Tagarchief: PS Overijssel

Liechtenstein en de Fundatie

Vrijdag (28 januari) ben ik bij de Fundatie geweest op uitnodiging van Ralph Keuning. De gemeenteraad en de leden van de Provinciale Staten waren door Ralph uitgenodigd om kennis te maken met de tentoonstelling Neoclassicisme en Biedermeijer. Allemaal werk van de vorsten van Liechtenstein.
Na Wenen, Vaduz, Moskou en Praag is dit deel van de collectie nu in”ons” museum.
Ongeveer 150 stukken zijn te bewonderen. We hebben het eigenlijk te danken aan de verbouwing van het Majoratshaus in Wenen, de thuishaven van de collectie. Gedurende de verbouwtijd mag de collectie reizen en bekendheid geven aan de familie (De Volkskrant, 30-12-2010).
Het is een mooie tentoonstelling die goed tot zijn recht komt in de Fundatie.

Het wordt nog mooier, in ieder geval in mijn beleving, wanneer er een toelichting komt van Ralph Keuning. Hij weet als geen ander een schilderij in zijn historische context te plaatsen en te verbinden met andere kunst. Vooral bij dit werk. De prins van Liechtenstein in een volstrekt a-militaristische context. Was niet gebruikelijk, doorgaans werden koninklijke lieden zo krijgshaftig mogelijk afgebeeld.

Je moet er van houden, zeg ik maar. Er hangt een aantal Biedermeijer schilderijen met bloemmotieven. Waarvan de mooiste toch wel de pioenrozen van Waldmueller. Kunst om de kunst. Geen boodschap, maar een demonstratie van pure schilderkunst. Ralph had het in dit verband over een symfonie van Beethoven, waar ander werk niet verder kwam dsan fluiten tussen de tanden.
Ik ken een raadslid, dat helemaal weg is van dit schilderij.

 

Ralph liet ons ook een Terborgh zien, die gedurende de tentoonstelling is toegevoegd aan het Terborgh kabinet. Meegekomen met de collectie van de vorsten van Liechtenstein. Op zich al een bezoek aan de Fundatie waard.

Ook Dick Buursink, de gedeputeerde van de provincie, was aanwezig. Ik zou zeggen, zoek de verschillen. Of is de vraag gerechtvaardigd welke van de twee kunst is.

 

 

De tentoonstelling genereert nogal wat publiciteit.
We kregen een bundeltje perspublicaties mee: De Stentor, NRC Handelsblad, Reformatorisch Dagblad, Volkskrant, Nederlands Dagblad, Telegraaf Trouw, Twentsche Courant/Tubantia en Financieel Dagblad.
Indrukwekkend.
Het is niet alleen mooi maar ook een geweldige promotie van de combinatie Zwolle en kunst.
Dit is, wat ik bedoelde bij de behandeling van de cultuurvisie. Wat goed is in Zwolle nog beter benutten. Dat is goed voor de cultuur en dat is goed voor Zwolle.

De tentoonstelling is tot en met 8 mei te bezichtigen.

John van Boven

Advertenties

2 reacties

Opgeslagen onder Zwolse politiek

Het oog van de Fundatie

De Provinciale Staten hebben gisteren besloten om een budget te verlenen, dat het mogelijk maakt museum de Fundatie uit te breiden. Dat zal dan gebeuren door een opbouw op het bestaande gebouw naar een ontwerp van Henket. Het gaat door het leven als Het Oog. Niet zo verwonderlijk als je het ontwerp ziet.

Het budget bestaat uit 5 miljoen euro. Voor dat geld moet de uitbreiding gerealiseerd worden.

Daarnaast is uitbreiding van het exploitatiebudget nodig: 300.000 euro. De helft neemt het museum zelf voor haar rekening. Van de andere helft komt 2/3 voor rekening van de provincie. Van Zwolle wordt verwacht dat zij de resterende 50.000 euro in de boeken opneemt.

Oog van de Fundatie

Zwolle heeft binnenkort dus een beslissing te nemen. De provincie heeft uitvoering van haar besluit afhankelijk gemaakt van de instemming van Zwolle met de extra 50.000 euro.

Ik heb daar zelf een paar overwegingen bij. Ze helpen mij om er voor te zijn, zeg ik maar direct.

  1. Nog niet zo lang geleden heb ik iemand die er voor heeft doorgeleerd horen zeggen dat de economie van een stad afhankelijk is van cultuur, cultuur en cultuur. Met andere woorden de cultuur is een sterke drager voor een economisch sterke binnenstad. De uitbreiding van de Fundatie brengt veel meer mensen naar Zwolle. Dat hebben we al gezien bij aansprekende tentoonstellingen die Ralph Keuning de laatste tijd heeft georganiseerd. Middenstanders zeggen mij dan ook, dat ze dat goed kunnen merken.
  2. Ik realiseer me dat de provincie een geweldige duit in het Zwolse culturele zakje doet. Maar maakt het wel afhankelijk van de Zwolse bijdrage. Ik kan het ook (veel) positiever zeggen: ik realiseer me wat e als Zwolle kunnen realiseren voor maar 50.000 euro per jaar. Dat is toch wel een prettige manier van cofinancieren.
  3. De vraag kan gesteld worden of het wel verantwoord is in tijden van bezuinigen, waarbij ook (en vooral) gekeken wordt naar het programma Cultuur, om 50.000 euro meer uit te geven. Ik vind het verantwoord. Dat hangt samen met het effect (punt 1) en met wat je er voor krijgt (punt 2), maar ook met de keuze voor verdieping. Bij het bezuinigingsdebat heb ik gezegd dat ik niet ga voor verbreding maar voor verdieping. Ontwikkel wat al goed is, en wat nog een duw in de rug kan gebruiken. In die orde zie ik de uitbreiding van de Fundatie als een niet te missen kans.

Het ontwerp is uitdagend. Toch zijn de meeste reacties gematigd tot echt positief. Een compliment voor architect Henket voor het ontwerp en voor Ralph en zijn team om hier ja tegen te zeggen.

Ik hoop en verwacht een positieve benadering door de gemeenteraad. Aan mij zal het niet liggen.

John van Boven

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zwolse politiek