Tagarchief: Zwolle

Zwolse toekomst

Het begon met twee berichten.
Het eerste bericht meldde dat Zwolle landelijk gezien de op twee na goedkoopste terrassen heeft. Het tweede bericht wist te melden dat de terrassen toekomst hebben. Direct daaraan gekoppeld werd het beleid rond de precariobelasting (betalen voor terrasruimte).
Al eerder heb ik de presentatie gedownload over de toekomst van Zwolle. Persoonlijk vind ik dat het nadenken hierover te weinig holistisch is en teveel geënt op problemen van vandaag.

Gisteren kwamen Theo Runhaar en ik op het terras van het Wijnhuis in gesprek over deze onderwerpen. Dat leverde mooie toekomstbeelden op.
Stadsdelen van Zwolle moeten een meer éénduidig karakter krijgen (met alle consequenties).
Een paar voorbeelden, die in ons gesprek door Theo werden aangedragen.
– Het museumkwartier. Dan heb ik het over de Blijmarkt. De ondernemers daar werken er aan. Dat betekent dat ontwikkelingen daar een bijdrage moeten leveren aan dat gewenste karakter.
– Het Weeshuiskwartier. We willen dat graag weer nieuw leven inblazen. Koester dan ook waar nu over nagedacht wordt, de freshfood markt. Eenduidigheid vraagt dan alleen freshfood-handel.
– Het Melkmarktkwartier. Langzamerhand is de Melkmarkt de entree van onze goede stad Zwolle. Als we vinden dat de Melkmarkt die mooie entree moet zijn (de Champs-Elysees van Zwolle) dan heeft dat consequenties voor het gebruik van de Melkmarkt. Ik zie het niet gebeuren dat de Champs-Elysees 1 dag per week gedeeltelijk wordt afgesloten om er markt te houden. De finale van de Tour de France is van een andere orde en helpt juist Parijs te promoten. Als ik opsom hoe vaak de Melkmarkt voor activiteiten wordt gebruikt, dan vraagt dan om een heroriëntatie: minder diversiteit om te helpen de Melkmarkt zichzelf te laten zijn. In plaats van een ruimte waar allerlei activiteiten worden georganiseerd.

Er zullen meer voorbeelden te geven zijn. Mijn belangrijkste boodschap is om bij het nadenken over de toekomst van Zwolle te beginnen vanuit het totaal van de stad en daarna te werken aan een herkenbare eigenheid van stadsdelen. Dat betekent nogal wat. Dat hoeft natuurlijk niet allemaal tegelijk. Het vraagt wel, dat we weten wat het eindplaatje is. Alleen dan kun je elke stap die gezet wordt gebruiken om dat einddoel te bereiken.
Er zijn nogal wat verschillen tussen de verschillende stadsdelen. Dat moet je juist koesteren. Maar ook de consequenties accepteren. Dat betekent misschien wel dat je bijvoorbeeld de precariorechten moet differentiëren, zoals iemand op twitter wenste.
Er is, kortom het nodige werk aan de winkel.
Te beginnen met een werkgroep/denktank/taskforce.

Met dank aan Theo Runhaar.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zwolse politiek

Rol oppositie bij onderhandelingen

“Helaas heeft het weinig zin om per mail een zinvolle bijdrage te leveren, stellen de respectieve fractievoorzitters Compagner, Rijke en Dogger, ‘omdat we geen enkel idee hebben van de stand van zaken van de onderhandelingen’. Rots schreef dat ze zich er ‘niet bij voorbaat’ bij neerlegde dat de college-onderhandelingen ‘eigenlijk per definitie achter de schermen plaatsvinden’.”

Bovenstaand citaat komt ut de brief van CDA, GL en SW aan de fractievoorzitter van de ChristenUnie.
Het is de moeite waard na te denken over de vraag of dit past in het proces van onderhandelen.
Het onderhandelingsproces kent, grofweg, twee fasen: de informatie en de formatie.

Informatie
Tijdend de informatie inventariseert de informateur de wensen, de onopgeefbare standpunten en de standpunten waarover onderhandeld kan worden.
Doel: komen tot een stabiele coalitie. Wordt er ruimte aan de ander gegund, is er voldoende vertrouwen.
Deze fase eindigt in een voorstel van de informateur: hij noemt partijen, waarvan hij vindt dat die voldoende vertrouwen in elkaar hebben en die kunnen komen tot een coalitieakkoord.
Daardoor ontstaat coalitie en oppositie.
Anders gezegd: partijen met overbrugbare standpunten en partijen waarvoor dat niet geldt.

Formatie
Dan start de tweede fase: de formatie. Onderhandelen over de inhoud van het akkoord.
Dat kan trouwens op meerdere manieren. Eindeloos onderhandelen totdat er een nietszeggend akkoord is. Of elkaar de ruimte gunnen voor inbreng van voor elke partij belangrijke punten. Die opnemen in het akkoord en dat ook als coalitiepartijen verdedigen.
Zo is het vier jaar geleden gegaan. Wat mij betreft (ervaring van 3 keer onderhandelen) was dat de prettigste manier en goed voor het onderlinge vertrouwen.
De dossiers, genoemd in het akkoord, komen op de agenda en dan kan de raad, coalitie en oppositie, haar inbreng leveren in het debat.

Oppositie
Tegen deze achtergrond vind ik het merkwaardig, dat oppositie-partijen in een open brief verlangen dat er een fase komt waarin zij mee kunnen onderhandelen.
Het verschil tussen oppositie en coalitie als resultaat van de informatie brengt met zich dat beoogde coalitiepartijen het akkoord schrijven. Daarbij moet er niet alleen ruimte zijn voor elk van de coalitiepartijen, maar ook voor de inbreng van de raad.
Tijdens de formatie onderhandel je dus niet met de oppositie. Dat kan gebeuren tijdens het debat over het collegeakkoord. Ik ben er voorstander van, dat amendementen kunnen worden ingediend om het akkoord aan te passen of aan te vullen.

Burgers
In deze fase zie ik geen ruimte voor burgers. Die hebben gestemd wat heeft geleid tot de verhoudingen in de raad. Wel moeten ze een grote rol krijgen bij de behandeling van de dossiers later in de collegeperiode.

Verantwoordelijkheden
Het verzoek in de open brief doet wat mij betreft onvoldoende recht aan de verschillende verantwoordelijkheden op verschillende momenten.

4 reacties

Opgeslagen onder Zwolse politiek

Onderhandelingen

Ook in Zwolle zijn partijen druk bezig met de onderhandelingen.
Ik zie twee stromingen in de pers.
De ene stroming voert een pleidooi voor onderhandelingen die voor ieder publiek toegankelijk moeten zijn. Het foeilelijke modewoord “transparantie” wordt daarbij in de strijd gegooid.
De andere stroming zegt dat onderhandelingen in alle rust moeten plaatsvinden, zonder publicitaire aandacht.
Ik ben het eens met het laatste en zal uitleggen waarom.

Los van alle algemene benaderingen als bestuurlijke continuiteit en recht doen aan de vierkiezingsuitslag, gaat het er natuurlijk om dat je een coalitie vormt, waarbij je zoveel mogelijk eigen punten binnenhaalt.
Zeker aan het begin gaat het vooral over de verschillen en minder over de overeenkomsten.
Dat vraagt vertrouwen in elkaar en je kwetsbaar op durven stellen.
Die noodzakelijke benadering – zo je wilt, die onderhandelingscultuur – verdraagt zich niet met een openbaar karakter.
Als je tijdens het onderhandelingsproces inlevert op een ingenomen standpunt om een ander standpunt wel succes te boeken, wordt dat al gauw door buitenstaanders ervaren als verlies en/of een inleveren van beloftes.
En toch is dit wat we onderhandelen noemen.

Vier jaar geleden is bij de start van de onderhandelingen dan ook afgesproken om stil te zijn op de social media.
Ik kan me erg goed voorstellen, dat deze afspraak nu weer gemaakt is.

4 reacties

Opgeslagen onder Zwolse politiek

Mobiliteitsarrangementen

Tijdens de jaargetijdenborrel deze week gaf Andries van Daalen van Wehkamp.nl aan dat hij bezig was een groep mensen bij elkaar te verzamelen om samen na te denken over mogelijke mobiliteitsarrangementen.
Dat stemde mij tevreden. Een paar jaar geleden heb ik dit al eens geopperd in mijn algemene beschouwing bij de Perspectiefnota. Het doel is om een betere bereikbaarheid van de stad Zwolle te krijgen. Er zijn momenten op een dag dat er geen doorkomen aan is.

Ik nodig de lezer uit om ook met suggesties te komen.

Om een idee te geven noem ik wat mogelijkheden die mij te binnen schieten of waarover we de afgelopen tijd hebben nagedacht.

  1. Voor de bereikbaarheid van de stad als winkelcentrum lijkt het alsof de mensen uit de regio nu zijn aangewezen op de afslag Centrum van de snelweg. Het zal helpen wanneer de afslag Noord ook gebruikt gaat worden om de stad te bereiken. Bewegwijzering moet dat aangeven. Bovendien moeten er meer parkeerplaatsen aan de noordwestkant van de stad komen.
  2. Maak grote parkeerplaatsen aan de rand van de stad en maak een pendeldienst van deze parkeerplaats naar de stad. Mogelijk kan ook de stadsring dienen als route voor de pendeldienst. Ook kan overwogen worden het water te gebruiken voor een niet alledaagse pendelmogelijkheid.
  3. Een hele woeste mogelijkheid, die ik ooit iemand hoorde verdedigen, is een monorail boven de stad op liggers. Bijvoorbeeld boven de stadsring. Vormt zo geen belasting voor het verkeer. Met prefabliggers moet het te doen zijn.
  4. Waar vaker over is nagedacht zijn wat latere begintijden van het onderwijs. Het vervelende is, dat de lessen dan ook later stoppen en in de buurt komen van de middagspits. Ik zie mogelijkheden voor MBO en HBO.
  5. Andersom kan ook: openingstijden van winkels verschuiven: open om 10.00 en doorgaan tot 19.00 uur. Je kunt dan na het werk de stad nog in. Dat helpt de avondspits te “verdunnen”.
  6. Bevorderen dat men minder met de auto naar het werk komt. Dat vraagt mobiliteitsbeleid van de grote werkgevers. Daar is meer mee te doen dan nu gebeurt. Zou kunnen in combinatie met suggestie 2.

Er valt zo heel wat te verzinnen (los van uitvoerbaarheid en/of kosten).
Ik ben benieuwd naar suggesties van jullie.
Voel je vrij om te reageren.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder algemeen

Jongeren en alcoholmisbruik

Ik heb al eerder aandacht gevraagd voor het alcoholmisbruik onder jongeren. Als fractie hebben we ook een tweetal notities geschreven over het onderwerp.
Het baart ons nog steeds zorgen. We zijn ook een beetje bang dat we niet verder kijken dan het antwoord op de vraag of de voorgenomen acties zijn uitgevoerd. Als we dat doen gaan we voorbij aan de vraag die vele malen belangrijker is: hebben de acties ook opgeleverd wat we hoopten.
Concreet: is het alcoholmisbruik onder jongeren teruggelopen?

Het onlangs verschenen rapport “Alcoholintoxicaties bij jongeren in Nederland” laat zien dat het antwoord een hartgrondig nee is. In dit stukje significante cijfers en een paar vragen.

De conclusie van het rapport luidt:
Het aantal jongeren dat met alcoholintoxicatie of alcoholvergiftiging door een kinderarts in een ziekenhuis is behandeld stijgt nog steeds. In 2007 zijn er 297 intoxicaties gemeld, in 2008 waren dat er 337, in 2009 betrof het 500 kinderen en in 2010 is het aantal meldingen opnieuw gestegen tot 684. Dit is een stijging van 37% t.o.v. 2009. Deze aantallen zijn een onderschatting van het werkelijke aantal intoxicaties bij jongeren omdat niet alle gevallen in het onderzoek worden betrokken. Jongeren die buiten het ziekenhuis door een huisarts worden behandeld of in het ziekenhuis door een reguliere arts worden niet meegeteld.

Ik ervaar dit als een onthutsende conclusie. Er wordt van alles ondernomen, maar het aantal comazuipers, want dat zijn het, groeit nog steeds. Sinds 2007 met 130%.
Nog wat getallen:
In 2010 ging het om 57% jongens en 43% meisjes. Wat opvalt is dat het percentage jongens stijgt en dat van de meisjes daalt.
Van de jongeren tussen 11 en 18 jaar was 51% 15 jaar of jonger. Wel is t zien dat het aantal comazuipers onder de 15 jaar daalt. In 2007 ging het om een percentage van 39%, in 2010 is dat 23% jonger dan 15 jaar.
Het opleidingsniveau is representatief voor alle jongeren. 79% van deze jongeren hebben normale schoolprestaties. Dat geldt ook voor de familiesituatie (72% traditioneel) en voor de culturele achtergrond (85% Nederlands).

Welke conclusie moeten we hieruit trekken, als dat al te doen is.
Zijn de ondernomen activiteiten, hoewel uitgevoerd, niet effectief gebleken? En over welke situatie hebben we het eigenlijk in de regio Zwolle? Deze week stond in de Stentor dat in Zwartewaterland de aanpak is mislukt.

Hoeveel comazuipers zijn er opgenomen in de ziekenhuizen in de regio Zwolle vanaf 2007 tot en met 2010, zo vraag ik me af. En wat is het oordeel van het college over de effectiviteit van de Zwolse maatregelen.
Moeten er aanvullende activiteiten ontwikkeld worden. De situatie is ernstig genoeg.

Ik ga nadenken over schriftelijke vragen aan het college.

John van Boven

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zwolse politiek