te maken met het moment en nog minder met de doorrekening. Het onderhandelingsresultaat ging doorgerekend worden. Het commentaar van Wilders ging niet over de uitkomsten, maar over de voorstellen zelf. Wat ook opviel in de verklaring was dat Wilders wel aangaf wat hij niet wilde, maar niet aangaf hoe hij zelf de oplossing ziet.
2. Dat opkomen voor de AOW-ers heeft wat hilarisch. Wat gaf hij na de verkiezingen in 2010 het eerste prijs? Het voorkomen van het verhogen van de pensioenleeftijd.
Hij ziet AOW-ers staan zolang het in zijn kraam te pas komt.
3. Dat zelfde geldt eigenlijk ook voor zijn opmerking over Brussel. De normen vanuit Brussel kunnen goed gebruikt worden als het over Griekenland gaat. In de Nederlandse situatie komt het niet zo goed uit. Dus heeft Wilders nu lak aan Brussel.
4. Het wordt langzamerhand interessant om te weten wat Wilders bedoelt met het recht houden van de rug. Ik realiseer me nu dat je bij het draaien ook je rug recht houdt. Mits een tol maar hard genoeg draait, blijft hij recht op.
Als het op standpunten aankomt weet je bij Wilders niet waaraan je toe bent. Dat is lastig als het gaat over regeringsbeleid en landsbelang. Weliswaar in een gedoogconstructie, maar toch.
5. Uit de uitlatingen van Wilders blijkt, dat hij alleen maar oog heeft voor zijn kiezers. Dat is zijn goed recht. Maar dan hoor je niet thuis aan tafel bij de regeringspartijen. Dan hoort je verantwoordelijkheidsgevoel breder te zijn.
Mijn conclusie is, dat Wilders meer bezig is met een overlevingsstrategie dan met het landsbelang.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder algemeen