Tagarchief: society 3.0

Society 3.0 en de politiek

Onze wereld verandert met sneltreinvaart. Hoe vreemd is het dan te constateren dat aloude structuren nog steeds gehanteerd worden.
Deze conclusie komt bij mij boven drijven bij het lezen van het boek van Ronald van den Hoff “Society 3.0
Een voorbeeld, dat op zich weinig met politiek te maken heeft.
Een citaat (108):
Het is niet alleen droevig, het is gewoon een gekte: de overheid hanteert voor 115 duizend departementsambtenaren 30 duizend verschillende functieomschrijvingen. En deze dan: ons land is opgedeeld in provincies. Maar onze Kamers van Koophandel hebben natuurlijk een andere geografische indeling. De Belastingdienst weer een andere. En dan noem ik nog niet eens de indeling van ons land door mijn werkgeversclub Koninklijk Horeca Nederland, de Waterschapsindeling, de Rechtbankindeling of de Politieregio-indeling. Allemaal net weer iets anders. Met alle bureaucratische gevolgen van dien.

Je zou kunnen zeggen, vanuit eigen perspectief (dus van binnenuit) wordt een voor de organisatie werkbare indeling gemaakt. Niet gekeken naar bestaande indelingen. Terwijl dat toch voordelen oplevert.
Het gaat al net zoals geconstateerd in Easycratie: je moet, wil je effectief veranderen, van buiten naar binnen denken.
Of, in de woorden van Einstein: een probleem kan alle opgelost worden buiten het speelveld, het paradigma, waarbinnen dat probleem is ontstaan (112).

In het boek is een hoofdstuk opgenomen: Democratie 3.0. Een interessant hoofdstuk, omdat daar de relatie met de politiek te leggen is. Ook dan lees je dat we te weinig gebruik maken van de kennis bij burgers (en organisaties). We lezen (239):
Jammer dat er nog zoveel bestuurders zijn die denken dat zij de grote oplossers, zelfs verlossers zijn. Er zit namelijk ontzettend veel kennis verscholen onder de burgers. Het is slechts een kwestie van mobiliseren. Lukt dat, dan heb je én betere oplossingen én meer draagvlak voor die oplossingen.

Het gaat dus ook in dit boek (o.a.) over de vraag “hoe mobiliseer ik de bij anderen aanwezige kennis”. En wat zijn de randvoorwaarden voor daadwerkelijk succes.
Daar worden in Society 3.0 ook opmerkingen over gemaakt:

–  We hebben mensen nodig, die op innovatieve wijze sturing en duiding durven geven aan traditionele organisaties. En wel op zo’n manier dat de medewerkers in de gevestigde orde organisaties zich gesterkt voelen tot autonoom handelen en dus mee gaan doen met de verandering, met de organisatievernieuwing (144).
–  Covey wordt geciteerd (145): Nieuwe leiders zijn mensen, die het leven in eigen hand nemen of situaties naar hun hand zetten, zonder anderen tekort te doen. Denken in termen van synergie. Blijven leren. Open communiceren. Handelen vanuit een eigen visie.

Ik heb, als ik Society 3.0 lees, het gevoel dat we klem zitten tussen nieuwe ontwikkelingen en oude structuren. De valkuil is om de oude structuren hier en daar aan te passen, om de nieuwe ontwikkelingen en mogelijkheden een plek te geven. Maar dan krijg je dezelfde situatie als bij ingewikkelde software, die op onderdelen wordt aangepast: het wordt alleen maar trager.
We hebben geen behoefte aan een update maar aan een nieuwe release.

Er zijn zoveel nieuwe mogelijkheden om de kennis bij burgers te mobiliseren. Denk alleen al aan de nieuwe media.
Voorwaarde is wel, dat het niet gebeurt vanuit een gevoel dat het moet. Wederkerigheid is sleutelwoord. Erkennen dat je elkaar nodig hebt (149). Dat vraagt ook dat je de relaties onderhoudt, en niet alleen mobiliseert op momenten dat het specifiek aan de orde is. Als de relatie in orde is, zijn mensen geneigd te helpen (155). Betrouwbaarheid is sleutelwoord (158), maar ook de bereidheid tot delen: De ‘bereidheid tot delen’ laat betrokkenheid, verantwoordelijkheid en autonomie zien van spelers in het netwerk (159).

Ik heb het al eens betoogd tijdens een raadsvergadering. Eigenlijk moet er een nieuwe organisatiestructuur ontwikkeld worden. Hoe? Door vanuit de huidige praktijk, met alle nieuwe mogelijkheden en middelen terug te redeneren naar de benodigde structuur waarbinnen “vandaag” optimaal kan werken.

Ik kom het ook tegen in de brochure van de Raad voor Openbaar Bestuur (ROB), “Vertrouwen op democratie”.
Daar lees ik:

– Er is dringend behoefte aan een bestuursstijl, die niet in de eerste plaats wil beheersen op basis van regels, maar de dialoog zoekt op basis van de feiten. En die accepteert dat ook in de publieke ruimte permanent verantwoording moet worden afgelegd en vertrouwen moet worden geworven (3).
– De samenleving horizontaliseerde in haar verhoudingen, terwijl het politieke bestuur goeddeels als vanouds – dus uitgaande van verticale, hiërarchische gezags- verhoudingen – bleef opereren. Dat wringt (7).
– Misschien is nog wel het grootste bezwaar tegen ‘de andere kloof’ dat een belangrijk potentieel aan kennis niet wordt benut door burgers niet of nauwelijks bij besluitvorming te betrekken. In de samenleving is onmisbare kennis en ervaring aanwezig die beleidsmakers kunnen gebruiken om tot de juiste probleemanalyse en een passende oplossing te komen (39).
– Politici moeten zich niet door angst voor de burger laten regeren, maar door het besef dat zij hun werk beter kunnen doen als zij hen direct betrekken (66).

In Society 3.0 is een interview opgenomen met Kim Spinder. Trekker van het project Ambtenaren2.0. Zij maakt opmerkingen, die het waard zijn om door te geven.
– Om de problemen van nu en morgen aan te pakken moeten nieuwe verbindingen en vormen van samenwerking ontstaan. De overheid heeft al lange tijd niet meer het antwoord op de complexe vraagstukken. Het is tijd om mensen die betrokken zijn bij deze vraagstukken mee te laten denken. Met behulp van sociale media en allerhande (gratis) Web2.0 tools kan de overheid op eenvoudige wijze gelegenheidsnetwerken rondom een vraagstuk creëren en faciliteren (249).
– Voor een ambtenaar betekent dit dat hij meer als facilitator en partner moet werken in plaats van als beslisser en wetgever (250).

In Zwolle staat binnenkort de evaluatie van beginspraak op de agenda.
Het is waardevol om daar Easycratie, Society 3.0 en Vertrouwen in democratie bij te betrekken.

Advertenties

5 reacties

Opgeslagen onder Zwolse politiek

Vertrouwen op democratie

Dit is de titel van een rapport van de Raad voor het openbaar bestuur (de ROB), verschenen in februari 2010. Iemand heeft mij, als reactie op mijn stuk over society 3.0 gewezen op dit rapport.Nadenken over de betekenis van de principes van society 3.0 voor de democratie kan niet zonder ook dit rapport gelezen te hebben.Hieronder mijn (dus niet: de) samenvatting van het rapport.
Het is te downloaden van de site www.rob-rfv.nl.

John van Boven

Samenvatting
Het rapport begint met het duidelijk maken dat we in de relatie tussen burgers en politiek niet zonder vertrouwen kunnen.
–       het is nodig voor gemeenschapszin en sociale cohesie (11)
–       het is moeilijk te realiseren (12)
–       we moeten onderscheid maken tussen democratie (veel vertrouwen) en overheid (minder vertrouwen) (14)
–       overigens is onvrede van alle tijden (15)

Het gaat ook over legitimiteit. Op pagina 18 zegt het rapport: “de mensen die voor ons besluiten nemen, moeten zich gelegitimeerd weten”.
Aspecten die hierbij een rol spelen:
–       wat is het speelveld (de infrastructuur) en wie zijn de gebruikers er van (16)
–       denk aan de verschillende burgerschapsstijlen: buitenstaanders, plichtsgetrouwen, pragmatici en verantwoordelijken (17)
–       er is een correlatie tussen consumentenvertrouwen en vertrouwen in politiek en bestuur (18).
(Toe ik dit las vroeg ik me af of er ook een relatie bestaat tussen vertrouwen en de mate van je vertegenwoordigd voelen).

Dit alles genoemd hebbend formuleert het rapport als leidende vraag:
Hoe kan de legitimiteit van ons democratisch bestel worden vergroot (18).

In het volgende hoofdstuk heeft het rapport het over “de andere kloof”. Het rapport legt dat uit aan de hand van de ontwikkeling van de samenleving.
–       individualisering – egalisering: verworven vrijheid combineren met behoefte aan houvast en politici worden eerst wantrouwd, totdat ze dat door optreden hebben weten om te buigen (23)
–       ontideologisering – technocratisering: de verzuilde samenleving gaf oriëntatiepunt; wat kan ik betekenen werd: wat kunnen anderen voor mij betekenen (25); democratie wordt technocratie. Standpunten bepaald door onderzoeksresultaten (26)
–       economisering – mediasering: van loyale volgzaamheid naar manifest institutioneel wantrouwen (28);
–       mondialisering – lokalisering: de wereld is kleiner geworden (33); de toename van vreemde invloeden doet behoefte groeien het eigene te definiëren en te beschermen (33).

Conclusie: sterk veranderde samenleving tegenover nauwelijks gewijzigd politiek stelsel (34).
–       meer invloed burgers vraag vertrouwen in mensen en democratie (36)
–       de kiezer kiest personen op vertrouwen, op een vermoeden hoe de politicus, geconfronteerd met het ombekende, zal handelen
–       het gaat om het verbinden van verticaal bestuur met de horizontale samenleving.

Het rapport zoekt de oplossing in wat het rapport de publieksdemocratie noemt.
Dat is verbonden verticaal bestuur (42).
–       beleidsproces en eindproduct zijn evenwaardig (van primaat naar ultimaat (48))
–       de problemen in de ware proporties laten
–       kennis van anderen inschakelen.

Wat vraagt dat (43):
–       politiek van waarden beginselen; uitgangspunten in plaats van doelstellingen
–       meer invloed van burgers op beleid en besluitvorming: iets doen met visie gegeven door anderen. Barrières kunnen zijn: procedures, politieke traditie, aard van de hervorming, zittende elite
–       meer invloed op keuze van politieke bestuurders; vertrouwen uitspreken. Denk aan: gekozen burgemeester (51), lijsttrekkers/kandidatenlijsten (52), stemmen voor volksvertegenwoordigers (52)

CONCLUSIE:
–       Publieksdemocratie heeft gevolgen voor rollen en taken van de overheid.
–       Complexiteit staat centraal
–       Minder bestuurlijke drukte

Het rapport sluit af met een citaat uit het boek van Saramago, Stad der zienden. Uitgesproken door de burgemeester, als repliek op een opmerking van de minister van Binnenlandse Zaken:
“ Dit gemeentebestuur is van de stad en de stad niet van het gemeentebestuur”.
Zie hier de essentie van democratie, aldus het rapport.

4 reacties

Opgeslagen onder algemeen

Society 3.0

Dit is de titel van een boek van Ronald van den Hoff.
Ik ben nogal onder de indruk van het boek, omdat het poneert dat we onvoldoende gebruik maken van de kracht van de massa. De organisatiesystemen die we kennen, gebruiken de potentie van medewerkers die hoort bij de functie. Is zeg het wat huiselijk.Ik zie allerlei verknopingen met beginspraak en met samen maken we de stad.
Dat zag ik ook al in het boek Easycratie van Martijn Aslander.
Het helpt met mijn zoektocht naar het antwoord op de vraag op welke wijze we burgers en instellingen/organisaties nog beter kunnen betrekken bij het besturen van de stad. Wat precieser: een rol geven bij het ontwikkelen en vaststellen van beleid.

Een paar weken geleden is het initiatief Hanzelab gepresenteerd tijdens een Twiner. Kort gezegd komt het er op neer dat mensen tijd en denkkracht beschikbaar stellen om een door een organisatie aangedragen probleem te helpen oplossen. (voor informatie: info@hanzelab.nl en www.hanzelab.nl).
Ik heb bij Hanzelab de vraag neergelegd of we een keer een sessie kunnen besteden aan de vraag op welke manier we de essentie van society 3.0 kunnen inzetten in het politieke domein.
Of, anders gezegd, of we society 3.0 kunnen gebruiken voor het verder verbeteren van beginspraak. Want we zijn er nog lang niet.

Ik heb mijn verzoek op de volgende manier onderbouwd:
1. Er wordt al langer nagedacht over de switch van representatieve democratie naar deliberatieve democratie. Dus van het 1 keer per 4 jaar mandaat geven door de kiezer aan de politiek in de machtsverhouding als resultaat van de verkiezingen naar het betrekken van burgers en instellingen/ondernemingen bij het ontwikkelen van beleid.
Je zou kunnen zeggen, dat dit de stap is binnen het veld “democratie” van 1.0 naar 2.0
2. Zwolle heeft al iets van 2.0 in haar beleid. Ik denk dan vooral aan Samen maken we de Stad en Beginspraak. Principes die uitgaan van betrokkenheid van anderen (expres ruim geformuleerd) bij ontwikkelen van beleid en (ruimtelijke) plannen.
3. Mijn waarneming is dat het maar ten dele lukt. De gewenste 2.0 werkwijze wordt nog te veel geduwd in een 1.0 organisatie. Met andere woorden, de “anderen” worden in het bestaande systeem geperst, terwijl het ontwikkelen van een nieuwe orde meer voor de hand zou liggen. Daarbij horen dan vragen als
– wat zijn de consequenties voor het functioneren van het ambtelijk apparaat
– wat zijn de gevolgen voor het functioneren van de raad
– wat betekent het voor het evenwicht (vanuit het perspectief van de raad) tussen ontwikkelen en uitvoeren van beleid.
4. In “Society 3.0” wordt de stap naar 3.0 ook beschreven. Dat spreekt mij geweldig aan. Ik besef tegelijkertijd dat de stap van 1.0 naar 2.0 eerst compleet gezet moet worden. Maar ik besef ook dat het ontwikkelen wel een focus vraagt: waar willen we uitkomen, c.q. waar moeten we uitkomen. Die vraag is ook van belang voor het verbeteren van de plek van de politiek in de maatschappelijke context. Dan gaat het over het verbeteren van de relatie tussen politiek en burgers.
5. Tegen deze achtergrond zou ik een verkenning willen organiseren die duidelijkheid moet geven over de volgende onderzoeksvragen:
a. draagt het vergroten van de betrokkenheid van anderen bij ontwikkelen van beleid bij aan het verbeteren van de relatie tussen politiek en burgers
b. als dat zo is, wat betekent dat voor de kwaliteit van het ontwikkelde beleid
c. wat vraagt dat van de inrichting van het ambtelijk apparaat (omvang, verantwoordelijkheidsverhoudingen)
d. wat betekent dat voor het functioneren van de gemeenteraad.
Deze vragen moeten dan wel een uitwerking zijn van de hoofdvraag: hoe gaat over 15 jaar het besturen van een stad als Zwolle.
6. Ik zou het mooi vinden als Ronald van den Hoff een inleiding houdt over democratie 3.0 tegen de algemene achtergrond van Society 3.0. En dan 2 co-referaten. De eerste van iemand die als betrokken burger/instelling/onderneming opvattingen heeft over de betrokkenheid van de “anderen”. De tweede van iemand die binnen de eigen organisatie werkt volgens society 3.0 (of daarheen op weg is).
Van de aanwezigen wordt dan gevraagd om mee te denken over de transitie van de lokale overheid.

Ik ben reuze benieuwd of het lukt.
John van Boven

11 reacties

Opgeslagen onder algemeen, Zwolse politiek